Club 3voor12 Leiden #32
Van verstilde ballads tot openspringen als een vleesetende plant tijdens ronkende refreinen

Hooggeëerd publiek! Op 3 september presenteerden we in Nobel drie acts: Rhodé Vree (alternatieve folkpop), The Tommyrots (rauwe '60s/'70s rock) en The Kiffs (indiesurfrock). Ze werden als het ware uit een kanon de Kleine Zaal in geschoten. Hoe landden ze op het podium?
Rhodé Vree
Concert als performance

Met zuivere zang leidt Rhodé de avond in. De singer-songwriter wordt begeleid door twee anderen: Ralfs uit Riga op mengpaneel en keyboard en Emma, de gitarist met glitter op haar wang.
Op het podium klinkt Rhodé dynamischer dan op de plaat - hypnotisch zelfs, door haar constante zang, als een chant. Ze zingt over haar overleden moeder en benauwende verwachtingen, verlies dus, maar ook over winst: haar door emigratie gewonnen thuisland Letland.
Vanuit folky alternatieve pop slaat Rhodé haar vleugels uit naar andere genres: 'Thuiskomen' is een verstilde ballad, ‘Sta Op En Ga’ een nummer met discobeat. Ze trekt gitarist Emma omhoog uit haar kleermakerszit om haar te laten dansen.
De Noordwijkse Judith van Vliet vermaakte het kostuum waarin Rhodé op het podium staat: van een rok van haar moeder maakte Judith een broek, een broek werd een trui. Sowieso is hier zorg aan de presentatie besteed: Rhodé heeft een hele duidelijke dictie en beeldt regelmatig uit wat ze zingt, alsof ze een performance neerzet.
Haar oma Corrie vond de moed om voor het eerst te reizen, op cruise naar Noorwegen - “Daar zag ik mijn oma voor het eerst als vrije vrouw”. Ze inspireerde Rhodé tot ‘Mond Vol Moed’. Ontroerd zei oma: “Beloof dat je iets gaat doen met je muziek.” Ook de zangeres zet door bij iets dat spannend is: het is pas haar vierde optreden. Zoals ze in het slotnummer zingt, rent ze “recht in de bek van het beest”. (RvN)
Meer lezen over Rhodé Vree? Hier is ons interview met haar!
The Tommyrots
Mysterieuze verdwijning

Soms gebeurt er iets dat niemand had voorzien. Drummer Jens verdwijnt tijdens het concert plotseling. Moet hij naar het toilet? Gaat hij bier halen? Niemand die het weet. De frontsectie, Tom en Thomas, maakt er wat van en improviseert met een verhaal, een grap en een intieme wangkus die in de buurt komt van deze Berlijnse muurschildering. Jens verschijnt met een nieuwe clutch, het onderdeel dat het bovenste bekken van de hi-hat op zijn plek houdt. The Tommyrots laten zien: ook buiten hun spel om kunnen ze improviseren.
Presentatrice Esmé hitst ons bij aanvang op: “Hebben jullie zin in om te dansen, gaan jullie alles geven?” Dat doet de band ook, of in ieder geval: heel veel. “Energiek” is namelijk het kernwoord voor deze Haagse ‘60s/’70/’00s-rockband. Vanaf het begin durven ze theatraal te zijn, zoals de gepijnigde gezichtsuitdrukking van bassist Lito laat zien. Binnen twee minuten zit frontman Tom voor het eerst op zijn knieën op het podium. Gitarist Thomas geeft het energieke setslotstuk vorm door spelend op zijn rug te vallen, waarna leadzanger Tom over hem heen springt.
Driekwart van de set klinkt de als “rauw” aangekondigde rock verrassend gepolijst. ‘Call It a Night’, ademt Fab Four qua harmonie, gitaar, opbouw en de rust die het uitstraalt. (De intro lijkt dan weer op Sam Cooke). De hele set door sieren uitgebreide classicrocksolo’s van leadgitarist Thomas de set. In het laatste deel breekt echter met ‘Fever Dream’, ‘Smile at You’ en ‘Paranoid Schizophrenic Panic’ de voorspelde onweersbui los.
Charmant detail: de vier hebben waarschijnlijk het enige nummer ter wereld geschreven over een zelfscankassa. (RvN)
Meer lezen over The Tommyrots? Hier is ons interview met hen!
The Kiffs
Surfen van Scheveningen naar Southampton

Nog vóór de eerste noot is gespeeld, is deze band al bijzonder: we zien hier drie broers, en Kiki op bas. The Kiffs wordt aangekondigd als surfmuziek, maar is dat niet waar wij aan denken bij het openingsnummer. Nou ja, je kunt aan de Engelse kust best surfen. En daar gaan onze gedachten ook naar uit: de sophisti-popscene van de jaren ‘80 en vroege jaren ’90: Deacon Blue en Prefab Sprout.
Dat is slechts een bedje. Daarbovenop liggen dertig jaar popgeschiedenis die deze band heeft opgezogen, vooral de Amerikaanse rock. En dus gaat Riks gitaar heen en weer tussen die hele cleane sound, met echo’s van The Cure aan de ene kant, om dan open te springen als een vleesetende plant met ruige roffels tijdens ronkende refreinen. Denk aan Strand of Oaks en The War on Drugs, maar dan veel meer Deacon Blue.
Temporiseren
Wat gaat er goed? Nou, eigenlijk alles. De composities hebben een duidelijke signatuur: niet dat ze op elkaar lijken, maar omdat het bandgeluid in elk nummer herkenbaar is. Naast de leadgitaar houdt Joris’ slaggitaar het ritme strak vast. Barts drums doen dat ook, met warme floor tom-klanken en een niet te strakke snare.
Een kleine suggestie: met zoveel ritme zou de bas af en toe meer ruimte mogen nemen door even geen ritme te pakken en meer brug te vormen tussen ritme en de wat snerpende leadgitaar.
Maar dan hebben we het belangrijkste niet genoemd! De zang! Die is ronduit goed. Je onthoudt The Kiffs niet vanwege die zang die je nooit meer loslaat (maar dat gebeurt zelden: hoeveel Eddie Vedders en Joni Mitchells lopen er rond op deze Aarde?). Wat Joris goed doet, is juist binnen een beperkte bandbreedte veel variatie leggen, precies op de muziek zingen, waardoor de nummers niet sneller gaan klinken dan de toch al prima 150–160 bpm.
Kortom: een prima band waar nog veel rek in zit en die we volgende jaar heel graag weer op een leuk festival zien! (MH)


















