Veelzijdigheid troef bij afstudeershows Rockacademie
Next in 013 toneel van hiphop, country, soul, punkpop en meer

Vier jaar (als het goed is) zwoegen aan de Rockacademie en dan de Next van 013 rocken. Dat is het ideale traject van iedere student van de Rock. Dit jaar waren er eind juni liefst vijf avonden in het poppodium waarvan 3voor12/Tilburg met alle liefde bij alle shows was geweest, maar tijdtechnisch was dat helaas niet te behappen. Bij welke shows we wel waren? Lees snel verder...
Country: het is springlevend in Nederland, zie een Zach Bryan die het Philips Stadion uitverkoopt, een Luke Combs die de ArenA aandoet en Robin van Zandt die afstudeert van de Rockacademie in de Next. Waarom hij de hele tijd in het Engels spreekt met een southern drawl kan hij verklaren: als kind van expats heeft hij nooit langer dan twee jaar in hetzelfde land gewoond en hij heeft zelfs de Nederlandse taal opnieuw moeten leren spreken.
De muziek doet ook van zich spreken, maar verwacht geen country à la Willie Nelson of Johnny Cash. Van Zandt bedient zich meer van de uitlopers van dat genre en komt met een potje stadionrock die meer in lijn ligt met Springsteen en Kings of Leon. Jammer genoeg is het tekstueel wel helemaal behouden aan de verstikkende stramienen van de country en gaat het vooral over whiskey, memoreren aan de betere tijden en rijden over de snelweg. Van Zandt brengt het allemaal ingetogen, een contrast met de gitarist links van hem. Die vreet zijn fretboard op, serveert solo’s die meer naar de psychedelische rock (!) neigen en voor de rustigere momenten zijn gitaar laat janken met een fade-in effect.
Hoogtepunt van de set komt tegen het einde aan als een nummer echt mag schuren en op bepaalde momenten zelfs aan grunge doet denken, vooral van het kaliber Screaming Trees. Maar Van Zandt zou er heel verstandig aan doen om eens goed te luisteren naar de frontman van die band, want waar de veel te vroeg overleden Mark Lanegan ontbeet met whiskey en sigaretten, moet deze afgestudeerde de komende jaar er ook wat aan gaan doen om eelt op zijn stembanden te ontwikkelen.

“Who thought we’d be here, but we are here!” zegt Ida Weiler, oftewel IDA, vol trots. Je zou bijna vergeten dat ze na optredens op Pinkpop, Eurosonic Noorderslag en Paaspop én een aangekondigde headline tour dit najaar officieel nog student is. Het leuke aan zo’n afstudeershow is dat de druk er nét wat meer af lijkt. Daardoor is er ruimte om te spelen. Debuutsingle ‘Vager’ krijgt in de outro een stevig nieuw jasje, terwijl ‘Kubus In Een Ballenbak’ ontspoort in een dubremix die verrassend goed werkt.

Een deel van de drumpads van drummer Matthijs Groenland heeft plaatsgemaakt voor een echt drumstel. De balans is nog niet helemaal optimaal: de pads staan soms net wat te hard en af en toe sleept het spel een beetje. Toch geven de drums de nummers precies dat extra randje. De tracks voelen vuiler, losser en net iets vandalistischer dan op plaat. Ook het nog onuitgebrachte ‘Verdwijnen’, live gespeeld met MAZOO (!), profiteert daarvan. Hetzelfde geldt voor ‘Stuk’, waarin Chibi Ichigo-achtige technopop en electroclash à la Fischerspooner elkaar moeiteloos vinden.
“Ik maak nu natuurlijk elektronische muziek, maar ik kwam als singer-songwriter de Rockacademie binnen. Dit liedje heb ik toen geschreven”, vertelt ze voordat ‘Parasieten’ begint. Haar twee bandleden stappen opzij en IDA gaat alleen op het podium zitten met een akoestische gitaar. Zo zien we haar zelden. Juist daarom is het des te indrukwekkender hoe moeiteloos haar stem deze kale setting draagt. Sterker nog: het laat horen dat ze zichzelf in haar elektronische werk soms onnodig moeilijke zanglijnen oplegt. Zonder alle productie blijft er een sterke songwriter over.

Het grote podium is ingeruild voor een klein podium geplaatst voor de grote. Daarachter verschijnt een scherm met Nitalessy en Tom Hayton, die vanavond samen afstuderen met een dj-set inclusief eigen producties. We zien een handdruk, de Molukse vlag en vervolgens loopt Nitalessy vanuit de backstage onder de klanken van ‘Free’ van Ultra Naté de zaal in. Familie en vrienden ontvangen hem met luid gejuich. Hij oogt ontspannen, charmant en zelfverzekerd. Precies de uitstraling die je van een dj wilt zien.

