Openingsweekend Shunter
De nieuwste club van Rotterdam-Zuid programmeert verrassend en breed
Na maanden van bouwen opent Shunter eindelijk haar deuren in Rotterdam-Zuid. Op het openingsweekend hebben we meteen in de gaten dat deze plek meer is dan een doorsnee nachtclub. In de oude treinreparatieloods vloeien liveacts en clubsfeer naadloos in elkaar over, terwijl buiten de treinen langsdenderen.
Live op vrijdag
Tijdens zo’n eerste avond verwacht je misschien dat het dak er meteen af gaat. De Rotterdamse clubcrowd borrelt van verwachting, maar de programmeurs van Shunter kiezen voor een andere weg. Deze avond draait vooral om liveoptredens: drie stuks tegenover twee dj-sets. Dub is de gemene deler; een sound die je veel terughoort in de scene momenteel. We wanen ons wormen die wobbly willen wiegen op de dansvloer. Toch verzamelt het gros van het publiek zich tijdens de dubby, bass-heavy openingsset van Lulà Luna in de tuin. Logisch ook: iedereen wil eerst alle hoekjes van het gebouw verkennen en voelen hoe de sfeer is op dit oude rangeerterrein. Hoe ruikt het hier? Welke treinen rijden er langs? Is de oproep tot het avondgebed vanuit de aangrenzende moskee straks hoorbaar? Binnen voert Lulà Luna het tempo langzaam op, en mondjesmaat wordt het terrein ook wat drukker.
Na de openingsset is het podium voor de Brits-Nederlandse artpop-artiest BEA1991. Gehuld in een doorzichtige regenjas met een lamp aan haar capuchon zingt ze, omringd door een vijftal lampen op statieven, het publiek toe. Ze wisselt tussen dromerig en poppy, en maakt slim gebruik van opgenomen achtergrondvocalen waar haar eigen stem zorgeloos overheen fladdert. In haar op elektronische muziek geënte nummers klinken flarden door van James Blake en Anna B Savage.
Bij opvolger Grove begint het al meer als een feestje te voelen. Ook hier weer dub, maar nu aangevuld met drum-’n-bass, UK garage, rap en vooral een stuk meer tempo dan we tot nu toe hebben gehoord. De artiest komt uit Bristol, de stad waar jungle voet aan wal zette voordat het Londen in zijn greep kreeg. Die invloed hoor je terug: snelle, springerige ritmes met strakke vocals, het is opgefokt en sexy tegelijk. Hoogtepunt: de UKG-single ‘Feed My Desire’. Heerlijke flows, precies net naast de beat, en dan ineens meer zang dan rap, terwijl de bas maar door blijft trommelen.
Mathilde Nobel is het absolute hoogtepunt van deze eerste avond. Prachtige, dromerige vocalen zweven over een hard bonzende technobeat. Het hele optreden voelt etherisch, niet in de laatste plaats door de cryptische beelden die over het scherm achter haar flitsen: runetekens, antieke amuletten, half-mystieke symbolen. Je snapt het. De club verandert even in een vrijplaats voor hedonisme en daarmee juist het fundament van beschaving, het ventiel dat de oude Grieken vonden in hun bacchanalen en wij Rotterdammers blijkbaar op een voormalig rangeerterrein. Met de twee uur durende set van de uit Beiroet afkomstige Sarah Saleh komt de vrijdag ten einde. Haar speelse techno met die lange, geduldige opbouw is heerlijk om in weg te zakken. Het echte hardgaan komt morgen wel.
Bouncy op zaterdag
De zaterdag voelt meteen anders. Waar vrijdag meer op performance leunde, zit de clubvibe er vandaag al vroeg goed in. Althans: in de programmering. Want het zonnetje dwingt het publiek toch om nog even te genieten van het buiten zijn. Bij de ingang ontmoeten we de drie oprichters – Sanne, Onno en Mark – zichtbaar blij, want de eerste avond was met meer dan 400 bezoekers definitief een succes. Ze nemen ons mee op verkenningstocht door het pand. Via de grote hal kun je eigenlijk twee kanten op: of je loopt via een helling meteen naar buiten, waar nu nog vooral veel grof zand ligt, of je glipt via blauwe plastic stroken door naar de Garage. Die dansvloer oogt alsof er hooguit 150 mensen in passen. De hitte stijgt er snel, en dat komt niet alleen door de bouncy techno van DIORA, die iedereen laat ontvlammen. Gelukkig kunnen we even ontsnappen aan de zwetende lichamen door de tuin in te stappen. Daar hangt een gemoedelijke sfeer, met verschillende plekken om neer te strijken. Misschien mogen daar in de toekomst nog wat meer zitplekken bij, maar het voelt al alsof de buitenruimte nog organisch gaat groeien. We spreken verschillende bezoekers die vandaag al vroeg de oversteek naar Shunter hebben gemaakt. Wat we vooral terughoren: nieuwsgierigheid naar deze nieuwe plek in Zuid die belooft verschillende communities bij elkaar te brengen.
Via een onafgemaakte betonnenhelling lopen we weer terug naar binnen, want Lenxi weet ons met haar pulserende beats naar de Hall te lokken. Die ruimte blijkt groter dan gedacht. Met twee bars dicht op elkaar loopt het logistiek ook verrassend soepel. En gelukkig zijn er genoeg lekkere cocktails (zij het uit blik) om de zomerse vibe ook binnen vast te houden. Achterin staat een flink 3D-geprint geluidssysteem, exact afgesteld op de ruimte. Het geluid is haarscherp, met diepe bassen die je lichaam tot in de kern laten trillen. Ook het lichtsysteem van Luuk van der Heijden is niet de minste: dunne strips hangen aan het plafond en flikkeren felwit of felrood op de beat. Soms zie je geen hand voor ogen, mede door de rook die in dikke pluimen uit de roosters opstijgt. Niet dat we dat erg vinden, integendeel.
