Popronde Tilburg tovert binnenstad om tot muzikale proeverij
Moeilijk kiezen tussen alle kleuren, geuren en smaken

Moshen in de bibliotheek, dansen in de achtertuin van een kledingzaak; alleen al met een beschrijving als deze, weet je het stiekem al: circus Popronde is weer geland in Tilburg. Nieuwe locaties en weer een keur aan bands die we hopelijk snel weer op de Nederlandse én internationale festivalvelden gaan zien. De redactie van 3voor12/Tilburg deed weer haar stinkende best om zoveel mogelijk shows te zien en kwam terug met het volgende verslag.
De Zweefclub speelt in de bibliotheek en lijkt daar eerst precies op zijn plek met rustige melodieën en de warme klanken van de altviool. De zevenkoppige Utrechtse band combineert die lieflijke sound met opvallende teksten, van ‘homo sapiens met ritalin’ tot frikandellen en bamischijven. De teksten voelen soms alsof ze rechtstreeks uit een droomboek zijn gekropen. Toch voelt het in de wereld van het OOR-talent De Zweefclub met hun knutselpunk verrassend logisch. De bandleden stralen een warme, gemoedelijke sfeer uit en hun plezier in het samenspelen werkt aanstekelijk op het publiek. Naar het einde toe zwelt de muziek aan en begint zelfs het podium mee te trillen. Wie dacht rustig een boek te kunnen lezen, komt uiteindelijk bedrogen uit. (ShB)

In de achtertuin van kledingwinkel Stuen zorgt Calis Nyarko meteen voor een intieme sfeer. De West-Afrikaanse muzikant begon ooit als dj en combineert nu gospel met house. Zijn boodschap is duidelijk: het christelijk geloof verspreiden, maar dan zonder het alleen maar over regels te hebben. In plaats daarvan laat Nyarko zijn geloof meekomen op de beat, met warme grooves, rustige melodieën en elektronische klanken. Ook zijn debuutsingle ‘I Surrender’ komt voorbij. Voor het laatste nummer komt de saxofoon tevoorschijn. Nyarko kondigt een dansbare afsluiter aan, maar de achtertuin ontploft niet ineens. De groove blijft ingetogen en zo blijft de huiskamersfeer tot het laatste akkoord overeind. (ShB)


Tussen de kledingrekken van de Vintage Kilo Kilo vinden we de Rotterdamse artiest GIB. Binnen enkele minuten zet hij een rauwe, intieme setting neer waar donkere en persoonlijke liedjes moeiteloos worden afgewisseld met opzwepende en vrolijke beats. Tussen de vintage kledingitems neemt hij zijn publiek mee in persoonlijke verhalen, zoals zijn ervaring met een spoedopname door de ambulance tot een pijnlijke break-up. Toch blijft het optreden niet zwaar. GIB schakelt tussen emotionele verhalen en dansbare beats, zoals in ‘Papa’s Pinpas’ en ‘Was Dit Alles’. Deze muziek zorgt ervoor dat de Kilo Kilo werd omgetoverd tot dansvloer waar iedereen mee staat te springen. (QS)


In de NEXT-zaal van 013 is geen ruimte voor stilte op het podium. De Utrechters van Ontaard neemt het publiek mee in een mix van spoken word, metal en post-punk. De spoken word-passages komen goed over door de geëmotioneerde stem van zangeres Shira van der Wouden. Daarbij weet ze haar feministische teksten mooi en effectief over te brengen met haar dynamisch stemgebruik. Een enkel praatje laat het publiek even pauzeren van het denderende tempo van nummers. Elke overgang of gitaarwissel heeft een eigen ruis of soundscape. Wanneer de emoties in de teksten hoog lopen, gaat de muziek mee. Een overdonderende muur van wilde gitaarriffs, een luide en sterke basgitaar, blastbeats op standje honderd en de grunts die als pijnlijke schreeuwen penetreren je oren. (KP)


