De indiedansvloer is nog altijd van Franz Ferdinand
Schotse rockers brengen generaties samen in 013
Wanneer je de Main van 013 binnenloopt, voel je de spanning meteen in de lucht hangen. Franz Ferdinand hoeft zich anno 2026 allang niet meer te bewijzen, maar doet het toch. Een band die al 25 jaar meedraait en nog steeds zonder moeite een zaal van 3000 man uitverkoopt: dat zegt genoeg. En hoewel de Schotten de afgelopen jaren bepaald geen vreemdelingen waren in Nederland, blijft hun aantrekkingskracht onverminderd groot.
De zaal vult zich langzaam en wanneer de lichten dimmen staat supportact Irnini Mons voor een ondankbare, maar interessante uitdaging: een zaal vol hit-hongerige fans voor zich winnen. Zonder aankondiging trappen ze af. Een zware bas en vlijmscherpe gitaren vormen de ruggengraat van een geluid dat duidelijk verder reikt dan doorsnee indierock, met invloeden uit postpunk. Het grootste wapen zit in het vocale samenspel: contrasterende stemmen die elkaar vinden in strakke, bezwerende harmonieën. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk, en wanneer ze met een speelse knipoog naar de riff van ‘Take Me Out’ afsluiten, is de zaal precies waar die moet zijn: warmgedraaid. De indierockband vormt met hun Franse flair de perfecte opmaat naar de geslepen art-school swagger van Franz Ferdinand.
Alex Kapranos en zijn kompanen stappen het podium op met een aura van absolute autoriteit. Vanaf de eerste seconde is duidelijk: deze heren weten precies hoe ze 3000 man publiek naar hun hand moeten zetten. Kapranos hoeft weinig te doen: een simpele ‘goedeavond’ en ‘dankjewel’ is al genoeg om de eerste kreten los te maken. De sfeer in de uitverkochte zaal is zinderend, maar bovenal opvallend gemoedelijk. Het publiek danst en springt mee, maar er heerst tegelijkertijd een gevoel van saamhorigheid.
De setlist voelt als een zorgvuldig opgebouwde reis door hun oeuvre. Kapranos grapt met het publiek over de volgorde van de nummers: van het eerste album, naar het tweede en derde, om vervolgens met een grote sprong bij hun nieuwste werk van The Human Fear te belanden. Dat nieuwe materiaal laat horen dat Franz Ferdinand hun formule niet simpelweg herhaalt, maar subtiel bijschaaft. Tracks als ‘Audacious’ brengen nog altijd die kenmerkende, hoekige gitaarlijnen en dansbare ritmes, maar klinken net iets strakker en elektronischer ingekleurd. ‘Build It Up’ nestelt zich halverwege de set moeiteloos tussen de klassiekers, terwijl ‘Cats’ in de encore, vlak voor ‘This Fire’, juist een donkerder ondertoon toevoegt.
Het publiek gaat er volledig in mee. Tijdens ‘Do You Want To’ verandert de zaal in één grote, deinende massa en wordt "Lucky lucky, you’re so lucky" luidkeels meegebruld. Even later ontstaat er een enorme circlepit die bijna de hele vloer opslokt. In het hart van deze chaos staat een oudere man met een brede glimlach te springen en dansen, een prachtig symbool voor de generatie-samenbrengende kracht van de band. Bij ‘Take Me Out’ bereikt de collectieve euforie een nieuw hoogtepunt: zelfs achter de bar wordt meegesprongen. Op het podium spat het speelplezier er net zo hard vanaf, met een losgeslagen toetsenist en een moment waarop alle vijf de bandleden tegelijk op de drums inhakken.
Na anderhalf uur, inclusief spontane uitstapjes met publieksverzoekjes als ‘Right Action’ en het tourdebuut van ‘Always Ascending’, blijft er een dampende en bezwete zaal achter. Franz Ferdinand bewijst opnieuw dat ze nog steeds dee meesters van de indiedansvloer zijn.