Murf/Murw 2026: Onbegrensde experimenteerzucht resulteert in zeer sterke editie
Drie dagen lang genieten van alles dat wars is van 'het normale'

'Don't Be Evil': een platitude die Google ooit hanteerde en moraliteit zo plat slaat als een dubbeltje. Een loze kreet, maar ook een mooi startpunt als thema voor alweer de zevende editie van het bijzonder vrijzinnige festival Murf/Murw. Een programma dat zo veel meer biedt dan alleen muziek, verspreid over de hele week, maar met de nadruk op de vrijdag, zaterdag en zondag. Naast bekende locaties als Theater De Nieuwe Vorst (nét klaar van de ingrijpende verbouwing!) Little Devil en Hall of Fame, werden nieuwe gevonden in De Harmonie en Pauluskerk. En zo breed als de verschillende speelplekken, zo breed ook de muziek die afgelopen weekend was te beleven: van doedelzakkenhyperpop tot dronejazzrock en van coldwave tot aan Frieslandpop.
Vrijdag: Tussen meeuwpoppen, dronerock en EBM
Wat krijg je als een drummer de geschiedenis van zijn land van herkomst probeert te vertalen naar ritmes? In de Paradox presenteert Frank Rosaly (die we kennen van o.a. Mother Tongue en Meral Polat) een gelegenheidskwartet dat een dag eerder voor het eerst speelde in Bimhuis en speciaal voor de REFLEX-serie van het jazzhuis een stuk componeerde. Gitarist Jeff Parker moest helaas op het laatste moment afhaken en wordt vervangen door Raphael Vanoli, die zich bewonderenswaardig staande houdt in deze complexe composities. De stukken die we vanavond horen, zijn gebaseerd op Rosaly’s studie naar Puerto Ricaanse folklore, de koloniale geschiedenis, migratie en verzet. Rosaly's cymbals vormen vanaf het begin een nerveuze ondertoon. De gitaar van Vanoli schuurt langs de percussie van Rosaly, terwijl Rob Frye met warme fluittonen het soms onheilspellende landschap openbreekt. Ibelisse Guardia Ferragutti heeft zich omringd met een imposante opstelling: een Wurlitzer met daarbovenop een Prophet-6, en aan de andere kant de Steinway van Paradox met daarbovenop een Moog. De fluit maakt halverwege plaats voor tenorsax en de muziek lijkt langzaam uit de schaduw te kruipen. Wanneer Rosaly vertelt over Àyàngalú, de Yoruba-god en beschermgeest van drummers, en over Atabey, de Taíno-godin van onder meer vers water en vruchtbaarheid, krijgen de abstracte klanken een spirituele lading, die met de Puerto Ricaanse, indringende zang van Ferragutti het allermooist tot zijn recht komt. (RZ)


De term ‘liminal space’ wordt nog weleens te pas en te onpas gebruikt, maar Duo Volcano aan de Kattenrug voldoet volledig aan de eisen. Een leegstaand winkelpand dat van tijd tot tijd als popup-ruimte wordt gebruikt, en via de trappen achterin kom je in een kamer die los lijkt te staan van onze werkelijkheid. Tel daarbij op dat het geluid wordt geproduceerd door Sega Death: een man gekleed als middeleeuwse nar die muziek maakt die tussen twee dichtbije werelden zweeft: jaren 80 synthwave en iets waarvan je toch zeker weet dat het een soundtrack was voor FMV-games uit de jaren 90. IJzige melodieën krijgen op gezette momenten een drumritme eronder en met gesynthetiseerde koorklanken, voelt het soms bijna pastoraal aan. Dat de artiest een half uur voor eindtijd al klaar is, maakt de vervreemding compleet. Prima start van drie dagen totale weirdness. (BvD)


