Dit was Popronde Deventer 2026

Afgelopen zaterdag streek Popronde neer in de Koekstad. Met veertig acts verspreid over twintig locaties viel er nogal wat te kiezen. De route die uw twee verslaggevers door Deventer namen werd dan ook uitgestippeld met veel gevloek over stampvol geboekte tijdslots, wat vooral iets zegt over hoe hoog het niveau anno 2026 ligt. Het traject waar wij uiteindelijk op belandden leek door de scherpe genrewisselingen meer op een wildwaterbaan dan een kabbelend beekje en bewijst maar weer eens dat de ‘pop’ in Popronde niet bepaald letterlijk genomen moet worden.
Nelles
Om geen enkele Overijsselse act in Deventer te missen - en uiteraard konden we dat niet laten gebeuren - moest de muziekliefhebber er zaterdag al vroeg op uit. Om kwart voor drie 's middags stond indiekwartet Nelles klaar om platenzaak Plato te betoveren met hun mix van dreampop, psychedelica en heavy bedroombangers. Dummer Bob Mali zit knus tussen de muziekboeken gepropt en omwille van de beperkte ruimte in de winkel heeft de band vandaag de gitaarversterkers thuisgelaten. Het viertal ziet eruit alsof ze uit zo een eigenzinnige romcom van twee decennia geleden zijn gestapt, maar dan wel precies die ene die je dankzij de soundtrack elk jaar weer opnieuw bekijkt. Nu eens laat Nelles ons met gesloten oogjes wegdromen, denkend aan dat fantastische feestje waar je opeens heel melancholisch werd toen je je herinnerde dat alles tijdelijk is. Dan weer gaat de fuzz aan en het tempo omhoog en zou je het liefst de hele boel aan gort dansen, ware het niet dat al die bakken dure vinyl opeens enorm in de weg staan. Nelles maakt de soundtrack voor een zondagavond waarop je opeens vol zit met energie om je hele leven om te gooien, maar geen idee hebt waar je moet beginnen. Gelukkig kan je je vastklampen aan de trippy retro geluiden die toetsenist Ezra Frankema en gitarist Martijn Emmen uit hun instrumenten trekken. Aan het hoofd van de operatie staat vocalist en bassist Nadia Nellestein. De bas is aanwezig, lekker gruizig en vaak leidend, waardoor stilstaan steeds onmogelijk wordt. Tussen de nummers door vlecht ze de set op intieme wijze aan elkaar zonder te gekunsteld te worden, en wendt ze zich tot het publiek met anekdotes over ongesteld zijn en eenzaamheid.

Trackvogels
In de lobby van de Deventer Schouwburg staat een okergeel verlicht podium. De soundcheck van de band die hier om zeven uur speelt heeft hetzelfde effect als een dampende taart in een vensterbank uit een oude cartoon. Het vijftal werd gevormd in Lissabon en werkt inmiddels vanuit hun eigen studio in Amsterdam Noord. De bandnaam verwijst naar de grensoverstijgende en continu bewegende muzikale invloeden die elk van de leden meebrengt. ‘Wereldmuziek’, ‘fusion’ en ‘global roots’ zijn de doodgeslagen termen die je hierop zou kunnen plakken, en ze beschrijven maar slecht hoe het is om de band live in actie te zien. Bassist Olivier de Jong lijkt zo van het podium af te dansen, percussionist Afro Game verliest zich schaterend in de ritmes van zijn handdrums en de vijf lijken constant telepathisch met elkaar te communiceren. Wat een misser is het dan ook dat men hier stoelen en tafels heeft neergezet; het is bij uitstek muziek die uitnodigt tot dansen. Zonder een vocalist om naar te luisteren moet de betekenis worden gecreëerd in een samenspel met het publiek, wat in deze luierende setting maar lastig lukt. De basis van de muziek ligt in het type opzwepende desert blues dat we vooral kennen van Noord Afrikaanse acts als Tinariwen en Mdou Moctar. De ritmes, met veel tripletten en zeskwartsmaten, vinden daarin hun oorsprong. Maar Trackvogels injecteert net zo lief een dosis Turkse invloeden in de mengpot die de Poprondeganger bijvoorbeeld meenemen naar de melancholische sferen van Altın Gün. Dus: weg met die stoelen, en weer even vergeten dat het alweer herfst is.

