AFF overtreft zichzelf met uitverkochte editie op nieuwe locatie
De beste alternatieve ontdekkingsreis van de Benelux scoort in een gloednieuwe gedaante

Het zal je niet ontgaan zijn: Absolutely Free Festival heet dit jaar gewoonweg AFF. Nieuwe naam, nieuwe locatie – want in plaats van de weide naast C-Mine staan we nu in en rondom C-Mine zelf, met boven ons hoofd een imposante mijnschacht die boven de Mainstage uittorent als een industriële kathedraal. Mooi plaatje. Je struikelt dit weekend over de geweldige bands in Genk. Amper gevestigde namen, maar stuk voor stuk acts die je het gevoel geven dat je iets ziet voor de rest er vanaf weet.
Maar goed, de naam mag dan veranderd zijn – de belofte niet: veel talent ontdekken voor weinig geld. Fat Dog, Gurriers, Bazart, Oscar and the Wolf – allemaal passeerden ze deze voormalige mijnsite voordat het grote publiek er mee wegliep. AFF is een ballenbak voor muziekliefhebbers met een neus voor wat komen gaat, voor acts die je vrienden over een jaar aan jou gaan tippen alsof ze ze zelf ontdekt hebben.
Het festivalterrein, dit jaar met twee zalen binnen in het oogstrelende cultuurcentrum C-Mine, zorgt ervoor dat de focus bij de shows die in de zalen plaatsvinden volledig op de bands ligt. Bij acts als Boko Yout, ELLiS-D en HENGE — een soort spacerock gebracht door aliëns?! – is de zaal in extase, terwijl de filmische slowcore van Mark William Lewis zorgt voor een collectief rustmoment. Aan het einde van de tweede festivaldag staat de schuchtere frontman wat lamsspiesjes weg te werken onder een mijnschacht, terwijl een nieuwe fan hem vraagt voor een foto. Direct een van de mooiste details hier: haast elke artiest duikt na het optreden het festival in, om zelf nieuwe bands te ontdekken.




Mooi voorbeeld van een band die dit festival omarmt is DEADLETTER: de Britten stonden een paar jaar geleden nog op de XPRMNT-stage en zijn nu dé blikvanger van de zaterdag. De stofwolken in de pit zijn toonaangevend – de band zet het publiek met gemak naar zijn hand. Songs als 'More Heat!', 'Fit For Work' en vooral 'Binge' overstijgen de postpunk-hokjes en doen de Main even schudden op zijn grondvesten. Misschien niet de meest complexe band van het weekend, maar wel de meest effectieve.


Een gouden drietrapsraket op openingsavond
Op de openingsavond regent het bijzondere bands en brengt de Mainstage een drietrapsraket aan bands die op ontploffen staan én alle drie een rugzak vol fantastische liedjes hebben. Friko is de eerste van dat rijtje: rafelige indierock op het snijvlak van The Beatles, Radiohead en Arcade Fire. Grote namen, zeg je? Dat is dus precies op welke sterren ze mikken. Ontroerend, die uitvoering van 'Certainty', waarbij de excentrieke frontman Nico Kapetan achter de toetsen plaatsneemt voor een eigenzinnige ballade die doet denken aan Black Country, New Road. Of het rammelende 'Choo Choo', dat het jeugdige enthousiasme van deze steengoede band laat doorschemeren. Cliché, ja, maar: gaan we nog veel van horen.


Westside Cowboy stond al langere tijd op het wensenlijstje van AFF en het is niet moeilijk te begrijpen waarom. De indiefolkers uit Manchester gaven eerder dit jaar twee proevertjes weg van hun aankomende debuutplaat — en dat zijn direct twee van de sterkste songs die je dit jaar gaat horen. Bij setopener 'Kick Stones (The Boys)' knalt het kippenvel op de armen, vallen de monden open en kijk je even naar de persoon naast je om te checken of die hetzelfde voelt. Die voelt hetzelfde. Zelden zie je een band in één song een publiek zo volledig voor zich winnen – de rest van de set is eigenlijk gewoon een bonus. In die bonus: kersverse single 'Dobro', het americana van 'Don't Throw Rocks' en het razendsnelle 'Can't See'. Telkens met zangeres/bassist Aoife Anson O'Connell in de hoofdrol. En als je dacht dat haar naam mooi was, moet je haar stem eens horen.


