Rewire is zo’n festival dat je elke keer weer laat terugkomen voor meer. Het programmaboek is niet voor niets meer dan honderddertig pagina’s dik: er is simpelweg ontzettend veel te ontdekken, en de festivalganger wordt elke dag geconfronteerd met moeilijke keuzes. Gelukkig is het overgrote deel van het programma steengoed: welke route je ook volgt en wie je ook moet missen, je vindt altijd iets anders wat de moeite waard is. In deze laatste terugblik volgt nog één zo'n route van de zondag, ditmaal inclusief highlights van het kunstprogramma.
‘What's left speaks’ is een installatie uit de koker van ruimtelijk vormgever Felix Bell, beeldend kunstenaar Gaia D'Arrigo en componist Nuno Lobo, ontwikkeld in opdracht van Das Leben Am Haverkamp aan de Stille Veerkade. De titel van de installatie mag je best letterlijk nemen, want de luidsprekers van Felix Bell maken contact in een vreemde taal. Als nietsvermoedende bezoeker word je door een gang met fluisterende doeken geleid naar een open ruimte waar bizarre figuren, vermomd als luidsprekers, met elkaar communiceren. Door de gedetailleerde afwerking van Gaia D'Arrigo en de speciale compositie van Nuno Lobo worden de klankkasten wezens met scherpe tanden, aders en een buitenaards uiterlijk. Een werk dat vooral campy sciencefiction schreeuwt, maar door de knappe uitvoering wel indruk maakt.
Een eindje verderop in Pulchri Studio aan de Lange Voorhout staat achter een donker gordijn een indrukwekkende expositie, waar microalgen in glazen potten geluid produceren. Het ziet er filmisch uit, maar heeft een wetenschappelijke onderbouwing door bio-fotovoltaïsche celtechnologie. Door fotosynthese ontstaat er een muzikale omlijsting, afhankelijk van hoeveel licht er schijnt. Dit weerspiegelt hoe verweven cyanobacteriën en microalgen zijn met onze omgeving. Vandaar dat de installatie de treffende naam 'Photosynthesizer' heeft gekregen van visueel artiest Lena Kuzmich. Het werk hoort bij Proximity Music, een programma van Haags communityplatform iii en Rewire.
Tussen alle bijzondere partnerschappen die dit weekend te zien zijn, springt de samenwerking tussen mens en machine in Ways of [ ] van Zeno van den Broek eruit. De muzikanten van Les Percussions de Strasbourg en HIIIT (voorheen Slagwerk Den Haag) spelen samen met vier zogenaamde ‘entiteiten’, kunstmatige intelligenties die zijn getraind op ritmes van hun machinale ‘voorouders’ (denk aan stoomtreinen en gelijksoortig industrieel geweld) een stuk dat deels voorgecomponeerd en -geprogrammeerd is, en deels geïmproviseerd.
Even wennen is het wel: de geluiden van de AI doen aanvankelijk nog het meest aan fietsbellen en pingpongballetjes denken, en de instrumentatie is sowieso verre van conventioneel, met houtblokjes, metalen platen en stukken steen. Zowel de muzikanten als de entiteiten spelen daarnaast ook nog eens met licht, in de vorm van neonkleurige lichtbuizen, zaklampen en (deels) geprogrammeerde displays. Visueel en muzikaal blijft de voorstelling verrassend, met name op de momenten dat de muzikanten en de entiteiten samen improviseren. Tegenover de vele zorgen omtrent AI in de muziekindustrie wordt hier een prikkelend alternatief geplaatst. Hoe de muzikanten die samenwerking zelf ervaren? Na een week oefenen hadden ze de vier entiteiten al liefkozend omgedoopt tot Jannes, Brenda, Sophie en Luciano.
Ja, die fluit is een paardenbot. En die bassdrum die je hoort? Een stuiterende basketbal, hoezo? Dit soort capriolen zouden misschien niet meer moeten verrassen op de vierde dag van Rewire, maar toch is het wonderlijk om te zien wat Herbert & Momoko in Concordia uit de kast halen. Matthew Herbert’s aanleg om overal een mooie sample in te horen en Momoko Gill’s gevoelige zang en smaakvolle drumstijl vloeien naadloos samen in een mix van jazz, clubmuziek en improvisatie. Het is voor ieder wat wils: sommige aanwezigen luisteren aandachtig, de hand op de kin, gefocust op de wisselende tempo's en melodielijntjes, terwijl anderen zich gewoon lekker laten gaan. Ondanks een paar technische problemen met de in-ears spat de vreugde ervan af, en de show eindigt met een bijzonder intieme versie van ‘Heart’: Herbert drukt het microfoontje van een Doppler (zo’n hartslagmeter voor baby’s met een contactmicrofoon en een speakertje) in zijn hals, en zijn hartslag wordt de achtergrond voor Momoko’s tedere zang.
