Hans Eijkenaar's AI Collective in ’t Beest
"Mens vs. machine, maar vooral vuur op het podium"
Wie denkt dat kunstmatige intelligentie vooral kille, zielloze muziek oplevert, komt in ’t Beest bedrogen uit. Drummer, technerd en alleskunner Hans Eijkenaar presenteert met zijn AI Collective een set die juist bol staat van energie, improvisatie en speelplezier. De twist: de composities komen niet van hemzelf, maar uit de krochten van AI-software.
Eijkenaar raakt begin 2025 gefascineerd door de mogelijkheden van AI, tijdens autoritten na optredens, met podcasts en radio als begeleiding. De vraag die hem niet meer loslaat: kan AI ook complexe jazzrockfusion schrijven? “Na mijn eerste prompt was het resultaat aardig,” vertelt hij op het podium, laptop paraat op een barkruk. “Maar van het resultaat daarna schrok ik. Ik hoefde het alleen nog te finetunen.”
Het blijft niet bij een experiment. Na weken van prompten en selecteren ligt er uiteindelijk een gigantische stapel materiaal: zo’n tweehonderd composities. Eijkenaar kiest de beste twintig en vormt een band met gitarist Jerôme Hol, bassist Rik van der Ouw en toetsenist Rein Godefroij. Opvallend: de muzikanten hebben aanvankelijk niet eens door dat de stukken niet door Eijkenaar zelf zijn geschreven.
Vanavond brengt het viertal die AI-composities tot leven, zonder laptops of digitale hulpmiddelen op het podium. “Vergeet die titels en dat hele AI-verhaal,” zegt Eijkenaar. “We gaan gewoon spelen.” En dat gebeurt.
Vanaf opener Space Dreams wordt duidelijk dat het hier niet draait om technologie, maar om chemie. De muziek zwiert alle kanten op: van jazz naar fusion, langs rock en blues, met ruimte voor lange, vrije solo’s. In Hidden Layers buitelen fluitachtige keyboardklanken over stevige gitaarlijnen heen, terwijl Hol met gruizige riffs en virtuoze uithalen voor een rauw randje zorgt.
Het publiek beweegt mee, bijna tranceachtig, wanneer Godefroij zijn toetsen laat zingen en Van der Ouw zijn bas laat ‘spreken’ in speelse vraag-en-antwoordmomenten. Eijkenaar zelf is de motor van het geheel: strak, energiek en met zichtbaar plezier als een baasje achter zijn drumstel.
Tussen de nummers door relativeert hij het concept met humor. “Voelt dit als AI? Nee toch?” Het antwoord ligt voor de hand: wat hier gebeurt, is allesbehalve kunstmatig. De composities mogen dan uit een algoritme komen, de uitvoering is honderd procent menselijk.
Hoogtepunten zijn er volop. In AI After Dark volgen contrastrijke tempowisselingen elkaar in hoog tempo op, terwijl Synthetic Souls juist ruimte biedt voor een meeslepende gitaarsolo van Hol. Tegen het einde groeit de set naar een climax met een slotstuk dat voelt als een muzikale vuurwerkshow.
Eijkenaar ziet AI niet als bedreiging, maar als instrument. En dat blijkt vanavond geen loze kreet. De computer levert het ruwe materiaal, maar op het podium gebeurt het echte werk: improvisatie, interactie en spanning.
Met een clubtour van zo’n vijftig shows in het vooruitzicht lijkt AI Collective nog lang niet uitgespeeld. Eén ding is zeker: wie hier komt in afwachting van een technologisch experiment, krijgt vooral een dampende liveshow voorgeschoteld. En dat is misschien wel de grootste verrassing van de avond. Deze avond in ’t Beest werd verzorgd door Muziekpodium Zeeland.