WeitjeRock bewijst opnieuw dat klein groots kan zijn
Een energieke boodschap van hoop en liefde op WeitjeRock

Een dorp met nog geen tweeduizend inwoners dat voor één weekend verandert in een festivalterrein voor 4.500 muziekliefhebbers: WeitjeRock bewijst opnieuw dat groots niet per se groot hoeft te zijn. Op de vertrouwde wei in IJzendijke voelt het festival als een warm bad. De zon schijnt uitbundig, de geur van gras en zonnebrand hangt in de lucht en overal zitten mensen ontspannen op picknickkleedjes. Achter de schermen zorgen tientallen vrijwilligers ervoor dat alles soepel verloopt. De sfeer is gemoedelijk, de programmering avontuurlijk en het publiek nieuwsgierig.
Na een vrijdagavond met dansbare dj-sets van onder anderen Jarreau Vandal, Chibi Ichigo, Joost van Bellen en St. Paul verschuift op zaterdag de aandacht naar bands die moeiteloos schakelen tussen indierock, punk, dreampop en psychedelica. Het levert een affiche op waarop gevestigde namen en spannende ontdekkingen elkaar afwisselen.
Blue Vultures mag als winnaar van de WeitjeRock Bandpoule de dag openen en doet dat overtuigend. De jonge Bredase band laveert tussen indierock en psychedelica, met sterke vocalen en genoeg eigen smoel om nieuwsgierig te maken naar meer. Ook Zeeuwse trots Kind Human laat zien hoe persoonlijk popmuziek kan zijn. Isabelle van Beek verpakt thema's als liefde, oorlog en zelfbeschikking in dromerige elektronica en felle gitaarsolo’s, zonder dat het zwaar op de hand wordt. Haar boodschap is helder: tegenover alle ellende mag best wat zachtheid staan.
Die combinatie van engagement en eigenzinnigheid loopt als een rode draad door de dag. De Belgische Kaat van Stralen schakelt moeiteloos tussen punk, spoken word en absurde humor. Ze fileert schoonheidsidealen, speelt met het publiek en giet feministische observaties in rauwe gitaarliedjes die voortdurend verrassen. Even later doet TAXI TAXI precies waar Nederpunk goed in is: korte, felle songs, absurde teksten en een publiek dat al na een paar minuten springend voor het podium staat.
Wie daarna de tent binnenloopt voor Sons, belandt midden in een wervelwind. Crowdsurfers, een moshpit, een wall of death en een frontman die voortdurend tussen zijn publiek staat: alles klopt. Toch blijft het optreden meer dan alleen gecontroleerde chaos. Onder de snoeiharde gitaren schuilt een band die precies weet hoe je spanning opbouwt en een festivalpubliek meesleept.
Het contrast met Elephant kan nauwelijks groter zijn. De Rotterdammers kiezen voor melodie, samenzang en zorgvuldig opgebouwde indierock. De songs beginnen klein, maar krijgen gaandeweg steeds meer rafelranden door gruizige gitaren en onverwachte wendingen. Het is muziek die perfect past bij deze zonovergoten festivalweide.
Een van de mooiste optredens van de dag komt van Dressed Like Boys. Jelle Denturck, ooit de onstuimige frontman van DIRK., laat zien hoeveel kracht er schuilt in kwetsbaarheid. Zijn liedjes over identiteit, liefde en jezelf durven zijn worden muisstil beluisterd. Als Stonewall Riots Forever eindigt in een massaal meezingmoment, ontstaat zo'n zeldzaam festivalmoment waarop artiest en publiek volledig samenvallen.
Dat geldt eigenlijk ook voor de verrassende invalbeurt van STONE. De Britten vervangen Dotan, maar niemand lijkt hem nog te missen. Frontman Fin Power is even grappig als onvoorspelbaar, springt het publiek in en slingert gruizige riffs, spoken word en Britpopmelodieën over het veld. De band voelt als een ontdekking die eigenlijk op een veel later tijdstip thuishoort.
Portland brengt vervolgens verstilling. Frontman Jente Pironet put uit zijn persoonlijke ervaringen na een zware ziekteperiode en weet die zonder melodrama om te zetten in breekbare, hoopvolle popsongs. De samenzang met Nina Kortekaas tilt nummers als Killer's Mind en Until I Find Some Bigger Fears naar een niveau waarop de emoties vanzelf binnenkomen.
Later op de avond is het de beurt aan de gevestigde namen. K's Choice hoeft na dertig jaar nauwelijks nog iets te bewijzen. Sam Bettens laveert ontspannen door een set vol klassiekers, vertelt openhartig over de veranderde betekenis van zijn liedjes en krijgt het publiek moeiteloos mee in Not an Addict, Perfect Scar en Believe. Geen routineklus, maar een optreden vol zichtbaar speelplezier.
Ook DeWolff bewijst opnieuw waarom de band live tot de absolute top behoort. Hammondorgel, blues, soul, psychedelica en vuige rock-'n-roll vloeien naadloos in elkaar over. Pablo van de Poel bespeelt niet alleen zijn gitaar, maar net zo makkelijk het publiek, dat zich gewillig laat meevoeren in lange improvisaties en dampende grooves. Het optreden ademt vrijheid en vakmanschap.
Bazart sluit het hoofdpodium af met precies de juiste dosis melancholie en euforie. “Soms wil ik blijven rijden, En niet naar achter kijken. Het lijkt al nacht in Amsterdam.” Hoe maak je er één grote, stomende massa van? Nou, door lekker met het publiek in interactie te gaan en samen te zingen en de menigte in te gaan, weet frontman Mathieu Terryn. Melancholieke liedjes van het recente album Exit, krijgen evenveel bijval als publieksfavorieten zoals Begin Opnieuw en Goud, die luidkeels worden meegezongen. Het bewijst opnieuw hoe sterk de band is in het schrijven van popsongs die groot voelen zonder hun kwetsbaarheid te verliezen.
Wie daarna nog energie over heeft, kan terecht bij het Belgische Glintsal, dat de tent verandert in een uitbundige nachtclub vol hiphop, elektronica, humor en onweerstaanbare beats. Een betere afsluiting is nauwelijks denkbaar.
WeitjeRock bevestigt daarmee opnieuw zijn bijzondere positie: door artiesten te programmeren die iets te vertellen hebben, nieuwe bands een kans te geven en tegelijkertijd een sfeer te creëren waarin iedereen zich welkom voelt. Juist die combinatie maakt het festival al jaren tot een van de meest sympathieke én muzikaal interessantste festivals van Zeeland.




















