Bijzonder is hoe een band die al sinds het begin van de jaren negentig meedraait, nog altijd moeiteloos een reeks sterke, nieuwe songs weet te serveren, stuk voor stuk zorgvuldig in elkaar gesleuteld. Dat getuigt van klasse. Neem ‘Always A Stranger’: nog geen jaar oud, maar nu al onthaald alsof het een klassieker is. Een prachtsong waarin Staples zingt over een verloren liefde, maar nergens wordt het te zwaar of weemoedig. In elke song, hoe melancholiek ook, schuilt een vleug hoop en een subtiele vorm van geruststelling. Het ontbreken van de vertrouwde strijkers en blazers is weliswaar voelbaar, maar doet verrassend weinig af aan de beleving. De kracht van de liedjes blijft moeiteloos overeind. Richting het einde van de set, terwijl de duisternis langzaam over de binnentuin valt, lijkt het licht in de songs bij vlagen juist toe te nemen. In nummers als ‘Turned My Back’ en ‘Pinky in the Daylight’ sijpelt plots een warme gloed door. Vooral die laatste nodigt haast uit om uit de banken te komen en een langzame, dromerige wals te dansen onder genot van een croonende Staples.
Eindigen doet de band dan weer ingetogen, met het indringende ‘For The Beauty’. Een kleine twee uur zijn voorbijgevlogen en het slotmoment voelt alsof de tijd even stil heeft gestaan. Tindersticks eindigt met een fluisterzachte "to feel / to love / to live / to try / to love / to fly", waarmee ze nog eenmaal onderstrepen waar hun kracht ligt: in subtiliteit, emotie en verfijning. Wanneer het laatste akkoord wegebt en de band in het schemerdonker verdwijnt, beseft men: dit was er eentje voor in de boeken.