Popronde laat Den Bosch opbloeien in alle hoeken en gaten
Acts met knaldrang krijgen een podium

Ieder jaar weer is het een klein wonder hoeveel mensen de Bossche Popronde op de been weet te brengen. Waar de stad soms weggezet wordt als borrelstad zonder alternatieve cultuur, bewijst de Popronde ook dit jaar weer dat dit beeld onvolledig is. Er is duidelijk behoefte aan dit soort evenementen. Wij doen verslag van misschien wel de meest levendige Bossche muziekavond van het jaar.
Klinkt een mix van Slowdive en Deftones jou als muziek in de oren? Dan ben je bij de Haagse band girlhead aan het juiste adres. Die twee bands zijn duidelijk een grote inspiratiebron voor het viertal, dat heerlijke dreampop en shoegaze met een stevige twist maakt. De band maakt muziek vanuit het besef dat niet alles in woorden past, maar brengt haar boodschap door geluid dat is gemaakt om in te verdwalen. En dat gebeurt dan ook tijdens Popronde. girlhead’s sound komt in Knillispoort goed tot z’n recht: het publiek staat lekker weg te dromen en elk nummer kan op applaus en gejoel rekenen.

Dat er momenteel een invaldrummer en -bassist (Tom Radsma van Hiqpy!) meespelen is niet eens te merken; het is alsof ze altijd al samen op het podium staan. Helaas is er online nog weinig van hen te vinden. Ze laten weten bezig te zijn met een debuut-EP, maar voorlopig moeten fans het doen met de live-video van ‘Stay’ op YouTube. Dat daar snel verandering in mag komen. (MvdW)

Een concert in een coffeeshop? Ja, dat kan eigenlijk alleen tijdens Popronde! Dan transformeert The Grass Company in een muziekcafé waar deze ronde de Overijsselse band Nelles ons verbaast met een mix van indierock, shoegaze en altpop. Dat The Grass Company gewoon een winkel is en geen poppodium, is helaas wel te horen. De drums overmeesteren regelmatig de rest van de band, waardoor de gitaar en bas niet altijd goed te horen zijn. Desondanks weet Nelles een energieke show neer te zetten met krachtige refreinen en atmosferische coupletten. Zangeres en bassist Nadia Nellestein praat de nummers aan elkaar in de intieme stijl van een singer-songwriter. Daardoor komt de energie van sommige nummers onverwacht. Het publiek blijft klein. Er lopen vaak mensen binnen, maar die lijken vooral even snel wiet te komen halen. Toch weet Nelles te overtuigen en is de band het zeker waard om te checken (maar misschien wel in een daarvoor bestemde zaal). (KP)
Op het donkergroene tapijt, tussen platgespeelde dartborden en gebreide kaboutervingerpopjes, strijkt SLOJAY neer in café de Kup. Als een van de eerste artiesten van de avond begint hij samen met bassist Bram en drummer Tom aan de set. Achter zijn Moog trapt hij af met zijn diezelfde dag verschenen single ‘These Days’. Het publiek, blauw gekleurd door de discolichtjes, kijkt verwachtingsvol toe.

SLOJAY heeft een opvallend zuivere stem, die hij met veel formantverandereffecten voortdurend een andere kleur geeft. Dat werkt meestal goed en geeft de indie soul een eigen gezicht. Terwijl de Kup langzaam voller loopt, wordt het publiek steeds losser. SLOJAY blijft ondertussen opvallend relaxt tussen de complexe akkoordschema’s door en bassist Bram verrast met een indrukwekkende, bijna gitaarachtige solo. De frontman zoekt regelmatig contact met de zaal en dat werkt aanstekelijk. Geen overdonderende show, maar wel een overtuigende: SLOJAY laat zien hoe ver je in een klein, bruin café kunt komen met goede songs, muzikaliteit en een beetje lef. (AvdH)
Eeneiige tweelingformatie LÖNA maakt 'dark music for happy people'. De nummers klinken alsof Charli XCX en Björk een sombere ravebaby hebben gekregen. Live zit de act goed in elkaar, de band is toegewijd aan het live spelen van een zo groot mogelijk deel van de elektronische beats.

