Thrashlegendes, sterke shows en een falend systeem op South of Heaven
Anthrax en Megadeth redden festivaldag geteisterd door pinstoring
De eerste volledig uitverkochte festivaldag van South of Heaven is een feit. De gigantische thrashmetal-lineup is daar ongetwijfeld de belangrijkste reden voor. Megadeth, Anthrax en Sepultura behoren immers al sinds de jaren tachtig tot de absolute top binnen het genre. Vertrouwde namen dus, op een relatief nieuw festival. Met deze line-up, de goede weersvoorspelling én de introductie van een nieuw tentpodium (de Fons Stage) had South of Heaven alle ingrediënten in huis voor een perfecte festivaldag. Helaas werd de dag overschaduwd door een pinstoring, die zorgde voor extreem lange rijen bij de bar en gefrustreerde bezoekers met lege bekers. Desondanks hebben we volop kunnen genieten van de muziek.
We trappen de dag af met de Brabanders van Severe Torture. Vorig jaar kregen we met Legion of the Damned al death metal van eigen bodem voorgeschoteld op de zaterdagmiddag, maar dit jaar doet de organisatie er nog een schepje bovenop. Severe Torture is sneller, technischer, bruter, goorder en heavier. De retesnelle blastbeats van Damiën Kerpentier worden dit weekend waarschijnlijk niet meer geëvenaard. De gitaarsolo's raken soms ondergesneeuwd in de muur van geluid, maar dat is een bekend verschijnsel binnen technische death metal die letterlijk en figuurlijk alle kanten op vliegt. Wanneer de Frank-Mullenesque vocalist Dennis Schreurs aankondigt dat het volgende nummer ‘Endless Strain of Cadavers’ is, ontstaat er ironisch genoeg een endless strain of crowdsurfers boven het publiek. Met publieksfavoriet ‘Feces for Jesus’ bereikt het optreden zijn hoogtepunt. Severe Torture blijkt een van de sterkste acts van de dag en vormt de perfecte opwarmer voor wat nog komen gaat.
“We are Hellripper from Scotland”, klinkt het op precies dezelfde manier waarop Lemmy ooit “We are Motörhead from England” zou hebben aangekondigd. Vervolgens knalt de band direct ‘All Hail the Goat’ erin. Rondom frontman James McBain levert Hellripper een bombastische show af vol speedmetal die klinkt alsof Motörhead op negentig graden is gewassen. De Schotten combineren punk, thrashmetal en hardrock tot een eigen mix van black ’n roll. Hellripper is precies het soort band waarbij grunts ook door een breder publiek worden gewaardeerd. Het is keihard en compromisloos, maar dankzij dat rock-’n-rollsausje blijft het toegankelijk genoeg voor een groot publiek.
Daardoor valt het optreden ook uitstekend in de smaak bij de inmiddels goed gevulde festivalweide. Drummer Max Southall ziet eruit alsof hij daadwerkelijk uit de hel is geript en hoeft dankzij zijn energieke speelstijl voorlopig niet meer naar de sportschool. Zijn korte ‘Hammer Smashed Face’-intro voelt wat overbodig, maar als Cannibal Corpse-liefhebbers kunnen we dat onmogelijk onbenoemd laten. Hellripper blijft gas geven en in de laatste minuut springt McBain met gitaar en al het publiek in. Tijdens ‘Bastard of Hades’ speelt hij crowdsurfend verder. Voor showmanship krijgt deze frontman een dikke tien.
