RADION opent dit weekend de nieuwe club voor het allerlaatste jaar: “We gooien olie op het vuur”
Een verbouwd pand, extra budget voor eigen nachten en de club die mensen grootmaakten keren terug

Twaalf jaar lang is RADION een plek geweest waar je niet alleen komt om te dansen, maar ook om te verdwalen. In de gangen, op de trappen, tussen de verschillende zalen en vooral in een Amsterdamse clubscene die er mede dankzij de Club aan de Louwesweg 1 heel anders uit is gaan zien. Een club waar ooit lokale DJ’s als Lobster en Beste Hira internationaal groeien en destijds lokale collectieven als PAX-ROMANA en Frenzy het vertrouwen krijgen om bijvoorbeeld hun eerste échte clubnacht ooit tijdens een zeer gedurfd ADE-tijdslot hebben gekregen. Nu het tijdelijke contract afloopt, zet RADION juist een verbouwing in een niet als cosmetische eindspurt, maar om nog een keer het gebouw tot zijn recht te laten komen.
(Fotomateriaal: Fien Bulsing)

Wie RADION binnenloopt, stapt niet zomaar een club in. Het voormalige ACTA-pand aan de Louwesweg is een doolhof van betonnen gangen, hoge trappen, onverwachte deuren en ruimtes die zich pas na verloop van tijd prijsgeven. Zelfs medewerkers ontdekken soms pas jaren later hoe de plattegrond werkelijk in elkaar zat. ,,Na twee jaar werken kwam ik erachter dat de Bovenkamer precies boven de main zit. Dat is gewoon insane”, zegt hoofdboeker Ici Temssamani.
Juist die verwarring, die zoektocht, is volgens general manager Wouter Stock een essentieel onderdeel van de RADION-ervaring. ,,Toen we hier open gingen was het pand helemaal kaal. Het architectenbureau zei: ken je Escher? Dat gevoel willen we maken. Dat je een trap op loopt en denkt: wacht even, ben ik hier nou al geweest of niet?” De nieuwe indeling brengt dat gevoel bewust terug, plus er komt een vernieuwde café space waar ruimte is voor een meer houseprogrammering.
De oude lockerruimte heeft plaatstgemaakt voor een chill adrea. Vanaf 5 september treed je via de begane grond de club binnen, langs de oude (buiten) rokersruimte en via het kleine binnentuintje (ja, die is er!) via de oude clubzaal/bar beneden. Geen lineaire clubavond met de keuze voor de main of de trappenzaal, maar een plek waar een nacht zich langs meerdere routes ontvouwt.
Geen afscheid in mineur
Dat RADION juist nu verbouwt, is op zijn zachtst gezegd opvallend. De club heeft een tijdelijk huurcontract en wist vanaf het begin dat er een einddatum aan de locatie zat. De overeenkomst liep oorspronkelijk tot januari 2025 en werd daarna een keer verlengd. Een grote investering terugverdienen in een pand dat mogelijk over anderhalf jaar weer moet worden verlaten, is geen vanzelfsprekend bedrijfsplan.
“We gooien wel even wat olie op het vuur”
Toch is stil blijven staan geen optie. ,,We zijn hier in het pand constant bezig met dingen toe te voegen voor de community. Na zes jaar met dezelfde opstelling was het tijd voor iets nieuws”, zegt Wouter Stock. Financieel is het geen veilige keuze: ,,Je gaat het natuurlijk niet lekker terugverdienen in anderhalf jaar. Maar je wil wel op een manier eindigen waarvan je denkt: dit is een mooie afronding van het verhaal”, gaat hij verder.
Daarom wordt het laatste jaar geen beheerste afbouw, maar eerder een extended versie van RADION. Extra budget is vrijgemaakt voor eigen producties, terwijl vaste organisaties de ruimte krijgen om mee te schrijven aan het slothoofdstuk. De verwachting is dat de laatste maanden worden ingevuld met gezamenlijke weekenderformats en samenwerkingen met de collectieven die in de club zijn gegroeid, en dat zijn er nogal wat! De club sluit dus niet met een terugblikfeestje en een paar obligate classics, maar met de ambitie om het programma, de ervaring voor bezoekers/bezoekerservaring en de mogelijkheden van het pand nog één keer op te rekken. ,,We gooien olie op het vuur,” vat Wouter het samen.
Een club als kweekvijver
RADION is groot geworden als technoclub, maar reduceert zichzelf liever niet tot één genre. De zaterdag is doorgaans de avond waarop de zware techno de boventoon voert; op vrijdag is er meer ruimte voor experiment, livesets, house en andere subculturen. Die verdeling heeft te maken met herkenbaarheid, maar ook met de schaal van Amsterdam. Een club die iedere week exact dezelfde sound en dezelfde bezoekers probeert te bedienen, houdt dat volgens het team in deze stad niet lang vol.
