Absurditeit voert de boventoon bij Gijsjaradijsja en De Plaag
Van kleinkunstpunk in korte broek tot electropunk in onderbroek
Op de website van Poppodium Phoenix werd de double-bill van De Gijsjaradijsja Band en De Plaag op zaterdag 18 april omschreven als “partypoëzie”. Maar zo lief als dat klinkt, waren de optredens van de Dordtse groepen niet. Ze brachten vurige electro- en kleinkunstpunk, en maakten er met hun teksten en stageperformance een absurde avond van die het publiek niet snel zal vergeten.
“Ik heb net ontslag genomen, dus dit nummer draag ik op aan mezelf”, zegt frontman Jochem Smaals van de Gijsjaradijsja Band vlak voordat hij het nummer 'Niks Doen' instart. Ondanks dat de band in het nummer een oproep doet om vaker niks te doen, zijn de vermakelijke nummers allesbehalve een teken van luiheid. Ze zingen op een scherpe en grappige manier over maatschappelijke thema’s en verrassen door distorted gitaarpartijen en videogame-achtige accordeonloopjes met elkaar te combineren. Daarnaast overtuigt Jochem met goede vocalen die tijdens coupletten de strakke baslijntjes volgen en in refreinen de leiding nemen met vrolijke, catchy melodieën. Ook stapt de band af en toe af van de eigenzinnige “kleinkunstpunk” en zijn er duidelijke reggae- en ska-invloeden te horen, zoals in 'Fucking Irritant' en 'Ouwe Witte Man'. Dit doen ze, op Jochem na, allemaal in korte broek. Het is opvallend, aangezien de winter pas net achter de rug is. Maar ach, waarom ook niet?
Het optreden is muzikaal sterk, maar helemaal vlekkeloos verloopt het niet in Poppodium Phoenix. Als de accordeonist halverwege de set vergeet welke akkoorden hij moet spelen, vraagt Jochem of iemand in het publiek effe op ChatGPT kan kijken wat de akkoorden zijn. Het antwoord is nee – al zal niemand het daadwerkelijk hebben gecheckt – en het nummer wordt naar later in de set verplaatst. Ook in het dansbare electronummer 'Altijd Content' vergeet Jochem even de tekst, maar gelukkig herpakt hij zich snel. De band gaat er goedlachs mee om. Ook al gaat het fout, ze maken er een grappig moment van, waardoor het voelt alsof je even bij hen in de repetitieruimte staat.
Als laatste wordt 'Eet Alle Rijken', het nummer met de meeste streams op Spotify, vol gas ingezet. De energie van het publiek stijgt meteen: mensen lachen, dansen en een groep vooraan het podium bereidt de eerste overtuigende moshpit van de avond voor. Het publiek maakt zich klaar om helemaal los te gaan als het weer bijna tijd is voor het refrein en Jochem schreeuwt: “BREEK HET SYSTEEM AF!”
Als De Plaag aan hun show begint, zijn ze aangekleed met trainingspakken en zonnebrillen. Tegen de tijd dat ze het laatste nummer instarten, staan diezelfde vier nog maar in hun ondergoed. Wie nu “huh?” denkt, heeft waarschijnlijk nog nooit een show van de Dordtse electropunkgroep gezien. Dat het inmiddels bekend is dat deze transformatie onderdeel is van hun show, blijkt wel als iemand uit het publiek halverwege de set roept dat ze hun broek moeten uitdoen. Ze lachen, geven de vrouw een high-five en gaan weer verder met de show. Nog heel even wachten.
De vierkoppige formatie laat verschillende elektronische genres voorbij komen, waaronder techno, hardstyle en trap. In combinatie met dat de vocalisten de zangpartijen veel afwisselen, uitbundig dansen en zelfs tot tweemaal toe een moshpit beginnen in het publiek, blijft de intensiteit de hele show hoog. Het voelt alsof De Plaag je bij je kraag pakt en je van de ene naar de andere kant van Poppodium Phoenix sleurt.
Met de teksten voegt de groep een flinke dosis absurditeit toe. Zo wordt in het nummer 'Bob Dylan' eerst een Nederlandstalige versie van het refrein van 'We Are the World' gezongen op een trapbeat, waarna de groep in het refrein op schreeuwachtige wijze constateert dat Bob Dylan nog niet dood is. Ook in de andere teksten staan absurditeit, chaos en heel hard feesten centraal. Een goed voorbeeld is het hardstyle-achtige 'Kater '(“Ik word wakker en ik voel me fucking misselijk / Heb zo veel gezopen, heel m’n leven is weer kut”).
Aan het begin van de set lijkt het publiek in Poppodium Phoenix te moeten wennen aan de absurditeit van De Plaag. Hoewel een klein groepje vooraan het podium vanaf het begin met de band meezingt en danst, staat de rest van het publiek nagenoeg stil. Dit verandert als de groep een remix van De Bom van Doe Maar speelt. Het publiek komt los en lijkt het fijn te vinden dat ze de tekst herkennen en mee kunnen zingen.
Dat een show van De Plaag voor een groot deel pure onzin is, valt niet te ontkennen. Maar waarschijnlijk is iedereen in het publiek op z’n minst één keer (waarschijnlijk vaker) aangestoken door het enthousiasme van de groep. En dat maakt ze een goede act. Tijdens een show van de Plaag kan je heel even alle ellende op de wereld vergeten, je verstand op nul zetten en keihard feesten.