Intussen heeft de Amsterdamse Mary Lake het stokje overgenomen. Oud-resident van SPIELRAUM en bekend van gigs op Lowlands, Draaimolen en Dekmantel. In haar set schuift alles naar harder, donkerder en directer, met kicks die meteen meer druk op de dansvloer zetten. We schuiven naar voren om in de grote zaal toch een beetje het gevoel van een overvolle club te krijgen.
Waar Mary Lake haar donkere technobeats pompt in de Hall, staat de rest in de Garage te bouncen op de Carribean techno van awhlkuhn. In de hete lucht tussen het zwetende publiek hangt dat onmiskenbare zomergevoel, waarvoor iedereen de dj na de set bedankt.
Na wat flinke passen op de dansvloer, grasduinen we verder. Het valt op hoeveel spannende gangetjes, deuren en tussenruimtes deze plek heeft. Een trap af, een gangetje door: je kunt hier moeiteloos een ommetje maken rond de wc-ruimte en daarna ineens weer in de Garage staan, of beneden bij de ingang uitkomen. Buiten zijn er zelfs off-road shortcuts van de zaal naar de tuin. Een niet al te veilige optie loopt via een klein zandheuveltje, maar daar zien we onszelf al snel vanaf glijden. Hier en daar staan nog bouwmaterialen: een stellage, een kruiwagen. Niet per se storend, al wordt halverwege de avond een deel ervan als wegblokkade gebruikt door een grappende bezoeker.
We zijn net op tijd binnen voor de liveset van Azu Tiwaline. De Frans-Tunesische dj neemt de tijd en bouwt haar set traag en trefzeker op. We proberen de hele tijd te shazammen, zonder resultaat. Te obscuur, op de best mogelijke manier. Binnen vijf minuten raken we in trance, en daar blijven we een tijd in hangen. Soms voelt het wat unheimisch, maar dat past perfect bij deze ruimte met (nog tijdelijk) afgeplakte ramen en rode gloed. De overheerlijke geur van het Caribische eten dat Stichting H.E.L.D.E.R.H.E.I.D. voor ons heeft bereid, is uiteindelijk het enige dat ons uit die trance weet te trekken. Te laat zien we, want ook het hongerige buitenpubliek heeft zich in rap tempo rondom het to-go-raampje verzameld.
mi-el sluit de Garage af met galopperende ritmes onder pulserende bassmuziek en vanguard sounds. Na wat goedmoedig protest dat de dj uit Londen om 00:00 uur al klaar is, verplaatst het publiek zich toch naar de Hall, waar de set van Verity langzaam van donkere techno naar dansbare UK-jungle en breakbeat glijdt. Ze dartelt soepel over genregrenzen, van dansvloergericht tot experimenteel: een echte jack of all trades. En het perfecte slotakkoord van een avond die geen moment stilvalt.
Dubby op zondag
Ook op zondag schat de organisatie weer goed in waar mensen hun bed voor uitkomen. Hervé wacht geduldig tot de eerste mensen de ruimte binnendruppelen. Zodra dat aantal de moeite waard is, bouwt hij zijn set rond de absurd diepe bassen die het geluidssysteem mogelijk maakt. Het resultaat doet denken aan de zwoelere instincten van Moodymann en de dubby deephouse van St Germain, zonder nadrukkelijk in loungekitsch te vervallen. De hypnotiserende kwaliteit van de platen lijkt gemaakt voor dit soort speakers, en andersom.
Nog altijd worden de laatste details gefinetuned om het geluid nóg beter tot zijn recht te laten komen. Een heel weekend doordreunen heeft de laatste losse schroefjes aan het licht gebracht en duidelijk gemaakt waar de puntjes nog op de i moeten. Zo ook in de Garage, waar Nessim de soundtrack verzorgt voor moeie benen die languit in de tuin worden gestrekt. Wanneer ugne&maria vroeg op de avond hun set live opbouwen met een arsenaal aan al dan niet modulaire synthesizers en een viool, stromen de mensen alsnog toe. Het duo wordt bewonderend op de vingers gekeken. Een enkeling zoekt het met hout beklede nisje achter de booth op, om zich even in een soort baarmoeder van bassen te wanen.
Ondertussen is de grote Hall overgenomen door Nono Gigsta, die een gevarieerde set optuigt die opnieuw de mogelijkheden van het soundsysteem verkent. Op bepaalde momenten is de bas zo nadrukkelijk aanwezig dat er van de rest van een track weinig overblijft en de grond letterlijk onder je voeten trilt. De obscure plaatkeuze vergroot de desoriëntatie; naar houvast zoeken is zinloos. Des te bevrijdender zijn de opklaringen waarbij je plots blijkt te dansen op een strakke batida- of kuduroachtige beat. Genieten geblazen, uiteraard, wanneer er in de kratten naar dubverwante genres wordt gegraven.
Wie nog puf over heeft, zal ongetwijfeld worden beloond bij Vlada en Rosa, maar zelfs de overheerlijke saotosoep krijgt onze benen op deze laatste middag niet meer in beweging.
Na drie dagen rondzwerven, luisteren en bijkomen kunnen we er eigenlijk niet meer omheen: Shunter is geen doorsnee club. En dat is goed nieuws. Deze plek, van de mensen achter Poing, Dohm en De School, programmeert breed en nieuwsgierig, en geeft muziek én performance de ruimte om te groeien en te verrassen. Het publiek wordt hier niet met de paplepel gevoerd, maar uitgedaagd door wat het nog niet kent.