Sophie Straat schopt genres en landsgrenzen omver in de Hall of Fame
Activistische kroonprinses ruilt dansen op de vulkaan in voor rauwe kreten voor rechtvaardigheid
Wie de fak is Sophie Straat? Die vraag stelt de ras-Amsterdamse zelf in de titel van haar nieuwste album en huidige tour. Ze stond afgelopen november nog op één in de Spotify Top 50, toen ze het racistische AI-debacle ‘Wij zeggen Nee, Nee, Nee, tegen een AZC!’ met haar drie jaar oude song ‘Vrijheid, Gelijkheid, Zusterschap’ van de toppositie stootte. Nu is ze terug met een persoonlijkere plaat: iets minder dansen op de vulkaan, meer rauwe kreten voor rechtvaardigheid.
Voordat het de beurt is aan Sophie, mag Fritzi de Hall of Fame alvast laten rellen. Althans, dat probeert ze. Vol zelfvertrouwen en met wat houterige dansmoves combineert ze haar husky vocals met melancholische synths en dubachtige beats. Het begint wat rustig en onwennig, maar Fritzi en haar band schakelen later over naar het hardere werk met licht absurdistische titels als ‘GOEIE DEALER // VERRE VRIEND’ en ‘IK ROOK’. Het publiek bopt grijnzend mee met de rauwe zang over het oh-zo-moeilijke rokersprobleem: stoppen. Toch fijn dat we deze avond nog een beetje kunnen lachen, want hoewel de tranen ons niet nader staan bij de opvolgende set van Sophie Straat, is er wel een shift van problematiek.
In een zwart-wit gestreept topje en met een kleine camcorder in haar hand waarmee ze de zaal filmt en projecteert op het scherm, springt Sophie over het podium tijdens setopener ‘Vrijheid, Gelijkheid, Zusterschap’: het enige nummer uit de setlist afkomstig van haar tweede album Smartlap is niet dood. Het wijkt af van de rest van de set, de nieuwe nummers hebben een veel serieuzere toon. “Waarom voel ik me nou zo miserabel, terwijl er mensen doodgaan?”, vraagt ze zich af in de experimentele poptrack ‘Om 6 gaan we eten’. “Het gaat over terug komen in je huis vol spulletjes, terwijl je net terugkomt van demonstreren tegen een fucking genocide.”
Even later slaat de show om in pure chaos tijdens ‘Let me tell you something 'bout my country’, wat klinkt als een kruising tussen ‘Girls’ van The Dare en een punkband die per ongeluk in een countrybar is beland. Het voelt bijna fout hoe goed het werkt: Sophie steekt in haar Steenkolenengels een grote middelvinger op naar Nederland en haar misdaden en medeplichtigheden. Ze laat zich niet begrenzen. Niet door politieke onkunde, verwachtingen, en ook zeker niet door genres. Tijdens het ruim dertien minuten durende ‘Gebroken Spiegels’ schakelt ze moeiteloos van ballad naar rock naar punk en weer terug. Hoewel haar stem an sich geen schoonheidsprijs verdiend, geeft ze de Hall wat het wil: kraken en afkeren.
Sophie en haar band sluiten af met ballad ‘De witte duif’, een song over de symboliek van protestborden: “Dan maken mensen zo’n protestbord, en dan staat er zo’n witte duif op. Zeg gewoon waar je voor staat. Het is zo makkelijk. Die duif heeft er niks mee te maken, want die vliegt zo over die grenzen heen. Free de doevoe!”
Sophie Straat 2.0 is een blend van genres die soms moeilijk te definiëren is. De show gaat alle kanten op, maar juist dat maakt de band zo goed. Van smartlap tot punk en van protestlied tot ravebeat. Sophie Straat vliegt er net zo makkelijk overheen als die duif. Als je nog niet wist wie de fak Sophie Straat was, dan weet je dat nu dus wel.