No Man's Valley: “Soms moet je gewoon loslaten en kijken waar het eindigt”
No Man’s Valley vangt eindelijk zijn livegeest op plaat
Wie No Man’s Valley ooit live zag, weet dat hun muziek zich moeilijk laat vastpinnen. De band uit Horst bouwde de afgelopen tien jaar een trouwe undergroundreputatie op met psychedelische rock waarin net zo goed invloeden uit stoner, symfonische rock, blues, indie en postpunk rondwaren. Live krijgen die nummers vaak een compleet eigen leven. Nummers rekken uit, improvisaties duiken op uit het niets en stiltes worden opgevuld met samples, soundscapes en spontane ingevingen.
Toch duurde het meer dan tien jaar voordat de band besloot een live-album uit te brengen. Dat album werd uiteindelijk opgenomen in Kult41 in Bonn en verscheen afgelopen maand onder de naam Live Kult41 Bonn. Volgens zanger Jasper Hesselink is dat geen toeval. Duitsland begrijpt de band misschien wel beter dan Nederland dat doet. Via MS Teams spreken we de zanger, die vanuit Maastricht terugblikt op dertien jaar No Man’s Valley, de (Duitse) undergroundscene en waarom de band live pas écht tot zijn recht komt. “Het was eigenlijk zonde om het alleen voor onszelf te houden”, vertelt Hesselink vanuit Maastricht. “Normaal krijg je wel eens live-opnames terug waarvan je denkt: niemand hoeft dit ooit te horen. Maar dit was gewoon goed. De energie klopte.”
Die energie is precies waar No Man’s Valley al jaren om draait. Met een klassiek voorstelrondje begint het gesprek “ik ben Jasper Hesselink”, klinkt het. “Ik kom oorspronkelijk uit Doetinchem. Ik studeerde Engels en Amerikanistiek in Nijmegen, leerde daar mijn vrouw kennen en uiteindelijk zijn we in Maastricht terechtgekomen. Ik speelde eerst in een band in Utrecht en zocht daarna iets nieuws in Limburg. Toen kwam ik terecht bij No Man’s Valley.” De band uit Horst bestond op dat moment al een paar jaar, maar zat zonder zanger nadat de vorige frontman naar Thailand was verhuisd. Hesselink werd één van de kandidaten en kreeg uiteindelijk de plek. Zijn eerste optreden met de band was meteen een vuurdoop. “Dat was in Paradiso, op het Pinguïn Radio Festival. We mochten afsluiten in de grote zaal. Eén van de engste dingen die ik ooit gedaan heb, maar ook meteen één van de vetste.”
Sindsdien groeide Hesselink uit tot een vaste spil binnen de band. Hij schrijft alle teksten, bedenkt zanglijnen en houdt zich bezig met de samples die live tussen de nummers door te horen zijn. De vaste kern van No Man’s Valley bestaat daarnaast uit toetsenist Ruud van den Munckhof, gitarist Christian Keijsers en bassist Rob Perree. Sinds twee jaar zit ook drummer Rens Coenen bij de band. “Hij komt van Vendetta Drive en geeft de band iets bluesy mee in zijn spel. Echt een steengoede drummer. Dat is fijn, want daardoor voelt het weer als een complete band.”
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Dat livegevoel staat centraal op Live Kult41 Bonn. Het optreden in Duitsland werd niet speciaal gepland als liveplaat, maar de omstandigheden vielen precies goed samen. “In Bonn boden ze aan om alles multitrack op te nemen én te filmen. Dat hoorde daar gewoon bij. Uiteindelijk kregen we al die bestanden opgestuurd en toen dachten we: wacht even, dit klinkt eigenlijk echt goed.”