Madelon Bruinhof neemt voor het grootste deel de vocalen voor rekening, terwijl Daniëlle Bruinhof de instrumentatie verzorgt met synths, drumpads, vocoders en een gitaar. Vooral de songs met meer rockinvloeden werken goed: donkere soundscapes galmen door de kapperszaak. Die nadruk op live spelen leidt er soms wel toe dat het er allemaal wat stijfjes uitziet. Wanneer de band de zaal aanspoort om hard te dansen, bekruipt toch de gedachte: doen jullie maar eerst! (TvM)

Ondanks dat Competition ervoor kiest om zonder social media te werken (maar wel met website en fysieke nieuwsbrief) en het daardoor even zoeken is naar muziek van het viertal, staat Het Veulen bomvol. ‘We passen maar net op een 2x2-podium,’ grapt zanger en bassist Sam Cuppen. ‘Ik sloeg net al bijna iemand met mijn gitaar in het gezicht,’ vult zanger en gitarist Guus Timmermans aan. Dat blijkt later over onze eigen fotograaf te gaan. Hun vrolijke, poppy indierock en speelse enthousiasme zorgen ervoor dat er zelfs ruimte ontstaat voor een kleine moshpit en een crowdsurfer.

Het gemak waarmee de band speelt verraadt de ruime ervaring van de bandleden. Dat is ook niet zo gek, aangezien de groep bestaat uit (ex-)leden van Foxlane, SERVICE en Waltzburg. In het begin van de set lijkt het geluidstechnisch even mis te gaan wanneer de microfoons zoemen, maar dat is snel opgelost. Juist de combinatie van hun antisocialmediahouding, het afzetten tegen overmatige schermtijd en hun rebelse uitspraken over maatschappelijke thema’s in hun teksten vormt de charme van de groep. Dat alles kan rekenen op veel applaus. Competition bewijst dat je helemaal geen algoritme nodig hebt om een succesvolle Popronde show neer te zetten. (MvdW)

Het kleine café loopt langzaam vol. Rapper JAH ziet het afwachtende publiek ook. “Er is één regel tijdens mijn shows: iedereen beweegt.” Niet veel later gebeurt dat ook. De Almeerder zijn melodieuze mix van R&B en rap is het soort muziek waarbij je voeten vanzelf beginnen te bewegen, en zelfs een weigerende DJ-microfoon krijgt de vaart er niet uit. Wanneer JAH vraagt of we zijn skills willen horen, bewijst hij prima te kunnen rappen. Toch overtuigt hij het meest wanneer hij richting R&B beweegt. Daar klinkt hij echt eigen. Tegen het einde is een deel van de zaal afgetaaid, maar de sfeer blijft goed. JAH sluit zijn optreden af voor een enthousiast publiek. (RS)
De Overkant stroomt vol als Lola Louii moet beginnen. Dat is ook niet moeilijk, want het cafeetje is klein en fijn, dé ideale plek om de mooie luistermuziek van de Amsterdamse te laten landen. Een klein glimlachje als ze de praters bij opener ‘So High’ stil krijgt.

Met haar sterke stem en innemende verschijning pakt ze heel het café in met een soepele mix van indiepop en kleine vleugjes alternatieve soul. Luister bijvoorbeeld naar die nieuwe, meeslepende single ‘Melodies’ en je hoort invloeden van James Blake. Bij ‘lOvE’ krijg je, naast buitelende pianolijntjes, ook heel sterke jazzy gitaarmelodietjes van Teun Los, regelrecht uit het boekje van Tom Misch. Zo is het voor Lola soms lastig om haar gitarist bij te houden, maar dat is een van de twee smetjes (het enige Nederlandstalige lied kan tekstueel nog wel wat scherper) op een voor de rest heerlijk dromerige set. (BvD)

In de Willem Twee Toonzaal (dat vroeger een synagoge was) staan de stoeltjes keurig in rijen voor Calis Nyarko. Niet bepaald de setting voor een dampende house-show, zou je denken, maar toch: met zijn drie gospelzangeressen, een bassist en gitarist stelt hij zich voor: “Ik ben een zeer gelovige jongen en maak housemuziek met een geloofsboodschap. Ik wil vooral veel liefde meegeven.” Dat doet hij door te beginnen met ‘I Surrender’, zijn enige nummer dat je op Spotify kan vinden en een mooi voorbeeld is van hoe house en gospel samen kunnen komen. Maar opvallend genoeg blijft de band tijdens het nummer stil en komt alles uit de piano en laptop van Calis. Door de flinke galm in de zaal verdwijnen veel details en blijft vooral het pianospel overeind. Ook zingen de gospelzangeressen niet altijd mee met de backingvocals, terwijl juist hun prachtige stemmen meer kracht zouden kunnen geven. Het optreden kabbelt voort, terwijl mensen de zaal in- en uitlopen. In een ruimte waar iedereen stil op een stoeltje zit, voelt dat al snel chaotisch. De chemie tussen de bandleden kan ook nog sterker, maar Calis Nyarko laat wel wil en passie duidelijk zien. Maar als hij zijn boodschap live volledig wil vertalen, moet hij toch echt zoeken naar een andere setting dan deze. (AvdH)

Het is buik inhouden geblazen in de kelder van de Paap. Enkele minuten voordat de set van Dracula’s Beach Party dan echt begint, staat het er al rámvol. Bij binnenkomst brengt de band een sinistere soundscape van gitaren en synths ten gehore, terwijl iedereen op zijn tenen een glimp probeert op te vangen van de types die op het niet-verhoogde podium staan. De drie heren dragen vampierenmaskers en spitse oren, visueel is het in elk geval intrigerend genoeg.

Voor het oor is het minstens zo bijzonder: de vampieren fladderen muzikaal werkelijk alle kanten op. Van surferrock (hoe kan het ook anders op een beachparty?) naar cumbia en van metal naar experimentele synthstukken. De gemene deler: het is in ieder geval altijd dansbaar. Halverwege de set roept de hoofdvampier, die door zijn voicechanger-effect trouwens vaak totaal onverstaanbaar is, de kletsende mensen achterin op de zaal te verlaten. Wonder boven wonder doen zij dat ook echt en wordt de set afgesloten met alleen de dertig enthousiastelingen vooraan. Vreemd, een beetje gimmicky, maar ja: het werkt wel. (TvM)

Er is nog geen noot gespeeld, maar Knillispoort waar MAHA, een van oorsprong Soedanese postpunkzangeres, over enkele minuten gaat optreden staat al goed vol. MAHA staat echter niet alleen op het podium. Samen met bassiste Myrte Driesenaar (Mood Bored) belooft het een interessante show te worden met een sterk activistische toon. Maar helaas: de backingtracks klinken in het begin niet lekker door de luidsprekers, waardoor ook de zang zwak klinkt. In de loop van de set begint de muziek iets meer te settelen waardoor het uiteindelijk samenkomt tot één geheel. Het helpt ook niet dat er veel tussen de nummers door wordt gezegd, en de praatjes komen geïmproviseerd over en missen soms hun nut. Voor een artiest die zingt over onderdrukking en politiek, verwacht je dat die thema’s ook tussen de nummers terugkomen. Dat maakt tot een set die niet aanvoelt als één geheel. De muziek zelf is sterk, maar de praatjes zijn een enorm afleidende factor. Als MAHA daar nog eens aan kan sleutelen, kan ze nog veel sterker voor de dag komen. (KP)

Bij Kinki staan vanavond geen kappersstoelen centraal, maar een paaldanspaal. Anna Joan verschijnt met spiky shoulder pads, een minirok en één wit oog, terwijl een dreunende bas en gierende synths door de kapsalon jagen. Sommige blikken in het publiek verraden dat niet iedereen hierop voorbereid was.
Intieme, kleine passages wisselen af met nummers als ‘Borderline’, waarin rustige zang langzaam ontspoort in bijna dubstepachtige beats. Anna Joan gebruikt het spektakel niet om haar emoties te verbergen, maar juist om ze vorm te geven. Wanneer ze vertelt dat haar nummers draaien om vrijheid in wat je draagt, voelt en durft te zijn, valt alles op zijn plek. De rok gaat uit, de paal wordt beklommen en het afwachtende publiek gaat overstag. Een halfuur later is de kapsalon veranderd in een zwetende club. (RS)
Er drijven muzikale mistbanken Onder de Moriaan. Is dat een scheepshoorn die de weg wijst? Nee, het is de saxofoon van Flor Valentijn Peters, die met een harmonizer erop meerstemmig kan bulderen. Om hem heen, getooid in tien tinten grijs, de rest van de Nijmeegse band Grandad die avant-garde/no wave maakt waarmee James Chance zo weer tot leven wordt gewekt.

Het is knarsende muziek op een moordend tempo, waarvan je niet zou denken dat drummer Julian Noomen het zou kunnen bijbenen. En toch: kijk hoe hij, compleet met een bandlogo-tattoo op zijn borstkas, moeiteloos roffelt, terwijl frontman/bassist Silver Lovely de geest van Ian Curtis kanaliseert. Vooral singles ‘Chemicals’ en ‘Elephant’ roepen een fijn unheimisch gevoel op van dansen in een atoomschuilkelder met Grandad op de noodradio. (BvD)

In een donkere, mistige setting doemt de band KRAM op: een Amsterdams viertal met Ierse roots. Hun explosieve postpunkrock doet in de verte denken aan Fontaines D.C. en IDLES, en past perfect bij deze sfeer. De bandnaam is een eerbetoon aan de overleden vader van zanger Tristan Gilligan. Het is zijn naam ‘Mark’ achterstevoren. Wanneer Tristan op de bar klimt om vanaf daar zijn teksten de zaal in te slingeren, vraagt hij dan ook om een warm applaus voor zijn vader. Hun boodschap ‘love stands forever’ dragen ze uit met ruige gitaren, een strakke sound en een flinke dosis energie. Het publiek reageert enthousiast; voor in het podium ontstaat al snel een moshpit. Tussendoor staat Gilligan stil bij het feit dat we van geluk mogen spreken dat we hier in alle vrijheid naar livemuziek kunnen luisteren, iets dat op veel plekken in de wereld momenteel niet vanzelfsprekend is. Er staat nog geen muziek van de band op de streamingdiensten, hopelijk is er na Popronde ruimte voor een eerste release. (MvdW)
Het tweekoppige Rotterdamse edgy popduo KUZKO neemt midden op de avond plaats in het langwerpige café Parterre aan de Parade. Het duo springt gelijk in het oog door de extravagante outfits en opvallende ‘hoorntjes’ die in hun haar zijn gekerfd, dat we hier te maken hebben met echte performers is wel duidelijk.
De act start lekker chaotisch, na flink wat heen-en-weer met de geluidsman achter in de zaal, waar iets teveel aandacht naartoe gaat. Als alles is opgelost kan het feest beginnen: vanaf seconde één staat het duidelijk op elkaar ingespeelde duo op scherp en geven Sam en Danique met hun synchrone choreografie, bruisende energie en grootse gezichtsuitdrukkingen een echte show weg. Er worden zakjes ‘drugs’ uitgedeeld, die toch gevuld blijken met kristalsuiker, en het duo is niet verlegen om op de bar te springen. De interactie met elkaar en het publiek is close en fysiek. Toch lijkt het publiek niet helemaal binnen de gebruikelijke doelgroep van KUZKO te vallen, waardoor de energie van dit van energie uit elkaar barstende duo niet altijd wordt gespiegeld. KUZKO zelf geeft alles. Nu nog een zaal die net zo hard mee durft te gaan. (AvdH)

Concert of uitvaart? Bij Zergüzeşt gaat het verrassend genoeg samen. Vier mannen en een vrouw in zwarte pakken spelen samen postrock arrangementen, die je doen verdwalen in een landschap dat zich steeds verder onthult. Zanger en enig vast lid Yusuf Öztürk introduceert het overkoepelende thema van de band aan de hand van een gedicht over oorlog, grenzen en verloren empathie. Buiten dit gedicht wordt er tijdens de show niet gepraat waardoor de flow geen moment wordt doorbroken. De combinatie van twee gitaren, bas, drums en een trompet zorgt voor een chaotische, maar samenhangende sound die wordt afgewisseld met dansbare ritmes. Over de instrumenten zingt Öztürk Turkse teksten die worden aangehaald met lange noten. Zelfs als je geen Turks spreekt, voel je de emotie. Dat is ook de kracht van Zergüzeşt, met of zonder tekst, met of zonder zware arrangementen, weten ze het publiek mee te nemen in hun klankwereld. (KP)
Grian Chatten, wat brengt jou hier in Tapperij Het Veulen? Oh wacht, dat is zanger/gitarist Guy Martens, de frontman van Magazines. De verwarring is begrijpelijk: kilt, Adidas-sweater, zonnebrilletje op, maar geen Iers accent hier, wel een vet aangezet Cockney-accent. Het soort dat van ‘disaster’ een ‘disastah’ maakt, getuige het vroege hoogtepunt ‘Cowboy Sinatra_’. Het is dancepunk pur sang waarbij vetheid bovengeschikt is aan complexiteit. Denk Kasabian en The Faint vroeger, Kid Kapichi en Gurriers nu. En dan is het maar goed dat het drietal (Brian van Es op basgitaar, Renzo Rijn op drums) op een postzegel staat te spelen, want het is vol in Het Veulen. De dreiging van een gitaarkop tegen je kop krijgen is meer dan aanwezig, en dat past bij de snotty attitude van Magazines, evenals de speakers die kraken onder het gitaargeweld. Het Zeeuwse trio smult ervan, Martens gaat met gitaar en al het publiek in en krijgt iedereen met gemak mee met het meezingrefreintje van ‘Riot_’. Goed? Proper, mate. (BvD)


In Bar Miep staan tegenover elkaar Roos Thijssen en Joeri Beumkes van electroduo WABR opgesteld. Samen spelen ze lieflijke indiepopliedjes in het Nederlands. De nadruk in die zin ligt op 'samen', want de chemie tussen de twee is erg leuk. Ze hebben danspasjes ingestudeerd, zingen elkaars zinnen af en friemelen stiekem aan elkaars instrumenten. De muziek is bijzonder dansbaar en blinkt uit in tekstuele én muzikale eenvoud. Het doet allemaal soms een beetje denken aan de oude electropopbangers van Le Le. De twee staan zichtbaar comfortabel op het podium en laten zich gelukkig niet van de wijs brengen door het nogal luidruchtige gezelschap dat midden in de ruimte een dertigste verjaardag viert (een onhandige dubbele boeking). De kers op de taart in deze set is absoluut ‘DISCO TIJD’, een remix van het nummer van oud-Popronde deelnemers TAXITAXI, maar ook afsluiter ‘WAUW’, waarin het publiek mee moet wauwen, is erg… ja, wauw. (TvM)


Het is troubleshooting time voor Wilson A. uit Haarlem. De band begint wat later door technische problemen en ook tijdens de set loopt het niet altijd vlekkeloos. Het doet in ieder geval niets af aan het enthousiasme van de band, die op het kleine podium van de Basiliek gepropt staat. De aanstekelijke dancepunk doet denken aan Fat Dog, met synths en tamboerijn als opvallende accenten. Vooral de toetsenist die deze bespeelt lijkt zich uitstekend te vermaken. Wanneer de band vervolgens LCD Soundsystems ‘Daft Punk Is Playing At My House’ inzet, is het feest helemaal compleet. Er is ruimte voor een kleine pit en ook de vaste stamgasten zijn even stil. Het enthousiasme krijgt ondertussen een fysieke vorm wanneer de pedalen van frontman Thijs Hoekstra van het podium vallen en door iemand uit het publiek keurig teruggelegd worden. Alsof er niets gebeurd is gaat de band verder. Aan het einde van de set is het publiek nog lang niet klaar. ‘We want more!’ klinkt het vanuit de zaal . ‘We hebben niet meer nummers’ antwoordt Hoekstra, ‘maar koop onze cd en betaal daarmee onze benzine’. Geen toegift dus, maar het publiek lijkt nog lang niet klaar met Wilson A. (MvdW)

Twintig minuten voor middernacht staat Mick Spek in een halflege kleine zaal van Willem Twee. Niet bepaald de makkelijkste omstandigheden voor een rapper die het publiek vanaf de eerste minuut wil overtuigen. Toch stapt Mick met de vanzelfsprekendheid van iemand die al jaren op het podium heeft gestaan (deelde onder andere met Joost het podium van Lowlands en WOO HAH!) de zaal in en ramt hij zijn bars vol overtuiging de ruimte in.
In zijn tweede song klinkt een voice memo: “Mick, doe je nou mee aan Popronde?” Gezien zijn ervaring als schrijver en producer voor artiesten als Antoon, Hef en Bankzitters, en verschillende collabs met Big2, is de vraag niet eens zo gek. Die ervaring hoor je terug. Zijn beats zijn niet vernieuwend, maar de herkenbare beattag (een krijsende meeuw) geeft het geheel wel een eigen smoel. De combinatie van rap en zang ligt hem bovendien goed. Het publiek heeft wat tijd nodig. Mick moet zelfs om een volledig applaus vragen, terwijl achterin zachtjes wordt geklapt. Ondertussen kruipt iemand voor het podium op en neer als een rups, Mick laat zich er geen moment door van de wijs brengen. Wanneer de zaal bij het vierde nummer wat voller loopt, komt er meer aandacht. Een vlag als backboard met de tekst ‘Breng Mick Spek naar 101Barz’ zorgt voor extra steun. Met een speelse zoektocht naar twee mini-eendjes, waarbij de vinders een cd van zijn nieuwe album krijgen, houdt hij de sfeer luchtig. Later gooit hij de energie nog omhoog met een elektronische dance-tune. Geen muzikale aardverschuiving, wel een authentieke show van een ervaren artiest die zich onder alles wat er in de zaal gebeurt prima staande houdt. (AvdH)
Al de hele avond staat Bar Miep stampvol, mede omdat iemand het een goed idee leek om haar verjaardagsfeest hier op dezelfde avond als Popronde Den Bosch te organiseren. Wie zich door de menigte rondom de ingang weet te wurmen belandt uiteindelijk bij Kidd Nebula & The Voodoo-Funk Conspiracy die je met hun ontwapende energie direct meezuigen in hun universum. Gewapend met een panterprint buckethat is frontman Bradley Berkholst een opvallende verschijning en samen met zijn ijzersterke, zeskoppige band (dat zich half tussen het publiek bevindt) weet hij het publiek moeiteloos op te zwepen met een upbeat, funky en old-school hiphopvibe. Denk Anderson .Paak meets Jamiroquai. Meestal werkt die smeltkroes ontzettend goed, al slaat die mix bij een enkel nummer iets te ver door: soms gebeurt er zoveel tegelijk dat je het spoor even bijster raakt. Echter, dat is de enige kritische noot voor de band die hier een overtuigende indruk achterlaat. (ZD)

Luide en duistere shoegazenummers vullen de grote zaal van Willem Twee. Het is aan het Amsterdamse, maar in Den Bosch gewortelde, crashing om de avond in de grote zaal af te sluiten, al gaat het programma in de kleine zaal straks nog wel door met BigBobbyBitch en DE FORMULE. De setting is goed: de donkerblauwe lichten zijn recht op de bandleden gericht, waardoor alleen hun silhouetten zichtbaar zijn. Dit roept een mysterieus gevoel op, dat perfect past bij de sound van het vijftal. De band geeft openlijk toe goed te hebben geluisterd naar My Bloody Valentine en Dinosaur Jr., twee bands die al veel met gitaarpedaaltjes experimenteerden. Daar doet crashing niet voor onder. Frontman Jasper Smits creëert een bak aan reverb die heerlijk dromerig klinkt. Met hoogtepunt ‘Tuco’ serveert crashing een potje gierende gitaargeluiden die bijna onwerkelijk aandoen. Een betere afsluiter voor de grote zaal had Willem Twee niet kunnen wensen. (RV)
Stamkroeg voor alternatief Den Bosch, Bossche Brouwers, is tot de nok toe gevuld als eindelijk De Plaag het podium betreedt. De Dordtse act, die toevallig uit twee getrouwde koppels bestaat, komt in een warm bad terecht, want met muziek vooraf van een vergelijkbare rauwe act als Kaboutjertje Putlucht; dat is goed binnen komen. Want kijk: net twee nummers in en de eerste moshpit bij De Plaag is gelijk een feit en ook de eerste kledingstukken van bandleden gaan uit. De drie zangers Yoni, Juno en Sjoerd hebben allemaal zo hun eigen stijl en met DJ Marieke achter de knoppen, heb je een Nederlandstalige electropunk-act te pakken die precies de juiste balans weet te vinden tussen snoeihard slopen, even ademhalen en vervolgens nóg harder toeslaan. Wil je per sé dan toch mee kunnen zingen als je hun materiaal niet kent? De Plaag heeft je, en komt met een verrassend, eigen arrangement van Doe Maar-klassieker ‘De Bom’. Maar er is geen klassieker nodig om los te gaan, om de haverklap is er wel iemand de lucht in om te crowdsurfen. Zelfs die beruchte houten paal midden in Brouwers blijkt geen obstakel, maar een volwaardig rekwisiet: om de beurt hangen de bandleden eraan vast om met volle overgave de teksten op het publiek af te vuren. Het is duidelijk waarom deze band zo veel mag gaan optreden op de Poprondes, dus Bosschenaren die het hebben gemist: treur niet, dit najaar nog genoeg kansen om deze poedelnaakte chaos alsnog zelf te gaan ervaren, als je bereid bent om wat kilometers te maken. (ZD)
Vaak is een liveband bij hiphopartiesten een soort volgende stap in hun carrière, maar BigBobbyBitch komt er de Popronde juist mee binnenvallen. Met een viermansband staat de speels brutale rapper in de kleine zaal van de Willem Twee. De nummers zitten ergens tussen punk, hiphop en funk in, maar binnen geen van die stijlen weet het echt te overtuigen. Op de schaal van hiphop is het vooral wat schreeuwerig en komt de Utrechter niet met opvallende teksten. Op de schaal van punk is het toch wat zacht en weet het ook niet echt te verrassen. De nummers die wat meer de zwoele funkkant opzoeken, werken dan nog het beste. Wat opvalt is het publiek in de zaal: zo jong hebben we deze avond nog niet gezien. Hiphop blijkt toch weer een genre dat veel jeugd trekt, waaronder een moshende groep fans die Bobby’s teksten over bijvoorbeeld paddodruppels en wegrennen voor de politie hard meezingt. Al met al overtuigt BigBobbyBitch nog niet, maar er is genoeg potentie voor een eigen geluid, zeker met de goede band die nog een stuk inventiever ingezet zou kunnen worden. (TvM)


