Als je het aan ons vraagt is Bleech 9:3 een van de meest veelbelovende gitaarbands van dit moment – en met een bijzonder verhaal bovendien. Zanger Barry Quinlan en gitarist Sam Duffy ontmoetten elkaar tijdens een bijeenkomst voor verslavingsherstel in Dublin. Nu verwerken ze hun verleden op het podium, met een ijzersterke, eigentijdse mix van grunge, postpunk en rock. Songs als 'Ceiling' – over een vriend die de strijd tegen drugs verloor – en 'Underrated', doen de tent ontploffen en worden al meegezongen als anthems. Ze spelen dan wel niet de volle vijftig minuten vol, maar de onuitgebrachte songs die ze spelen zijn stuk voor stuk bommetjes. De een leunt naar de shoegazey tijd van Deftones, de ander naar Nirvana. Volgend jaar ergens op een Mainstage op een groot festival, schrijf maar op.


Lage landen, hoge kwaliteit
"Dus geloof je nog in vrijheid / Als in Rafah de grond trilt? / En in Libanon een vader / Nooit meer met zijn kindje speelt?" – rake teksten die je raken, in de Greenhouse stage op vrijdagavond. Het is al langer duidelijk dat Sophie Straat durft te zeggen waar het op staat – en sinds kort weet heel Nederland en België dat ook. Daar zijn in de voorbije weken genoeg onzinnige (en veel ergere) dingen over gezegd door mannen die nog nooit van haar (muziek) hadden gehoord. Het is blijkbaar zover gekomen dat Straat zelfs onder politiebegeleiding naar de zaal moet worden gebracht en alle bezoekers bij binnenkomst van de zaal uitvoerig gecontroleerd moeten worden. Als we vervolgens focussen op haar show zien we een sterke, punky performance met songs die stuk voor stuk inhoud hebben en een Straat die toont dat ze tot de belangrijkste stemmen van het Nederlandse poplandschap behoort.


Over Nederlanders gesproken: met C'est Qui, néomi, Parker Fans, Grote Geelstaart en Frans Kalf zijn 'we' sterk vertegenwoordigd in Genk dit weekend. De meeste indruk maakt andermaal Grote Geelstaart, die een propvolle XPRMNT-stage volledig in zijn greep houdt met een mix van noise, avant-garde, postpunk en nog zo veel meer ondefinieerbaars. Frontman Luuk Bosma haalt intussen zijn vingers helemaal open door alles te geven op zijn gitaar, waar hij riffs uittovert waar King Gizzard jaloers op zou worden. Twee drummers, soms saxofoon, onnavolgbare ritmes – probeer maar eens te headbangen hierop. Het maakt allemaal indruk.


Van Vlaamse bodem schitteren Blue Robin, Âo (als headliner!) en Fenne Kuppens van Whispering Sons. Laatstgenoemde brengt een volledig ander geluid dan bij haar band: verstilde luisterliedjes met minimale arrangementen, ergens in de hoek van de stilste Aldous Harding-songs. Hier komt de kracht van de nieuwe locatie goed naar voren – het is muisstil in een volle zaal. Uniek op een festival.


Black Midi reunie?!
Zonder twijfel een van de meest eigenzinnige bands van de laatste tien jaar: black midi. Muziek die onmogelijk in een genre te plaatsen is en voor menigeen overkomt als moeilijkdoenerij. Een soort mathcore meets freejazz meets progrock, of zo. Een zooitje ongeregeld, ook op het podium, waarbij het soms leek alsof alle bandleden een ander nummer aan het spelen waren. Nu doen ze dat ook: na de scheiding van black midi gingen de twee frontmannen Cameron Picton en Geordie Greep beiden hun eigen weg. My New Band Believe, het nieuwe speeltje van Cameron Picton brengt prog-en folkrock met een barokke feel. Nog altijd virtuoos, verwarrend en met vlagen moeilijk te volgen, maar wel toegankelijker. Geen doorsnee festivalband dus. Jammer: de live-vertolking die Picton en zijn band brengen zijn sterk verschillend tegenover de albumversies van de mooie songs. Niet heel gek dat de zaal gaandeweg dan ook wat leegloopt.


