Loodzware riffs en pure chaos met Machine Head in 013
Crowdsurfende bananen en visuals maken avond compleet
‘Run banana boy, run!’ Niet de woorden die je verwacht bij Een Avondje Met Machine Head, maar de woorden komen in 013 uit de mond van zanger Robb Flynn. Het is veelzeggend voor An Evening With Machine Head die deze maandag er een metalmaandagmatinee van maakt in de Main. Bijna drie uur (!) lang een avond boordevol loodzware riffs, pure chaos en vernietigende moshpits. De Amerikanen bewijzen dat dertig jaar op de teller betekent dat je moeiteloos een complete zaal in een slagveld kan veranderen. Zo ook Tilburg, vanavond officieel omgedoopt tot Killburg.
Gigantische visuals van gebrandschilderde ramen, religieuze beelden alsof we in een kerk staan en dat constant volgend op de riffs en drums met nummers als Slaughter The Martyr, Now We Die en Game Over, waarmee Machine Head laat zien niet alleen in het verleden te blijven hangen, maar ook harde knallers van Machine Head 2.0 toen Flynn nog de enige originele lid van de band was en bassist MacEachern zijn stempel kwam drukken op de sound van de Californische groovemetalband.
Maar het is niet alleen feest op het podium, ook in de Main ontstaat al snel een tweede show. Vier bezoekers in bananenpakken trekken vanaf het begin de aandacht van zowel band als publiek. Flynn ziet er absoluut de humor van in en ziet hoe het kwartet stiekem vaak de circle pit opent en het vaakst crowdsurft. “Give some noise for the banana quartet!”, roept de frontman en daar geeft een hongerig Main gehoor aan.
Een Evening With Machine Head; dat hád drie uur riffs blasten kunnen zijn, maar iets na de helft wordt even gas teruggenomen als de band van het podium verdwijnt en Flynn terugkomt met alleen een akoestische gitaar. Over vier herhalende akkkoorden vertelt de Amerikaan over de pandemie en hoe de wekelijkse livestreams met MacEachern ontstonden. Dat begon met samen bier drinken, muziek maken en contact houden met fans tijdens de lockdowns, maar is uitgegroeid tot een vaste traditie die tot de dag van vandaag nog steeds doorgaat.
Alsof dat nog niet genoeg kippenvel opwekt, vertelt Flynn vervolgens openlijk over zijn depressies en hoe hij een lange tijd in een writers block zat. Geen lyrics, geen riffs, niets. “I had a dream the crowd would sing with me at this exact moment”, zegt hij vlak voordat hij het middenstuk van misschien wel zijn persoonlijkste nummer ‘Darkness Within’ inzet. De droom komt uit en als de rest van de band opkomt om de song vanaf het begin te spelen, is de religieuze ervaring compleet.
Als op het eind er nog tijd over blijkt te zijn, neemt de band van de gelegenheid de ruimte om een sterke cover van Eurythmics ‘Sweet Dreams’ te spelen die héél de Main tot meezingen brengt en gitarist Vogg achter de drums laat kruipen. Als Flynn dan vraagt of er tijd is voor nóg een cover, klinkt er luid gejuich als de eerste noten van ‘Hallowed Be Thy Name’ van Iron Maiden worden ingezet. Voor het eerst dat ze dit live doen en dat het wat onvoorbereid is, dat blijkt wel als het nummer opnieuw wordt ingezet, maar dan krijgen we ook een cover voorgeschoteld die een perfecte opmaat is naar wat waarschijnlijk de echte toegift had moeten zijn: ‘Halo’.
Het is een lange avond, en dat staat en valt bij een band die er moet staan als een huis. Gelukkig is de band loodzwaar en strak, maar is er een reden voor al die korte adempauzes na iedere paar nummers. Het moet bij Flynn soms uit de tenen komen en het valt vooral bij de opener en afsluiter op dat hij verre van zuiver is. Hij bleek zelf gisteren nog in het ziekenhuis te hebben gelegen, dus dat de band hier alsnog staat, dat is een knap staaltje op zich. En dat het echt een avondje mét de band is, dat blijkt ook als alle leden na afloop nog ruim de tijd nemen om plectrums uit te delen en even te hangen met het publiek. Killburg? Killburg.