Naast de heftigste paddotrip ooit, serveert Pish'n'Chips ook nog eens cheeseburgers uit de magnetron in de Rode Salon van De Nieuwe Vorst. Een koortsachtige act die zo in het rijtje past van waar Murf/Murw om bekend staat. Het is dan ook afgeladen vol in de salon. In het midden: twee markante poppenspelers die kloten met een magnetron en als het welbekende piepje door het kamertje galt, vliegt er plotseling een meeuwpop over het publiek. Het startschot van een collectieve, lucide droom met vervolgens een Sesamstraatige janboel van zingende dieren, het ene nummer nog fouter dan de ander. Wat klein en eenvoudig begint, groeit uit tot een extravagante poppenshow, vergelijkbaar met de beruchte internetserie Don’t Hug Me I’m Scared. Na het ‘prachtige’ solostuk van de vrouwelijke gedaante op 'I’ve Never Been To Me' van Charlene, volgt de meest explosieve uitvoering van 'Total Eclipse Of The Heart'. Hiervoor komt een beer in een rolstoel de zaal in gerold, en moet het besturen van deze pop wel zo complex zijn dat Jim Henson vanuit de hemel goedkeurend zou knikken en over de hele show zou omdraaien in zijn graf. De beer kan naast zingen ook drummen, terwijl er lasers uit zijn ogen schieten. Dankzij de grote finale met de uithaal en de stroboscopen, voelen we collectief een gepaste trots op de mensheid. Want na miljarden jaren aan complexe evolutie, kunnen we nog steeds een stelletje halve garen zijn. (MS)




Hoeveel effecten kan je op je zang hebben? Bij Chest Press wordt dat snel duidelijk: ontzettend veel. In de Little Devil staat Sjoerd Nieuwkoop alleen op het podium en creëert hij een muur van geluid geïnspireerd door darkwave, ebm en synthpunk. De set gaat zonder pauze door en de vaart wordt geen minuut onderbroken. Toch is de set niet al te sterk: de nummers missen dynamiek waardoor je uiteindelijk de aandacht voor de muziek verliest. Ook eindigt de set vrij abrupt. Chest Press brengt energie naar de zaal, maar trekt de stekker er spontaan uit. (KP)


Dééfait, of op z’n goed Nederlands ‘Verliééés’, zet de drone centraal, links, rechts én achter. Het Frans-Mexicaanse collectief maakt indruk in een goed gevulde Paradox met trage, herhalende noiserock waarvoor meer dan twee akkoorden meestal al veel is. Met een gemiddelde lengte van ongeveer zes minuten per nummer, krijgen de liedjes geen kans om te vervelen, noch je uit de flow halen als je er nog maar net in zit. De overdonderende laagte is bovendien een mooi contrast tegenover de hoogte van Subsidiejunk-trompettist Thomas Koevoets (toerde eerder dit jaar samen met Dééfait) en het gekweel van frontman Ric Lara. Die maakt meer ritmische klanken dan noten in een niet-bestaande taal en gooit zijn eigen stem door allerlei effectkasten, waardoor het beloofde rituele aspect van deze show goed wordt onderstreept. Paradox geniet hardop, maar niet zo hard als Koevoets, die na een paar nummers al klaar is met zijn deel. Hij glijdt in al zijn enthousiasme onderuit, pakt daarbij nog iemand mee, maar het Murf/Murw-publiek is alert genoeg om de twee weer snel overeind te krijgen. Even schrikken, dan weer lachen. Is er een betere manier om M/M samen te vatten? (BvD)


“Waar de fuck zitten we naar te kijken?” is eigenlijk de beste beschrijving van het Finse trio Muovipussi ('plastic tas' in het Fins). De Finnen maken in de basis hiphop, maar dat combineren ze met punk, elektronica en een halve theatershow. Bij Muovipussi kan je geen seconde wegkijken of er gebeurt weer iets anders: met z’n tweeën op elkaar door de zaal lopen, opgevouwen een keyboard spelen, een microfoon die wordt binnengewerkt. Aan gekkigheid en verbazing is er genoeg en het werkt wonderbaarlijk ontzettend goed. De set is meer dan muziek, het is een hele show die je altijd weet te verbazen. Muovipussi is een band die snel overtuigt. Niet omdat het een muzikaal hoogstandje is, maar omdat ze van een show echt een show maken. Muovipussi is niet met woorden te beschrijven, je moet ze simpelweg gezien hebben om te begrijpen wat voor band het is. (KP)
Camy Huot hoeft niet uit te leggen dat ze van de nacht houdt, dat hoor je. Haar EBM meets synthpunk klinkt als het moment waarop de lichten in de club allang aan hadden moeten staan, maar nog niemand naar huis wil. Zware, flikkerende bassen, vocals met een hoop reverb en spacey synths dreunen door de Studiozaal van de Schouwburg tijdens ‘Floating in the Sink’, een nummer over een dode rat die symbool staat voor de duistere kant van de muziekscene. Veel van haar teksten gaan over de obstakels van de nacht, haar debuut-EP ontstond vanuit dat soort ervaringen: ongemakkelijke gesprekken, slechte beslissingen, verliefdheid en alles wat je pas de volgende ochtend probeert te verwerken.
Het sterkst is Huot wanneer ze boos is. Haar donkere, haast giftige vocalen passen beter bij de zware, repetitieve beats beats dan haar lieflijkere uitstapjes zoals op het meer ingetogen ‘Substance Délivrance’, dat gaat over middelenmisbruik en met het tragere tempo juist naar binnen trekt. Een vreemde afsluiter, maar dat was een leugen. Gelukkig sluit ze af met het bouncy ‘Mediocre’ dat ogenschijnlijk vrolijker klinkt dan waar het nummer overgaat: het afscheid nemen van een oude liefde. Een titel die bijna als een middelvinger voelt na een set die allesbehalve middelmatig is. De ironie is compleet wanneer ze haar merch aanprijst: “Buy my merch, cause I really want to buy some expensive equipment”, grapt ze. Iedereen wil Camy Huot zijn. Of in ieder geval even zo zelfverzekerd en stoer. (RZ)


