Misty Fields 2026 vrijdag: boetiekfestival kent sterke start van jubileumeditie
Met o.a. Chalk, Clarion en Allah-Las

Hoe kan het soms zo snel gaan? Misty Fields viert alweer haar twintigste editie en denk je dat ze daarvoor iets bijzonders doen? Nou, als je voor het eerst kluisjes en oplaadpunten erbij hebt 'bijzonder' noemt, dan wel. Voor de rest blijft de vertrouwde formule van opkomende bands op het goede moment boeken in Asten-Heusden de juiste. Zo valt er weer op de vrijdag een hoop moois te beleven op het veld, in de mist, het bos en de vergeten lading.
Direct links van de ingang vinden we Het Veld, waar Fuzzy Teeth mag openen, en de Hagenezen laten al snel horen dat ze zich moeilijk in een hokje laten stoppen. De band is een project van Anthony Koenn, die vanaf zijn vijftiende al in bands als Peach en Forever Saturday speelde. Samen met zijn ijzersterke liveband (met onder andere Pleun Stork, ofwel plonki) brengt hij een dynamische sound die varieert van rustige indiepop tot ruwe punkrock. Hun sterkste kwaliteit is het grote enthousiasme en het speelplezier waarmee de band op het podium staat. Omdat er aan het einde van de set nog tijd over is, gooien ze er zelfs nog een extra nummer in: het rockende ‘Fuck It Up’. Absoluut de perfecte start van het festivalweekend! (MvdW)


Het begint bijna irritant te worden: wanneer de spanning opbouwt, valt ELLiS•D even stil, om vervolgens de gitaren weer alle kanten op te laten gieren. In de eerste minuten wordt dat trucje zo vaak ingezet dat je vreest voor een set die volledig op fake-outs bouwt. Gelukkig blijkt dat niet het geval. Frontman Ellis Dickson, die we kennen als drummer van Fat Dog, is daar dan ook te ervaren voor. Dickson, met zijn indringende blik, weet precies wat hij doet: gecontroleerd uit de bocht vliegen, en dat is precies de grootste charme van ELLiS•D.

De band rondom de Brit maakt nerveuze dancepunk waarin postpunk, goth en glam door elkaar worden gehusseld. In essentie niet heel veel anders dan Fat Dog. Dickson zijn spooky stem doet soms denken aan een rauwere Robert Smith, maar muzikaal is dit een stuk onrustiger. Vooral de tempowisselingen zijn een genot. De extra gitarist zorgt af en toe voor een flinke bak distortion, terwijl de synths het luchtig en dansbaar houden, en Dickson laat horen wat een stembereik hij heeft. Zelfs een psychedelisch rustpunt past moeiteloos in de set. Afsluiter ‘Drifting’ gooit nog één keer alle remmen los, al duurt het lange outro, waarin hij ook nog even het publiek induikt, nét een minuutje te lang. Een moshpit had hier trouwens niet misstaan, maar daarvoor zijn de knieën van de gemiddelde Misty Fields-bezoeker wellicht wat te versleten. (RZ)

Een soft spoken jongen-meisje duo die om en om zingen met ingetogen gitaartjes. Hebben we The XX opeens in Het Bos staan? Nee, valse start, want voor de rest is het vooral heerlijk jengelige indierock van Lowertown, bestaande uit Olivia Osby en Avsha Weinberg, live bijgestaan door drummer en bassist. Osby eist de aandacht op met haar verschijning: witblond haar, enorm veel oogschaduw en een net te kort broekje. Een bidsprinkhaan die je binnenhaalt met verleidelijke en duistere indiepop en je vervolgens voorstelt aan Weinberg die je verslindt met freaky gitaarwerk bij ‘(I Like To Play With) Mutts’. Geen fret blijft onberoerd en zelfs een snaar sneuvelt. “But I play so gently!”, zegt hij tongue in cheek.