Hilary Woods’ meest recente album Night CRIÚ is een oefening in vertraging, waarbij de stem van deze Ierse alle ruimte neemt boven subtiele lagen strijkers. In de Lutherse Kerk weergalmt de instrumentatie zó hard dat het moeilijk wordt is om de verschillende lagen van elkaar te onderscheiden. Het resultaat is een traag voortstuwende muur van geluid, waar Woods’ etherische stem nu eens bovendrijft en zich dan weer onderdompelt in het geheel. Het houdt het midden tussen de binnenkant van een vliegtuigmotor en een religieuze ceremonie, en dat dan in betoverende slow-motion. Zonder onderbreking gonst de muziek door, totdat alles behalve Woods’ stem wegvalt, en die mysterieuze tekst van ‘Voce’ nog een aantal keer eenzaam door de zaal zweeft: “I can't hear your voice, don’t know what it feels like”.
SANAM vloog zaterdag pas in vanuit Libanon. Na het eerste liedje spreekt zangeres Sandy Chamoun het publiek kort toe over de Israëlische invasie van hun thuisland, toch de olifant in de ruimte: “We zijn diepbedroefd en kwaad, het is voor ons allemaal heel gevoelig. We hopen dat er ooit een tijd komt dat we ergens kunnen spelen en niet over een oorlog in onze regio hoeven te praten. Maar nu praten we over muziek.” En die muziek laat dit zestal dan ook vol overgave spreken. Chamoun’s gevoelige, imponerende zang en Farah Kaddour’s subtiele buzuq-spel vullen elkaar naadloos aan, terwijl de rest van de band moeiteloos traditionele folkinvloeden, jazz, krautrock en glitchy soundscapes in elkaar vlecht. Concordia wordt heen en weer geslingerd tussen ontroering, woede en uitbundige dansdrift. Een krachtig statement over de noodzaak van muziek in bittere tijden.
Vanaf de Lutherse Kerk loopt de rij belangstellenden voor het Cello Octet Amsterdam een slordige honderd meter door. Dat is natuurlijk niet voor niets: vanavond is er een heuse wereldpremière van Borrowed Time, een uitvoering die tot stand gekomen is in samenwerking met een indrukwekkende groep artiesten, waarvan Moor Mother en Shishani vanavond aanwezig zijn.
Hoe kunnen we goede voorouders zijn voor toekomstige generaties, als we de wereld waarin ze moeten leven blijven uitputten? In een afgeladen, maar muisstille zaal worstelt het Octet met deze vraag. Rouw, twijfel, woede, hoop die vergaat in golven van dissonantie, maar zich altijd koppig weer een weg naar boven worstelt. In het publiek, dat rijen dik achterin de kerk staat, gaat menig blik verward het podium rond bij de eerste zangklanken: er staan toch geen zangers op het podium? Dat klopt, een deel van deze opvoering bestaat uit opgenomen stemmen uit het heden en het verleden. Wél is er een sterke spoken word-performance van Moor Mother, over hoe de tijd je altijd inhaalt, al ren je nog zo hard. Het spel van het Octet is virtuoos, en de diversiteit aan geluiden die uit de cello's wordt gestreken, getokkeld, gekrast en geslagen is verbluffend. Met Shishani's gesproken, gezongen én gerapte bijdrage komt de aandacht terug naar het heden: uiteindelijk vormen de keuzes van vandaag de toekomst van morgen. Een adembenemende vertoning.
In de grote concertzaal van Amare rest nog één show: Einstürzende Neubauten belichaamt precies het soort eigenzinnige (of volgens sommigen krankzinnige) creativiteit dat Rewire zo’n bijzonder festival maakt: in de handen van Blixa Bargeld’s zeskoppige entiteit wordt werkelijk alles een instrument: een winkelwagentje, een nooddeken, een afgezaagd stuk steiger, zo’n plastic ton die je altijd op het nieuws ziet als er weer eens drugsafval in een weiland is gevonden, je kunt het zo gek niet bedenken. Van onder glitterende oogleden houdt Blixa de zaal gevangen, en zijn vertelkracht boet niets in, of hij nu in het Duits of in het Engels zingt. Ze gaan al even mee, maar deze veteranen staan nog ijzersterk, en Josefine Lukschy brengt als nieuwe bassist een flinke dosis energie mee. Een passende afsluiter voor dit jaar? Het feit dat de Duitsters niet één, maar twee keer terugkwamen voor een toegift zegt genoeg.