De erfenis van gabber: ‘hardcore gaat nooit kapot’
Van subcultuur tot festivalcultuur: hoe gabber nog altijd doorwerkt in de Nederlandse dancescene

De festivalzomer is in volle gang. Van Awakenings tot Lowlands en van Rotterdam Rave tot Tomorrowland: Nederland danst massaal op elektronische muziek. Maar volgens veel mensen uit de scene hebben we die bloeiende festival- en clubcultuur voor een belangrijk deel te danken aan een subcultuur die dertig jaar geleden nog werd weggezet als herrie voor hooligans: gabber. Voor dit verhaal spraken we dj’s, organisatoren, programmeurs, documentairemakers en andere betrokkenen uit de gabber-, rave-, en clubscene. Hun verhalen laten zien dat gabber veel meer heeft nagelaten dan alleen een herkenbare kickdrum. Van festivalcultuur tot hardtechno en van Rotterdamse mentaliteit tot de manier waarop we vandaag de dag uitgaan: de invloed is nog altijd overal terug te vinden.
Zonder gabber geen festivalzomer
De gabberscene bewees als een van de eersten dat elektronische muziek duizenden mensen op de been kon brengen. Dat succes zorgde niet alleen voor volle zalen, maar ook voor kennis, ervaring en investeringen die de Nederlandse dance-industrie verder hielpen groeien. ‘Thunderdome heeft ervoor gezorgd dat er geld was om een Mysteryland en een Sensation en ik weet niet wat allemaal te organiseren. Dus als je het op die schaal bekijkt, denk ik dat zelfs Amsterdam Dance Event er niet was geweest als de gabberscene zich in de jaren negentig niet zo had ontwikkeld.’ Het is een stevige uitspraak van Hubrecht Hauzer van Rotterdam Rave, maar hij staat er niet alleen in.
‘Mensen beseffen nu dat heel die festivalcultuur die we in Nederland hebben, is begonnen met gabberraves. Dat waren de eerste echt grote. Tot op de dag van vandaag is Thunderdome nog steeds de grootste party met het hoogste aantal bezoekers. Je kan geen andere party ter wereld noemen met de bezoekersaantallen van een Thunderdome. Heel de Nederlandse festivalcultuur is daarop gebouwd,’ zegt Bobby Jacques, gabberkenner en verzamelaar van Aussies die de scene al lang van dichtbij volgt.

Niet lullen maar hakken
Dat gabber juist in Rotterdam zo groot werd, was geen toeval. Hoewel de muziek haar wortels heeft in onder meer New York en Frankfurt, vinden de scene en de infrastructuur die erbij hoorden in Rotterdam vruchtbare grond.
Wat meespeelde was dat de gabberfeesten in Amsterdam zich begin jaren negentig grotendeels in het illegale circuit afspeelden. ‘Want het was gewoon ondenkbaar dat gabber in clubs werd gedraaid. Het werd toen gezien als anti-muziek. Er werd op neergekeken’, vertelt Bobby Jacques. In Rotterdam ontstond juist een netwerk van clubs, platenzaken, radioprogramma’s, organisatoren en labels waardoor de muziek en cultuur zich snel konden ontwikkelen.
Die verwevenheid met de stad zorgde er ook voor dat Rotterdam steeds nadrukkelijker onderdeel werd van de identiteit van de muziek George Ruseler, medeoprichter van Rotterdam Terror Corps, zegt dat zij ‘natuurlijk wel de grootste stempel erop hebben gedrukt. Sterker nog, ik kwam in Amerika in de 90’s en toen hadden ze een bak “Rotterdam” staan in een platenzaak. Dat was de naam van de stijl voor hen, weet je wel.’
