Sniester 2026: Gurriers

In de depri droomwereld van Gurriers crowdsurft de menigte erop los

.
  • Zoë Jaspers

In de Grote Zaal van Paard neemt Gurriers de tijd het publiek langzaam op te laten komen in energie. Het begint met zachtere droomachtige klanken, maar bij het tweede nummer gaan de remmen los. De gitaren echoën golvend door de ruimte, met crowdsurfers als schuimkoppen op de zee.

Geen nek is veilig voorin de zaal; de ene na de andere festivalganger klimt het podium op en springt. Op het balkon wordt een enthousiasteling snel tegengehouden door de bewaking wanneer hij de zaal in wilt springen. Leadzanger Dan Hoff kijkt met een strak gezicht toe; als Ierse vader, overhemd netjes in zijn broek en een ketting met Iers harpje om zijn nek. Al zijn kindjes springen vrolijk de zaal rond en hij schreeuwt ze toe. 

“If you want to know where to find me, it’s dark and it’s deep. I’m approachable,” zingt Hoff met een stalen gezicht en de menigte herhaalt hem. “I’m approachable!” De Gurriers’ deprimerende thema’s weergalmen in de surrealistische melodieën gepaard met Hoff’s harde kreten. Hun wereldbeeld komt duidelijk naar voren in de titel van hun opkomende album: Nobody’s Coming to Save You.

De menigte geniet op en top. Het flamboyante randje van de band is de bassist, die gekleed in een minirok en oorringen het publiek inspringt om een cirkelpit te creëren. De pit leeft en er ontspringt passie: twee mensen die elkaar ontmoeten in de moshpit staan, na een paar nummers druk tegen elkaar aanbotsen, vurig te zoenen. Erg lang duurt het niet: de pit roept! Ze duiken er samen weer in. 

Na een mooie sprong van een crowdsurfer is hij onwetend zijn telefoon verloren. Een moshpitganger achtervolgd zijn surfgang met drift om de telefoon terug te geven. Succes!

Hét moment