,,Techno is breed. Maar het allerbelangrijkste is: welke sound wil je hier doen? Dat het kwalitatief hoog is” zegt Ici. In een gebouw met meerdere zalen hoort volgens hem ook niet overal dezelfde muziek: de industriële architectuur trekt de club vanzelf richting techno, maar de vernieuwde caféruimte moet nadrukkelijk ook een plek worden voor house: een zachtere binnenkomst, een andere energie en ruimte om op adem te komen voordat je in de harde zaal terechtkomt.
Die muzikale openheid is nooit vrijblijvend geweest. RADION programmeert ongeveer de helft van de avonden zelf en werkt voor de rest met externe partners: ,,Maar ze zijn absoluut geen verhuurlocatie! Er zit heftige curatie op. We werken alleen samen met partners die goed in ons programma en onze visie passen”, zegt Wouter.
Lokaal groeit naar en blíjft internationaal bij RADION
“Het gaat niet om het debuut, maar om de tweede en derde keer,”
Die visie is lokaal geworteld. Internationale namen hebben er op gestaan en staan nog steeds op de affiches, maar zelden zonder Amsterdamse dj’s en collectieven eromheen. Het gaat niet alleen om iemand een openingsslot gunnen, maar om een artiest meerdere kansen geven: een vervolgplek, een betere speeltijd, een terugkeer op een volgende line-up. ,,Het gaat niet om het debuut, maar om de tweede en derde keer”, zegt ” zegt Ici.
Dat beleid heeft zichtbaar sporen getrokken. Namen als Lobster, AMORAL, Beste Hira, Flits, Isaiah en SHE/HER krijgen in die periode binnen en rond RADION ruimte om zich te ontwikkelen. Ook collectieven en organisaties vinden er een eerste serieus podium, soms nadat ze nog vanuit raves, loodsen of tijdelijke plekken opereren. Kraft und Licht krijgt tijdens een vroege Aura-editie een kleine zaal; PAX belandt na een rave op de radar en krijgt tijdens ADE een kans in de tweede ruimte. Later groeien zij uit tot vaste waarden binnen de stad en daarbuiten.
,,Dat is voor ons aan het einde van het verhaal misschien wel het grootste succes”, zegt Wouter. Niet alleen individuele dj’s, maar een infrastructuur van makers, promoters en publiek hebben de kans gekregen om mee te groeien.
LNR: Local Night RADION
Die clubkleur wordt tijdens ADE misschien het duidelijkst zichtbaar bij LNR: een event dat ontstaat uit de coronaperiode en op een ADE-vrijdag uitverkocht raakt met uitsluitend lokale artiesten. In een week waarin internationale headliners traditioneel de aandacht opeisen, zet RADION een line-up neer met Amsterdamse namen als café ruimte, Flits, AMORAL, Lobster, Beste Hira en MARRØN Voor dedicated ADE-reizigers van buiten Amsterdam zijn zij niet ‘slechts locals’, maar een line-up die op dat moment nergens anders te zien zijn.
Dat sluit aan bij een bredere verschuiving die het team zelf heeft zien plaatsvinden. Ici herinnert zich hoe uitgaan in Berlijn lang als vanzelfsprekende internationale bestemming geldt; Amsterdam is in die periode hooguit de plek waar je voor een festival naartoe is gekomen. Nu ziet hij bezoekers uit Berlijn en andere steden juist voor clubnachten naar Amsterdam reizen. Niet omdat de stad een Berlijnse kopie wil zijn, maar omdat er een eigen scene en een eigen sound zijn ontstaan. ,,Je hoort altijd over Berlijnse techno. Maar we hebben ook echt een Amsterdamse techno, een Amsterdamse sound. Daar mogen we echt trots op zijn, op die ontwikkeling”, zegt Ici.
Meer dan beton en bass
De verbouwing gaat daarom niet alleen over een nieuwe route door het gebouw of een betere doorstroom. ,,Er komt nadrukkelijk meer plek voor het sociale deel van de nacht. De dansvloer is niet per se de ruimte waar het gesprek ontstaat. Zeker niet wanneer de muziek hard, donker en intens is zoals bij de club in Nieuw-West. Het echte sociale gebeurt eromheen”, zegt Wouter. De nieuwe chillruimte, de toegankelijkere tuin en verschillende hoekjes in het pand zijn bedoeld als tegenwicht voor de main: plekken waar je kunt landen, praten, mensen terugvinden of juist even kwijt kunt raken.