Ook Paul Elstak ziet hoe belangrijk die lokale trots was. ‘We wilden Rotterdam gewoon op de kaart zetten, want alle aandacht ging altijd naar Amsterdam.’ Labels als Rotterdam Records en acts als Euromasters droegen die boodschap bewust uit.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Die Rotterdamse identiteit zit niet alleen in namen of logo’s, maar ook in de mentaliteit van de cultuur. ‘Gabbers helpen elkaar. Niet lullen maar poetsen, weet je wel? Als je na een evenement vraagt of iemand even kan helpen met opruimen, doen ze dat gewoon’, beaamt George Ruseler. De band tussen Rotterdam en gabber zit ook in het karakter van de stad. ‘Rotterdam is gewoon wat rauwer, wat directer. Dat past bij die muziek’, zegt Cynthia Spiering. Hubrecht Hauzer herkent dat ook. ‘Het hardere geluid is altijd een ding geweest in deze stad.' Thys Boer, onder andere nachtburgemeester van Rotterdam, hoort de geluiden uit de stad zelfs letterlijk terug in de muziek. ‘Je hoort hier om de haverklap die heipalen de grond in gaan. Soms herken ik dat ritme gewoon terug in de techno die we maken of luisteren.’
Toch zijn er ook kanttekeningen bij het verhaal dat inmiddels over gabber wordt verteld. ‘Ik heb dit natuurlijk ook gewoon van de verhalen van die oude garde en alles wat je online ziet. Dat wordt dan soms wel een waarheid in je eigen hoofd. Het wordt natuurlijk altijd mooier gemaakt dan dat het was. Dat is een beetje het geromantiseerde verhaal van je jeugd,’ zegt Hubrecht Hauzer. Rotterdamse dj en maker, Natasha Stevie, herkent dat ook. ‘Ik denk dat er nu ook een grote air van nostalgie omheen hangt. Dat mensen er misschien wat positiever naar kijken. Ik denk dat nostalgie dat ook doet.’
Juist deze nostalgie dreigt soms te verhullen hoe er in de jaren negentig werkelijk naar gabber werd gekeken. Waar de cultuur nu steeds vaker wordt gevierd als cultureel erfgoed, werd ze destijds vooral gezien als een maatschappelijk probleem.
Van uitschot tot erfgoed
Jarenlang stond gabber bekend als de muziek van hooligans, drugsgebruikers en relschoppers. George Ruseler zag hoe de media dat beeld versterkten. ‘Er was een hele grote demonstratie van extreemrechts. En in een artikel hierover in Trouw plaatsten ze toen een foto van een gabber met een jas van Rotterdam Terror Corps. Het was een foto die ze hadden gemaakt voor de energiehal na een feest. Het was niet eens op de demonstratie zelf. Toen hebben wij bezwaar gemaakt en ze hebben dat gerectificeerd.’ Ook dj, producer en documentairemaker Dennis van Rijswijk herkent dat beeld. ‘Als je kijkt naar oude documentaires van metal en gabber, dan gaat het gaat altijd over pillen. Het gaat altijd over drugs. Het gaat altijd over satanisme. “Wat vind je moeder hier nou van?” Dat soort vragen. Ik vind dat gewoon een verkeerd beeld tekenen.’
Met de opkomst van happy hardcore groeide gabber uit tot een mainstream fenomeen. Dat zorgde niet alleen voor een ander publiek, maar ook voor een discussie over commercie en authenticiteit. Figuren als Gabber Piet en Hakkûhbar maakten van de subcultuur een karikatuur. Volgens Hubrecht Hauzer gebeurt dat bijna onvermijdelijk zodra een scene groot wordt. ‘Dan wordt het een beetje geridiculiseerd en dat is zonde. Maar dat is wel wat er eigenlijk altijd gebeurt als je larger than life wordt.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Volgens hem verandert ook het publiek zodra een scene te hard groeit. ‘Als je te veel marketing moet doen om mensen naar je party te krijgen, krijg je steeds meer mensen die de ongeschreven regels van zo’n feest niet kennen. Dan voelt de vaste groep zich bekeken en denk je op een gegeven moment: dit is mijn party niet meer.’