Na Hellripper nemen we een kijkje in de Fons Stage. Voor het eerst beschikt South of Heaven over een tweede podium. Het tentdoek doet een beetje denken aan een circustent, en dat circus speelt zich binnen direct af. Zodra Haywire de eerste noten inzet, beginnen acrobaten in de moshpit de stevigheid van de constructie te testen. De uitpuilende tent houdt gelukkig stand. Haywire vindt het wiel niet opnieuw uit, maar serveert breakdown na breakdown zoals goede hardcore bedoeld is. Een echte uitschieter ontbreekt, maar het optreden werkt uitstekend in deze setting. Hardcore hoort nu eenmaal thuis in een tent. Na Haywire betreedt Boneripper het podium. Ook zij volgen grotendeels dezelfde formule, maar zorgen er wel voor dat South of Heaven óók voor hardcoreliefhebbers een aantrekkelijk affiche heeft. Na alle geweld staat de Fons Stage nog altijd stevig overeind. Een compliment voor de tentenbouwers is dan ook op zijn plaats.
Inmiddels zijn er zowel letterlijke als figuurlijke donkere wolken boven South of Heaven verschenen. Niet alleen hangt er regen in de lucht, ook kampt het festival met een pinstoring. En dat op een cashless evenement. We horen iemand opmerken: “Niet alleen de metal is oud, ook de betaalsystemen.” Een andere passant blijft in Megadeth-jargon hangen: “The system has failed.” En het is niet de eerste keer. Vorig jaar stonden we eveneens meerdere kwartieren in meterslange rijen. Gelukkig hebben we dit jaar nog wat contant geld op zak, maar ideaal is het allerminst. Niena Bocken, een van de organisatoren, laat voorafgaand aan Dismember weten dat de storing naar verwachting binnen anderhalf uur verholpen zal zijn. In de tussentijd kan er contant worden betaald. Alleen: op een cashless festival rekent niemand erop contant geld nodig te hebben.
Gelukkig laat de brute death metal van Dismember ons de tegenvaller even vergeten. Net als de bands die later op de avond spelen, draait Dismember al sinds de jaren tachtig mee. De Zweden maken deel uit van de zogenaamde ‘Big Four of Swedish Death Metal’ (ja, dat is echt een ding) samen met Grave, Unleashed en Entombed. Toch valt er wel iets op te merken. De veteranen openen namelijk verrassend slordig, terwijl hun muziek juist om messcherpe precisie vraagt. Naarmate de show vordert, herpakken de Zweden zich steeds beter en begint ook het publiek los te komen. Nummers als ‘Soon to Be Dead’ en ‘Fleshless’ slaan goed aan. Halverwege wordt het optreden tijdens ‘Casket’ stilgelegd vanwege een zware blessure in de moshpit. Frontman Matti Kärki reageert terecht: “We just want to make sure everyone is okay.”
Daarna heeft de band enkele nummers nodig om de draad weer op te pakken. Dismember speelt onverstoorbaar verder, maar zonder veel interactie of extra showelementen. Daardoor blijft de sfeer wat vlak. Geen zon, geen bier, weinig plezier en ondertussen regen. Gelukkig staat Anthrax al klaar om daar verandering in te brengen.
Scott Ian, Charlie Benante, Joey Belladonna en Frank Bello: ze zijn er nog allemaal bij. Dat is opmerkelijk voor een band die door de jaren heen zoveel bezettingswisselingen heeft gekend. Door de jaren heen lijken de leden allemaal dezelfde conclusie te hebben getrokken: beter dan Anthrax wordt het waarschijnlijk niet meer. En dat laten ze vandaag horen. De New Yorkers spelen hoorbaar langzamer dan in hun gloriedagen. Het tempo van de klassieke platen uit de jaren tachtig wordt niet meer gehaald, maar de energie zit er nog altijd volledig in. Belladonna oogt minder soepel dan vroeger, maar geeft nog steeds alles wat hij heeft. En met succes, want de sfeer slaat volledig om.