Voor Anna Joan voelt haar optreden in de Nachtzuster een beetje als thuiskomen, ze studeerde namelijk af als Master of Music bij Fontys en geeft aan dat daarom deze stop op haar overvolle Popronde-agenda net wat meer betekent. Joan is een vrouw van uitersten; zo is ze dreigend en sexy, maar ook enorm breekbaar. Halverwege de set daalt ze neer in het midden van de zaal, vraagt ze alle bezoekers ook te gaan zitten en speelt en zingt ze semi-akoestisch over comfortabel zijn met je lichaam en dragen wat je wilt. Een krachtig statement juist omdat ze zich zo breekbaar opstelt door zich bijna naakt te laten omringen door het publiek. Even later komt dan weer haar andere kant naar boven wanneer ze, als een extravagante paaldanseres, gesteund door industrial beats, het voormalige kloosterziekenhuis aan de Ringbaan Oost om te toveren tot een legendarische Berlijnse nachtclub. (AR)


Graaf Dracula en zijn kompanen zijn van Transsylvanië naar de bibliotheek in Tilburg afgereisd, compleet met creepy maskers, instrumenten en geluidsmakers (zoals een sirene!) die klinken alsof ze de apocalypse nog maar nét overleefd hebben. Dracula’s Beach Party noemt zichzelf ‘post-apocalyptische cumbia’ en ‘detuned reggaeton-surf’, en dat is eigenlijk nog een verrassend accurate omschrijving. Vanaf de eerste bijna upbeat mariachi-achtige tonen weet het viertal de zitters op de trap de dansvloer op te krijgen en even later ontstaat er zelfs een moshpitje. Alleen wil Dracula’s Beach Party soms wel héél veel tegelijk zijn, waardoor er van de toch best unieke en goed bedachte gimmick maar weinig overblijft. De nerveuze synths, vervormde vocalen, ontstemde trompet en gruizige productie stapelen zich op tot een geluid dat eerder overrompelt dan imponeert. (RZ)
Er was helaas geen fotograaf aanwezig bij de show van Dracula's Beach Party. Onderstaande foto is een archieffoto van het optreden bij Popronde Den Bosch.

De warme, gele lichten van de coffeeshop geven Kidd Nebula & The Voodoo-Funk Conspiracy precies de huiskamersfeer die de band nodig heeft. Tussen de planten, knuffeltjes aan de instrumenten en een paar muzikanten met zonnebrillen op voelt de show van begin af aan ontspannen en eigen. De synths klinken soepel en de band speelt strak op elkaar in. Dat blijkt ook uit het publiek: vrijwel iedereen knikt mee op de groove. Wanneer de joint, via twee chopsticks de hele band rond gaat, wordt duidelijk dat Kidd Nebula de locatie goed weet te benutten. “We don’t want your bad vibes when we’re mad high”, klinkt het toepasselijk. Muzikaal beweegt de band tussen indie en hiphop, waarbij vooral de rapperkant van de zanger overtuigt. Zijn energie is aanstekelijk, al zijn het uiteindelijk vooral de band, synths en ontspannen vibe die Kidd Nebula deze avond dragen. (SaB)


De zes muzikanten van Mahala reizen met hun muziek de hele wereld over. Hoe Kim’s Kroeg deze mix van Perzische, Roemeense en Nederlandse klanken in een hoekje heeft weten te proppen, blijft een raadsel. Zangeres Sanam Maroufkhani zingt eerst nog best bescheiden in een schemerhoekje van het podium. Dat verandert wanneer ze eenmaal achter de piano gaat zitten: ze komt in haar element via Perzische teksten en zingt onder andere over hoop en de onderdrukking van vrouwen in Iran. Helaas is niet altijd alles even goed te horen. Zowel de viool als zang willen soms overstemd worden door de drums en gitaren. Ondanks het soms rommelige geluid blijft de klankwereld van Mahala overeind. (KP)