Aan de andere kant ziet Paul Elstak die ontwikkeling anders. ‘Zonder mainstream heb je ook geen subcultuur. Dus hoe groter de mainstream, hoe groter de subcultuur vaak ook.’ Ook de discussies over wat ‘echte’ hardcore is, relativeert hij. ‘Je moet respect hebben voor alle stromingen. Uiteindelijk zorgen ze er allemaal voor dat mensen naar hardcore luisteren.’ Volgens George Ruseler werkte de ontwikkeling ook in het voordeel van de scene. ‘Ik was superblij met happy hardcore. Tuurlijk, laat al die kids lekker naar hardcore luisteren. Wij zagen het zo: luister maar naar “Rainbow in the Sky”. Dan kom je vanzelf bij “No Happy Shit” uit. Het was een instapmodel.’
Dertig jaar later lijkt de waardering voor happy hardcore bovendien teruggekeerd. Paul Elstak zegt: ‘Ik heb weer aanzien teruggekregen in de hardcorescene. Op één of andere manier is het publiek veel meer open-minded geworden. Uiteindelijk heeft het wel de vruchten afgeworpen dat ik gewoon deed wat ik leuk vond en niet luisterde naar wat de hardcoregabbers vonden dat ik moest doen.’ De herwaardering betekent niet dat de muziek stil is blijven staan. Integendeel. ‘Toen happy hardcore populairder werd, werd de muziek juist steeds agressiever,’ zegt George Ruseler. Terwijl een deel van het publiek de toegankelijkere kant van hardcore omarmde, zocht een ander deel juist weer de extremere geluiden op. En precies die voortdurende ontwikkeling zorgt ervoor dat gabber volgens hen nog altijd doorklinkt in de dancescene van nu.
De meningen over de invloed van de mainstream-aandacht lopen dus uiteen. Voor sommigen betekende het het begin van de verwatering van de scene, voor anderen juist de reden dat gabber wereldwijd voet aan de grond kreeg. De waarheid zal waarschijnlijk ergens in het midden liggen. Feit is dat een Rotterdamse subcultuur hierdoor uitgroeide tot een internationaal muziekfenomeen. Gabber is bovendien niet alleen terug te zien op de dansvloer, maar ook in documentaires, tentoonstellingen en zelfs wetenschappelijk onderzoek. Van uitschot naar erfgoed dus. En die invloed is nog altijd hoorbaar.

Hardcore gaat nooit kapot
Dat gabber allang niet meer alleen iets van de jaren negentig is, blijkt uit de mensen die tegenwoordig op de dansvloer staan. Zo heeft Paul Elstak dit jaar nog ‘twee uitverkochte edities in Now & Wow gedaan. En de gemiddelde leeftijd was gewoon heel jong. Dat was juist leuk om te zien, dat zij die oude muziek ook waarderen.’ Ook Thomas Theunissen, event manager en programmeur bij Maassilo en Now & Wow, stond daarvan te kijken. ‘010 Classics en Mega Rave is echt voor oude garde. Maar met Paul Elstak was er verrassend genoeg heel veel nieuw publiek, de gemiddelde leeftijd was 23. Dat doet hij heel goed. Dat hij na ongeveer dertig jaar dj’en nog steeds populair is bij het jonge publiek.’ Daarmee bewijst hij dat zijn invloed zich niet beperkt tot de geschiedenis van gabber, maar ook nog altijd relevant is op de dansvloer van nu.
