Tussen droom en discipline: hoe Rockacademie verandert en tegelijkertijd hetzelfde blijft
Topsport met muziek als levenslijn
Er zijn van die plekken waar je niet alleen leert wat je moet doen, maar vooral ontdekt waarom je het doet. Voor veel studenten en docenten is Rockacademie in Tilburg zo’n plek. Sinds de oprichting in 1999 balanceert de opleiding tussen vrijheid en structuur, tussen kunst en systeem.
De school leverde in het verleden artiesten af zoals Krezip, Danny Vera, Duncan Laurence en Eefje de Visser en levert sinds een paar jaar steeds meer nieuwe talenten voor de line-up van Popronde zoals IDA, Crybabies, Janet Livv, Säm Wilder, NORE en DEHAZE. In gesprekken met docent van (net niet) het eerste uur, Eric Coenen, Head of Studies Hans van den Hurk, oud-studenten en nog altijd betrokken bij de opleiding, Paul Zoontjens en Marlon Penninkhof en huidig student en artiest IDA, vingen wij een beeld van de school die voortdurend verandert, maar in de kern opvallend hetzelfde blijft.
Een opleiding die zichzelf moest uitvinden
Toen de eerste lichting studenten in 1999 begon, was er nog geen gericht plan. Rockacademie was geen traditionele muziekopleiding, maar een experiment: popmuziek op hbo-niveau, in Tilburg. “Het was echt een ontdekkingsreis”, vertelt drummer en huidig Head of Studies Hans van den Hurk, die in 2000 als docent begon.
“We waren het wiel nog aan het uitvinden terwijl we al reden.” Ook docent basgitaar en bandcoach Eric Coenen herinnert zich die tijd als chaotisch maar energiek. “Het was minder georganiseerd, maar ongelooflijk leuk. Iedereen bouwde mee.” Die pioniersfase zorgde voor een sterke cultuur waarin docenten en studenten samen leerden. Die gezamenlijke zoektocht vormt nog steeds de basis voor de opleiding. “Die kruisbestuiving tussen studenten en docenten was ontzettend inspirerend”, zegt oud-student en nog steeds nauw betrokken bij de opleiding, Paul Zoontjens.
Zoontjens kwam in de vroege jaren van de opleiding als student in het oude gebouw van Rockacademie terecht: “Dat was gewoon een oude kantoorruimte, best wel krakkemikkig,” zegt hij. “Er stonden tweedehands banken en oude tv’s, en je kon daar toen nog roken.” Die rommelige omgeving hoorde volgens hem bij de sfeer van toen: “Die ruimte nodigde uit om bijzondere dingen te doen. Je kon er alles mee.”
Tilburg als voedingsbodem
Dat Rockacademie juist in Tilburg zit, is geen toeval. De stad ontwikkelde zich begin jaren 2000 als culturele broedplaats, met podia als 013 en ruimte voor experiment. “Tilburg is geen gladde stad,” zegt Coenen. “En dat past bij popmuziek.” Die rauwe rand draagt bij aan het karakter van de opleiding.
Wie aan Rockacademie begint, doet dat zelden zonder ambitie. “Iedereen komt hier binnen met een droom”, zegt Ida Weiler, als artiest beter bekend als IDA. “Of dat nou is om artiest te worden of iets anders in de muziek te doen.” Soms botst die droom waarmee studenten beginnen met de realiteit van de industrie. De school legt daarom veel nadruk op de zakelijke kant: hoe verdien je geld, hoe werkt de sector, waar liggen de risico’s? Om de studenten zo goed voorbereid het werkveld in te sturen. Zo vertelt Hans van den Hurk: "Niet alle studenten gaan weg als bekend artiest, maar iedereen verlaat de school als professional die weet wat die waard is.”
Voor Weiler werkte de spanning die op presteren ligt soms verlammend. “Op een gegeven moment werd ik best pessimistisch. Je hoort zoveel over hoe moeilijk het kan zijn. Toen dacht ik: misschien moet ik iets veiligers doen.” Een docent bracht haar toen terug naar de kern. “Waarom ben je hier eigenlijk? vroeg hij me. Toen besefte ik: Ik wil gewoon artiest zijn.”
Een belangrijk uitgangspunt is dat studenten niet worden opgeleid voor één beroep, maar voor een flexibele carrière. De term die daarbij hoort: de “gemengde beroepspraktijk”. Artiesten zijn vaak tegelijk performer, maker, docent en ondernemer. “Je creëert eigenlijk je eigen baan,” zegt van den Hurk. “Daar bereiden we studenten op voor.” Die realiteit is ook economisch. Door streaming en veranderde verdienmodellen is alleen leven van muziek voor de meesten lastig geworden.
