Je moest ze eens zien, de lads van Big Special, met een pint in de hand en een dikke duim omhoog lopen ze het podium van Het Bos op. Het lijkt erop dat iedereen wel een stukje van Joe Hicklin en Callum Maloney wil meepikken, en gelijk hebben ze. Postindustrial Hometown Blues is zonder twijfel een van de betere postpunkplaten van het jaar, en live vertalen ze die energie zonder moeite naar het podium.
De invulling van het podium is verrassend minimalistisch: één instrument, het drumstel van Maloney, aangevuld met een drumpad dat hij na elk nummer nét iets te veel aanraakt. Toch weet hij met die beperkte setup een muur van geluid neer te zetten die door merg en been gaat. Het tweede “instrument” is onmiskenbaar Hicklin’s stem, die als een verbaal geweer keiharde lyrics op het publiek afvuurt. Zijn rauwe, haast dichterlijke stijl maakt indruk, met teksten die maatschappelijke frustraties en persoonlijke worstelingen zonder omwegen aankaarten. Denk aan Arab Strap op hun meest melancholisch en IDLES op hun felst, maar bovenal klinken ze als zichzelf: hard en oprecht. Wat Big Special echt bijzonder maakt, is dat ze zich zonder enige moeite weten te onderscheiden in een weekend vol optredens. De backingvocals, baslijnen en synths komen weliswaar uit een doosje, maar ze komen ermee weg omdat hun energie en presentatie zo overtuigend zijn. Bijkomend voordeel: ze hebben nu al een arsenaal aan songs waar ze uit kunnen putten. ‘THIS HERE AIN’T WATER’ en ‘BLACK DOG / WHITE HORSE’ worden luidkeels meegezongen door de voorste rijen, en het lijkt een kwestie van tijd voordat dit duo zijn inspiratiebronnen achterna gaat. (BR)