Wat hebben Kawasaki, Mitsubishi, Balenciaga, Barbie en Lamborghini allemaal met elkaar gemeen? Een vraag die je niet zou kunnen beantwoorden, tenzij je bij N I T E F I S H bent geweest. Die gilt op de planken van de Studio in de Schouwburg over al die onderwerpen. Althans: dat denken we, want zijn vocalen verdrinken in een bad van reverb, de AI-beelden achter de Zweed op het scherm zeggen meer. De beats van de anonieme persoon achter de laptop: een stiekem best wel lekkere én dystopische mix van rave, hyperpop en breakcore. De vervreemding wordt alleen maar groter als een danser(es?) door het publiek en op het podium kronkelt, danst met het nachtvisje (en hem nog laat struikelen) en gaandeweg steeds meer kleren uittrekt. Het slotakkoord is N I T E F I S H die een winkelwagen erbij pakt en zich door de menigte alle kanten op laat sturen. Een aanklacht tegen consumentisme? Wie het weet mag het zeggen. (BvD)



Zaterdag: Verstilde Frieslandpop, decibelbarrières en doedelzakkenhyperpop
Wat een heerlijke timing: tegelijk met Murf/Murw vinden de Tilburgse Feesten plaats in de binnenstad. Dus als er een drumband op allebei de programma’s staat, kun je het socialmedia-team van laatstgenoemde moeilijk kwalijk nemen als ze een story posten wanneer Hallelujah Makkum door Stadhuisstraat trekt. Maar deze drumband is onderweg naar de Pauluskerk waar Arnold de Boer met Zea hen opwacht. Hij nam vorig jaar het album In Lichem Fol Beloften op met de drumband waar de Fries als zevenjarig jongetje zijn eerste muzikale stappen zette. Die opnames waren in een kerk, dus dat hij nu in de sobere Pauluskerk staat, stemt De Boer zeer tevreden. Starten doet hij met het titelnummer en even lijkt het gemis aan een dirigent een probleem te worden met roffels van de drumband die niet lekker uitkomen, maar dat is een valse start. Voor de rest neemt De Boer met Zea en de drumband je mee door het Makkumse land en kun je hier en daar zelfs een traantje wegpinken op de bloedmooie, verstilde luisterpop over onder andere dode vogeltjes, ouder worden en een traditioneel slaapliedje. Wat helpt is het ongelooflijk knappe spel van klarinettist Xavier Charles, cellist Harald Austbø en drumster Ineke Duivenvoorde die alle drie de meest bijzondere geluiden weten te produceren uit hun instrument. Als er bijvoorbeeld wordt gezongen over een vader die een vogeltje tegen een muur smijt, hoor je het gekerm dankzij Austbø die hoog in de snaren speelt. Bij ‘Ik Tel Dyn Bonken Op’ (ik tel je botten op) krijgen we zelfs een knap staaltje avant-pop met gestrijk tegen bekkens, geklepper op de klarinet en andere ondefinieerbare geluiden. Een schitterend optreden dat speelsheid, poëzie, streekcultuur en muzikaliteit verweeft tot een miraculeus mooi jasje. (BvD)



