Creeper brengt haar grootse gothrocktheater naar Dynamo
Met theatrale uithalen, zware riffs en meebrulbare refreinen knallen ze iedereen omver
Creeper, een band met vele verhalen achter hun albums, tourt samen met THE HOWLING door Europa met de ‘Portrait of a Vampire’ tour. Donderdag 14 mei deed de band Dynamo aan, in een reeks met shows die het bestaan van hun inmiddels niet-meer-zo-nieuwe albums viert: Sanguivore I en II.
Nog voor THE HOWLING ook maar te zien is op het podium, klinkt What Difference Does It Make? van The Smiths door de zaal. Een opvallende keuze die de fans zichtbaar overvalt, maar wel aanslaat. Al na het eerste refrein staat The Howling op het podium met Little Promises, een punkrocknummer waar zowel de band als het publiek goed in meegaan.
Frontman Blacky probeert het publiek voortdurend mee te krijgen, met kreten zoals ‘Eindhoven, are you ready to swing?!’ Toch blijft het publiek na het eerste nummer opvallend tam, misschien omdat het geluid nét wat te hard staat afgesteld. Riffs en drums komen krachtig binnen, maar drukken details soms weg. Dit haalt gelukkig niet de ruwe punksfeer weg die de band naar Eindhoven heeft gebracht, want ondanks het rustige Dynamo-publiek maakt de band er alsnog een feestje van op het podium.
Na Unholy, een nummer wat zij eren aan hoofdact Creeper, keert de sfeer zich volledig om en covert THE HOWLING live het nummer Gimme! Gimme! Gimme! van ABBA. Wat normaal een feestelijk euro-disco nummer is, wordt nu uitgevoerd als een emorock nummer. Het publiek is verrast, maar slaat geen kans over om mee te springen. Na dit nummer wordt de verjaardag van drummer Jack Wayne gevierd, met een flink versierde verjaardagstaart met kaarsen en een luidkeels Happy Birthday.
Na het verjaardagsmoment is het tijd voor Creeper. De band zorgt er vanaf het eerste moment al voor dat alles veel groter, strakker en theatraler voelt. Een donkere voice-over zorgt ervoor dat het publiek wordt meegesleept in een muzikale wereld vol horrorpunk, gothic- en artrock. De bandleden dragen allemaal facepaint, behalve frontman William Von Ghould: hij verschijnt op het podium met een blinddoek die over 1 oog is gewikkeld.
De band gaat meteen van start met de eerste paar nummers van het nieuwe album, waaronder Mistress of Death, wat gelijk ook de titel is van het album waar de tour om draait. Na een paar nummers trekt Von Ghould zijn blinddoek af tijdens een donkere instrumental en barst het gejoel in de zaal los.
De lage, donkere vocalen van Von Ghould geven de nummers direct meer gewicht, terwijl de band achter hem als een goed geoliede gothrockmachine draait. De twee gitaristen Ian Miles en Sean Scott wisselen de gitaarsolo’s af, de bassist en drummer houden alles strak bij elkaar en toetsenist Hannah Greenwood blijkt minstens zo belangrijk voor de sfeer: niet alleen door de synths en pianostukken, maar ook omdat Von Ghould en zij afwisselen qua zang. Zo horen we het nummer Razorwire volledig solo gezongen door Greenwood.
Creeper begrijpt bovendien hoe je een publiek bespeelt. Von Ghould zoekt constant oogcontact, wijst mensen in het publiek aan terwijl hij teksten recht hun gezicht in zingt en commandeert zonder moeite een circlepit: ‘Open up the pit and run in a circle, this is a fast song!’ Eindelijk komt de zaal echt los. Headbangende rijen, een crowdsurfer die over de pit heen vliegt, luid zingende fans, het valt langzaam maar zeker op zijn plek.
Een relatief simpele drumsolo voelt tijdens deze show zelfs groots aan, mede doordat de rest van de band er theatrale stiltes omheen bouwt. Wanneer zanger Blacky van The Howling nog even het podium opkomt, voelt dat als een logisch sluitstuk van een tour die duidelijk draait om gemeenschap binnen deze scene. Dat wordt nog duidelijk gemaakt met een dankwoordje van Von Ghould, die hierin benadrukt hoe belangrijk muziek is binnen de alternatieve scene, en dat een safe space zoals deze niet gemist kan worden.
Opvallend genoeg lijkt Creeper vroeg af te sluiten: rond kwart over tien. De band verdwijnt toch wel een poosje van het podium terwijl het publiek “we want more!” blijft schreeuwen en langzaam ongeduldig wordt. Maar natuurlijk volgt er nog een toegift. Eerst instrumentaal, terwijl de zaal de zanglijnen al overneemt, daarna breekt alles opnieuw volledig open. Het laatste nummer Cry To Heaven is een sterke, prachtige afsluiter voor een knaller van een show.