Volgens Hesselink zit de kracht van de opnames vooral in het feit dat er nauwelijks aan gesleuteld hoefde te worden. “Live-opnames zijn vaak te kaal. Of ze worden helemaal dood geproduceerd. Dit zat precies in het midden. Natuurlijk hebben we hier en daar wat gemixt, maar de energie was gewoon goed die avond. Soms heb je geluk.” Die energie probeert de band ook bewust vast te houden tijdens optredens. Stiltes vermijden hoort daar nadrukkelijk bij. “Onze shows zijn eigenlijk ingericht om geen dood moment te laten vallen. Wij vinden het zelf ook irritant als een band ineens drie minuten stilvalt om gitaren te stemmen. Dus wij vullen dat op met improvisaties, samples of films. Er moet altijd iets gebeuren.”
Volgens Hesselink draagt dat bij aan het bijna hypnotiserende karakter van de shows. “Je wil mensen niet steeds uit die sfeer trekken. Laatst zag ik Stereolab live. Soms was dat echt geweldig en dan stopten ze ineens compleet. Dan viel alles stil. Dat voelde zó awkward. Toen dacht ik alleen maar: doe dit niet.” Hoewel No Man’s Valley vaak wordt gezien als een psychedelische jamband, ziet Hesselink dat zelf genuanceerder. “Ik zou het liefst alleen maar beginnen en kijken waar het eindigt”, lacht hij. “Maar we schrijven uiteindelijk toch altijd liedjes met een kop en een staart. De rest van de band houdt ook meer van songs. Ik ben zelf degene die nog het meest van krautrock houdt.”
Toch krijgen nummers live vaak een compleet nieuw karakter. Zeker oudere songs blijven voortdurend veranderen. “We spelen nog steeds nummers van onze eerste EP. Liedjes als 'Black Sheep' en 'We Have Lost The Way'. Dat laatste nummer is misschien wel het leukste om live te doen, omdat het na de basisstructuur helemaal openligt. Dan kijken we gewoon wat er gebeurt.” Dat improviserende element zit diep in het DNA van de band. “Er zijn stukken die we letterlijk nooit hetzelfde spelen. Bij '7 Blows' zit een bridge waarin ik soms ineens tekst begin te improviseren. Dingen die ik zelf daarna ook weer vergeten ben. Ik luister die liveplaat terug en denk: oh ja, dit zei ik dus blijkbaar.”
Ook het achttien minuten durende 'Flight of the Sloths' veranderde door de jaren heen live van vorm. “We hebben hem op de albumpresentatie ooit integraal gespeeld, echt helemaal. Maar live werkt het soms beter om sneller ergens naartoe te gaan. Dus nu hebben we de rustige opbouw wat ingekort. Op het live-album is hij daarom een paar minuten korter.” Dat de liveplaat uiteindelijk in Duitsland werd opgenomen voelt ergens logisch. No Man’s Valley speelt daar al jaren opvallend veel shows en lijkt er een trouw publiek te hebben opgebouwd. “In Duitsland snappen mensen dit gewoon beter”, zegt Hesselink. “Die niche voor psychedelische muziek is daar groter. Een deel van ons publiek komt letterlijk uit de seventies. Dan sta je voor een zaal vol oudere gasten die dit écht vet vinden.”
De band speelde onder meer op het bekende Freak Valley Festival in Siegen, iets wat volgens Hesselink veel deuren opende. “Dat werkt echt als een kwaliteitsstempel. Mensen zien dat en denken: oké, dan zal het wel serieus zijn.”
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Toch kwam dat succes niet vanzelf. “Het is echt hard werken geweest. Ik heb complete tours geboekt via Facebookcontacten. Dan probeer je persoonlijk contact te leggen met mensen die shows organiseren en hoop je dat ze je een kans geven.” Ondanks alle kilometers bleef No Man’s Valley altijd een undergroundband. En dat is volgens Hesselink soms lastig in Nederland. “Hier gaat alles heel snel. Iets is even hype en daarna weer weg. Wij zijn nooit een band geweest die volle zalen trok. We hebben wel met DeWolff gespeeld en met The Stranglers, maar tegenwoordig word je minder snel gevraagd als support.”
