Een nieuwe Cat’s Cult in The Cat’s Back met als aftrapper het Tilburgse KEROL een stel garagepunkers die er geen gras over laat groeien. Loek, Jaimy en Hidde trapt af met een gortdroge introductie. Ze maken direct duidelijk waar hun muziek over gaat: nummers over alles wat zij ‘kut vinden’. Een energieke stroom van herkenbare frustraties, verpakt in onweerstaanbare oorwurmen met een ongetemde drive.
Van kapotte NS-treinen tot natte sokken en mensen die abrupt voor je neus stilstaan; hun irritatie is voelbaar door de kroeg. Maar vergis je niet: KEROL zorgt met speels gemak dat de avond nergens te serieus of zwaar wordt. Herkenbare teksten over stress en een vol hoofd functioneren als uitlaatklep voor iedereen die kookt van binnen. Combineer die herkenbaarheid met scheurende gitaren, en KEROL slaagt erin om frustratie om te zetten in een dansbare trip. Luid, eerlijk en zonder filter. Een half uur krachtig optreden dat bewijst dat je prima tegen de wereld aan kunt schoppen terwijl je met een grijns op je gezicht de kroeg laat springen.
Na de ongepolijste frustratie van KEROL transformeert The Cat’s Back in een theatraal slagveld voor Tom Forever. Op het podium staan drie foamborden beplakt met ‘reflecterend’ materiaal dat er slordig op zit, waardoor ze hun functie als spiegel niet waarmaken. Het excentrieke, Nederlands-Australische hyperglampunkproject van Tom Harden is meer dan een concert; een bombastische ervaring waarbij de grens tussen muziek en performance art volledig vervaagt. In zijn typische witte pak met spiegels, betreedt Harden het podium als een bezielde artpunk-predikant dwingend en charismatisch.
Het gevaar dat een theatrale act een afstandelijke vertoning wordt, ontwijkt Harden met een bizarre energie. Hij verkondigt zijn boodschap luid en duidelijk: "Pure entertainment" is het enige doel en doopt daarvoor het publiek herhaaldelijk om tot zijn ‘sweet angels’ om een heilig pact te sluiten: zijn missie slaagt alleen als zij meedansen en zich volledig overgeven aan de muziek. Wanneer hij vervolgens zelf het publiek in duikt, valt de laatste grens weg. Moshpits voelen als een collectieve doop onder leiding van de hyperglamprofeet.
Muzikaal is de mix van hyperpop en electroclash een dwingende uitnodiging tot extase. Des te opvallender is het slotstuk: wanneer de zaal luidkeels om meer smeekt met "we want more", weigert Harden niet uit arrogantie, maar uit eerlijkheid. Hij legt met een komische noot uit dat “my body can handly only this much”, om direct weer de verbinding te zoeken door iedereen uit te nodigen om achteraf met hem over werkelijk alles te komen praten. Het is een schitterende afsluiting die zijn ‘sweet angels’ spiritueel gevoed en voldaan achter laat.