De set beweegt zich soepel tussen vocal house, tropical house en een vleugje tech house. Eigen werk als ‘Pulling Me Under’, waarop ook Säm Wilder te horen is (die lekker meedanst in de zaal én maandag zelf afstudeert), en ‘Feel The Beat’ sluiten naadloos aan op hits/edits als ‘Insomnia’ van Faithless en meer funky tracks als ‘The Gwana March’ van Clyde P in de remix van Darius Syrossian. De set voelt als een logisch geheel, waarin zijn eigen producties moeiteloos overeind blijven naast gevestigde namen, maar daar staat tegenover dat het mixen van tracks niet altijd probleemloos verloopt.
Met ultieme meezinger ‘Brazil’ houdt Nitalessy de energie hoog en laat hij zien dat hij weet wanneer de zaal dat extra zetje nodig heeft. Alleen de afsluiting schiet een beetje door. ‘Rather Be’ van Clean Bandit is op zichzelf al een flinke meezinger, maar de remix trekt het origineel uit met een fake-out die de eerste keer wel wat leuk is, maar als als toegift weer exact dezelfde remix wordt gedraaid, verliest de finale wat van zijn kracht. Soms is minder simpelweg meer.

Waar maatje Nitalessy al een originele manier van binnenkomst had, dacht Tom Hayton: ‘Weet je wat? Ik ga lekker al vroeg mijzelf verstoppen achter de decks en spring dan op.’ Gelach vanuit de zaal, maar de lachspieren worden al snel ingewisseld voor de spiertjes die je gebruikt om je te bewegen.
Want kijk Hayton meteen de diepte in gaan met gelaagde, vocalen-heavy house om ook snel te switchen naar een meer percussieve, tribal variant. Geen uitgesponnen tracks die je laat smachten naar de drop, maar nummers die met precisie en toch een hypnotiserend karakter hebben, ondanks dat de dj/producer niet langer dan drie, vier minuten op één track blijft hangen. Bovendien spéélt Hayton met zijn set, voegt reggaeton-drums toe die door een deel hier al wordt herkend met een 'Mbappeeee!'; simpele four-to-the-floors; daar doet hij niet aan.

De veelzijdigheid van de afstudeerder wordt nog weer eens aangetoond als halverwege de set hij switcht naar een meer bass-heavy house, baile funk de revue passeert en tegen het einde van de set eigen bouncy productie 'Pressure' naadloos en onverwacht past na een remix van Moto Moto (ja, die uit Madagascar(!)) Big And Chunky. Geklap en gejuich, Hayton staat zichtbaar te genieten en klapt daarna nog even weer vette tribal house ertegenaan. Geslaagd? Geslaagd.

Hè, wat krijgen we nou? Is dit een Luz Bravo-show of eentje van Mood Bored? Het blijkt een beetje van allebei te zijn, want ja: dat is wel degelijk Timo de Wit op drums, Myrte Driessenaar op bas en Daan Stuyven op gitaar, maar dan aangevuld met Lance Priester op toetsen, een achtergrondkoor onder leiding van Josephine Godschalk en, jawel, daar is ze: zangeres Luz Bravo. Dat er goed is nagedacht over hoe deze afstudeershow extra bijzonder moet worden gemaakt, blijkt wel. Niet alleen staat het podium vol vrienden, ook vóór het podium verschijnt een speciale gast: dragartiest Angel Spiders verzorgt halverwege een sierlijke, prachtige performance op een van de nummers.

Luz op plaat: dat is soulvolle R&B met een boodschap, vooral zelfliefde, zoals ze ook al vertelde tegen 3voor12/Tilburg vijf jaar geleden. Vandaar ook de verwarring met Mood Bored: die kennen we vooral als een stevig rockend indietrio. Zodoende worden we dan ook getrakteerd op soul met een stevige bite; De Wit drumt goed funky en door te moeten balanceren tussen rock en soul, perst Stuyven solo’s eruit die in de verte doen denken aan de legendarische en ondergewaardeerde Eddie Hazel van Parliament-Funkadelic.
Met een stevigere sound, is het te hopen dat Luz meekan in dat auditief geweld, en al zingt ze zuiver; het gevoel beklijft dat ze bijna bang is om haar stembranden te breken. Dat ze die stembanden kán breken, blijkt vooral bij een indringende intermezzo waarbij ze vecht tegen de tranen als ze vertelt over hoeveel vrouwen te maken hebben met seksueel geweld. Rauw, boos en verdrietig: ze ís het allemaal, maar ook met het opvolgende nummer klinkt voorzichtigheid. Bang voor een uitglijder misschien? Nergens voor nodig; met deze superspannende combinatie van indierock en soul, mág je uitglijden, graag zelfs.

