Lekker rocken en dollen met Wodan Boys en Badminton in 't Beest

Wie dan? Wodan!

Wodan Boys
  • Anneke Flikweert
  • Andre Joosse
  • Joy Droogsma

De zaal van ’t Beest is zelfs tijdens het voorprogramma al goedgevuld. Er klinkt opgewonden geroezemoes: Wodan Boys speelt deze vrijdagavond in Goes, met Badminton als support. Twee bands die allebei niet vies zijn van gruizige gitaren, stevige drums en een flinke dosis energie. Badminton krijgt de zaal aan het bewegen, waarna Wodan Boys er nog een paar scheppen bovenop doet.

Badminton zet meteen stevig in met ‘Rich Girl’, een fantasie over hoeveel beter het leven als rijk meisje zou zijn. De baslijnen van Lotte van Heek geven het nummer extra gewicht. In ‘You Bug Me’ gaat het viertal uit Enschede net zo stevig verder, met lekker drumwerk van Stein Rusken. We zijn bovendien getuige van een historisch moment, vertelt frontman Luca de la Haye. “Wij zijn een band uit Enschede en dit is de eerste keer dat we in Zeeland spelen. We hebben nu alle provincies gehad.” Om er vervolgens aan toe te voegen: save the best for last.

Met een atmosferische intro zet de band ‘Freakshow’ in: rechttoe-rechtaan rock, gevolgd door het snellere ‘Speed’. Beweeglijk, enthousiast en energiek weet Badminton de zaal steeds verder op te warmen. De la Haye houdt het ondertussen luchtig. “Goes: how goes it? It goes goed!” En over de merchandise: “Wij hebben merch, jullie hebben geld: ik zie mogelijkheden.” De band werkt aan nieuw materiaal: op 13 november verschijnt een nieuwe single en via Voordekunst loopt een crowdfunding voor een album dat in mei 2027 moet verschijnen. Terwijl De la Haye zijn gitaar stemt, vraagt hij gitarist Chiquinho Hoogerdijk ook iets leuks aan Goes te vertellen. “We hebben heel lang in de auto gezeten”, is diens droge bijdrage.

Na het gitaargedragen ‘Colourdeaf’, waarin Hoogerdijk zijn gitaar flink laat gillen, en het felle ‘Usonia’ kondigt De la Haye nog drie nummers aan. “Vier!”, klinkt het meteen uit de zaal. ‘(You’ll Never Kill My) Radio’ zet het publiek helemaal aan, waarna ‘NSNA (Never Say Never Again)’ met hoog tempo, distortion en stevig drumwerk doordendert. Met de powerpunk van ‘Olé’ en een enthousiast meezingend publiek sluit Badminton een overtuigende eerste kennismaking met Zeeland af.

Wie dan? Wodan!

Maar er wacht nog meer puur plezier. Voordat Wodan Boys begint, klinkt een fragment van Van Kooten en De Bie: “U ben direk doch lèf verbondûh met onze studiau De Haag.” Een knipoog naar F. Jacobse en Tedje van Es, die hun sportclub Wodan noemden: Wij Ontspannen Door Alleen Natuur. Dan barst ‘Karaoke Rockstar’ los. Goes is bekend terrein voor de Hagenaars: twee jaar geleden stonden ze op ’t Beest Brult. Vanavond brult ’t Beest niet alleen; vooral Wodan Boys zelf brult.

Het optreden krijgt een extra lading omdat het de laatste keer is dat bassist Timo Prins in Goes als Wodan Boy op het podium staat. Na deze tour stopt hij als bandlid. Een afscheid zonder al te veel sentiment: Prins blijft, zo verzekert hij, altijd een Wodan Boy. Met rollende roffels in ‘Bells’ en ‘A Go Go’ is het tempo direct hoog. Bij ‘Mask’ springt frontman Thomas van der Want over het podium. De nieuwe single ‘Blindsided’ gaat over vriendschappen en relaties die voorbijgaan zonder dat meteen duidelijk is waarom. “All my love, love, love, don’t erase me from your mind”, klinkt het tussen de stevige gitaren door.

Ouder werk wordt minstens zo enthousiast ontvangen. ‘Fake Smile’ uit 2021 haalt uit naar alles wat nep is en wordt luid meegezongen, net als ‘More Entertainment’. In de zaal ontstaat een moshpit. Daarna volgt ‘Don’t Be Silly’, de single die eerder dit jaar met Barry Hay werd opgenomen. “Hey, don’t be silly!” blijkt gemaakt om mee te schreeuwen. Ook ‘Do It Like Djokovic’ zet de zaal aan het springen. Van der Want somt ondertussen Haagse bands op die eerder in ’t Beest stonden, waaronder Taymir, voordat de band plotseling gas terugneemt.

Even het licht uit

Thomas van der Want en Mikkie B Wessels spelen samen de wonderschone Alex Turner-cover ‘Piledriver Waltz’. Na al het gitaargeweld is het een onverwacht rustpunt. Een mooie solo, de zaal luistert en het licht gaat zelfs even helemaal uit.

Lang duurt de rust niet. Prins gooit drie speciale Wodan Boys-sjaals de zaal in, terwijl “Wie dan? Wodan!” door ’t Beest klinkt. De gelukkige ontvangers glunderen, waarna de band opnieuw voluit gaat. ‘Horrific, Terrific’ laat het dak bijna loskomen en bij ‘Power’ gaan de handen de lucht in. ‘Attack Defend’ zweept verder op en in ‘Geezer Glamour Danger’ klinkt Wodan Boys zowaar even alsof Robbie Williams zich bij een punkband heeft aangesloten.

Dan volgt een van Prins’ favoriete momenten: de wall of death. De zaal maakt ruimte, om even later weer hard op elkaar af te stormen. In ‘Thunderglove’ wordt meegebruld en gedanst; tijdens ‘My Oh My’ galopperen de drums en bouwt de band een muur van geluid. Nog één keer gaat de zaal uit elkaar om samen te komen. Het zaallicht gaat aan. “Let the people have some fun, you are not the only one”, klinkt het. Tegen het einde scandeert het publiek tijdens het toepasselijk getitelde ‘Wodan Boys’ de bandnaam.

Zo eindigt de avond zoals hij eigenlijk al vanaf het begin verloopt: band en publiek trekken samen op. Voor even zijn we allemaal Wodan Boys. Of, zoals Jacobse en Van Es het ooit bedoelden: Wij Ontspannen Door Alleen Natuur.