Volgens Cynthia Spiering wordt er de laatste jaren ook steeds makkelijker over genre-grenzen heen gekeken. Eerder draaide ze op Verknipt een volledige gabberset omdat ze de dj voor haar ‘heel hard qua sound’ vond. ‘Dus ik dacht, dan doen ik wel eenmalig een early-hardcore-gabberset. Ik dacht dat mensen het kut zouden vinden maar eigenlijk is daarna alles ontploft.’ Daarnaast ziet ze hoe hardcore-elementen steeds vaker opduiken in hardtechno en andere elektronische genres. Ze wijst bijvoorbeeld op Stranger. ‘Die draaide bijna elk weekend in de Hollywood – wat nu Annabel is – in de hardcorekelder. Op vinyl. Dat maakt die dj’s uit Rotterdam, ook al draaien ze dat nu niet meer, wel super uniek. Je hoort het gewoon nog wel.’ Ook George Ruseler ziet hoe hedendaagse artiesten nog altijd teruggrijpen naar gabberklassiekers. ‘Zo’n hardtechno-dj als DYEN heeft meerdere keren afgesloten met tracks van ons. In Amsterdam sloot hij af met “Rotterdam” onder het vuurwerk en in Ahoy draaide hij twee keer “God Is A Gabber”. Hartstikke leuk. Zo’n scene leunt nog steeds op ons.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Dit bewijst vooral hoe duurzaam de muziek is. ‘Heel veel subgenres verdwijnen of sterven uit. Maar met hoe tijdloos het is en hoe lang het al meegaat en steeds groter wordt; nee, hardcore gaat nooit kapot.’ Thomas Theunissen ziet ook dat juist die combinatie van vernieuwing en herkenbaarheid, de kracht van het genre is. ‘Techno fluctueert heel erg in wat populair is. Dan is groove weer populair, dan is het raw, dan is het industrieel. Gabber is gewoon al heel lang een genre dat het goed doet. Natuurlijk heb je daar aftakkingen in, maar de basis blijft.’
Liefde, plezier en saamhorigheid
De blijvende invloed van gabber zit niet alleen in de muziek. Juist de cultuur eromheen zorgt ervoor dat de scene generaties blijft aanspreken. Misschien vat documentairemaker Dennis van Rijswijk het nog wel het beste samen. ‘Heel veel dingen komen gewoon samen in gabber. Dat vind ik juist zo tof. Het is een samenkomst van kunst, mode, muziek en sociale omgangsnormen. Het is echt een knooppunt.’
De ravecultuur ziet er vandaag anders uit dan dertig jaar geleden, maar de onderliggende waarden zijn nauwelijks veranderd. Hubrecht Hauzer noemt juist de ongeschreven regels het belangrijkst. ‘Hoe je met elkaar omgaat, dat je elkaar helpt, dat je met z’n allen bent. Ik denk dat dat het belangrijkste is om te behouden. Zolang je dat hebt, blijft ook een beetje de ziel van wat het was erin. Natuurlijk, het is wel een 2026-versie van iets wat in 1996 heel groot was.’ Die saamhorigheid ziet hij ook terug bij Rotterdam Rave. Ook Natasha Stevie ziet die saamhorigheid als de kern van de ravecultuur. ‘Mensen denken misschien aan drugsgebruikende mensen met boem boem boem-muziek. Kan ook zeker. Maar het is vooral liefde, plezier en saamhorigheid. Samen van muziek genieten, even iets anders doen dan de gewone sleur. Even buitenspelen voor grote mensen.’
Thomas Theunissen ziet vergelijkbare patronen ook terug bij de huidige hardtechnoscene. ‘Na corona wilden mensen gewoon feesten. Hoe harder of sneller de muziek, hoe beter.’ Net als bij gabber in de jaren negentig ontstond volgens hem een nieuwe generatie met een eigen stijl en een sterke groepsidentiteit. ‘Toen waren het Aussies, nu zijn het technopakjes. Het is eigenlijk een nieuwe generatie die allemaal hetzelfde leuk vindt, terwijl de generatie erboven er een beetje met afkeer naar kijkt.’ De muziek verandert, de stijl verandert en iedere generatie geeft er een eigen invulling aan. Maar de gemeenschap eromheen blijkt enorm veerkrachtig.

De toekomst van het nachtleven: van rave naar Rocycle?