Een logo dat zo uit een Nickelodeon-show had kunnen komen, een gesproken, opgenomen intro waarbij Maddie Jane vertelt dat ze de afgelopen tijd er zwaar doorheen heeft gezeten en hoe muziek haar er doorheen heeft gesleept. Vervolgens komt de zangeres zelf het podium op en wat een verschijning: leren boots tot over de knieën, kleurrijke laagjes en een ster over haar oog getekend, regelrecht uit het boekje van KISS' Paul Stanley.

En glammy, dat is Maddie Jane zeker, maar met meerdere knipogen naar punkpopprinsessen als Avril Lavigne, Hayley Williams en zelfs vleugjes Katy Perry. De powerchords vliegen je om de oren, net zoals de 'fuck's waar Maddie mee strooit en meezingbare refreintjes. Toch doet het allemaal wat rommelig aan: er worden nogal wat verkeerde noten gespeeld, de frontvrouw is lang niet altijd zuiver en een nummer moet opnieuw worden ingezet. Overmacht dan ook nog als haar vriend Young Vlogga voor een guestverse het podium op komt en zijn microfoon niet eens aan staat.
Speaking of microfoons: de manier waarop Maddie achter die van haar staat, voelt wat onwennig. Voor een rockchick eist ze nauwelijks ruimte op en blijft ze voornamelijk braaf achter mic en standaard staan. Wat een metamorfose dan ook als ze tot twee keer toe achter de piano plaatsneemt en solo met liedjes komt die je bij de strot grijpen. Geen opsmuk, geen fucks given, maar een inkijkje in wie Maddie Jane echt is, en in deze pure vorm komt zij zoveel beter tot haar recht.

Crybabies trapt af met misschien wel hun dromigerigste tweeluik: ‘Sugarcoating’ en ‘Crystalize’ zijn dreampoppy bubble grunge-liedjes waarin fuzzy gitaren en melancholische melodieën langzaam naar een stevige climax toewerken. Het is een rustige binnenkomer, voordat de band het gaspedaal verder opendraait. Op bas staat vanavond Freja Heijmans, die zich opvallend moeiteloos tussen het drietal nestelt en oogt alsof ze al maanden een Crybaby is. Toch draait de avond vooral om gitarist en frontpersoon Max, die met deze show hun afstuderen viert.

Verrassingen blijven uit; daarvoor heeft Crybabies dit materiaal inmiddels te vaak gespeeld (al wordt gitarist Ezzie wel halverwege verrast door een microfoonstandaard die spontaan een meter zakt). De spanning is misschien wat minder voelbaar, het speelplezier des te meer. Het is dan ook een thuiswedstrijd met vooral vrienden en familie. Dat blijkt ook wanneer Max een moshpit commandeert tijdens ‘UGLY ROTTEN GRRRL’. Het resultaat is misschien wel de liefste moshpit die we ooit in deze zaal zagen, met de afstuderende Max breed glimlachend midden in de chaos. Crybabies speelt niet hun meest imponerende show, maar wel een die laat zien hoe hecht en zelfverzekerd een band kan klinken.

Een podium bezaaid met kabouters, wie hem al eerder heeft zien optreden weet het: de beurt is aan SLOJAY. De kabouters zijn creaties van zijn moeder, een mooie persoonlijke tint en een die past bij de zachte klanken van de Utrechtse artiest. Met een mix van indie soul, hiphop en zelfs cool jazz, laat Joris Traas (zijn echte naam) zien hoe moeiteloos hij kan switchen van genre. Die variatie slaat aan: heel de Next is aan het dansen en enthousiast meeklappen, vooral bij hoogtepunten zoals ‘Turn You On!’ en het dromerige ‘Grandma’s Wisdom’ waarvoor Säm Wilder, net voordat hij aan de beurt is om af te studeren, het podium betreedt en zijn best doet om zijn maatje te helpen met zíjn afstuderen.

En dat is dan ook de gun-factor die SLOJAY heeft: de uitbundige meezingmomenten, gevoelige pianosolo’s en innemendheid: hij heeft het allemaal en het is niet meer dan terecht dat hij geselecteerd is voor Popronde 2026. Gratis binnenkort bij jou in de buurt te zien dus. Laat die kans je niet ontgaan.

We zagen hem net al even op het podium: Sam Beekwilder AKA Säm Wilder verschijnt onder luid gejuich van familie, vrienden en studiegenoten nogmaals. En ook Joris is na een korte break weer terug: dit keer als toetsenist. De soul/R&B-artiest voelt zich thuis op het podium, dat zie en voel je meteen. Zijn zowel houterige als sexy dansmoves werken aanstekelijk, en tegelijkertijd levert hij niets aan vocale kwaliteit in.

Vorig jaar bracht hij zijn debuutalbum Supernova uit waarmee hij langs een aantal zalen in Nederland reisde, waaronder de Hall of Fame. Ook vanavond is dit album de rode draad: “Elk einde vertegenwoordigt een nieuw begin, en dat is toch wel een thema in mijn leven”, vertelt hij voordat hij de titeltrack van het album brengt. Het is meteen het hoogtepunt van de set: een nummer dat klein begint, maar zich ontvouwt als een letterlijke supernova. Wat start als een intieme bekentenis, explodeert in een filmische finale waarin koortjes, synths, fijnzinnige gitaarlijntjes en drums samensmelten tot een meeslepend anthem.

Bijzondere opstelling bij de afsluiting van deze afstudeeravond: twee fluwelen bioscoopstoeltjes, dj, piano en een micstand. De vloer is voor rapper/woordkunstenaar/kleinkunstenaar Serieus?! die voor zijn afstuderen zelfs een titel heeft bedacht voor zijn performance: ‘Ik Ben Een Projectie’. Het is dan ook meer dan een hiphopshow: Maarten van 't Veer combineert hiphop met spoken word, theater en video, want ook voor het nog te verschijnen ‘Zandloper’ wordt hier de nieuwe clip gedeeld. Persoonlijke anekdotes, struggles van twintiger zijn; het wordt allemaal met veel emoties gebracht en zeker bij ‘Twenties’ breekt het ijs echt. Het publiek luistert, beweegt met Serieus?! mee en is muisstil als hij achter de piano kruipt en ons nog verder in zijn wereld zuigt.

Het voelt dan ook echt als een intieme theatervoorstelling vol teksten die blijven hangen. Uitspraken zoals “Ongelukkigheid is de prijs die je betaalt voor het vermogen om te hebben”, kunnen rekenen op knikkende hoofden en de herkenbaarheid is compleet als met single ‘Leeg’ we een inkijkje krijgen in de leegheid van het wegdrinken van al je zorgen, ondersteund met Ynd op de piano.

Duinlandschap, paarden en kleding uit een fantasyboek: de korte film van Kristie Geschiere laat via cinematografische beelden twee vrouwelijke ruiters zien die onderweg zijn 'naar het ware Noorden', ook de titel van de film. Die wordt live begeleid door middel van trage en lichtelijk dystopische soundscapes, waardoor de beelden een onheilspellend en grimmig randje krijgen. Kristie wordt geflankeerd door twee andere muzikanten, elk belicht door een spot van warm licht. Met hun gesloten houding en weinig contact met elkaar, ligt de focus volledig op de filmbeelden. Visueel is de film heel sterk, al vraagt de trage soundscape en het ontbreken van een actieve verhaallijn wel om het nodige geduld van de Next.

Van keiharde drum-'n-bass tot een oprennende metalzanger schreeuwend over techno: Tremmor zoekt niet alleen de grenzen op van verschillende genres; hij schopt ze helemaal aan gort. Creatieve lichtkeuzes tillen de show naar een hoger niveau: lichtwissels worden perfect getimed zoals het abrupt stoppen met flitsen en knipperen tijdens de diverse bridges. De visuals ademen een kosmisch cyberthema, met als hoogtepunt een gitaarsolo die wordt uitgebeeld via een Guitar Hero-game op het scherm achter de band. Tel daarbij op de retro-televisies die opgestapeld staan op het podium met op de schermen deep space visuals en dan ook nog Tremmor zelf die compleet losgaat achter de draaitafels. Een grensverleggende trip die zowel visueel als muzikaal een bijzondere indruk achterlaat.


Zeg, zijn we in Eindhoven of in Tilburg als Sano begint aan zijn set? "EIND-HO-VUH!!!" is het antwoord als we om de oren worden geslagen met een moddervette drum 'n bass-remix van 'Kernkraft 400'. Rampage Open Air is over een paar dagen pas, maar Sano laat de Next aanvoelen alsof we al in het Kristalpark zijn. Met eigen producties zoals 'Gravity' en 'SET ME FREE' weet hij zichzelf moeiteloos staande te houden tussen andere klappers van Grote Namen zoals Sub Focus en [BORDERS] & Puzzle. Jonas van der Plas (zoals hij in het echt heet) serveert een vuig soort d&b die de welbekende stankface opwekt; opzwepende synths en aanhoudende bassen die tot in je middenrif zijn te voelen. Vet ook hoe hij variatie in ritmes weet te brengen en beats gestoeld op triolen een swing-feel meegeeft die zeker niet standaard is in de drum 'n bass-scene. Bijzonder fijn om te constateren dat de Rockacademie dan ook naast Tantron (die zeer goedkeurend vanuit de zaal staat te genieten) nu met Sano een naam heeft die nadrukkelijk staat te kloppen aan de d'n'b-deur.







