Het is een af en aan van gitaarwisselingen en dat het duo daar ervaren in is, blijkt uit hoe snel het allemaal gaat. Een goed geplaatst grapje tussendoor (Weinberg: “Ty Segall is playing tonight, right?” om vervolgens een stukje ‘Goodbye Bread’ te zingen), een anekdote over een broer die in ‘Wègningen’ heeft gestudeerd; de band is lekker relaxed, de spanning mag in de muziek zitten. Neem bijvoorbeeld ‘Seaface’ tegen het eind, waarbij de onheilspellende gitaren met een goedgeplaatste klik op het pedaalbord de dreiging tastbaar maken en Osby ‘I can fend for myself while you listen to crows’ in je gezicht spuugt en even later bij ‘Best Person You Know’ door je ego prikt met ‘What makes you build yourself so high?’, geplooid in een grunge-shoegazegitaarmuur waar Billy Corgan en de zijnen jaloers op kunnen zijn. (BvD)

Even denk je: waar ben ik nou beland? Als Sam Cuppen en Charlotte Hofman met nepkaarsen het podium oplopen, klinkt er een soort kerkelijke orgelmuziek. Al snel gaat deze muziek over in de zelfbenoemde hyperdreampopwave van de band Service. Bewapend met drumcomputers, een theremin (een instrument dat je bespeelt zonder het aan te raken, vet!), bas en synths brengen ze hun dromerige melodieën en dansbare hyperpop. Vergezeld door een heuse choreografie – waarbij onder andere met lolly’s wordt gedanst, veel wordt gesprongen en tijdens ‘short answers quick messages’ zelfs een dansje wordt ingezet – is er ook ruimte voor verschillende meezingmomenten (zoals tijdens ‘good dog’) en wordt er een eerste crowdsurfer gespot.

Helaas kampt de band met wat geluidsproblemen en is er met name aan het einde van de set een flinke piep te horen. Ook begint het te regenen, maar dat mag het enthousiasme van de band en de pret niet drukken. Afsluiter 'bubble' is immers gemaakt "om te dansen in de regen" en we love de piep! (MvdW)

Alsof ze liever ergens anders waren, zo nonchalant stapt Allah-Las het podium op. Strakke gezichten, en bij de openingszin “We’re gonna play some songs for you” denk je toch: joh. Gelukkig vertelt de muziek een iets ander verhaal: ‘Tell Me (What’s On Your Mind)’ zet meteen een loom psychedelisch sixtiessfeertje neer met zijn jangly gitaren en een stevige surfrockrand. De technische problemen helpen de stugge uitstraling aanvankelijk niet, maar gaandeweg verschijnen er wat voorzichtige glimlachjes bij de Amerikanen.

Muzikaal staat het als een huis: de bassist Spencer Dunham en drummer Matt Correia nemen allebei de leadzang over en de (gast)toetsenist strooit ondertussen met zijn virtuositeit én een koebel. Juist daardoor is Allah-Las interessanter dan een standaard retrobandje. Toch wil de band nét iets te veel tegelijk zijn: garage, surf, psychedelica, indierock. Veel blijft daardoor na ruim een half uur niet echt hangen. De langere instrumentale stukken zijn juist wél spannend, meer van dat! Het alweer veertien jaar oude ‘Catamaran’ is aardig en geeft zanger en gitarist Miles Michaud nog een laatste vocale uitlaatklep na alle technische problemen, maar is ook geen memorabele uitsmijter. (RZ)

Het heeft iets surrealistisch: de Verloren Lading. Een kleine tentflap vlakbij de entree is hoe je er komt, en na een nauw gangetje, eindig je op een grasveldje, niet veel groter dan de tuin van tante Van Bokhoven aan de Heistraat. Een open container is het komende driekwartier het domein van drummer Sam Kemner en knoppenexpert Marnix Bausch, samen beter bekend als het Amsterdamse duo M2K. Het dwingt al respect af hoe op een paar vierkante meter een drumstel, bak synthesizers, sample pads én een mannequin met televisiehoofd past, maar de meeste respect gaat uit naar die molotovcocktail van acid, rave en big beat.