De toch al straffe en maffe openingsavond wordt vervolgens afgesloten door Geordie Greep, die inmiddels solo even ongrijpbare muziek maakt: prog, jazz, bossa nova, latin, samba... Je kunt nog wel even doorgaan. Op verzoek van de band zelf spelen ze dik twee uur. Respect voor de soldaten die de volle twee uur ook daadwerkelijk hebben volgemaakt, want hoewel het smullen is om de fantastische muzikanten aan het werk te zien is het wel hard werken om sommige freejazz improvisaties te kunnen volgen.


(Niet) voor iedereen
AFF is een festival waar iedereen welkom is om zich – al dan niet voor het eerst – onder te dompelen in de wondere wereld van de alternatieve muziek. Dat is ook te zien aan het publiek: lokale vriendengroepen, individuen die een flink stuk gereisd hebben voor de line-up, ouders die hun kids hier komen opvoeden. Alles en iedereen is welkom.
Maar eerlijk is eerlijk: de programmering is bewust eigenzinnig. Lang niet elke act hier is weggelegd voor de occasionele muziekluisteraar die op zoek is naar herkenbare refreinen - er spelen zat bands die twee luisterende oren vragen, en als het even kan ook een derde. Wie bereid is om zich over te geven aan genres die niet elke week door de woonkamer rollen, wordt rijkelijk beloond.
Zo zien we mensen het moeilijk hebben bij Bucket, die een keiharde mix van noise en hardcore punk brengen, de decibelmeter opzoekend en met bassen die zo vervormd worden dat je het idee hebt in een horrorfilm beland te zijn. Ook bij Just Mustard gaan wat wenkbrauwen omhoog: een vader tilt zijn zoontje op om naar frontvrouw Katie Bell te zwaaien, maar ze reageert er niet op. Bell reageert sowieso nergens op – publieksparticipatie is duidelijk niet haar sterkste troef. Maar met haar scherpe, ijle vocalen houdt ze de Main – toch zeker de voorste rijen – in een wurggreep. Neem die snijdende gitaren in 'Endless Deathless', volledig vervormd tot iets dat tegelijk pijn doet en trekt, of de hypnotische zang van Bell in 'Silver, het is allemaal zeer indringend. Niet op de laatste plaats door de vette mix van industrial, shoegaze en triphop. Met de ogen dicht één van de hoogtepunten van het festival.


Minder moeilijk, maar het nog erg onbekende Little Grandad moet het op zaterdag doen met een wel erg bescheiden publiek. Niet gek: de band bestaat pas een jaar, heeft pas drie maanden muziek op de streamingdiensten staan – toch worden ze nu al geprezen door NME en Rolling Stone. Weer zo'n Windmill-band die je over twee jaar terugziet op talloze festivals. Americana, een vleugje alt-country, veel indiefolk en hier en daar een trompet. Rond etenstijd hebben ze hier wel wat moeite om het publiek mee te krijgen – de show landt een beetje gezapig – maar de kwaliteit drijft uiteindelijk toch boven: een song als 'Sleepwalking' kunnen we niet vaak genoeg horen.

Hier om te blijven
AFF heeft zijn plek op de nieuwe locatie meteen gevonden: de mijnschacht die boven de Mainstage uittorent, de twee intieme (en duistere) zalen binnen in C-Mine waar je de muziek voelt trillen in de muren. Het industriële decor dat je het gevoel geeft ergens bijzonders te zijn – het terrein ademt cultuur zonder daarin door te slaan. Het is voor sommigen wellicht even wennen, maar met deze opzet kan het festival de komende jaren mooie stappen maken.
Dat het uitverkocht raakte is een gigantisch compliment voor de organisatie, die een line-up wist neer te zetten waar veel festivals van dit kaliber van dromen. Weliswaar ben je altijd afhankelijk van wat er tourt en zullen er niet elk jaar bands van het kaliber Bleech 9:3 en Westside Cowboy beschikbaar zijn – maar één ding is zeker: AFF heeft de vinger prima aan de pols om te weten wat de jonge muziekliefhebber wil zien.


AFF voelt een beetje als de grote broer van een festival als Left Of The Dial. Ben je fan van opkomend (gitaar)talent? Dan moet je volgend jaar drie letters in je agenda noteren: AFF.