Als je de steile trappen van Duo Volcano hebt overleeft, kom je terecht in een bloedhete zaal waar je door artrockband Sergeant wordt verwelkomd met een blokfluitorkest. Na een paar minuten luisteren naar blokfluiten die net niet lekker bij elkaar klinken begint de muziek. De mix is niet al te best: de backing vocals zijn nauwelijks te horen, maar de vocalen van zanger Ferre Marnhef zijn juist heel goed te horen (misschien ook doordat hij de microfoon vrijwel in zijn mond stopt). Ook de gitaar is niet al te goed te horen en met een matige zang klinkt alles net iets te geforceerd en valt het allemaal slecht samen met de andere instrumenten. Dat Sergeant een artrockband is, is wel duidelijk. De titels van de nummers zijn zo lang (we noemen een 'Every Epoch Dreams the Next One, Even if it Becomes the Nightmare of the Other') dat de bandleden de plaat erbij moeten pakken. Bij het laatste nummer besluit Marnhef een hele theateract ervan te maken door flink hard te zwaaien met zijn microfoon, heen en weer te springen door de zaal en keihard te schreeuwen door de microfoon waardoor de rest van de band niet te horen is. (KP)


Wie van noiserock houdt, staat zaterdagavond in Little Devil voor 30.000 Monkies. Gelukkig niet zo veel apen, wel vier Vlamingen (uit Beringen om precies te zijn) die zichzelf een 'champagnemetalband' noemt en ja, voor de zware en luide riffs is er iets verrassends licht aan een band die alweer vijftien jaar bij elkaar is. Dat betekent dus ook veel materiaal om mee te schieten, vijfde album SUPER REBOUND kwam pas nog in september uit en daar put de band graag uit. Zanger Ruben Savelkoul maakt daarbij gebruik van twee verschillende microfoons die hun eigen sound geven aan het gegrunt. En die riffs van eerder? Komen voor een groot gedeelte van twee gitaristen, waarvan eentje zijn instrument met ducttape aan elkaar wordt gehouden. Hoe metal wil je het hebben? Het is zware heavymetal, maar wordt met een luchtigheid en plezier gebracht die heel Little Devil in de greep houdt. (CE)


Yoga in Little Devil? Jazeker. Voor HEBBEX D’EXPECTATIO EXPECTATA begint, krijgen we Unfolding van Nullshima Studio te zien: een absurde wellness-sessie uit het jaar 2070, waarbij een performer de bewegingen uit de film live volgt. Heel even verandert Little Devil in een futuristische yogastudio, het contrast met de band die we zo zien kan bijna niet groter, dit is Murf/Murw in volle glorie.


Wanneer de gordijnen van Little Devil opengaan, staat er geen klassieke bandopstelling klaar. Kjetil Brandsdal staat achter een draaitafel met eronder een wirwar aan pedalen, Thore Warland achter elektronische drums en Helge Thornes achter de microfoon. Samen maken ze een gruizige collage van zware, polyritmische beats, gemanipuleerde samples en boze, poëtische voordracht. Op papier precies het soort ongrijpbare undergroundmuziek dat voor Murf/Murw gemaakt lijkt. Live wil het trio echter maar moeizaam op gang komen. De gruizige beats en boze, galmende voordracht van Helge Thornes hebben iets intrigerends, maar de herhaling wordt gaandeweg eerder monotoon dan hypnotiserend. Een paar onbedoelde feedbackpiepjes helpen de spanningsboog ook niet. Hoewel de afzonderlijke ingrediënten best interessant zijn, valt de puzzel vanavond niet helemaal op zijn plek. (RZ)



Met een wit masker staat electropopartieste Front Page Leslie alleen op het podium in de Rode Salon van De Nieuwe Vorst. Er is weinig aan te merken op hoe goed ze haar nummers uitgevoerd en met korte nummers heeft de set een goede vaart, maar al snel slaat de verveling toe: de nummers lijken al heel snel erg op elkaar en dan wordt het saai. Leslie kan er weinig aan doen, maar het stoort ook hoe afleidend het licht is. Een stroboscoop gaat continu door, alsof je in een kapotte TL-balk aan het kijken bent. Na tien minuten heb je eigenlijk wel de hele set gezien, want niet allen de nummers lijken op elkaar, het ontbreekt ook wel aan front page energy. Een klein artikeltje ergens op pagina 20, meer dan dat wil Front Page Leslie nog niet worden. (KP)