Op Spotify staat nog geen noot, maar de Iers-Nederlandse postpunkers van KRAM wonnen vorig jaar al de Amsterdamse Popprijs, zijn getekend bij boekingskantoor MOJO en werden door 3voor12, OOR én Never Mind The Hype aangewezen als Popronde-talent (!). In 013 Next blijkt al snel waarom: opener ‘Mannakin’ trilt de zaal wakker met zware, stroperige bassen en knetterende drums, waarna ‘Why So Quiet’ met zijn ongewone maatsoorten en wanhopige vocalen alle kanten op schiet. Met ‘Mouse Trap’ trekt de band vervolgens de dancepunkkaart en later in de set horen we zelfs wat subtiele shoegaze-invloeden doorsijpelen. En zelfs wanneer ze ineens een behoorlijk rechttoe-rechtaan rocknummer uit de mouw schudden, klinkt het nog steeds onmiskenbaar als KRAM. Dat is misschien wel hun sterkste troef: je kunt ze vergelijken met een hoop Britse en Ierse postpunkbands, maar ze verliezen onderweg nergens hun eigen smoel. “We are lucky to play here, to be here, to have the freedom to go to a gig. I like you to realize to be grateful. Free Palestine!” aldus frontman Tristan Gilligan, waarna tegen het einde van de set komt nog een spoken word passage voorbij waarmee KRAM hun ‘Love Stands Forever’ boodschap nog eens in beton giet. (RZ)


Stoom013 doet zijn naam eer aan. In de oude-wagon-omgebouwd-tot-koffietentje is het Dordtse electropunkkwartet De Plaag verantwoordelijk voor een swingend feest, maar dan wel van een rauw en vulgair randje voorzien. Het staat zowel binnen als nog tot enkele meters buiten de wagon helemaal vol en krijg je van De Plaag als een opkomende koorts het steeds warmer. Dat voelen de bandleden zelf ook, want de kleren gaan al snel uit en met op vallende platen als 'Wat Je Niet Weet', 'Beter Dan Ik' en een ode aan Doe Maar met een eigen versie van 'De Bom' lijkt het bijna alsof Stoom013 ontspoort. Een moshpit in die mooie wagon? Dat krijgt De Plaag toch maar mooi voor elkaar. (QS)



Het past maar net op het podium, maar het is ook in de Cul de Sac binnen tien minuten stampensvol. De aanleiding: het Haagse girlhead dat bestaat uit drie mannen op drums, gitaar en basgitaar en een gitariste/zangeres die qua statuur wat klein is, maar de ruimte met gemak vult met haar stem. Het is zomerse, maar toch ook meeslepende shoegaze en dreampop die je het gevoel geeft alsof je ineens op een buitenfestival zoals Best Kept Secret staat. Maar vergis je niet: je aandacht blijft er wel bij dankzij de sterke melodieën en een band die strak op elkaar is ingespeeld. Visueel valt wel op dat ieder zo een eigen kledingstijl heeft gekozen en het daarom wat onsamenhangend oogt, maar dat is een minimaal minpuntje. De meegebrachte QR-code voor meer informatie wordt na afloop nog vaak gescand. (SaB)


Het moment dat de driekoppige band FEMI begint met spelen valt er een oase van rust en intimiteit over Het Elfde Gebod. In no-time luisteren mensen met volle aandacht, staand of juist lekker zittend, naar folky muziek met persoonlijke teksten over grootooms, vriendschap en groei. Met consistente en kalmerende basriffs en meeslepende drums, pakken en houden ze de aandacht van de aanwezigen. Zangeres Femi Niemeijer vertelt dat Popronde Tilburg extra speciaal is voor de band, aangezien hun nieuwe single 'milk song' om klokslag middernacht uitkomt. Natuurlijk mogen we die al hier beluisteren en als attribuut wordt zelfs een pak volle melk op het tapijt neergezet. Een ideale plek ook voor het uitstallen van de stickers, T-shirts en CD's van debuut-EP deadline achteraf, en het is wel duidelijk: FEMI heeft nieuwe fans gemaakt. (CE)


HOOFS is duidelijk niet voor watjes. Alles aan de show staat op standje 12. In De Nachtzuster, ver van de andere Popronde zalen, staan deze Amsterdamse noise en post-punkers de zaal te vullen met muren van herrie. Muzikaal valt er weinig op aan te merken: de band is strak op elkaar ingespeeld en de nummers voelen ook als een geheel. Toch weten ze niet te overtuigen. De show is één grote vertoning van alle clichés die punk te bieden heeft: de gitaristen bewegen alsof elke noot een eigen choreografie nodig heeft, bassist Ludwin Schouten draagt zijn basgitaar bijna tot aan zijn kin en zangeres Iram maakt van de zaal haar eigen speeltuin. Aan energie geen gebrek, maar juist door die constante energie zijn er weinig momenten die echt indruk maken. Kort gezegd komt de band over als een parodie op zichzelf, want na drie kwartier blijven vooral de overdreven bewegingen beklijven, terwijl de muziek alsmaar naar de achtergrond verdwijnt. (KP)