Post Ella
Voor de tweede Overijsselse act van de avond moeten we het knusse centrum van Deventer inruilen voor de ruwere kwaliteiten van het Havenkwartier. We fietsen langs skateparadijs Burnside, waar HOOFS de laatste noten van een snoeiharde set laat klinken, naar creatieve broedplaats Stroom. Er is binnen maar net genoeg ruimte voor de Enschedese popgroep, waarvan de leden zich met zijn vijven op een paar vierkante meter hebben weten te proppen. Des te knapper dat de band hun imposante elektronische popmuziek hier toch zo groots kan laten klinken. De sfeer is duister, hoekig en serieus, en zangeres Juliana Zijlstra draagt hieraan bij door zware thema’s als machteloosheid en grensoverschrijdend gedrag niet uit de weg te gaan. Gitarist Max Risakotta stuurt zijn instrument door zoveel effectpedalen dat zijn steeds wildere aanslagen amper meer zijn te onderscheiden van de synthtonen van toetsenisten Ben Henneböle en Jasmijn Fiselier. En wanneer de band echt in kakofonie lijkt te ontsporen, houdt drummer Ivo Groen de boel strak bij elkaar, met een elektronische kick die de spectrale aura van Post Ella dik onderstreept. De band op deze manier te zien spelen is een bijzondere ervaring die zich moeilijk laat vergelijken met andere acts.

BARBEE
Met de IJssel links fietsen we richting de Wilhelminabrug, waar net buiten het centrum brouwerij DAVO ligt verscholen. Op een ruim podium naast de bar belooft BARBEE hier vanavond de vloer eens goed aan te stampen. En wanneer de soundcheck al een enthousiast applaus krijgt, kan je er vaak van uitgaan dat dat wel goed moet komen. BARBEE is een rockband uit de omgeving van Zwolle die compromisloos voor een feestje zorgt en er ook nog eens verdomde cool uitziet tijdens de daad. Terwijl het nog maar de derde show van hun Popronde is, dondert het viertal als een punkmachine door hun set heen. Van het begin af aan zit de energie tegen het plafond aan en dat er tussen de biervaten geen moshpit ontstaat kan de band niet kwalijk worden genomen. De vergelijking maken met Amyl & the Sniffers is een beetje afgezaagd (female fronted is geen genre, mensen), maar wel begrijpelijk: hier staan drie perspirerende rock-n-roll muzikanten met de speellust van een stel bezetenen, met voorop Dion Legebeke, een fantastische zangeres die zelfs terwijl ze nonchalant kauwgomkauwt een moordende podiumaanwezigheid heeft. Naast ijzersterk eigen werk gooit de band er een lekkere cover van Black Sabbath’s Supernaut tussendoor. Eigenlijk lijkt BARBEE al helemaal klaargestoomd voor het clubcircuit, Popronde be damned.

The Robots Are Coming
Tussen de stilte van de Bergkerk en de drukte van de Brink ligt Walhalla, waar het bier goedkoop is en vanavond de hardste en gekste shit staat geprogrammeerd. De afsluiter van de dag is Tilburgs duo The Robots Are Coming, dat zichzelf niet met een gemakkelijke Popronde heeft opgezadeld als we de hoeveelheid gear in acht nemen. Naast twee tafels vol met synthesizers en sequencers, een gitaar met een surfboard aan effecten en - waarom ook niet - een elektronische drumpad, hebben Stefan Werdekker en Roi de Bruijn ook hun eigen lichtinstallatie meegenomen. Een tiental gloeiende palen reageert op de muziek met rode, blauwe en witte tinten, die de Brabanders continu van een futuristische aura voorzien. Het duurt allemaal even om op te bouwen, maar zodra de act start blijkt hun show tot in de puntjes geperfectioneerd. Het publiek in Walhalla staat volledig onder controle van de elektrofunk en synthwave van The Robots Are Coming. Baslijnen als cirkelzagen, hypnotiserende vocoders en een hoop cinematische drops manoeuvreren de handjes in de lucht alsof er touwtjes aan zitten. TRAC is een passieproject van twee zelfbenoemde enorme muzieknerds en is tot in de puntjes gestroomlijnd, vanaf de bombastische sci-fi intro 2095 tot aan de timing van de lichten. Het past perfect binnen het genre van namen als Carpenter Brut, Perturbator, en natuurlijk Daft Punk. Het duo heeft duidelijk een doel voor ogen: spelen op grote podia. En de Tilburgers zijn goed op weg, want wat gaat het publiek potverdorie uit hun plaat en wat is het leuk om daartussen te staan. De mate van professionaliteit van deze band legt de lat voor Popronde-acts eigenlijk bijna schandalig hoog. Hoewel de zaal na hun laatste track smeekt om een encore, moeten de twee hun spullen toch onder luid gejammer weer inpakken.

























