Squid is op Misty Fields koning van de Windmill-scene

Britten stoppen tentakels in postpunk, kraut, jazz, synthpop en dancepunk

-
  • Richenne Zeebregts

Een kleine anderhalve minuut gebeurt er eigenlijk niets. Elektronische soundscapes zweven door De Mist, tot Squid de percussie laat klappen en het vijftal langzaam hun eigen muzikale universum ontvouwt. Het is even geduld hebben, maar dat is precies wat Squid van je vraagt. Dit is geen hap-slik-weg-postpunk: de Britten bouwen hun nummers liever laag voor laag op, om ze vervolgens net zo makkelijk weer uit elkaar te trekken.

Na het stampende ‘G.S.K.’, waarin drummer Ollie Judge zijn nerveuze vocalen over een stuwende baslijn en hoekige gitaren jaagt, duiken we met ‘Paddling’ meteen de diepte in. Zoemende, bijna buitenaardse synths worden steeds nerveuzer en schuren met de nodige feedback, terwijl de taak van vocalen voortdurend van werknemer wisselt. Valse noten, onverwachte wendingen en ritmes die nét verkeerd lijken te vallen: bij Squid hoort het er allemaal bij. Het meer dan zeven minuten durende ‘The Cleaner’ begint als hoekige postpunk, verandert onderweg in een neurotische, noisy dancepunk-track en eindigt met een funky-en-toch-dromerige, synthpop-feel. De eerste circle pit is een feit.

-
© Lisa Ooijevaar

Het knappe aan Squid: hun muziek voelt soms als knip-en-plakwerk, maar nooit als willekeur. Als een van de voornaamste namen uit de Windmill-scene (gebouwd rondom en vernoemd naar The Windmill-pub in Brixton) laat dit vijftal zien wat die scene zo typeert, de onstilbare drang om te experimenteren en combineren van verschillende stijlen, net zoals mede Windmillers Black Midi en Black Country, New Road. Een beetje krautrock hier, jazz daar, een scheut synthpop en ergens tussendoor fietst er een trompet doorheen. Op ‘Crispy Skin’ zingt Judge, van achter zijn drumstel, met een theatraal enge grijns over kannibalisme (“Am I the bad one? Yeah, yes I am”), terwijl de muziek tegelijkertijd speels en dreigend blijft. Zelfs de gruwelijkste teksten worden zo dansbaar. Waar Squid op klaarlichte dag soms wat rauw en ingewikkeld op je dak kan vallen, komt het op tentstage van Misty Fields op dit tijdstip perfect uit de verf. De dreigende synths, gierende gitaren, weirde elektronica-uitbarstingen en soms onnavolgbare drums krijgen in De Mist vanavond een extra hypnotiserende en vervreemdende laag. 

-
© Lisa Ooijevaar

Met ‘Building 650’ trekken ze het tempo weer omhoog en vliegen de crowdsurfers door de lucht. Daarna valt de muziek zowaar even helemaal stil. Een zeldzaam rustmoment, even op adem komen, want dan is het tijd voor publieksfavoriet ‘Houseplants’. Een ‘oudje’ met alweer acht jaar op de klok, maar wat een heerlijk stuwende groove die steeds verder uitbouwt en tekstueel fel van leer trekt tegen te hoge huren. De klezmer-outro op plaat wordt live verlengd en aangedikt met nog meer maniakale screams en overstuurde trompet, het resulteert in dé moshpit waar Squid al de hele avond naartoe werkt. Misschien is dat wel het beste aan deze band: je moet er even voor werken, maar als het kwartje valt, lig je vannacht in je tent nog te duizelen van deze sublieme headlineshow.