CHVE maakt muziek van stilte, vuur en stenen

Een donker en intiem optreden in de Muziekgieterij tijdens Musica Sacra

-
  • Alicia Walkowiak

Vanavond zijn we bij een bijzonder optreden in de Muziekgieterij, waar CHVE optreedt als onderdeel van Musica Sacra. Tijdens dit jaarlijkse festival staan kunst en spiritualiteit centraal. Naast muziek zijn er lezingen, films en rituelen. Juist daarom past CHVE hier goed: al snel wordt duidelijk dat wat we vanavond zien en horen zich moeilijk laat vangen in de term ‘concert’.

CHVE is de artiestennaam van Colin H. van Eeckhout, beter bekend als frontman van de Belgische postmetalband Amenra. Wie vanavond harde gitaren, geschreeuw en explosieve muziek verwacht, komt echter bedrogen uit. In zijn soloproject draait het om muziek, stilte en licht. Het optreden heeft daardoor meer weg van een donkere, trage en rituele performance dan van een regulier concert.

De grote zaal van de Muziekgieterij is voor de gelegenheid wat intiemer gemaakt met statafels en barkrukken. Als CHVE het podium betreedt, is het er vrijwel volledig donker en muisstil. Voor aanvang hurkt hij vooraan op het podium neer om vuur te maken. Daarna neemt hij plaats met zijn draailier op schoot.

Hij opent met ‘Onze Lieve Vrouwe’, een nummer dat CHVE samen met Broeder Dieleman uitbracht onder de naam De Mannen Broeders. De draailier, een soort gemechaniseerde viool waarbij een wiel de snaren in trilling brengt, zorgt voor een donker, zoemend en hypnotiserend geluid. De voortdurende drone vormt een constante onderlaag waar de stem van CHVE bovenuit komt.

Muzikaal komt akoestische folk misschien nog het dichtst in de buurt, maar ook die omschrijving dekt de lading niet helemaal. De zang is regelmatig meer gesproken dan gezongen en verdwijnt soms bijna in de drone van de draailier. Het geheel voelt minder als een verzameling nummers en meer als één doorlopende handeling. We kijken niet alleen naar iemand die muziek maakt, maar worden meegenomen in een wereld die hij zorgvuldig opbouwt.

-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen

Halverwege maakt de draailier plaats voor een ander snaarinstrument, een soort balalaika. Het vuur dat aan het begin van de show brandde, is inmiddels gedoofd. Op de visuals achter CHVE zien we echter rook verschijnen, alsof het vuur nog altijd nagloeit. Ook hier sluiten beeld, geluid en handeling op elkaar aan.

Richting het einde hurkt CHVE opnieuw vooraan op het podium neer. Dit keer gebruikt hij stenen en keien, die hij vanuit zijn thuisstad Gent heeft meegenomen, om geluid mee te maken. Het is een moment waarop de grens tussen muziek en performance nog verder vervaagt. Het gaat vanavond niet zozeer om melodieën of liedjes, maar om klank, materiaal en stilte.

Die stilte is misschien wel het belangrijkste instrument van de avond. Niet alleen op het podium, maar ook in de zaal. Het publiek blijft vrijwel voortdurend stil terwijl CHVE zijn geluiden opbouwt en weer laat verdwijnen. Soms gebeurt er minutenlang ogenschijnlijk weinig, maar juist daardoor ontstaat ruimte om volledig op te gaan in wat er op het podium gebeurt. De zaal raakt langzaam in een meditatieve roes.

Tegelijkertijd zoekt CHVE bewust de grens op tussen ritueel, muziek en performance. Soms vraag je je bijna af waar het ene ophoudt en het andere begint: kijken we naar een concert, naar een ritueel of simpelweg naar iemand die op een zeer geconcentreerde manier geluid maakt? Waarschijnlijk is juist die twijfel onderdeel van de ervaring.

De intensiteit en duisternis die we kennen van Van Eeckhout en Amenra zijn ook hier aanwezig, maar muzikaal is dit een totaal andere wereld. De vergelijking met Amenra is daarom eigenlijk helemaal niet nodig. CHVE creëert vanavond iets dat volledig op zichzelf staat: een donkere, introspectieve ervaring waarin geluid, stilte, vuur en beelden samenkomen.

Na een klein uur bedankt CHVE het publiek met zachte stem en verlaat hij het podium. Niemand staat direct op. Het publiek blijft nog even zitten, alsof we allemaal eerst rustig moeten ontwaken uit de wereld waarin we het afgelopen uur zijn ondergedompeld.

-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen