Peel Slowly And See (PSAS) is het jaarlijkse muziekontdekkingsfestival van de Leidse regio. Van orgelrock tot ambient, je kunt het er vinden. Bij de editie van 2026 komen de artiesten van Finland tot Colombia en van Ierland tot Zuid-Korea. Deze 21 maart is het festival rondom de Marktsteeg, na de Middelstegrachtconcerten van vrijdag. Zaterdagochtend waren er PSAS-gerelateerde wandelingen, ‘Ambulation’ en ‘History Repeating Walks’, die langs legendarische Leidse muzieklocaties gingen. Wij liepen met allebei mee. De verslagen daarvan komen na die van PSAS online.
Minji Kim
Grachtgeluiden
Voor haar optreden zit ambientkunstenares Minji Kim stil en bescheiden in het publiek. Zachtjes staat ze op en neemt plaats achter een laptop en een mengpaneel. Tijdens de voorstelling zal ze aan knoppen draaien, af en toe ondoorgrondelijk de zaal in kijkend.
Minji maakt gebruik van op haar speelplek opgenomen natuurgeluiden, en haar composities zijn daarom uniek voor de locatie. Ze onderzoekt daarmee de relatie tussen mens en ecologie aan ACPA, de kunstenfaculteit van de Universiteit Leiden. In Leiden heeft Minji water opgenomen in de grachten.
Gedurende de eerste twee minuten zwelt het geluid langzaam aan, met een bassy gedonder als van branding. Zo klinkt golfslag dus als je die veelvoudig versterkt, begeleid door een tweetal ambient non-stop tonen. De mix wordt uitgebreid met tjirpende krekels, tjilpende en opfladderende vogels en grasgeritsel, waarmee de compositie lieflijker wordt.
Langzamerhand wordt die lieflijke natuur onheilspellender, de bassen weer net zo dreunend als in het begin. Hiermee wordt vermoedelijk de dreiging voelbaar gemaakt die de mens voor de natuur vormt. Bijna alles wordt stil, op hetzelfde stromend water en golfslag na die we aan het begin hoorden. Zo spant de spanningsboog zich cyclisch. Dit abstracte stuk eindigt zoals ze dat allemaal doen: met stilte. (RvN)
KASSETT
Waarom David Guetta je altijd bijblijft
Op dit festival draait het om het beleven van muziek in verschillende vormen. Ook muziektheater en zelfs filosoferen over muziek. Daartoe nodigt het Leidse muziektheatercollectief KASSETT ons uit in hun speciaal voor Peel Slowly And See gemaakte editie van hun KASSETTKafé. Deze interactieve voorstelling spelen ze deze avond drie keer in de foyer van de Nobel. Wij schuiven aan bij de derde, laatste ronde van vanavond, waarbij helaas tot twee keer toe een leeglopende concertzaal voor storende ruis zorgt.
De tafeltjes in de foyer zijn gezellig aangekleed met kleedjes en een kaarsje. Blokjes kaas en pinda’s erbij... dit alles om de drempel om in gesprek te gaan zo laag mogelijk te maken. KASSETTs huisfilosoof Gerko Tempelman spreekt ons toe en vraagt welke muziek ons ‘muzikaal bewust’ maakte. Dat is een vraag die aanspreekt, en het redelijk diverse publiek geeft antwoorden die uiteenlopen van soul en disco tot Genesis en The Prodigy. Regisseur Frank Siera schetst ons zijn biografie aan de hand van muziek die hem in de loop der jaren is bijgebleven. Van Simple Minds via Nelly Furtado en David Guetta tot Sufjan Stevens – zijn verhalen zijn herkenbaar en als publiek hebben we er allemaal ook zo onze eigen herinneringen bij. Aan de hand van Homo Ludens van historicus Johan Huizinga legt Gerko uit waarom het juist die muziek is die je tussen je vijftiende en vijfendertigste hoort, die je je hele leven bijblijft. Kort gezegd: daarna wordt het leven serieuzer en leef je minder intensief. Zangeres Dafne Holtland praat niet over muziek, maar maakt deze daadwerkelijk; zij zingt en begeleidt zichzelf op keyboard en gitaar. Haar afsluitende poëtische lied vanuit het perspectief van de muziek die je in elke mijlpaal en elk dieptepunt begeleidt, onderstreept de boodschap van het geheel nog eens. Knap hoe het gezelschap in dertig minuten tijd met een mooie mix van muziek, theater en gesprek ons iets meegeeft om nog even over na te denken. (CB)
Efterklang
Ruimtelijke rockexpeditie
Het Deense Efterklang opent de avond in de grote zaal van de Nobel. Dit trio, bestaande uit zanger/gitarist Casper Clausen, bassist Rasmus Stolberg en toetsenist Mads Brauer, krijgt vanavond ritmische ondersteuning van de Finse drummer Tatu Rönkkö. Met zang, gitaar, toetsen, electronica, bas en drums brengt Efterklang experimentele rocksongs die zowel stevig als dromerig zijn. Hun sound is ruimtelijk als een Scandinavisch landschap. Het Deense woord ‘efterklang’ betekent zowel herinnering als nagalm, en vooral dat laatste is wel toepasslijk voor deze ruimtelijk klinkende indierock.
Net als in zo’n uitgestrekt natuurlandschap, hoor je ook hier af en toe mysterieuze geluiden die je niet goed kunt thuisbrengen. Hoe komen ze tot stand en waar komen ze vandaan? Regelmatig blijken de klanken onder de knopjes van Mads Brauer vandaan te komen. Maar wat is dat toch voor instrument wat Casper Clausen aan zijn mond zet, waarmee zijn stem tot een schel geluid vervormd wordt? Het lijkt nog het meest op een electronic wind instrument.
Het viertal start wat ingetogen, maar na een paar nummers wordt hun podiumpresentatie wat losser. Claus trekt zijn jasje uit en ook zijn schoenen, zijn gebaren worden groter en hij maakt meer contact met de zaal. Uiteindelijk loopt hij zelfs het publiek in om daar een nummer te spelen. Ook de interactie tussen de ritmesectie is leuk om naar te kijken. Doordat het drumstel niet achteraan op het podium, maar zijwaarts opgesteld staat, is goed te zien hoe drummer en bassist contact maken. Mooi hoe zowel het spelplezier als de concentratie van de muzikanten zichtbaar is. (CB)
ZALM
Neusje van de zalm
Zelf omschrijft hij zichzelf als een one-man-grindcore-orkest, mensen aanwezig op Peel Slowly And See beschrijven het als een bak teringherrie, maar ZALM uit Eindhoven wekt zeker de nieuwsgierigheid op. Afgelopen jaar stond hij al op de line-up, maar moest helaas last minute afzeggen vanwege een kaakoperatie. Vanavond is het aan hem de eer op Expo 0 in Scheltema te openen. Hij is voor en ook tegen alles. Bewapend met zijn laptop en microfoon belooft zijn set een flink festijn voor de oren te worden.
Met nummers die vaak maar een paar seconden duren, bekogelt ZALM de aanwezigen een breed scala aan nummers die tot de nok vol zitten met snelle blastbeats, random samples en geschreeuw. Het laatste is vaak bijna onherkenbaar door de hoeveelheid effecten die ZALM er op los heeft laten gaan. Hierdoor klinkt het alsof er een vliegtuig door de zaal heen raast. Alsof dat niet al overweldigend genoeg is heeft ZALM ook nog een stel verblindende lichtbakken meegenomen op het podium. Hierbij gaf hij het verzoek aan 3voor12 om dat te vermelden in een artikel. “Ja, voor de verantwoording enzo.” Staat genoteerd, man.
Cultureel Erfgoed
Om de haverklap wordt de luisteraar getrakteerd op samples van niveau Nederlands cultureel erfgoed. Audiofragmenten zoals ‘Das mien merk’ en ‘My husband is antiquair’ worden her en der in nummers gepropt, wat af en toe voor een mentale whiplash zorgt. Ja, dit is een man met waardering voor de Nederlandse cultuur. Af en toe slaat ZALM ook nummers over en lijkt te worstelen met zijn laptop. Deze lijkt soms een eigen wil te hebben. Hierdoor zijn de overgangen tussen nummers vaak rommelig, maar voegen zeker toe aan de chaos van deze noise-act. (RK)
Muovipussi
Queer als in ‘weird’
Veel mensen die zich bij ZALM toch niet als een vis op het droge voelen, haasten zich snel naar de Nobels kleine zaal. Weten zij veel in wat van maximalistische koortsdroom zij terecht zullen komen. Deze drie excentrieke figuren beperken zich niet tot een specifiek genre; rap, electropop, metal, noise en ga zo maar door. Muovipussi vanavond vooral het publiek op de proef om ‘out of the box’ te denken bij het idee van wat een concert kan zijn.
De Nobel wordt deze avond door dit elektronische queertrio omgetoverd tot een minicircus. ‘Queer’ als in de oorspronkelijk betekenis van het woord. Vreemd. Een stelletje vreemde vogels zijn dit zeker.
Tijdens ‘Psychoterapioa’ gaat een van de leden bij de ander op haar schouders staan, waarna ze beiden door het publiek lopen. Naast acrobatische praktijken heeft Muovipussi ook een voorliefde voor het experimenteren met ongebruikelijke instrumenten zoals ballonnen en een babypop… aan een koord… Die muziek maakt als je het rond zwaait. Midden in de set ‘sterft’ een van de leden om vervolgens terug te komen als black metal zangeres. Al gruntend gaat zij verder, terwijl haar twee metgezellen vrolijk zingend over het podium huppelen. Ja, dit is precies het goede spul waarvoor je naar Peel Slowly gaat. Ver-ruk-ke-lijk.
“Nog een keer!”
Tussen nummers door zijn deze Finnen zo heerlijk ongemakkelijk met hun praatjes, dat je niets anders kan doen dan van ze houden. Het publiek kan niet anders dan smullen en met plezier toekijken. Het podium is hun speeltuin. Dit voelt als een ode aan alle weirdo’s die op onze aardkloot ronddwarrelen.
Er is zoveel gebeurd in zo’n korte tijd, dat ik nog steeds niet helemaal weet wat er voor mij is afgespeeld. Dit is zeker voor herhaling vatbaar. Eerlijk? Doe eens gek. Ga naar een show van Muovipussi en laat je lekker verrassen door dit komische en vooral aandoenlijke trio. Zie je daar! (RK)
Mother Tongue
Clavichord, melkopschuimer en verhalende zang
In de theaterzaal van Scheltema staat een bijzonder instrumentarium opgesteld voor het optreden van het Amsterdamse gezelschap Mother Tongue. We zien onder meer een drumstel, verschillende megafoons, keukengerei, verschillende percussieinstrumenten en een hoorn, mogelijk van een koe, die als blaasinstrument gebruikt kan worden. Maar wat het meest in het oog springt, is de clavichord van geluidskunstenaar Oscar-Jan Hoogland. Dit instrument is speciaal voor hem gebouwd door de Leidse bouwer Dick Verwolf, en vervolgens door Hoogland zelf verder getweekt tot een electronisch instrument. Niet alleen zorgt dat ervoor dat de van oorsprong erg zacht klinkende clavichordtoetsen de hele theaterzaal kunnen vullen, maar dit biedt ook de mogelijkheid tot het creëren van allerlei inventieve geluiden.
Pak het muziekwoordenboek!
Hoogland wendt hiervoor alledaagse gebruiksvoorwerpen aan, zoals bijvoorbeeld een draaiende melkopschuimer of een tuimelend metalen schaaltje. Dit is op zich al een belevenis om te zien en te horen, maar voeg daarbij nog de ritmische, verhalende griotzang en percussie van Mola Sylla en het strakke, veelzijdige spel van jazzdrummer Sun Mi Hong en er ontstaat helemaal een unieke mix. Sylla laat ons kennismaken met traditionele Afrikaanse percussieinstrumenten, zoals de m’bira, een instrument met metalen tongen op een klankbord, en de xalam, een soort smalle luit met drie snaren.
Het concert krijgt iets theatraals door het werken met al die uitzonderlijke intrumenten. Al improviserend neemt het trio de luisteraars mee op een ontdekkingsreis door geluid. Hun muziek is heel ritmisch en energiek. Hoe onalledaags de stijl van hun composities ook is, toch is het catchy. Het is natuurlijk inventief om dit allemaal te combineren en het mooie is dat het ook nog eens heel vet klinkt. (CB)
Michaelis Kouloumis & Tristan Driessens Trio
Rustpunt met Ottomaanse invloeden
Met de aansluitende en overlappende concerten op PSAS is het soms best een logistieke uitdaging om alles kunnen te zien wat je wilt. Dus snel een sprintje getrokken en aangekomen bij M10 blijkt dit zaaltje al stampend vol voor het optreden van de Cypriotische violist Michalis Kouloumis en het Tristan Driessens Duo. Dat duo bestaat naast de Belgische oed-speler Tristan Driessens zelf uit de Turkse kanun-speler Serkan Halili. Met opperste concentratie zitten de drie muzikanten te spelen. Zij vullen M10 met een prachtige mix van eigen composities in Ottomaanse stijl en folkloristische muziek uit Cyprus en Anatolië. Het samenspel van uitsluitend de drie snaarinstrumenten is een moment van verstilling en rust in de dynamische snelkookpan die Peel Slowly And See toch ook is. En ook hier worden we geraakt door muzikale ontdekkingen en indrukwekkend vakmanschap. Vooral Kouloumis maakt indruk met zijn razendsnelle, vingervlugge vioolspel. Daarnaast is het verrassend hoe harmonieus het repertoire, ondanks het gebruik van microtonale, Ottomaanse toonladders, in de oren van ongeoefende luisteraars klinkt. (CB)
vgtbl.pl
Cringe Culture is Dead
Wie dikke heimwee heeft naar het clubleven van begin deze eeuw, zal vanavond zeker zijn ei kwijt kunnen bij vgtbl.pl. Dit kleurrijke duo is chronisch online, heeft een voorliefde voor groenten en is helemaal klaar om een chaotisch feestje te bouwen in Expo 0.
Met hun vrolijke mix tussen early 00’s europop, een hevige dosis autotune en catchy gitaarriffs, weet dit Poolse duo bestaande uit Franek Warzywa en Młody Budda het publiek met gemak in te palmen. Met hun flamboyante outfits inclusief panterprint en hun positieve uitstraling zouden zij zeker niet misstaan op Eurovisie pre-corona tijd.
Achter hen speelt een scherm trippy 3D-animaties van lage kwaliteit af met veel verwijzingen naar hun eigen muziekvideo's en internetcultuur, wat veel toevoegt aan hun ‘cringy’ y2k-imago. Hun nummers bevatten vaak verwijzingen naar rare Poolse internetmemes. Tijdens ‘BOBER (WHO AM I)' speelt hun muziekvideo af op het scherm inclusief Engelse ondertiteling. Dit nummer verwijst naar een Poolse meme en gaat over een bever, die achterna gezeten wordt door een man en onverwachts in een existentiële crisis geraakt. Humor in een emotioneel jasje dus.
“Train of Love”
Het intro van “Follow My Dream” heeft veel weg van Gigi D’Agostino’s 'L’amour Toujours', en al snel begint het publiek dit intro mee te blèren. Misschien een kleine catfish, maar het houdt de sfeer er goed in. “Who came here by train?”, wordt er gevraagd door een van de jongens en het ‘Stereo Love’-achtige ‘Love Train' wordt ingezet. Hierbij verzoekt het duo om in een rijtje achter elkaar door de zaal te lopen. Hoe krijg je een groep minder dan nuchtere Nederlanders nou echt daadwerkelijk enthousiast op een zaterdagavond? Met een polonaise natuurlijk! (RK)
Lelee
Oya Lelee
De glimmend geklede gasten van Lelee brengen deze avond een momentopname van plaats en periode met zich mee: Joegoslavische new wave uit de jaren ‘80, met indie invloeden gespekt. De combinatie bas, gitaar en drums is wat minder exotisch dan sommige andere acts. Het trio past zeker in een hokje, maar ondertussen bonken ze wel lekker hard op de muren. Het vreugdige enthousiasme spat er vanaf, met een drummer die de tekst meezingt alhoewel hij geen microfoon heeft, en de bassiste en gitarist buigen als rietjes tijdens het spelen. De effectpedalen zijn beknopt, de thema’s voor zover ze na afloop te achterhalen zijn de gebruikelijke mix van plezier en anti-establishment ethos, en de liedjes vliegen voorbij voordat je er erg in hebt.
Een hit wordt uitgespeeld als HIIT-training en hun nieuwste nummer heeft wat weg van Adriatische surf. Dansbare lijntjes en lachrimpels. Samenzang schort nog een beetje, baltsen op z’n Balkans. Dipjes mogen wat donkerder, niet bang om af en toe een instrument een minder energiek tegenritme te laten spelen voor diegene die wat luier willen dansen. De eerste impressie dat deze band geboekt is vanwege een gebruikelijk genre, maar dan met een Verweggistan-élan, gaat aan diggelen. Recht voor z’n raap, maar ook recht om op Peel Slowly te staan. (BK)
zZz
Voor een derde edgy, steeds gevarieerd
Orgelrockband zZz bestaat vijfentwintig jaar en speelde onder andere op Sziget. Het duo, Björn Ottenheim (zang en drums) en elektronisch organist Daan Schinkel, staat bekend om hun videoclips. Op hun laatste album, ‘Konnichiwa - Guten Tag - Money Money’, klinken ze alsof ze een afslag nemen richting elektro-new wave Magnetic Fields besprenkeld met The Raveonettes. In de Grote Zaal van de Nobel is het eerder een drum ’n’ Hammondbal. Klassiekers als ‘House of Sin’, het openingsnummer, en de toegift ‘Ecstasy’ komen voorbij. Björn Ottenheim, met groene bandana, laat zijn krachtige zangstem klinken als classic rock of delayed als Ian Curtis. Daarbij wordt hij gevarieerd begeleid door diens drums en Daans orgelklanken.
Toch ben ik richting twee derde van de set toch wat teleurgesteld: dit is eerder The Edge dan dieedge. Die grensverlegging volgt echter bijna onmiddellijk en zZz laat horen waarom Peel Slowly And See hen vroeg. Björn gromt in de microfoon, de orgelbeat en de drumslagen gaan omhoog. Daan haalt hoge Alien Ant Farmachtige effecten uit een zijpaneel. Een Elvisachtige klaagzang volgt. Daarna pakken ze door met een lage, snelle oorlogstrom, begeleid door Sméagolachtige heliumstem en daarna extreem distorted geAxl. Genieten! (RvN)
Głupi Komputer
Saxspectrum
Syndroom van festivalomschrijving: wanneer een bandbio zoveel invloeden noemt dat je onmogelijk kan zeggen hoe het gaat klinken. Vaak gedaan vanwege de makkelijke marketing, maar bij Głupi Komputer valt het ook duidelijk aan te wijzen wat waar aansluit. De bandnaam betekent “Stupid Computer”, zegt één van de lieden op het podium. De act is expres low-tech, met bliepjes en bloepjes alsof ze een Atari ritueel offeren. Toetsen, Polyvox en overige elektronisch kastjes vallen te verwachten, maar het meest opvallende is toch wel de XXL saxofoon die tevoorschijn wordt getoverd. Bas-sax heet deze, en het instrument wordt afgewisseld met de veel kleinere alt-sax, soms tijdens hetzelfde nummer.
