Suede sleurt een dampend 013 mee in Suede World
Britten laten zien dat hun energie nog lang niet is uitgewoed
De Britpoplegendes, gevormd in de jaren ’90, staan woensdag 11 maart in een uitverkochte Main van 013. Met hun nieuwste album 'Antidepressants' (2025) laten ze een donkerdere, meer postpunkachtige kant van hun geluid horen. Even wennen voor het publiek misschien, maar met een set vol nieuwe nummers én klassiekers krijgen zowel nieuwsgierige luisteraars als doorgewinterde Suede-fans genoeg om zich aan vast te klampen.
Nog voordat Suede het podium van 013 overneemt, staat de Main al stampvol. Een goed teken voor de Schotse supportact swim school. De band, die vorig jaar zijn titelloze debuutalbum uitbracht, laat meteen zijn kracht horen met stevige riffs en een ritmesectie die geen seconde stilvalt. Maar het is vooral de indrukwekkende stem van zangeres Alice Johnson die ons direct in haar greep neemt. Haar vocale kracht, gecombineerd met de rauwe indierock randjes maakt dit de perfecte opener voor wat ons te wachten staat.
Als swim school het podium verlaat, hangt de spanning weer in de lucht. Op de achtergrond verschijnt de cover van Antidepressants (2025), het nieuwste album van Suede. Nog voordat de Britten op het podium verschijnen, klapt de zaal mee op de dreunende beat van de intro van setopener ‘Disintegrate’ en dan verschijnt de band op het podium. Frontman Brett Anderson grijnst, werpt zijn armen in de lucht en roept: “Welcome to Suede World!” Gitarist Richard Oakes beukt op zijn gitaar en de versterker, met zelfgemaakte gaten voor dat kenmerkende fuzzy geluid, overspoelt ons met een muur van distortion. De drums beuken er keihard bovenop, terwijl de stem van Anderson na al die jaren nog steeds subliem klinkt. Bij elk refrein wordt de zaal uitgenodigd om mee te brullen, en dat gebeurt gretig. Als de hele zaal in koor het refrein van ‘Trash’ zingt, is 013 even helemaal van Suede.
Bij sommige nummers is wel te merken dat de nieuwe nummers, van Antidepressants en voorganger Autofiction (2022), nog niet helemaal in het collectieve geheugen van het publiek zitten. Hier en daar is er wat aarzeling, alsof de zaal nog moet wennen aan de nieuwe klanken. Maar dat weerhoudt Anderson er niet van om ze met dezelfde overtuiging te brengen, alsof hij weet dat ze ooit net zo hard meegebruld zullen worden als de klassiekers.
Wat Suede al decennialang meesterlijk doet tijdens hun liveshows is het naadloos schakelen tussen rauwe Britpop-gitaren en kwetsbare, hartverscheurende momenten. Zo’n moment komt tijdens de piano-uitvoering van ‘Obsessions’ en de zaal in een klap muisstil valt. Die overgang naar de tedere pianoklanken van Neil Codling is magisch: alsof de lucht uit de ruimte wordt gezogen en iedereen even zijn adem inhoudt. Het is precies dat contrast, die kwetsbaarheid midden in de chaos, dat Suede zo onvergetelijk maakt.
Geen tijd om bij te komen: Suede schakelt meteen door naar de volgende track. Anderson vliegt, rent en springt over het podium in zijn strijdtenue (een doorzweten witte blouse), met zijn microfoon als lasso. Hij lijkt wel bezeten en doet er alles aan om ons mee te sleuren in zijn waanzin. “Don’t just stand at the front like a dead guy!” roept hij. Het publiek heeft geen keus: meegaan in deze rit of onder de voet gelopen worden.
Aan het einde van de avond heeft Anderson nog een boodschap voor het publiek: “You have to stream our songs constantly, so you’re familiar with us!” Een spottende afsluiter voor een sterke avond waarin Suede laat horen dat ze nog lang niet klaar zijn. Of het nu gaat om tijdloze hits of nummers die nog moeten groeien: de band speelt nog altijd met een energie alsof de jaren negentig gisteren waren. Passend sluiten ze af met de track waar de tour naar vernoemd is: ‘Dancing with the Europeans’.