Dat laatste is bij RADION bijna een kwaliteit op zich. De club wil dat een telefoon in je zak verdwijnt en je avond niet langs een efficiënte plattegrond verloopt. Verdwaald raken, je vrienden kwijt zijn, op een onbekende verdieping uitkomen en een andere zaal binnenrollen: het is geen logistieke fout, maar de festivalachtige vrijheid waar het team bewust op inzet.
Die veelzijdigheid past bij de geschiedenis van de plek. RADION begint in die periode niet uitsluitend als nachtclub, maar als broedplaats met een caféfunctie, creatieve werkruimte en buurtgerichte ambities. Na corona wordt het café financieel onhoudbaar en kiest de organisatie voor een scherpere clubfocus. Maar het idee van RADION als plek waar meer gebeurt dan alleen een line-up afwerken, is gebleven. Het leeft voort in de manier waarop de club programmeert, medewerkers inzet en het pand opnieuw laat ontwerpen.
Het team is de club en mede verantwoordelijk voor de creatieve invulling van de verbouwing
Misschien wel de belangrijkste reden waarom RADION meer is geworden dan een industrieel gebouw met een stevig soundsystem, is het team: weinig omloop, één grote familie. Wouter, zelf al meer dan tien jaar betrokken bij de club, noemt een vaste kern van ongeveer acht mensen, met daaromheen een groep van zo’n tachtig medewerkers: barpersoneel, runners, deurmedewerkers, nachtmanagers en anderen die de club ieder weekend draaiend houden. Veel van hen zijn studenten of jonge creatieven, onder meer uit de omgeving van het naastgelegen studentenhuisvesting.
Dat is geen bijzaak. De creatieve verbouwing is grotendeels uitgevoerd met Amsterdamse makers, architecten en mensen die al bij RADION werken, er vaak komen of in de buurt wonen. De lichtinstallatie in de expo is bijvoorbeeld gemaakt door de lichttechnicus en de dag- en clubmanager Martine.
RADION positioneert zich daarbij niet als queerclub, maar als een open-minded club waar iedereen zich veilig moet kunnen voelen - queer, hetero of anderszins. Die openheid is in de loop der jaren steeds nadrukkelijker geworden, zowel in programmering als in personeel en leveranciers. Het team spreekt over diversiteit als iets dat op alle niveaus moet worden doorgevoerd: wie er draait, wie er werkt, wie er bouwt en uiteindelijk ook wie er op de vloer staat.
,,Vanuit de eigenaren niet primair wordt afgerekend op winstmaximalisatie. RADION moet financieel overeind blijven, maar de opdracht is nadrukkelijk ook om zo goed mogelijke programmering neer te zetten en zoveel mogelijk voor de stad te betekenen”, zegt Wouter. In een sector waar tijdelijke locaties, vergunningen, technische eisen en hoge investeringen elkaar voortdurend in de weg zitten, is dat uitzonderlijk.
“Als wij een nieuwe locatie vinden, gaan we door”
“Ik ga zo door, al is het een illegaal feestje.”
Of RADION na deze locatie verdergaat, is nog niet definitief. Het team wil door als er een nieuwe plek wordt gevonden, maar weet ook dat juist de vergunningen en geschikte locaties het moeilijkst zijn. Een tijdelijke club bouwen met dezelfde ambities: meerdere zalen, kwaliteit in geluid, ruimte voor personeel, publiek en programmering, is financieel een bijna onmogelijke puzzel.
De term stoppen gaat er toch écht niet in bij de team. Eerder een koppige overtuiging dat de knowhow, de mensen en de behoefte aan zo’n plek niet zomaar verdwijnen wanneer een huurcontract afloopt. ,,Als wij een nieuwe locatie vinden, gaan we door,” zegt Wouter. En Ici zegt het nog stelliger: ,,Ik ga zo door, al is het een illegaal feestje.”
Voorlopig ligt de focus op wat er nog wél is: een gerenoveerd doolhof, een team dat de club als tweede thuis ziet, een generatie lokale artiesten die inmiddels zelf de wereld rondreist, en een laatste jaar waarin RADION niet kleiner, maar juist groter wil eindigen. Want een club als RADION laat zich uiteindelijk niet samenvatten in beton, techno of een sluitingsdatumradio. De nalatenschap zit in wat er vanuit die donkere zalen naar buiten is gegroeid: dj’s, collectieven, vriendschappen, nachten die te lang duurden en een Amsterdamse scene die zichzelf serieuzer is gaan nemen.







