Gitaartsaar in goed gezelschap

Mike Stern Band neemt Boerderij voor zich in

-
  • Ruben Verheul

Hij hoeft de snaren maar één keer te strelen en je weet: dit is Mike Stern, gitaartsaar en geluidsarchitect van de buitencategorie. Op ‘zomaar’ een woensdagavond, 29 april 2026, doet zijn Vijf-Sterrenensemble de Boerderij aan, de enige tussenstop op Nederlandse bodem. De Zoetermeerse fijnproeverij is dit keer niet tot de nok toe gevuld, maar de aanwezige regionale jazz- en fusionliefhebbers weten: dit is de Mike Stern Band en heel veel beter wordt het niet.

-
© Ruben Verheul

‘Fat Time’

Het had overigens niet zo heel veel gescheeld of deze avond had nooit plaatsgevonden. Nota bene Miles Davis, bij wie Stern doorbrak als ‘vrije man op de gitaar’, vond dat ‘Fat Time’ (Davis’ liefdevol bedoelde verwijzing naar Sterns unieke, feilloze gevoel voor timing) het wat rustiger aan moest doen met de verdovende middelen. Jazz was nu eenmaal heel erg rock ‘n’ roll in die tijd. Wellicht mede ingegeven door het trieste feit dat Sterns toenmalige boezemvriend, baswonder en mede-grootgebruiker, Jaco Pastorius (Weather Report) onder zijn verslaving was bezweken, kickte Mike Stern uiteindelijk definitief af. Jaren, en vele albums, projecten en ereprijzen later, kreeg hij een ernstig ongeluk dat bijna een einde maakte aan zijn carrière als gitaargenie (wie goed kijkt, ziet dat zijn tokkelhand nog scheef staat).

En ook vanavond zijn er obstakels. Stern verontschuldigt zijn band: ‘We zijn afgepeigerd.’ Niet zo vreemd, als je kijkt naar het toerschema (en de leeftijd en de nuchtere staat van de bandleden). Het comfort van het leven ‘on the road’, denk je onwillekeurig, staat niet per sé in verhouding met de staat van dienst en het talent van de artiesten-in-kwestie.

-
© Ruben Verheul

Eregallerij

Geen zorg: Stern en zijn band brengen ook met slaapgebrek en een vitaminetekort hun ‘A-game’. Het is dan ook niet ‘zomaar’ een gezelschap... Op links zien we Leni Stern, Mike’s echtgenote, maar minstens zo getrouwd met de gitaar (en de Afrikaanse n’goni). Helemaal rechts staat Gary Grainger, de bassist die—als hij zou willen—namen zou kunnen laten vallen als John Scofield, Bill Evans, Lonnie Liston Smith. Maar Grainger mag er ook prat op gaan dat hij ooit een bodem legde onder de verrichtingingen van Earth, Wind & Fire en Whitney Houston. Achteraan in het midden zetelt Dennis Chambers, de drummende motor achter onder meer John McLauglin, Santana en Funkadelic. Daartussendoor komt en gaat saxofonist Bob Franceschini, op wiens curriculum vitae namen prijken als die van George Benson, Chaka Khan, Paul Simon en Marcus Miller.

Mike Stern zelf heeft natuurlijk ook de nodige sporen verdiend: naast Miles Davis vergezelde hij Blood, Sweat & Tears, Billy Cobham, David Sanborn en The Brecker Brothers op het podium en/of in de opnamestudio. De Boerderij als eregallerij.

-
© Ruben Verheul

Melodie, melodieper, melodiepst

‘We hebben wat nieuwe en wat oude shit voor jullie,’ belooft Stern, die praat en oogt als een hippie. Het spel is echter verre van vaag en behoorlijk hedendaags. Met zijn kenmerkende gitaargeluid (ietwat ijl, eerder chorus-gekleurd dan distortion-aangedreven) trekt Stern melodielijnen die direct een punt maken. Niet alleen is ‘s mans timing onberispelijk; ook zijn gevoel voor harmonie gaat diep.

De set is eigen werk (met één uitzondering: Hendrix-cover ‘Red House’) en volgt een vast, instrumentaal, stramien: er wordt een ferme kapstok neergezet en vervolgens krijgt iedereen volop de ruimte om daarop te variëren en soleren. Mike Stern kan dat als weinig anderen: soms flirtend met een snelheidsboete, dan weer met heerlijk veel ruimte tussen de noten, maar altijd met een verhaal. En altijd onmiskenbaar Stern. Leni Stern heeft ook een eigen signatuur, iets meer bluesy en ingetogen misschien, en hetzelfde oor voor wat een nummer nodig heeft. Bob Franceschini tovert de prachtigste fraseringen uit zijn sax; je zou hem met een beetje fantasie kunnen beleven als de ‘stem’ van de band. De grootmeesterlijke ritmesessie houdt intussen niet alleen de solisten op koers, maar palmt ook het hele publiek in. Briljant hoe Dennis Chambers met alleen een brush en een hand om de hi-hat geklemd een verslavingsgevoelige ‘groove’ uitvouwt. Tegen het eind geeft hij heerlijk syncopisch tegengas, met bijna buitenaardse ghost notes op de snare drum en welgemikte accenten op de bekkens. Baas! En ook Gary Grainger krijgt, na anderhalf uur fantastisch dienend en dragend spel, zijn eigen momentje in de schijnwerpers. Zelden konk slappen zo ongekunsteld.

Dichtbij de perfectie

De Mike Stern Band komt vanavond akelig dichtbij de perfectie. Daarbij geholpen door het als altijd geweldige zaalgeluid in de Boerderij. En door een publiek dat de kwetsbaarheid van zoveel virtuositeit en dynamiek op waarde weet te schatten. Natuurlijk, de gunfactor bij zulke grootheden is enorm. Zeker als die je zo oprecht bescheiden en sympathiek bejegenen als Sterns ‘line-up of living legends’ dat doen. Maar vanavond gaat de appreciatie verder. Op momenten dat de Mike Stern Band het héél klein, bijna verstild maakt (knap!), kun je een speld horen vallen. En naarmate de set vordert en ook de neutrale toeschouwers hun aanvankelijke reserves laten varen, voel je het collectieve kippenvel groeien. De Boerderij als werkplaats voor ambachtslieden die hun vak verstaan. Op die toer is perfectie allesbehalve saai.

‘Een tien is voor de meester’, leerden we vroeger op school. De meesters Stern, Grainger, Franceschini en Chambers verlaten het podium dus met het hoogst mogelijke rapportcijfer, zonder enig voorbehoud. De griffel, of hoe dat bonusding ook heette, houden we toch nog even op zak. Voor een avondje minder... sorry... ‘clean’ en met iets meer stijlbreuken en spontane ontsporingen.