Murf/Murw schuwt niet om naast opkomend talent meer ervaren rotten binnen te halen, en op deze zaterdagavond is er weinig anders dat zo lang al samen is dan de Franse progressieve rockers van Jack Dupon. Klinkt als een solo-artiest, maar het zijn drie mannen die al ruim twintig jaar muziek maken en spelen en dat hoor je: het is zeldzaam hoe je chaos zo strak en op elkaar ingespeeld weet te brengen. Het lijkt alle kanten op te springen met een zingende drummer (headset op), een zingende bassist en een gitarist die absurdistische en experimentele riffs tovert, en toch: alles landt weer goed op z'n pootjes. Het is duidelijk dat dit drietal erg goed heeft geluisterd naar Frank Zappa en Primus; het vakmanschap en de vrolijkheid spat ervan af. Op geen moment is te merken dat dit de laatste show is van een tour die op 24 september begon en bijna dagelijks wel een show had. (CE)


Alsof een jazztrio per ongeluk in een kapotte synthesizer is gevallen en dat instrument een portaal is naar een gore, met zweetluchtgevulde punkkelder. Alleen staat er helemaal geen synthesizer op het podium en zijn we niet in een gore zweetkelder, maar in jazzpodium Paradox. Het Spaans/Rotterdamse RUDA KRUA haalt al die vervormde klanken uit een basklarinet, saxofoon, drums en een flinke verzameling effectpedalen. De basklarinet van Bernat Boronat dreunt hypnotiserend door de zaal, de nerveuze sax klinkt soms als een overstuurde synth en daaronder jaagt drummer Branko Valchev zijn strakke breakbeats er messcherp doorheen. Vooral het moment dat de basklarinet samenvalt met de toms en de saxofonist er een intense spoken word-passage overheen legt, komt RUDA KRUA indringend binnen. De vloeibare visuals maken het hallucinante plaatje compleet. “Come have a chat with us at the merch table and leave your e-mail. We don’t believe in social media”, klinkt het na afloop. Hoeft ook niet: RUDA KRUA is een band die je vooral live moet zien. (RZ)
In de Rode Salon stap je in de wereld van Braziliaanse-in-Berlijn-woonachtige Kupalua. De multidisciplinaire artiest combineert haar trippy visuele kunst die geprojecteerd wordt op de muur achter haar met een live-mix van haar muziek dat gefocust is op machtsverhoudingen, post-kolonialisme, en institutionalisme. Door het combineren van de verschillende disciplines luister je niet alleen naar de clubmuziek die ze maakt, maar kijk je ook naar een performance, volledig gecureerd door haarzelf. Met haar 15-inch hakken klopt ze hard op de grond, waarmee ze keer op keer de aandacht krijgt van het publiek. Ondanks het feit dat ze maar dertig minuten op het podium staat, heeft ze het publiek volledig in de ban van haar creativiteit en de uiting daarvan. (KP)



'Minimaal honderdtien decibel', staat er in de Instagram-bio van Deen Isak Hansen, artiestennaam Iron Sight. Bij de ingang van Little Devil worden oordopjes uitgedeeld en de mededeling gedaan “Eenmaal in de zaal kan je niet naar buiten!”. Moeten we ons zorgen maken? In het begin nog niet: de set begint met een rustige soundscape waar Hansen overheen schreeuwt. Tijdens de set worden geen praatjes gemaakt en de show voelt ook als één nummer van vijfenveertig minuten. De muziek begint wel steeds extremer te worden; de kickdrum bonst door de zaal waardoor ook de decibelmeter op honderdtwintig staat. Tijdens de stillere momenten (van zo’n vijfennegentig decibel) weten kleine groepjes snel uit de zaal te ontsnappen. Zonde, want Iron Sight is een bijzondere ervaring met een gevarieerde set. De Deen is zeker niet geschikt voor iedere muziekliefhebber, maar als jij je muziek hard, extreem en donker wil, dan is Iron Sight een absolute aanrader. (KP)
“Trigger warning: this show is about sexual abuse, systemic abuse, racism, white capitalism.” Teardrinker maakt er in de Hall of Fame geen geheim van dat dit geen avondje vrijblijvende metal wordt. Voor opener ‘Body’ klinken nieuwsfragmenten over seksueel geweld en systemische onderdrukking, terwijl frontvrouw Kim Hoorweg, met een opgetekende snor en een shirt met ‘Believe Victims’, nerveus voor het podium heen en weer loopt. “Men, it’s your time to speak the fuck up”, klinkt het even later. De muziek is minstens zo compromisloos: een ongemakkelijke, maar verdomd effectieve fusie van black metal, post-hardcore en screamo. Zware riffs en onvoorspelbare, wisselende maatsoorten botsen tegen Hoorwegs furieuze scream; maar tussen alle agressie blijft ruimte voor melodie en kwetsbaarheid. Dat is precies wat de band onderscheidt van een zoveelste muur van herrie: deze muziek wil niet onder je huid kruipen, maar ook iets blootleggen.
Eerder dit jaar op Roadburn lieten de Rotterdammers al een diepe indruk achtermet het speciaal voor het festival gecomponeerdeI Hope This Hurts. Vandaag krijgen we een iets compacter voorproefje van het album dat op 13 november verschijnt. ‘Blessed is the Flame’, afsluiter van de set en eerste single van het album, verbindt de verschillende thema’s van de plaat: van lichamelijke autonomie en kolonialisme tot queerrechten en de manier waarop historische onderdrukking doorwerkt in het heden. Het is veel. Soms zelfs héél veel. Maar de boodschap is onlosmakelijk verbonden met de muziek, het voelt nergens als een pamflet met een metalband eronder. Teardrinker maakt van woede iets melodisch, iets groovends, maar bovenal: iets ontroerends. Alleen: waarom krijgen we hier maar 45 minuten van? Geef deze band een uur! (RZ)