Van vrijheid naar structuur
Waar de opleiding begon als vrij en experimenteel, is die in de loop der jaren steeds gestructureerder geworden. In de jonge jaren was Rockacademie een onafhankelijke school. Inmiddels maakt de opleiding deel uit van de Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Een verandering die ook kansen bracht. Kwaliteitsbewaking en onderwijsregels brachten professionalisering, maar ook beperkingen. “Met elk voordeel krijg je er een nadeel bij. De prijs voor professionaliteit is denk ik dat het ook wat strakker en schoolser wordt”, vertelt Zoontjens, “Ik denk dat verantwoording moeten afleggen daar ook aan bijdraagt.” Van den Hurk vertelt: “Je hebt als hogeschool ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten uitleggen waarom onderwijsbudget aan deze opleiding goed besteed is. En dus laten we zien dat onze studenten goed in de maatschappij terechtkomen.”
Die spanning tussen creativiteit en systeem is nog steeds voelbaar. Kunst laat zich moeilijk vangen in leerdoelen en beoordelingen. "Je kunt iemand leren hoe je een akkoord speelt," zegt Weiler, "maar niet altijd wat iemand wil vertellen." Oud-student Marlon Penninkhof sluit hierbij aan: "Soms heeft iemand het gewoon. Dan hoef je niet eens heel goed te zijn in bepaalde vakken, maar dan ben je gewoon een geboren artiest."
De praktijk als echte leermeester
Uit de gesprekken blijkt dat iedereen het over één ding eens is: de praktijk leert het meest. "Niemand gaat je in een klas uitleggen wat je moet doen als er op het podium iets misgaat," zegt Penninkhof. "Dat leer je door het te doen."
Tijdens zijn studie speelde hij veel shows waardoor zijn opleiding vertraging opliep. "Op een gegeven moment werd de praktijk belangrijker dan school." Dit patroon herkent Weiler. Studenten die veel optreden of doorbreken, schuiven hun studie soms vooruit. "In de laatste jaren is iedereen al volop aan het werk. Je moet eigenlijk al een inkomen hebben als je afstudeert." De opleiding probeert daarin mee te bewegen, maar blijft ook vasthouden aan het vierjarige traject.
Volgens Coenen is Rockacademie boven alles een intensief ontwikkeltraject. "Het is topsport," zegt hij. "In vier jaar moet je alles eruit halen wat erin zit." Daarbij kijkt hij tijdens de audities niet alleen naar talent, maar ook naar potentie. De audities zijn streng en selecteren op meer dan techniek. "Soms moet je iemand afwijzen die er nog niet klaar voor is. Dat is moeilijk, maar wel het eerlijkst." Tegelijk ligt zijn focus op prestaties. "Het mooiste vind ik de mens zelf. Soms praat je meer met de student dan je muziek met ze maakt, omdat dat nodig is. Dat is ook deel van je werk als docent." Die persoonlijke betrokkenheid loopt als een rode draad door de opleiding.
Van cd naar algoritme
Waar Penninkhof nog demo’s op cd verstuurde, kan een student nu in één dag wereldwijd muziek delen. "Als je nu ’s ochtends een idee hebt, kun je ’s avonds iemand aan de andere kant van de wereld bereiken," zegt hij. Volgens IDA verlaagt dat de drempel, maar maakt dat het verdienen lastiger. "Vroeger had je veel geld nodig om te beginnen, maar je kon er ook echt van leven. Nu kan iedereen beginnen, maar verdient lang niet iedereen er iets aan." Tegelijk biedt het nieuwe systeem ook vrijheid: artiesten hebben meer controle en kunnen onafhankelijk werken.
Wat nauwelijks veranderd is, is de sfeer binnen Rockacademie. Het wordt beschreven als een creatieve bubbel. "Je loopt door het gebouw en overal gebeurt iets," zegt Weiler. "Mensen zingen, dansen, maken muziek." Opvallend is het gebrek aan competitie. "Als iemand iets vets doet, vraag je hoe zoiets ze gelukt is. Daar zit weinig onderlinge jaloezie bij volgens mij." Penninkhof herkent dat uit zijn tijd. "De meeste herinneringen zitten buiten de lessen: samen spelen, maken, beleven." Ook de fysieke omgeving speelde daarin een rol. Waar vroeger een rauw, rommelig gebouw zorgde voor een sterk gemeenschapsgevoel, is er nu een moderne campus. Zoontjens vertelt over zijn studententijd: "Het oude gebouw was erg inspirerend. We mochten er in de avond wel eens met een krat bier en pizza’s aanklooien in de studio’s. Bij die vrijheid komt ook extra creativiteit vrij."
Een leerzame speeltuin
Of de Rockacademie studenten compleet perfect voorbereidt op de muziekindustrie, kun je je afvragen. Het blijft kunst gevangen in schoolvorm. Wat de opleiding in ieder geval biedt, is een basis: vaardigheden, een inspirerende plek en veerkracht. "Je leert doorzetten," zegt Zoontjens, "ook als het tegenzit." Weiler ziet het als een speeltuin. "Je kunt hier alles uitproberen. Dat ga ik straks als ik afgestudeerd ben, het meest missen."
Paul Zoontjens
Oud-student, sporadisch coach bij Rockacademie
Ida Weiler
Rockacademie student, artiest
Marlon Penninkhof
Oud-student, sporadisch coach en muzikant
Hans van den Hurk
Head of Studies Rockacademie
Eric Coenen
Docent basgitaar en bandcoach