De kleine zaal van Paard staat ramvol, het loopt de spuigaten uit met lange rijen buiten: iedereen wil bij Ploegendienst naar binnen. In de zaal staan mensen gretig klaar voor de moshpit. Op het podium hangt een grote Nederlandse vlag. "Dit is Nederland", zegt Ploegendienst. "Kijk eens hoe rot?! Dan maar losgaan."
Geen biertje is in deze zaal veilig. Het moshpitgehalte is hoog, en crowdsurfers duiken van het podium alsof ze zwemles hebben. Er hangt een geurtje van oud zweet in de zaal, een opeenhoping van alle moshpitgangers die allemaal nog hun laatste beetje komen geven bij Ploegendienst. Rust is er ook: een stelletje zit op het hoekje van het podium te zoenen en C’est Qui deinst relaxed mee in de coulissen.
Ray Fuego is gekleed in volledig denim, maar dat jack blijft niet lang aan. Zijn schoenen overigens ook niet. Wel houdt hij altijd een strak gezicht en gluurt de menigte in als een luipaard, wat overeenkomt met het randje van zijn onderbroek, die we net kunnen zien boven zijn denim shorts. Nederland is een oneerlijk systeem, de regels zijn scheef, “echte mannen eten kaas!” Zo heeft Ploegendienst veel teksten die de Nederlandse samenleving ironiseren en ridiculiseren als een flauwe slapstick. Niet dat je dat live goed kan horen, hier moet je dat voelen in de moshpit.
De microfoon wordt neergegooid en Fuego doet er push-ups boven. Tegelijkertijd ontstaat er een cirkelpit en rennen de mensen alsof ze achterna gezeten worden. Worden ze ook, door de Nederlandse autoriteiten. Die is overigens ook aanwezig: Esther Ouwehand van de PvdD kijkt met genoegen mee vanaf de zijlijn. “Ik heb ploegendienst, jij hebt ploegendienst, wij zijn ploegendienst!” komt een laatste kreet, hij smijt de microfoon weg. Maar de mensen willen meer en Ploegendienst is genoodzaakt de moshpit nog één keer goed te laten kolken voordat mensen ze laten gaan.
De Sniesterkat crowdsurft naar het podium toe, ligt even stil naast de band en crowdsurft vervolgens weer naar achter.