De doedelzak is de koriander van de muziekinstrumenten. Als je er absoluut niets mee hebt, dan moet je ver weg blijven bij doedelzakspeler Enora Morice en zanger/knoppenbediener Jazz Lambaux, en anders ga je helemaal stuk in de foyer van Hall of Fame. De tegenstelling van een oud instrument tegenover stuiterende, moderne hyperpop zou eigenlijk niet moeten werken, maar de maximalistische aanpak die het genre vereist, is ergens juist ideaal voor de indringende klanken van het blaasinstrument. Morice is dan ook mooi de stoïcijnse blazer die niet van haar plek af komt, terwijl Lambaux alle hoeken op vliegt. Jazzdrums, een cover van MGMT’s ‘Kids’, zijn microfoon boven de pijpen van Morico houden; in een kleine drie kwartier gebeurt er bijzonder veel bij deze twee Fransozen en het werkt aanstekelijk. Gejoel na solo’s, een cirkelpit óm Lambaux heen (“Craziest moshpit in my entire life!”) en een smile op je gezicht die je tussen Teardrinker en Ha Kyoon wel even nodig hebt. (BvD)



In de concertzaal van Hall of Fame is het licht op standje ‘minimaal’ gezet en kijken we tegen de rug aan van een man die op een tafel de indruk wekt alsof hij een slachtoffer in stukjes aan het hakken is. Twee snaredrums tussen hem en het publiek en pas als we gehoor geven aan een opgenomen oproep om ons cameralicht aan te zetten, gaat Ha Kyoon van start. Twee jaar terug was de geboren Zuid-Koreaan (geadopteerd in Frankrijk) ook al hier met een noise-meets-hardcore-show, deze ronde meer van dat, maar ook met de drums die symbool staan voor de ezel van Buridan: een gedachte-experiment dat een uitgehongerde ezel tussen twee net zo aantrekkelijke bergen hooi niet kan kiezen. Ha Kyoon kan dat zeker wel en met zijn achtergrond in circus maakt hij er nogal een intense bedoening van. Met de nodige theatraliteit slaat hij met stokken op de snaredrums, die op hun beurt vervreemende geluiden triggeren. Ha Kyoon vult de ruimte met noise, harde beats en zichzelf; hij loopt en danst wat verontrustend heen en weer en geeft je een gevoel van ongemakkelijkheid die lekker schuurt. (BvD)


Zondag: Van accordeononderzoekers tot deconstructed trancejazz
Bijna tien minuten te laat begint Héloïse aan een optreden dat alle tijd lijkt te willen rekken. Repetitieve drums, een Casio-keyboardje, loopmachine en bijna kerkelijk gezang zetten in de Rode Salon van De Nieuwe Vorst een rituele sfeer neer. Haar muziek beweegt ergens tussen no wave, postpunk, experimentele pop en primitieve elektronica, waarbij de hypnotiserende percussie en soms bijna kinderlijk klinkende Casio-klanken een mooi contrast vormen met haar stem. Ze beschikt over een indrukwekkend bereik, van lage en bezwerende tonen tot hoge, lang aangehouden uithalen. Toch begint de minimale aanpak na een paar nummers te knagen, vooral omdat de loopmachine vooral functioneel wordt ingezet en de patronen weinig veranderen. Pas tegen het einde begrijpt ook de lichtman dat deze muziek meer nodig heeft: blauw, donker licht en af en toe een harde flits. Dan valt alles even samen en wordt duidelijk hoe bezwerend Héloïse zou kunnen zijn: minder strak vasthouden, meer laten ontsporen. (RZ)


