Lachen en stinken: TAXITAXI en KABOUTERTJE PUTLUCHT in Burgerweeshuis

Ravers en punkers dansen arm in arm tijdens oppersmerige double bill

  • Puck de Jong

Vroeger namen mijn ouders mij weleens mee naar de IKEA. Dat vond ik helemaal niet erg, want daar was ook Småland: een soort Scandinavisch gethematiseerd speelparadijs waar je vrolijk oorlog kon voeren met allemaal andere gedropte kinderen. Het was verzuipen in de ballenbak en rondjes draaien tot je het plafond niet meer van de vloer kon onderscheiden. Stel nou dat een of andere verknipte kwaadwillende toentertijd een lading Brabantse xtc in onze Zweedse gehaktballetjes had gedaan, dan hadden we wellicht taferelen gezien zoals die van vrijdagavond in Burgerweeshuis. Hieronder: een poging tot beschrijven.

TAXITAXI

Een TikTok-stem kondigt de komst van drie hoogmoedige malloten aan en met LEPELTJE LEPELTJE LEPELTJE is de avond geopend. TAXITAXI neemt ons mee op reis door hun Pieterverse en iedereen moet instappen. Gitarist Freddie Sunshine heeft zijn bovenste twee snaren afgeknipt, waarschijnlijk omdat die volstrekt overbodig zijn voor de scheurende punkbak die hier wordt opengetrokken. Wat overigens niet wil zeggen dat de nummers allemaal een pot nat zijn: dankzij slim spelen met timing, afwisselende rollen, schertsende choreografie en publieksparticipatie blijft de show je constant een paar stappen voor. Zoals het een echte boyband betaamt claimt elke Groninger afwisselend de spotlight, zodat het inmiddels miljoenen tellende leger TAXITAXI-fans onderling kunnen bakkeleien over wie de knapste, de grappigste, of de liefste is.

Het trio maakt vrolijke beukbare punk, maar onderscheidt zich met name door de bijzondere portie humor waarmee ze elke track inpeperen. Dat ze dit live ook weten uit te dragen, blijkt uit het succes van meezingers als TEAMLEIDER en SAMENLEVING. Deze lolligheid gaat voor wie een beetje oplet hand in hand met de nodige maatschappijkritiek, waarvan MATRIX (over de zielepoten in de manosphere) een passend voorbeeld is. Toch duurt het even voordat het publiek inhaakt op de Hang Youth-meets-Backstreet Boys vibes van de drie knakkers, maar bij VLIEGTUIG breekt het springen eindelijk los. VIS tovert de zaal zelfs om in een kolkende cirkelpit (‘Ik zwem alleen maar rondjes’) die het hele nummer aanhoudt. Nu is dat bij TAXITAXI niet langer dan een minuut of twee, maar het is een hele prestatie met een publiek dat zich in eerste instantie nog niet zo durfde laten gaan.Total loss stappen we uit, maar de reis is nog lang niet voorbij.

KABOUTERTJE PUTLUCHT

Als er in Nederland een ravepunk scene is, zitten deze kabouters op de troon. De beats staan op standje gadverdamme en de gitaar gromt als een natte trol. Frontman Barry hoeft alleen maar kalm op te komen lopen om een eerste salvo applaus en geschreeuw te mogen ontvangen. Hij blaft ‘Ik heb gisteren een hond vermoord’ en de toon is gezet. Met de verse LP HOE DIEP IS EEN PUT? onder de armen is de anticipatie om deze band aan het werk te zien aanzienlijk hoog. Toch jassen ze er eerst aftastend wat ouder werk doorheen alvorens te beginnen aan het nieuwe en gevoeligere materiaal. Nergens voor nodig, natuurlijk: het publiek zingt de kersverse teksten al enthousiast mee en voordat we het doorhebben is het voorin een gekkenhuis van draaiende armen, benen en andere lichaamsdelen. KABOUTERTJE PUTLUCHT slaat een brug tussen de moshers en de hakkers, tussen de bierdrinkers en de pillenpoppers. Als eerste nummer van de nieuwe plaat spelen ze C’est La Vie, een bitterzoete new wave-achtige track waarvoor Barry zich half verontschuldigt: ‘We zijn opeens een soort The Cure-crossover band geworden. We zijn emotioneler geworden. Dat waren we al, maar we wisten nog niet hoe we ermee om moesten gaan.’

De band bewijst dat emotioneler geenszins synoniem hoeft te zijn met ingetogen. We willen nog steeds een kindje slaan, maar nu wensen we ook ons innerlijke kind te omhelzen. Met Drankprobleem veranderen de Nijmegenaren de hele zaal in een schurend statement over alcoholgebruik. De meest gesmeerde kelen in de zaal zingen immers het hardste mee, allicht beschermd door onnoemelijke lagen ironie. Ondertussen belandt er te midden van het gehos meer bier in mijn onderbroek dan ik eigenlijk zou willen. Dromen Over Jou is live net zo duister en drijvend als op de plaat, hoewel de prachtige dromerige vocals van toetsentovenaar Hessel Josemans net onbereikbaar blijven. Maar dat is natuurlijk slechts mierenneukerij. De mannen klinken voller, volwassener, harder, ervarener, dankzij de uitdaging die ze zichzelf hebben gesteld door de diepte in te gaan. Met BROODJESZAAK zien we, tegen het einde van de show, juist weer de luchtige (en schunnige) kant van Putlucht. Kadetjes, slagroom en dikke plakken ossenworst passeren met een knipoog de revue, voordat Deventer met GLASBAK en HENNYROAST nogmaals de stinkende maalstroom in wordt gezogen. De technobeats zijn nog hoekiger, de gitaar nog grimmiger, en een ontblote Barry danst tussen de kabouterkinderen zijn laatste energie eruit. Iedereen voelt zich weleens alleen, maar vanavond even niet.