Rock City studenten veroveren Dynamo met eigen geluid
Van chaotische noiserock tot tedere Nederpop
Afgelopen week stond Dynamo in teken van een nieuwe lichting afgestudeerde muzikanten aan Rock City Institute in Eindhoven. De studenten kregen ieder 30 minuten om te bewijzen dat ze thuishoren op het grote podium. Wij doken één van de twee avonden de zaal in, op zoek naar het nieuwe talent van de lichtstad.
Terwijl het podium zich in duisternis bevindt, wiegen ambient soundscapes en een diepe, mysterieuze stem je in een staat van zowel spanning als ontspanning. Als de lichten sporadisch beginnen te flitsen, wordt langzaam maar zeker duidelijk wat voor een band Straydog is. Dit dromerige vijfkoppige collectief combineert melancholische shoegaze met warme folkmelodieën en vervreemdende psychedelica. Een pitch shift-pedaal geeft de gitaarklanken een bijna buitenaards geluid, maar de vocalist laat blijken dat menselijke emoties hun gelukkig niet vreemd zijn. Het vijftal weet heel goed hoe je een atmosfeer creëert met lagen instrumentatie en effecten, en weet die ook uit te bouwen naar climaxen waarin de zwevende en intensere gitaarklanken zich prachtig mengen met de dromerige vocalen. Die meeslepende vocals doen soms een beetje denken aan Thom Yorke met zijn bijna Arabisch-beïnvloede toonladders.
Veel aan podiumdecoratie heeft Straydog niet nodig: een huiselijke stalamp op het midden podium voldoet om die kwetsbare en tegelijkertijd warme sfeer kracht bij te zetten. Er is weinig contact met publiek, maar eigenlijk draagt dat alleen maar bij aan de mysterieuze vertoning van de band. Buiten het feit dat ze een uitzonderlijk goede sfeer creëren, ontbreekt het hen ook niet aan een stevige groove. Dit samen zorgt voor een sound waarin je dansend jezelf verliest.
Dan de beurt aan een band die we eind april nog zagen in de Effenaar, bij de releaseshow van hun debuutalbum: we hebben het natuurlijk over Death Sells. Op de line-up staat enkel ‘Mees’, de drummer van Death Sells die vanavond afstudeert aan Rock City. Het podium is gehuld in rood licht en op de achtergrond zien we absurdistische beelden van een onbekend cryptisch wezen. Wanneer gitarist Jef Maimon zijn eerste mysterieuze melodieën speelt, zie je drummer Mees Weterings en bassiste Emma Smit al geconcentreerd klaarstaan om met volle kracht een stevige ritmesectie te vormen voor de noise, chaos en instabiliteit die de komende 30 minuten over ons heen zal walsen.
Zangeres Michaela Nitsotoli brengt urgentie en een hoop woede met zich mee, en doet er alles aan om ons in die emotie mee te slepen, terwijl Jef erg beweeglijk over het podium zwiert, alsof hij bezeten is door zijn eigen gitaar. Kruipende en dissonante gitaren weerspiegelen en versterken de hysterische mental breakdowns op het podium.
En dan, als de hysterie met een luide en lange ‘ssssssssss’ leeggelopen is, grijpt Michaela verslagen de microfoon en borrelt de woede en hysterie weer langzaam op. Death Sells kent het rempedaal niet. En die woede gaat niet over niets: de teksten over de vervreemding van jezelf geven een krachtige lading aan de turbulentie van de performance. Met schreeuwende feedback en bonkende drums bewijst Death Sells vanavond in Dynamo dat hun energie lastig te toppen is.
De volgende act van de avond gooit het over een andere boeg. In plaats van livemuziek gaat Max Kees in gesprek met een docent over zijn debuut-EP What’s A Grownup, een verzameling van nummers over hoe het voelt om volwassen te worden en dat het niet erg is om niet te weten wat je later wilt. Voordat hij opkomt zien we beelden uit zijn kindertijd met daaronder een mooie gelaagde samenstelling van etherische harmonieën.
In de presentatie vertelt hij meer over het maakproces van de EP en hoe hij deze samen met vriend en medestudent Jasper Gubbels bijna volledig thuis gemaakt heeft. Zijn muziek bevat duidelijke invloeden van R&B-artiesten zoals Frank Ocean, door de zangstijl en harmonieën, en Tyler, the Creator invloeden horen we terug in de synthesizers en instrumentals. Hij vertelt over de betekenis achter de nummers, maar hoe persoonlijk die ook zijn, zijn teksten verzanden een beetje in de oppervlakkigheid. Dat hij het leuk vindt om met veel backing vocals te experimenteren, horen we goed terug in zijn songs, en deze tillen de songs ook echt naar een hoger niveau. Niet voor niets vertelt hij over dat hij “bijna flauwviel van het halen van de hoge noten”. Max heeft als doel om deze EP verder uit te werken naar een compleet album, omdat hij vindt dat vier nummers niet voldoende zijn om het verhaal te vertellen wat hij wil, en misschien heeft hij ook wel gelijk.