Als gabber ook de komende decennia relevant wil blijven, zijn goede clubs en ruimte om te experimenteren onmisbaar. Dat blijkt volgens Hubrecht Hauzer steeds lastiger. ‘Het is gewoon heel moeilijk om een club in deze tijd te draaien. Van huur tot loon tot vergunningen: de kosten zijn op alle vlakken zoveel hoger dan vroeger. Dat is niet houdbaar.’ Juist daardoor verdwijnen volgens hem de plekken waar nieuwe artiesten zich kunnen ontwikkelen. ‘Als een dj meteen voor 1200 man in de Maassilo moet draaien, gaan er veel op hun muil. Je wilt eerst een club hebben waar iemand voor tweehonderd of driehonderd mensen kan groeien.’ Ook Cynthia Spiering herkent dit. ‘Het is allemaal zo moeilijk moeilijk moeilijk.’
Volgens Thys Boer beweegt Rotterdam inmiddels wel de goede kant op. ‘Ik denk dat we tegenwoordig zien dat er steeds meer ruimte wordt gegeven aan en geïnvesteerd in het nachtleven. Maar we moeten ook onthouden dat de overheid nooit het nachtleven gaat maken.’ Ook Natasha Stevie benadrukt dit. ‘Het is een beetje DIY. Veel mensen doen het zelf. Dat moet hier ook wel. Ik denk dat dat de basis is van de ravecultuur: free parties, feesten, muziek. Dat staat buiten het kapitalisme, vind ik.’
Tegelijkertijd verandert ook het publiek. Jongeren gaan nog steeds uit, maar doen dat anders dan tien of twintig jaar geleden. ‘Wie ben ik als 36-jarige om te zeggen dat je tot zes uur in de club moet staan?’ zegt Hubrecht Hauzer. ‘Als hun sociale contacten net zo goed worden vervuld door uit eten te gaan of samen te sporten, dan is dat óók een manier van samenkomen.’ Thomas Theunissen ziet hetzelfde. ‘Gezond leven is een stuk populairder geworden onder jongeren en ze hebben minder te besteden dan de generatie ervoor. Dus ze gaan wel uit, alleen ze kiezen gewoon hun feesten uit. Wat ook logisch is in hun situatie.’
Toch overheerst optimisme. Volgens Thys Boer is Rotterdam nog altijd een echte muziek- en nachtstad. ‘We zijn een werkstad en bij werken hoort ook spelen. Work hard, play hard zit enorm in ons DNA.’ En hoewel de stad soms kritisch is op zichzelf, ziet hij vooral kansen. ‘We hebben de Maassilo, Bird, WORM, Roodkapje, MONO... er gebeurt hier ontzettend veel. We mogen best wat trotser zijn op wat we hebben.’

Zin gekregen om zelf op ontdekking te gaan? Hier is een lijst met tips voor wie verder wil duiken in de wereld van gabber en haar hedendaagse erfgenamen:
- BÄR IsBurning – 3 juli (export), een lang lopend concept waar (queer) Rotterdam en Amsterdam samenkomen. De line-up wordt pas op de dag zelf bekend gemaakt maar je kan er vanuit gaan dat er altijd bijzondere dj’s in de booth staan.
- RTC Gabber Cruise – 22 augustus (Rotterdam) met Rotterdam Terror Corps, Distortion & MC Raw e.a.
- POING Festival – 22 augustus (Shunter) met Only Fire, TYGAPAW, Miila Kaarina, ZOBAYDA e.a.
- Rotterdam Rave Festival – 29 augustus (Ahoy) met Cynthia Spiering, DYEN, Lammer e.a.
- Gabber Resistance – 9 oktober (Maassilo) met Promo, Kaali, Hermaniak en Mesmeriza.
- Megarave: Millenium Daytime Edition – 24 oktober (Maassilo) met Neophyte, Panic, Ruffneck, Rotterdam Terror Corps e.a.
- Paul Elstak presents ‘Wanna Play?’ – 7 november (Maassilo) met Deadly Guns, Neophyte, Yoshiko, Hysta, Partyraiser e.a.