De gevarieerde setlist helpt daarbij. Klassiekers als ‘Got the Time’, ‘Madhouse’ en ‘Caught in a Mosh’ worden afgewisseld met ‘Metal Thrashing Mad’ van het debuutalbum en het recentere ‘It’s for the Kids’ (dat zijn wij dus). Afsluiter ‘Antisocial’ en de traditionele war dance tijdens ‘Indians’ maken veel goed van alles wat eerder op de dag misging. Voldaan kijken we toe hoe de thrashmetalveteranen na een uur hard werken het podium verlaten met een volle portemonnee. Met het aangekondigde afscheid van Megadeth in het achterhoofd hopen we vooral dat Anthrax nog een mensenleven lang doorgaat.
Na Anthrax mag de volgende gigant het podium op. En nu wordt het interessant. Op zaterdag staat Sepultura geprogrammeerd, terwijl op zondag Cavalera een set speelt. Voor wie het verhaal niet kent: de broers Max en Igor Cavalera richtten Sepultura op, verlieten later de band en spelen tegenwoordig opnieuw het vroege Sepultura-materiaal. In de praktijk krijgen bezoekers dus twee dagen achter elkaar een flinke dosis Sepultura voorgeschoteld. Vandaag zien we Sepultura met gitarist Andreas Kisser, al decennialang het gezicht van de band. Morgen staan de oorspronkelijke oprichters op het podium.
Sepultura opent slim met ‘Inner Self’ van Beneath the Remains uit 1989. Daarna wisselt de band ouder werk af met nieuwer materiaal. De show bevat een uitgebreid percussie-intermezzo als extra element. En hoewel we normaal altijd gecharmeerd zijn van slagwerk, drummers en op dingen slaan, komt het in de show van Sepultura niet echt goed over. Links en rechts klinkt luidkeels “SPELEN!” vanuit het publiek. Uiteindelijk gaat de band verder, maar vervolgens verdwijnt de basgitaar grotendeels uit de mix. We vragen ons af of Sepultura beseft dat een groot deel van het publiek morgen ook nog Cavalera op het programma heeft staan. Waarschijnlijk niet, anders had de band rond Derrick Green misschien nog een tandje extra bijgezet.
Na een festivaldag vol pieken en dalen is het eindelijk tijd voor afsluiter Megadeth. De band rond legende Dave Mustaine heeft aangekondigd binnen afzienbare tijd te stoppen. Misschien vindt Mustaine het inmiddels wel mooi geweest. De bezetting wisselt om de paar jaar en sinds het vertrek van David Ellefson (vanwege beschuldigingen van online seksueel grensoverschrijdend gedrag) staat Mustaine er meer dan ooit als het gezicht van de band voor. Hij overwon kanker, heeft een carrière van ruim veertig jaar achter zich en misschien lonkt het pensioen. Dat accepteren we. Juist daarom genieten we extra van wat zomaar een van de laatste keren Megadeth in Nederland kan zijn.
Nieuwe nummers als ‘Tipping Point’ worden afgewisseld met klassiekers als ‘Sweating Bullets’ en ‘Hangar 18’. Opvallend genoeg zet Mustaine regelmatig net iets te laat in met zingen. De teksten zijn in veertig jaar tenslotte niet ineens veranderd. Gelukkig beschikt hij over uitstekende ondersteuning. Taalgenoot Dirk Verbeuren drumt fenomenaal. Strak, zonder overbodige poespas, maar wel met precies de juiste fills op precies de juiste momenten. Ook bassist James LoMenzo speelt een foutloze show. Gitarist Teemu Mäntysaari heeft sinds 2023 de zware taak om het vertrek van Kiko Loureiro op te vangen. Petje af, want dat lukt hem bijzonder goed. Het gitaarwerk van Mustaine en Mäntysaari behoort zonder twijfel tot het beste dat we vandaag hebben gehoord.
Uiteraard sluit Megadeth af met het legendarische ‘Holy Wars… The Punishment Due’. Hoewel d’n Dave hoorbaar op zijn laatste reserves speelt (wat na bijna 45 jaar carrière volledig begrijpelijk is) zijn we vooral blij dat we hem nog één keer live hebben mogen zien. We zijn klaar voor morgen. Tip: neem cash mee!