Alles wordt live (in-)gespeeld en dat er af en toe een slag op vel of pad íetsjes ernaast zit, maakt die lompe mix juist menselijk in plaats van mechanisch. Dat wordt nog eens onderstreept als een van Bauschs synthesizerknoppen losschiet en onze fotograaf die spot en teruggeeft. Big smile en door, want we moeten dansen en pogoën. Dat gaat ook erg gemakkelijk met opzwepende UK-vocalen, opbouwmomentjes die met dodelijke precisie worden gebracht en onvermoeibaar gedrum van Kemner die de hi-hat geselt alsof die hem nog geld schuldig is. Dat aan het eind ook de mannequin nog gaat crowdsurfen over het veld, is de kers op een friszure taart. (BvD)

Is dit de Amerikaanse Hiqpy? Heel even wel: lieflijke zang, gruizige gitaren en genoeg fuzz om De Mist figuurlijk met mist te vullen. Maar Clarion uit Los Angeles trapt al snel een stuk harder door dan die indiedarlings uit Amsterdam. Achter Saya Oliva’s soms bedrieglijk zoete, dan weer wanhopige vocalen, beuken moddervette drums, terwijl gitarist Anthony Sanchez zijn drie (!) gitaren door een muur van effecten jaagt. Dat contrast maakt Clarion juist zo spannend: op nieuwe single ‘Jilt’ botsen de swingende, bijna poppy melodieën heerlijk met een plotseling loodzware, snelle kickdrum.

'Hello Juliet’, de song waarmee de band zijn publiek vond via TikTok, blijkt zowaar dansbare shoegaze?! En drummer Joseph Quezada lijkt af en toe zo uit een Burnout-game te komen rijden met zijn high-energy drumwerk. Fijn hoe Clarion de conventies van shoegaze aan hun schoen lapt.Toch missen we soms wat ademruimte: wanneer het tempo eindelijk zakt, willen we méér van dat wegdromen, maar natuurlijk barst de boel weer heel snel open. Sanchez bewerkt zijn gitaar zelfs met een drumstok. Tijd over! Een toegift? Jazeker: nog één nieuwe track vol feedback en zelfs wat subtiele psychedelische herrie, Een meer dan geslaagd eerste optreden in Nederland. (RZ)

Wil jij jouw indierock met een vleugje 'twang'? Dan moet je bij Het Bos zijn waar Ratboys geluiden produceert die doen denken aan de meer countryachtige songs van een Pavement zoals 'Range Life' of The Breeders' 'Drivin' On 9'. Op meerdere momenten zou je bijna verwachten dat een banjo tevoorschijn wordt getoverd, al is het maar om frontvrouw Julia Steiner uit te lokken iets meer power in haar stem te leggen. Het is een band van de lange adem, niet alleen omdat ze zestien jaar en zes albums verder zijn, maar ook omdat de echte kracht van Ratboys pas tegen het eind zich laat zien door met name uit een-na-laatste langspeelplaat The Window te putten.

Hernieuwd startschot 'It's Alive' heeft een fuzzy slotstuk op album, maar krijgt nog net even wat meer pep en ook Steiner gooit de strot wijder open. Het gelijknamige albumnummer wordt gepromoveerd van lied-dat-je-op-de-provinciale-weg-kan-draaien naar de snelweg en denk je bij afsluiter 'Black Earth, WI' dat het viertal weer teruggrijpt naar de sound van eerder op de avond, dan krijg je maar voor de helft je gelijk. Want iets later laat leadgitarist Dave Sagan – die al de hele avond solide speelt – pas écht zien wat hij in huis heeft. In een solo van zeker vier minuten schakelt hij moeiteloos tussen a-harmonische toonladders en noise uit zijn pedaaltjes, om vervolgens weer soepel gas terug te nemen wanneer Steiner nog een zangstukje meepakt. Een overrompelend slot voor een wat onevenwichtige set, misschien ergens in een zaaltje kijken waar een langere speeltijd wat meer mogelijk maakt voor deze Chicagoanen? (BvD)