Naast dat jazz elementen zijn er ook 80’s pop-thema’s aanwezig, in een lang lint aan luchtig lawaai. De muziek is gedreven, het equivalent van een videogame-level waarbij het scherm automatisch achter je aan scrolt, met onverwachte interrupties in tempo alsof de hele santenkraam crasht. Ook een track met als leuke titel ‘Error 808’ brengt microtonen (als ik de term goed gebruik) in schril contrast met de legendarische drummachine. ‘Jiu-jitsu’ voelt dan weer Caribisch in het hoor, dus dat mogen ze ook gerust aan hun bandbio plakken. Net als je meegaat met de muziek in een dansbeweging, zitten ze al weer ergens anders, maar nog steeds ze het publiek graag zijn verkeerde beentje voor. Briljante koddigheid. (BK)
Hamid Reza Behzadian
Oost en west, call and response
M10 is een kwartier voor aanvang al erg vol, zelfs nu de organisatie heeft gezorgd voor extra staruimte. We zien een bijzonder snaarinstrument in een standaard staan: eentje met zes snaren en een vioolachtige klankkast. Hamid bespeelt deze kruising van een lap steel guitar en Indiase slide guitar bij het slotnummer, waarbij hij van bovenaf meerdere snaren aanslaat. Hij zingt er een beschouwend-klaaglijk lied bij.
Hamid begint echter op een kleine, zilverkleurige mondharmonica. Met de composities van Morricone is er snel een link gelegd Hamids aangekondigde spaghettiwestern-motto: “Talk less, play more”. In deze oorlogstijden voor zijn geboorteland Iran wil hij “songs full of love and hope” spelen, maar melancholie kruipt waar het niet gaan kan.
Op de mondharmonica speelt hij ritmische Iraanse folk. Het is een conplentatief nummer van melancholisch verlangen, met zang in het Farsi. Dan pakt hij zijn slide guitar en laat die met zijn slide bluesy janken. Er vormt zich call and response tussen de om elkaar heen dansende gitaar en de tabla-handdrums van Suresh Sardjoe. Hamids fingerstyle aanslag is echter onmiskenbaar Iraans, de speltechniek van beiden superieur. Het stormachtige applaus na elk nummer is dan ook verdiend. De enige echt vrolijke compositie, ‘Het regent, het regent’, blijkt Sacksioniachtige blues, maar dan dus op z’n Midden-Oosters.
Tijdens het spelen valt een minuut lang het podiumlicht helemaal uit, maar ze spelen gewoon door. De onverstoorbare mentaliteit van een revolverheld houdt stand. (RvN)
Julián Mayorga
Noise met cumbiasmaak
Zijn persfoto toont Julián Mayorga als een vierarmige man in felle kleding – die moeten we zien! Deze vierarmige heeft lichtblond haar in twee knotjes met daaronder een snor en een veelruitig rood pak. Zijn instrumenten zijn een kamloze gitaar, een laptop en een draadloos verbonden tablet. Hij haalt er noisy distortion, groovy beats en een looper uit. Het dansen vooraan op twee simultane ritmes en vervreemdende disharmonische klanken uit Julians gitaar wordt steeds wilder, abstracter. Daarmee past het in de cumbiatraditie uit diens geboorteland Colombia.
Tijdens de voorstelling (want dit is niet alleen een concert) danst Julián regelmatig als een gepijnigde, geesten bezwerende sjamaan, de handen ten hemel geheven. Hij roept iets in het Spaans in een minimegafoon, laat die vallen, shredt en schreeuwt intens, danst met zijn als castagnetten schuddende handen boven en onder zijn hoofd, rent over het podium heen en weer. Zoals je aan de ademloze opsomming merkt: Julián is een energiebom die eindigt met ontbloot bovenlijf en bezweet voorhoofd.
Op de kapitalistische kritiek is het voor ahispaniolen wachten tot ‘Chak Chak Chak Chak’, maar dan is er ook geen woord Spaans bij. Hij telt in dat titelnummer (“It’s the rattling of the bones of the rich”) theatraal op zijn vingers redenen af om de bourgeoisie te haten, met tot slot: het zijn "putas".
Julián Mayorga is grensverleggend en geeft veel energie, maar het constante gebeuk is ook zijn achilleshiel. Pas het slotnummer van de set is (relatief) kalmer, met een beat op lager bpm van sambaballen en traditioneel klinkende instrumenten uit de computer. Een eerder rustmomentje in de set van drie kwartier zou lekker geweest zijn. (RvN)
Keenan Mundane x Sorza
Producer vs. Producer
Vroeger werd ik altijd als laatste bij de gymles gekozen, nu mocht ik als laatste kiezen bij de verdeling van de acts, en daar ging het voornemen om nooit twee keer dezelfde act te zien. Keenan Mundane x Sorza zag ik bijna exact een jaar geleden al op Nocturne, waar ze iets meer in harmonie waren dan deze avond. Keenan is nog steeds een sicke rapper die soms vol overgave in microfoon buigt alsof ie overgeeft, en Sorza verlegt op de Pioneer de grenzen van wat gangbaar is.
Op sommige moment kijkt het duo elkaar aan alsof ze niet precies weet wat de ander wil, wat de set een schijn van producer versus producer geeft. De ijsberende Keenan laat zich niet van zijn à propos brengen en blijft A-game aanhouden. Het is ietwat tammer dan op Nocturne, met een bedaarde bounce waar zelf de bejaarden vooraan goed op gaan. Een bezoeker schreeuwt “Bomboclaat!” vanaf de zijkant, Sorza gooit er wat breakcore in terwijl Keenan een korte break doet om het zweet af te vegen en eenieder die niet danst verliest z’n plek vooraan. We hebben deze combinatie-formatie wel eens harder meegemaakt, maar op z’n minst gaan de ouden van dagen dit keer goed mee. Het is het verhoogd eigen risico helemaal waard. (BK)
WAAN
Klanken uit de kast trekken
Bart Wirtz en Emiel van Rijthoven zijn bekende namen uit de Leidse jazz scene, en hebben dan ook het netwerk om talent om zich heen te verzamelen voor het eclectische groove project WAAN (scroll trouwens naar beneden op hun site voor een widget om zelf wat experimentele muziek te maken op je toetsenbord, wie weet telt het als open sollicitatie). Het is niet de eerste keer dat de formatie op Peel Slowly staat, maar met het nieuwe album ‘We Want WAAN’ onder de arm is er genoeg reden voor een terugkeer. Saillant detail is dat de plaat is opgenomen in een zelf ingerichte studio in Nieuwplaatz te Leiden.
Lange intro, maar daar houdt de band zelf ook van. De muziek laat zich kenmerken door de smoothe sax van Bart, omlijst door sfeervolle toetsen, drums en bas. Het is lichtvoetig en lonkend, nostalgisch en hoopvol, en weet precies de verzadiging af te bouwen op momenten dat het wat wattig wordt. De neonletters met de initialen van de plaat gloeien op aan het einde, terwijl achter me een select setje bezoekers in een soort groepsknuffel danst. Er is ook plaats voor het soort priegelwerk met de sax dat het talent van één van de oprichters laat zien, maar voordat ie te lang in de spotlight kan staan stort de rest van de heren een bak aan drums en synths over de zaal uit. Ze trekken alle klanken uit de kast, want laat het duidelijk wezen dat de avond niet in lounge gaat eindigen. (BK)
Dank aan PSAS-fotografen Jan Rijk en Judith Zandwijk en de organisatie van Peel Slowly And See dat we gebruik mochten maken van hun foto’s.