Na Max, is het de beurt aan L!SA. Met enkel haar akoestische gitaar weet ze ons direct mee te slepen in haar kwetsbare verhalen. Haar muziek klinkt als een love child tussen MEAU en Bente, haar stem en teksten doen pijn, in de meest positieve zin van het woord. Ze zingt over het verliezen van dierbaren, maar ook over zussenliefde en hoop. Ze straalt op het podium een zekere rust uit waardoor je als publiek de ruimte krijgt om haar poëtische songteksten goed tot je te laten nemen en na te denken over wat het nou eigenlijk betekent om je te verstoppen achter de woorden van een kind.
Wanneer L!SA naar de piano loopt, grapt ze over dat ze eigenlijk het liefst op gitaar speelt en zingt in het Nederlands, maar dat ze dat nu beide niet gaat doen. Wederom een prachtig pijnlijk nummer, ditmaal in het Engels, maar nu horen we wel dat ze in haar moedertaal toch het meeste uitblinkt. Haar nummers zijn gemaakt om in eigen taal gezongen en gehoord te worden, want Lisa is dan het beste in wat ze het liefste doet: verhalen vertellen.
En dan staat daar Renee Anna, geboren in Frankrijk en opgegroeid in Nederland, met haar haar vol met bloemen alsof er een boselfje op het podium staat, omringd door meer boselfjes (haar gitarist, bassist en drummer). Ook het podium is versierd met bloemen en planten, en op het scherm zien we een projectie van een bos. Wanneer Renee haar eerste noten zingt, maken we kennis met haar tedere zang, maar horen we ook dat ze bezit over een stem die krachtig kan uithalen. Haar liedjes hebben wat weg van die van Lucy Dacus, haar uplifting vocals klinken als een mix van Florence Welch en Jeff Buckley.
Met teksten die gaan over het idee van ‘thuis’ en over loslaten, zet ze menselijke natuur tegenover aardse natuur op een krachtige en kwetsbare manier. Dan verlaat de band de stage en maakt Renee tijd voor een akoestisch momentje, krachtige uithalen worden ingeruild voor tedere, emotionele vocals die je meenemen in haar belevingswereld. Maar met full band tilt Renee Anna haarzelf en ons écht tot nieuwe emotionele hoogtes
Je ziet het al meteen, de band die nu voor ons staat is een eigenzinnige, met ieder bandlid een unieke eigen look. Al snel laat Faylo zien en horen dat ze de sterren van de avond zijn. Zangeres Sammie staat op het podium alsof het een theatervoorstelling is: het ene moment schakelt ze tussen alle emoties en het andere moment wankelt ze het podium over als dronkaard, maar ook de band krijgt genoeg ruimte. Gemakkelijk schakelen ze van meer emotionele indiepop nummers die steeds hoger klimmen naar een meer dancepunk georiënteerd geluid. De absurdistische, politiek-geladen en poëtische spoken word elementen bieden context en stimuleren tegelijk ook de verbeelding
Wanneer Sammie door het publiek rent, weet de band deze kans te pakken om te laten zien waartoe ze in staat zijn. Drummer Finn van Lieshout brengt strakke ritmes, maar laat ook ruimte over voor de warme baslijntjes van Florijn Willemsen en Gwydion Mahler en gitarist Fabian van Heesewijk die daar recht doorheen snijdt. Wanneer ze een kalmer, kleiner nummer spelen, komt elk individu nog beter naar boven, vooral de theatrale vocals van Sammie. Dat ze af hebben gekeken bij bijvoorbeeld The Last Dinner Party en Fiona Apple is geen geheim, de artrock en Baroque pop invloeden druipen er van af, maar dan wel met een heerlijk punksausje.
Iemand die net de zaal pas inloopt zal misschien denken dat die in de kerk beland is met het dramatische orgelgeluid dat we horen, maar niets is minder waar: we zijn bij een show van Green Peterson. Het orgel, gedecoreerd met vintage lampjes en een fotolijstje, zorgt voor een intieme huiskamersfeer. Als afsluiter van de avond vraagt de band netjes of iedereen het een beetje naar hun zin gehad had, en dat ondanks zij de laatste act van de avond zijn dat de pret niet hoeft te bederven, want “einde van de avond is het begin van de nieuwe dag.”
Wanneer ze hun eerste nummer inzetten horen we duidelijke invloeden van The Doors: hoewel de vocals van frontman Chris Hermans zeker wat braver zijn dan die van Jim Morrison, groovet de instrumentatie zoals bij de pioniers van de psychedelische rock uit de jaren 60. De lange breaks en wisselende tempo’s laten zien hoe goed deze band op elkaar ingespeeld is. De hyperactieve organist trekt de aandacht soms volledig naar hem toe met glissando’s waarna hij met platte handen en volledige onderarmen op de toetsen slaat en zich helemaal op laat gaan in zijn orgel en de muziek. Hoewel de teksten en melodieën nog wat stoffig klinken en de band meer eigen geluid mag ontwikkelen, zet Green Peterson een strakke en tegelijkertijd speelse show neer, en is daarmee een fijne afsluiter van een hele avond nieuwe muziek ontdekken in Dynamo.