Iets in De Harmonie kraakt, sist, buldert, zucht, gromt en vloekt. En het is niet eens het publiek dat het nogal warm heeft in de bomvolle, verduisterde zaal. Wat dan wel? Die prachtige, massieve Pigini-accordeon, bespeeld door de Brusselse muzikante Suzan Peeters. Als een volleerde wetenschapper, onderzoekt zij wat er allemaal mogelijk is met het klassieke instrument. Zo triggert Peeters samples ermee (luister met je ogen dicht naar ‘Ratel’ met die spelende kinderen en je wordt zo weer in de speeltuin gezet), slaat soms op de bovenkant en, nog wel het meest opvallende, creëert een onmenselijke tremolo door een voet op een trillende massageapparaat te zetten. Dat pulserende karakter, gecombineerd met herhalende motieven, fluisterzang van Peeters zelf en de hoge temperatuur, maakt van het optreden een innig en hypnotiserend geheel waarbij 45 minuten zo voorbij zijn gevlogen. (BvD)

In de kleine ruimte van Kunstpodium T zit Margo Sanda met haar Glass Beams-achtige masker. Het voelt bijna alsof we er stiekem binnenvallen. Met slechts zeven mensen als publiek ontstaat een intieme luisterkamer. Haar ‘muziek’ laat zich moeilijk vastpakken: Sanda maakt al jaren muziek vanuit improvisatie, samples en elektronica, en zweeft op de grenzen van artpop, vrije improvisatie en chaos. Hier werkt dat vooral wanneer je ophoudt te proberen te begrijpen wat je hoort: ogen dicht en de scheidslijn tussen droom en nachtmerrie verdwijnt vanzelf. (RZ)

In een donkere volle zolderruimte bij Duo Volcano staat Stephanie Pan uit Den Haag, die de volle concentratie van het publiek te pakken met een interdisciplinaire performance waarbij vreemde klanken, muziek, woorden en zang samensmelten. Haar meeslepende, bijna hypnotiserende zang, doet bij vlagen denken aan Portishead's Beth Gibbons en Elizabeth Fraser, en neemt je mee door haar opgestelde manifest. Die draagt ook de titel van haar nieuwste album The Art of Doing Nothing: A Feminist Manifesto en zoals je wel vaker bij manifesten ziet, komt daar dan ook een megafoon bij te pas. Onderwerpen als kwetsbaarheid, emoties en leven in chaos staan centraal en als we dan toch nineties-zangeressen noemen; de vergelijking met PJ Harvey doemt ook op als Pan een autoharp erbij pakt, een instrument die de Britse zangeres ook in haar muziek toepast. Tel daarbij op dat de mistmachines overuren aan het maken zijn en je hebt een bijzondere ervaring waarbij allerlei losse onderdelen feilloos aan elkaar worden geknoopt." (CE)


Ze hadden een salade klaargemaakt die na een concert had moeten worden opgegeten. Na de show was de salade weg. Dat is volgens Montagne Rouge het waargebeurde verhaal achter ‘Salad Gate’. Veel meer context heb je ook niet nodig voor een optreden waarin de logica voortdurend uit het raam wordt gegooid. Het Franse trio maakt instrumentale, psychedelische krautrock die het zelf omschrijft als ‘takatakata’ en ‘acid toupatoutoupa’: repetitief en tegelijk behoorlijk onvoorspelbaar. Neem ‘Kimshi’ waarin de bas bijna als een banjo klinkt, terwijl psychedelische gitaarlijnen zich door steeds wisselende ritmes wurmen. En het eerdergenoemde ‘Salad Gate’ begint bijna lieflijk met vrolijke gitaarlijntjes, maar wordt steeds dreigender, met steeds snellere ritmes en beklijvende, hypnotiserende klanken.Tegen het einde krijgt de bas zelfs een funky randje, voordat ook dat weer wordt opgeslokt door de chaos. Geen zang, geen houvast, alleen drie muzikanten die elkaar steeds verder de chaos in trekken, en dat werkt verdomd goed. (RZ)