Toch voelt de band zich nog steeds verbonden met Limburg. “In Noord-Limburg wel echt. Daar hadden we meer contact met programmeurs en mensen uit de scene. Grenswerk heeft ons bijvoorbeeld altijd serieus genomen.” Daarnaast blijft de band nauw verbonden met het lokale undergroundcircuit. “We speelden afgelopen jaar op Badlands Festival in Lottum. Dat werd georganiseerd door familie van onze toetsenist. En via mensen als Sander Haagmans van The Whims of the Great Magnet blijf je ook verbonden met die undergroundscene.”
Volgens Hesselink staat die scene ondertussen wel onder druk. “Er verdwijnen steeds meer plekken. Kijk alleen al naar Maastricht. Het Landbouwbelang staat onder druk en dat is killing voor undergroundmuziek. Dat soort plekken zijn belangrijker voor nieuwe bands dan grote poppodia.” Hij mist bovendien risico’s bij programmeurs. “Vroeger had iedere jeugdsoos een podium. Nu staat er vaak een dj. Zet gewoon eens een eigenwerk-band in het voorprogramma van een coverband. Geef nieuwe muziek ruimte.” Opvallend genoeg is Hesselink tegenwoordig een stuk minder bezig met ambitie dan vroeger. “Rond 2014 waren we echt ambitieus. We zaten letterlijk aan tafel bij mensen van 3FM. Toen werd mij gevraagd: gaan jullie nog tien keer 'The Wolves Are Coming' schrijven of worden jullie een liveband zoals DeWolff?”
Hij moest lachen om die vraag. “Ik wist het toen eigenlijk al niet. Wat is ambitie precies? Waar is het goed voor? Je vergeet soms te genieten terwijl je bezig bent met groter worden.” Succes heeft daardoor inmiddels een andere betekenis gekregen. “Soms besef je pas achteraf dat iets een hoogtepunt was. De ene avond speel je op een geweldig podium en de volgende keer sta je ergens in een wc-ruimte te spelen. Dan denk je achteraf: ik had er meer van moeten genieten.” Voor Hesselink zit succes tegenwoordig vooral in het moment zelf. “Als je op het podium staat en denkt: dit is vet, dit voelt goed, dan heb je eigenlijk al succes.”
Dat gevoel hielp hem ook persoonlijk door moeilijke periodes heen. “De band is echt een deel van mijn leven geworden. Ook in periodes waarin het slecht ging met mijzelf bleef dit iets moois. Muziek maken hielp daar enorm bij.” Of muziek therapeutisch werkte? “Ja, honderd procent. Voor mij werkt dit beter dan heel veel praten.”
Ondertussen blijft de toekomst van No Man’s Valley open. Shows blijven er voorlopig komen — sommige zijn zelfs jaren in voorbereiding — maar over nieuw studiomateriaal bestaat nog onzekerheid. “We blijven sowieso live spelen. Voor 2027 staan alweer dingen gepland waar ik letterlijk al tien jaar mee bezig ben om ze rond te krijgen.” Nieuwe nummers zijn er voorlopig nauwelijks. “We zijn nu vooral bezig de band strak te houden. Zorgen dat we op ieder moment kunnen spelen. Misschien moeten we ooit weer een hutje op de hei huren om echt nieuwe ideeën te ontwikkelen.”
Want het leven veranderde ondertussen ook. “Vroeger kwamen we iedere week samen. Nu heeft iedereen drukke levens. Dus we blijven de band steeds aanpassen aan hoe het leven loopt.”
Toch klinkt er nergens vermoeidheid door wanneer Hesselink over No Man’s Valley praat. Eerder rust. Acceptatie misschien zelfs. De band hoeft niets meer te bewijzen. En misschien is dat precies waarom Live Kult41 Bonn zo goed werkt. Het is geen opgepoetste poging om groter te lijken dan ze zijn, maar een eerlijke momentopname van een band die precies weet wat ze wil zijn.
Als afsluitende vraag krijgt Hesselink nog één dilemma voorgeschoteld: moet iemand No Man’s Valley voor het eerst ontdekken via een album of juist live? Hij hoeft er niet lang over na te denken. “Live. Sowieso live. Daar gebeuren de echte dingen.” Even denkt hij na. “Of eigenlijk: luister gewoon naar die liveplaat. Dat is misschien nog wel het beste antwoord.”