Unfinished verrast met muzikale uitersten in Vessel 11

Een avond waarvan je hoopt dat die nooit eindigt

.
  • Marthe Hoekveen

Een druilerige herfstavond vormt het decor voor de release van ‘Crow Bird’, het debuutalbum van Unfinished. Met scheurende gitaarriffs, dromerige melodieën en onverwacht kwetsbare momenten wordt het publiek meegenomen op een muzikale reis vol contrasten. Van ingetogen synthesizerklanken tot snoeiharde grunts: Unfinished laat zich niet gemakkelijk in een hokje plaatsen.

.
© Zahra Vliegenthart

De volle zaal wacht vol anticipatie terwijl Unfinished de laatste voorbereidingen treft. Een knipoog naar de geluidsman is het teken dat de band klaar is om te beginnen.

Frontvrouw Nina verwelkomt het publiek met een kort dankwoord. Begeleid door de synthesizer introduceert ze het album. Het publiek krijgt een minuut de tijd om zich mentaal voor te bereiden. De kalme tonen van ‘The Crows (Intro)’ duren niet lang; we staan immers bij een metalconcert. De eerste scheurende riff is dan ook snel te horen. Vanuit de zaal klinkt applaus en gejoel.

Wat blijft verrassen, is de consistente balans tussen dromen en beuken. Het album, opgedeeld in drie akten, manoeuvreert tussen momenten van rust en razernij. De bas dreunt regelmatig van je tenen tot diep in je borstkas. Dat contrast komt mooi naar voren in ‘Bird in Flight’, met een soepele overgang van alternatieve rock uit de jaren nul naar een intiem, bijna jazzy pianospel.

De kwetsbare kant van Unfinished komt misschien wel het duidelijkst naar voren in het nummer ‘Message to E’. Het is opgedragen aan een dierbare van Nina die vijftien jaar geleden is overleden. Dit moment maakt indruk. ‘If you can relate,’ zegt ze bijna fluisterend, ‘then it’s also for you.’ Terwijl ze het nummer solo speelt op de synthesizer, is de zaal bijzonder stil. Zelfs het kenmerkende gerinkel van glas achter de bar ontbreekt. 

.
© Zahra Vliegenthart

Even later roept Nina een wel heel bijzondere gast het podium op: Saskia, de manager van de band. ‘Disaster is happening now: time’s up.’ Een geestige verwijzing naar de titel van de tweede akte en het nummer waarmee deze wordt afgesloten. Wie een bescheiden gastoptreden verwacht, komt bedrogen uit. Saskia grijpt de microfoon en trakteert het publiek op een reeks snoeiharde grunts die binnendringen tot in de kern. Wanneer de laatste noten van ‘Time’s Up’ zijn gespeeld, klinkt een oorverdovend applaus.

Ook in het slotstuk toont Unfinished zijn veelzijdigheid. ‘The Oldest Hymn (Interlude)’ roept met het bijna engelachtige gezang een heel andere sfeer op dan het harde slotnummer ‘Smoke’, waarin de band zich nog een laatste keer volledig overgeeft aan de muziek.

Unfinished laat in Vessel 11 horen dat scheurende gitaren en zware drums hand in hand kunnen gaan met kwetsbaarheid. Juist de afwisseling tussen stilte en muzikaal geweld maakt deze albumrelease bijzonder.

.
© Zahra Vliegenthart

Voorprogramma: PHLOEM