Het ergste wat je op een festival kan meemaken is niet eens een slechte act zien, maar een saaie. Wat heb je daarvoor nodig? In de eerste plaats heel veel liedjes die op elkaar lijken en waarbinnen weinig gebeurd. Pak bijvoorbeeld in plaats van een drummer Ableton erbij met alleen maar een kick en een snare, neem twee gitaristen en een bassist die zelden meer dan één noot aanslaan en laat je zangeres een beetje Spaans mompelzingen. Ziedaar: Magasin, een arty no-wave groep waarbij een verkeerd ingestart ritme niet eens is te onderscheiden van de juiste. Er is nog werk aan de winkel voor deze Magasin. (BvD)


"I am Dyrghé, and this is Dyrghé". Duidelijke taal van Dirge Seçil Kuran die als afsluiter in de Rode Salon in De Nieuwe Vorst zich helemaal heeft omringd met, tel je even mee, synthesizers, drumonderdelen, cymbalen, percussie in de vorm van onder andere een kikker en een koebel. Niets blijft onaangetast en Dyrghé wil je maar al te graag een inkijkje geven in haar wereld. Liefde, woede, loslaten en verwerken, en dat allemaal verpakt in meeslepende beats en slagen op percussie-instrumenten die je goed voelt. De Turkse muzikante (inmiddels woonachtig in Nederland) omarmt alles wat ze heeft en verveelt geen moment. Het is bijna niet te geloven, maar aan het eind vertelt ze dat dit haar allereerste show is in deze setting; tot vandaag heeft ze alleen nog maar in haar studio geoefend. Daar merk je niets aan en als de 45 minuten voorbij zijn, krijgt ze dan ook een luid, lang en verdiend applaus van het publiek. (CE)
There’s no ‘I’ in ‘team’ en ook niet in ‘Schntzl’. Waarom die uitspraak erbij halen? Ja, gewoon omdat het kan. Een beetje dezelfde ethos van het Belgische duo dat tien jaar geleden nog een zeer uitgeklede vorm van jazz maakte en nu in De Harmonie kijkt of het lukt om deconstructed trance met niet-bestaande ritmes zoals 23/4.6 te combineren. Drummer Casper van de Velde gaat ook al vroeg los met een sample-pad als een kind dat net op z’n Yamaha-keyboard heeft ontdekt dat instrument nummer 732 allemaal drumgeluidjes bevat en ontwaren we daar stukjes ‘Ironic’ van Alanis Morisette tussen al dat sonisch geweld? Het is vooral knap wat het duo doet, want toetsenist Hendrik Lasure komt toch altijd op hetzelfde punt uit als Van de Velde en serveert wel een partijtje dromerige synth-pads en bells die de drummer aan gort mag, nee, moet slaan. Vermakelijk, maar ook niet meer dan dat. (BvD)


Ken jij nog de Extase? Een rare vraag voor de wat oudere 3voor12/Tilburg-lezer, maar besef: het alternatieve café aan de Heuvelring beleefde alweer veertien (veertien!) jaar geleden haar laatste avond. Het was dé plek voor je vleermuizendisco met The Cure, Sisters of Mercy en Grauzone. De gedachten vliegen even naar Extase in Little Devil, want op dat kleine podium ontwaar je met alle rook maar net Willem Stinissen AKA Raderkraft die een arsenaal aan synthesizers heeft meegenomen om koudeoorlog-wave te maken. Goed dansen op alleen maar mineur-akkoorden, terwijl de stroboscoop op het podium overuren maakt. Stinissen valt op door zijn onopvallende verschijning: had gezegd dat hij hypotheekadviseur is met stiekem een heel coole bijbaan, en je zou het direct geloven. Maar Raderkraft méént het, ageert hard tegen allerlei soorten drugs als crystal meth en cocaïne (met een leuke verwijzing naar Doe Maar’s ‘Heroïne’) en hopt heen en weer tussen introspectieve coldwave, Deutsche Neue Welle (de intro van ‘Du Bist Meine’ is exact hetzelfde als Trio’s ‘Da Da Da’) en uitbundige, ronduit pompende EBM. Mocht er ooit dus weer een Extase komen, graag Raderkraft boeken, aub. BvD.
