Strakke band, matte show: Miles Kane krijgt 013 niet echt mee
Brits indierockicoon komt maar langzaam op gang
Het podium is bekleed in panterprint en baadt in een golf van paars licht, het vormt al voordat Miles Kane het podium betreedt een setting die de fans hadden kunnen verwachten. Helaas weet de Brit de verwachtingen niet waar te maken in de krappe zeventig minuten die hij op het extravagant aangeklede podium staat. Dat het optreden oorspronkelijk in de Main stond aangekondigd maar uiteindelijk naar de Next verhuist en daar niet uitverkoopt, blijkt een voorbode voor de rest van de avond. Er waren absoluut lichtpuntjes, maar die kregen een verder matte show niet rechtgetrokken.
Voordat Miles Kane zelf het podium opstapt wordt 013’s Next opgewarmd door de Enschedese altrockband Badminton. Het viertal, dat vorige maand hun tweede EP uitbracht, scheurt de zaal direct open met Rich Girl waarna frontman Luca de la Haye bezorgd vraagt of we onze oordoppen in hebben. Gelukkig wel, want het rauwe, fuzzy gitaarwerk van Badminton trilt zelfs de confetti van afgelopen weekend uit het plafond van de Next.
Halverwege last de band een korte pitstop in. “Tijd voor wat tuning jazz”, kondigt frontman De La Haye (met een zwaar Twents accent) aan, waarna de band een kleine minuut jazzy geïmproviseerd speelt terwijl ondertussen de instrumenten weer op stemming worden gebracht. Moet kunnen. Na een halfuur krijgt De La Haye dan ook eindelijk de gevraagde bevestiging: de zaal is warm! Badminton bewijst dat bezoekers wat vaker het toetje van hun avondeten moeten overslaan zodat ze het voorgerecht van een concert kunnen zien.
Een uitstekend warm gespeelde zaal is een cadeautje dat iemand met de statuur van Miles Kane uit moet kunnen pakken, zou je denken. Toch krijgt hij het publiek aanvankelijk nog niet echt mee. In de eerste dertig minuten is Kane geen schim van de artiest die we op zijn albums horen. Zijn stem klinkt vlak en hier en daar lijkt het wel alsof hij dit optreden ziet als een ‘moetje’. Tijdens Rearrange klinkt Miles Kane opvallend monotoon, ver verwijderd van hoe hij op plaat klinkt. Wanneer hij de zaal aanmoedigt om het refrein mee te zingen blijft het angstvallig stil.
Na een klein half uur is daar dan toch ineens de Miles Kane waar iedereen op hoopte. Tijdens Inhaler horen we weer de kwaliteit die de Brit overduidelijk in zich heeft. De gitaarriffs zijn de hele avond sterk en de band achter hem speelt zo strak dat hij alle ruimte krijgt om zich vocaal en als frontman te laten gelden. En nu is daar dan ook eindelijk zijn energieke stemgeluid waar we zo aan zijn gewend. In de zaal is het overduidelijk te merken: dit is waar iedereen op stond te wachten. Maar Kane weet het niet vol te houden. Binnen de kortste keren is het publiek alweer dermate afgeleid dat men gesprekken staat te voeren die niet misplaatst zouden zijn bij de koffieautomaat op werk. Zelfs al zijn zijn glimmende zilveren schoentjes nog zo mooi.
Het is het deze avond allemaal gewoon nét niet. Af en toe zien we een schim van de studio-Miles Kane, zoals tijdens Coup De Grace. Wanneer Don’t Forget Who You Are wordt ingezet laat de excentrieke Brit nog maar eens zien dat het wél kan. Helemaal wanneer die track in een extra lange versie wordt voorgeschoteld en ons uit een kort winterslaapje doet ontwaken. En terecht, want die ‘lalalala’ gaat nooit vervelen. Ook tijdens afsluiter Come Closer vallen de puzzelstukjes perfect op hun plek: Het ‘ohoooo, ahaaaa’ galmt enthousiast door de Next. Maar heel veel meer lijkt er toch niet meer in het vat te zitten bij Miles Kane, want na krap zeventig minuten worden we getrakteerd op een buiging en de aftocht… zonde.