Heeft iemand ooit een crowd zien moshen op de melodieën van een dwarsfluit? Vandaag gebeurt het bij GANS uit Birmingham! Voor deze tour heeft het post-punkduo, bestaande uit studievrienden Euan Woodman en Thomas Rhodes, het kersverse derde livebandlid Tommy Lawther meegenomen. Hij voorziet de mix van post-punk en alternatieve rock van melodisch saxofoon- en fluitspel, en neemt daarnaast de synths voor zijn rekening.

Vanaf moment één ontstaat er een grote moshpit in het bomvolle Veld. Die houdt de hele set stand, terwijl er hier en daar een crowdsurfer over het publiek gaat. Niet gek dus dat deze band al in het voorprogramma stond van grote namen als Pixies en The Vaccines. Aan het einde van de set, tijdens het nummer ‘This Product’, verandert Het Veld in een heuse ravekelder wanneer de technoinvloeden de overhand nemen. De moshpit maakt plaats voor handjes in de lucht. Dat op het einde drummer en zanger Euan ook nog zijn moment pakt om te crowdsurfen en tegelijkertijd zijn lyrics te spitten maakt het helemaal af. Wat een feest. (MvdW)

Ty Segall is als headliner op de Misty Fields-vrijdag een kind in een speelgoedwinkel met de creditcard van zijn ouders: kan niet kiezen. En dat is maar goed ook, want waar anders word je vanaf de start van een show getrakteerd op rock in al zijn fijne vormen en dan ook nog meesterlijk gebracht? De 39-jarige Amerikaan kan zich in zijn eentje qua album-output meten met King Gizzard & The Lizard Wizard, ook al van die fijne besluiteloze mannen (en niet toevallig veel shirts in De Mist van zijn te ontwaren).

Superieure Ty Segall schotelt Misty Fields perfecte rock-smörgåsbord voor
Psych, garage, heavy, stoner: you name it, Ty heeft het
Geen tijd om bij te komen: door naar Het Veld voor de afsluiter van de avond. Zanger Luke O’Connor komt met ontbloot bovenlijf het podium op en Chalk trapt af met ‘Tongue’. Het mag meteen duidelijk zijn: Chalk komt om te rammen. En dat doen ze ook. Met stroperige, dikke gitaren, dreunende kicks en een flinke bak elektronica. Alleen… waar blijft die klap? Te vaak zit je te wachten op een sicke beatdrop of een harde scream, maar sommige nummers barsten überhaupt niet open. Zeker wanneer Chalk afslaat richting donkere, weemoedige synthwave met absurd veel autotune en drum-’n-bassachtige beats met postpunkvocalen, voelt het soms alsof de band zelf ook niet helemaal weet waar-ie heen wil: "hoi, wij zijn Chalk en we zijn een industrialpostpunksynthwaverockgrunge-band!"

Wanneer O’Connor naast gitarist en knopjesman Gabriel Paschal zijn eigen gitaar erbij pakt, krijgen we een wat saaie rechttoe-rechtaan rocker. Daar gaat het publiek ook duidelijk beter op. Gelukkig komt in het laatste kwartier alsnog alles samen en blijkt Chalk toch ook wel wat sterke songs in huis te hebben. Noisy uitbarstingen, vervormde vocalen en screams zorgen eindelijk voor die moshpit waar we al bijna uur op zaten te wachten, en op afsluiter ‘Get Fucked’ (co-produced door trance/hardhouse dj KETTAMA!) bewijzen definitief ze dat hun industriële dancepunksound best cool kan zijn. (RZ)