Terwijl in de naastgelegen kroeg terrasbezoekers de volle aandacht hebben voor het Nederlands elftal, bouwt Nebula laag op laag op laag om bezoekers van Ruis mee te nemen naar haar wereld waar alles mag en vooral niets moet. Met hulp van een Ableton-paneel, twee synths, en een gitaar, probeert de Haarlemse Ymke Zanbelt om iedereen in dezelfde trance te krijgen als waarin ze zichzelf bevindt. Helaas wordt dit regelmatig ruw verstoord door een deel van de aanwezige bezoekers die hard door het optreden heen blijft praten en lachen. Veel contact tussen publiek en band is er ook niet tot het voorlaatste nummer waarin Ymke spontaan het podium verlaat en meedanst. Ze sluit haar set af met haar debuutsingle ‘see-through’ en een uitgelaten schreeuw. (AR)


“Breng Mick Spek naar 101Barz!” luidt het spandoek dat op het podium van Café Bolle is opgehangen. En eerlijk: de Herman Brood Academie-alumnus zou daar niet zo gek tussen staan. Ontspannen en nonchalante raps worden afgewisseld met zang en de Katwijker geeft ons een kijkje in zijn leven en hoe graag hij het wil maken in de muziekindustrie. Dan moet je jezelf wel kunnen verkopen, en dat doet hij: in het café heeft hij een paar kleine eendjes verstopt die het publiek moet vinden. De winnaars krijgen zijn album Jongens van het Dorp van Spek. Van dat album komt vanavond ook veel voorbij en zoals de titel al doet vermoeden, gaat het veel over zijn geboorteplaats. Neem bijvoorbeeld 'Lied 58 Katwijkse Noordzee': een nummer waarvoor hij Zeemanskoor K.W.V. Skuytevaert uit Katwijk voor heeft ingehuurd. En tijd voor grappen heeft de rapper ook: zo heeft hij al vaker in Café Bolle opgetreden toen hij nog op de HBA zat. "Toen kreeg ik niet zo vaak applaus", zegt hij grappend. Een welverdiend en dik applaus op het einde voor hem. (QS)
Up next in de Next: een band die het presteert om iedereen vanaf de eerste aanslag van een gitaarsnaar weg te blazen. De band in kwestie: het Harderwijkse drietal Eyesores. Gewapend met harde en rauwe garagePunk (ja, de hoofdletter is nodig) krijgt 013 niet eens de kans om de kat uit de boom te kijken, de drummer springt al de zaal in, schreeuwt, klimt tegen de muren en zweept het publiek op om te gaan dansen, moshen en headbangen. Cirkelpits, ellenbogen en een massale pit waarin zweet, roos, lichaamsdelen en andere geurtjes vermengen tot een bal van adrenaline. Dat de band al op Zwarte Cross, Paaspop en in Paradiso heeft gespeeld, mag eigenlijk geen verrassing heten en is het bizar dat je deze band nu nog gratis met de Popronde kan zien. Dit is zonder twijfel een van de beste garagepunk bands van Nederland die ook nog eens een goede, frisse wind geeft aan het genre. (CE)


Een mislukte boekenclub, gitaren, drums en een synthesizer van drieduizend euro: veel meer heeft Wilson A. blijkbaar niet nodig om een behoorlijk eigen universum te bouwen. De slonzige mix van dancepunk, postpunk en garagerock verraadt een liefde voor de Londense Windmill-scene. Neem bijvoorbeeld die lekkere eigenzinnige synths in ‘Wilson’s At The Door’ en hun uitgeklede versie van LCD Soundsystems ‘Daft Punk Is Playing At My House’ die voortdurend op het randje van ontsporen balanceert (en Roi de Bruijn van Popronde-act The Robots Are Coming (in zijn Daft Punk-shirt!) het podium op wordt getrokken en meezingt). Wilson A. is sowieso meesterlijk in je voor de gek houden: ze gooien hoekige ritmes, funky gitaarlijntjes, meerstemmigheid en cynische teksten in de blender tot een mix die steeds lijkt te gaan ontploffen, om vervolgens toch weer terug te krabbelen. Dat het publiek pas vanaf de LCD-cover écht durft te dansen is ons een raadsel, hun eigen tracks zijn minstens even sterk, al dan niet sterker. (RZ)


