The Vices geeft eenmalig optreden in Paradiso
Even wachten en dan alles tegelijk
Donderdag 28 mei, Grote Zaal van Paradiso. Nog voordat de deuren goed en wel open zijn, zit de energie al in de rij. Er wordt gefloten. Niet zomaar gefloten, maar doelgericht: ‘BOY’. Een soort vooraankondiging, alsof het publiek zichzelf alvast warmdraait. Het zegt genoeg. Dit is niet zomaar een show, dit is de enige Nederlandse show van The Vices dit jaar. Iedereen die hier staat, weet dat.
Binnen bouwt dat gevoel zich snel op. De zaal loopt vol met mensen die duidelijk hebben uitgekeken naar deze avond. Wanneer de band opkomt, worden de eerste noten meteen ontvangen met luid gejoel. Geen twijfel, geen aftasten. We zijn er.
Band start op rustige en dromerige toon
Lol in optreden
The Vices openen niet met een explosie, maar durven het klein te houden. For My Mind zet een rustige, bijna dromerige toon neer. Het ligt zwaar op het gitaarspel van de frontman Floris van Luijtelaar, die zichtbaar geniet van de ruimte die het nummer biedt. Veel instrumentaal, veel gevoel. Het is een opening die laat zien dat deze band niet alleen komt om te knallen, maar ook om te bouwen.
Die opbouw loopt moeiteloos door in Before Your Birth, dat direct binnenkomt. De zaal pakt het op, betrokken en aandachtig. Het zit in de details: hoofden die meeknikken, blikken die naar het podium gezogen blijven worden.
Wat meteen opvalt is de sfeer op het podium. De lol spat ervan af. De bandleden met naast Floris ook Jonathan Kruizinga, Mathijs Louwsma en Simon Bleeker zoeken elkaar voortdurend op, lachen, spelen, reageren op elkaar. Het voelt los en vanzelfsprekend, alsof het niet alleen een optreden is, maar ook een moment waar ze zelf net zo goed naar hebben uitgekeken.
Interactie met publiek heeft iets speel, bijna theatraals
Ontspannen sfeer
Floris van Luijtelaar speelt daar een grote rol in. Zijn interactie met het publiek heeft iets speels, bijna theatraals. Een lichtheid die doet denken aan een komische versie van Freddie Mercury’s podiumspel. Hier een grapje, daar een blik, een klein gebaar dat de zaal meteen meeneemt. En die zaal doet graag mee. Er wordt teruggeroepen, meegezongen, gereageerd. Het werkt twee kanten op.
Tussen de nummers door nemen ze de tijd. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Dit is hun enige show hier dit jaar en dat voel je. Er is ruimte om crew, familie en vrienden te bedanken. Veel van hen staan zichtbaar in de zaal. Het voelt persoonlijk, bijna alsof de cirkel even rond wordt gemaakt.
Na een intermezzo trekt de band het tempo opnieuw terug. Tomorrow I’ll Be krijgt een rustige, tedere uitvoering. De frontman draagt het op aan iemand in het publiek die hij die week in Concerto heeft ontmoet. Het geeft het nummer iets kleins en echts, midden in een grote zaal.
Energie verzamelt zich langzaam
Voldoening met besef dat het voorlopig deze ene keer is
Langzaam maar zeker beweegt de set richting een ander soort energie. Niet meteen explosief, maar opgebouwd. De gitaren worden dromeriger, de lijnen langer, de spanning voelbaarder. Bij Before You Might Be Gone komt alles samen. De gitaar zweeft, de zaal hangt erin, en je voelt het moment kantelen. Dit is waar de energie zich verzamelt.
Als BOY inzet, is er geen houden meer aan. Alles wat eerder nog onderhuids zat, komt eruit. De zaal zingt, springt, duwt zich dichter naar voren. Het gefluit van voor de show krijgt eindelijk zijn volledige ontlading.
Wat daarvoor zorgvuldig werd opgebouwd, komt hier los. Niet rommelig, maar precies op het juiste moment. Alsof iedereen tegelijk besluit dat dit hét moment is om het eruit te gooien.
Wanneer het einde nadert, hangt er een dubbel gevoel in de zaal. Voldoening, maar ook het besef dat dit voorlopig de enige keer is. Geen herhaling, geen volgende kans om hetzelfde nog eens te beleven.
En misschien is dat precies waarom het zo goed werkt. Omdat die ontlading pas komt nadat je er samen naartoe hebt gewerkt.
Even wachten. En dan alles tegelijk.