Classic hardrock van een band die haar invloeden als patches op een spijkerjasje draagt: eigenlijk zouden we met 3voor12/Tilburg het ontzettend oubollig moeten vinden, maar het is bijna absurd hoe hard de Limburgers van F.I.X. een uitpuilende kuil in de Cul rocken. Ja, we konden al zien bij Schmetterfest dat deze revivalisten goed zijn, maar daar was nog geen reden voor frontman/zanger Jordy Wolfert om zijn smetteloze witte blouse direct na afloop in de kookwas te gooien. De Cul kolkt, drummer Glenn Kraal bepaalt hoe snel en welke kant we draaien door achteloos van tempo’s en maatsoorten te wisselen. Dat houdt de set spannend en geeft met name gitarist Peer Hartog en toetsenist Colin Braam een goede bodem om over te soleren. Een vleugje vlezige funk erdoor en opeens lijkt het alsof Rage Against The Machine uit de dood is herrezen, iets waar je de Culgangers niet blijer mee kan maken. Die worden aangespoord door Wolfert die al lang heeft gezien hoe makkelijk het is om van het podium naar de benedenbar te komen en tussen de taps de menigte toezingt. Als Hartog dan ook nog met een mondharmonica de kuil in duikt en een vlammende solo afgeeft, is het feest compleet. Die mislukte stagedive van Wolfert? Die doen we maar even af alsof ie nooit heeft plaatsgevonden. (BvD)


Vijftien gitaarpedalen liggen voor frontman Jasper Spits klaar om samen met de evenzovele pedalen van de andere leden van crashing het publiek in Hall of Fame een halfuur voor middernacht nog een keer flink wakker te schudden. Dat lukt meteen goed met opener ‘deadbeat (how long)’ dat een stuk pittiger is dan je verwacht van een shoegazeband: noiserock en grunge worden in de blender gegooid en de energie ligt hoog, heel hoog. Invaldrummer Bram draait daarbij overuren want eerder vandaag stond hij al als bassist op het podium van 013 Next met zijn andere band KRAM. Waar die band vooral uit het postpunkvaatje tapt, begeeft crashing zich meer in de shoegazehoek. Een strakke, galmende gitaarmuur met af en toe een oerschreeuw van bassiste Sanne. De band beperkt zich niet tot het typische shoegaze-geluid; zo hoorden we al in de opener, maar ook in nummers als ‘toolbox’ en ‘immolate’, invloeden uit noise en grunge, en het intro van ‘hollow point’ had niet misstaan op een album van Dinosaur Jr.. Die extra invloeden zorgen voor een energiek en overtuigend optreden. Dit is duidelijk een band die klaar is om de komende jaren uit te groeien tot een vaste waarde op de internationale podia. (AR)


De officiële afterparty van Popronde Tilburg? De Formule in Cul de Sac. En dat betekent dat met nog vijftien minuten te gaan de kuil al heel snel vult. Op het podium is van alles te zien waardoor de smacht naar het Amsterdamse viertal alleen nog maar stijgt: drums, een dikke synthesizer/drumcomputer/looper, Flying V-gitaar met Palestijnse vlag erop, kortom: dit kan wel eens heel vet worden. Als we een uur later het zweet van ons afvegen, kunnen we constateren van wel ja. Het is zestig minuten positieve chaos waarbij breakbeats en drum 'n bass de kuil in de fik zet. Frontman Philip ziet heel de Cul als zijn speeltuin, springt, klimt en hangt aan van alles, terwijl de rest van de band iedereen besmet met beats die voer zijn voor mensen die hard gaan op The Prodigy, Pendulum en Korn. Van die laatste wordt zelfs tot vreugd van velen een cover gespeeld van 'Blind'. Dat mensen na zo'n lange dag nog genoeg energie in de benen hebben om onophoudelijk te dansen op De Formule, dat had niet gekund als de band zelf niet die pure energie en extase kon overbrengen. (CE)

