ITG26: Dagverslag vrijdag
Een dag vol technische gitaarsoli, sludge, doom en thrashmetal wordt overtuigend afgesloten door Anthrax
Na een uitstapje vorig jaar naar het Stationskwartier is Into The Grave weer thuis, op het Oldehoofsterkerkhof in de Leeuwarder binnenstad. Het festival, dat dit jaar alweer zijn kristallen jubileum viert, keert in 2026 terug naar de vertrouwde binnenstad van Leeuwarden.
Na veertien succesvolle edities met noemenswaardige programma’s met bands als Slayer, Behemoth, Alestorm en Slaughter To Prevail keert Into The Grave in 2026 weer terug naar de plek waar het hoort binnenstad van Leeuwarden, aan de voet van de Oldehove. Ook dit jaar weet de organisatie het crème de la crème van de metalscene naar Friesland te halen.
In de Noorse mythologie is Fimbulwinter de winter die voorafgaat aan Ragnarok, de grote strijd. In Leeuwarden zijn het de Zweden van melodic death metal band Fimbul Winter die de grote strijd aftrappen. De schedelvormige pitchers worden gevuld met bier, de horns gaan de lucht in, de toon is gezet. Into the Grave is weer van start. Fimbul Winter zet een harde set neer met een verbazingwekkende variatie aan growls en dreunende drums, waardoor de snelle, technische gitaarsolo’s vaak overstemd raken. De band brengt emotie in het natuurgeweld door een nummer op te dragen aan een overleden vriend, maar blijft tegelijkertijd bewijzen dat het nóg harder kan. De set vliegt voorbij, maar het publiek is opgewarmd voor de strijd.
De Reaper Stage verderop wordt geopend door Inhuman Nature. Met een snoeiharde set zetten de Londenaren de toon voor dit kleinere podium. De band doet zijn naam eer aan; de vocalist weet geluiden te produceren van onmenselijke kwaliteit. Had deze thrash/hardcore-band later op de line-up gestaan, was er ongetwijfeld een heftige moshpit ontstaan, maar nu moesten ze het doen met een aantal jolige hobbymoshers met Toad-mutsen en vikinghelmen. Inhuman Nature zet een sterke performance neer, maar valt ten prooi aan hun timeslot op de vrijdagmiddag.
Op Into The Grave is voor iedere metalhead wat wils te vinden. De volgende stop na de keiharde thrash is met het Franse Revnoir iets geheel anders. Revnoir is een cinematische, moderne act. Met een frontman die gekleed is als Neo uit the Matrix geeft de band vanaf het eerste moment vol gas. De vocalen zijn een mix van spraak, rap en clean melodieën, wat het geheel als nu-metal doet aanvoelen. De band speelt erg strak en weet een goed contrast te creëren tussen rustige momenten en sterke breakdowns, waarin vooral de bas en drums het publiek wegblazen. Alles klopt aan de performance van Revnoir, maar de set begint op een gegeven moment eentonig te worden en te vervelen. Snel terug naar de Reaper Stage voor iets nieuws.
Het programma gaat weer een volledig andere kant op met Predatory Void. Deze band is gestart door Amenra-gitarist Lennart Bossu om zijn hardere werk mee uit te voeren. Predatory Void speelt een meeslepende, dreunende show met vocalen die je tot op het bot voelt doordringen. Met invloeden uit sludge, doom, black en death metal is de set een ceremonieel geheel met sterke afwisseling tussen kalme gitaar momenten en rauwe vocalen. Het enige wat niet klopt aan dit optreden is de zon die fel op de Reaper Stage schijnt; dit is een ceremonie die de zon zou moeten verduisteren.
“It’s about to go down, down, down!” is het eerste wat de zanger van het Zweedse Self Deception het publiek mee wil geven, terwijl de band openingsnummer ‘One Of Us’ inzet. Het feest barst direct los. De band speelt een set vol catchy nummers die het moeilijk maken volledig stil te blijven staan. De lyrics zijn grotendeels simpel, maar effectief. Ook 'Tick, Tick, Time’s Up' kan makkelijk worden gescandeerd. Self Deception is goed in wat ze doen, of je nou wil of ze het doen of niet. Vanmiddag navigeert de band moeiteloos van hevige metal naar poprock met dance elementen en tussen melodische vocalen en growls. ‘Scandinavian Dream’ klinkt als een typische Eurovisie-inzending, en ‘Matthew McConaughey’ bevestigt dat deze band het allemaal niet zo serieus neemt. Wel nemen ze als intro van ‘Hell and Back’ de tijd om een boodschap te delen over suïcide bij mannen en het belang van praten over je gevoelens. Na deze serieuze noot keert de band terug naar de orde van de dag. Terwijl de roze strandballen over het publiek stuiteren, springt de gitarist het publiek in. Een circle pit wordt aangemoedigd. Het perfecte voorbeeld van voor ieder wat wils op Into The Grave.
Op het eerste gezicht lijken het een paar ouwe rockers die losgaan op de Reaper Stage, maar Picture is als één van de pioniers van de Nederlandse heavy metal een invloedrijke band. De band kondigt aan zin te hebben om plezier te hebben vanavond en laat er geen gras over groeien.. De heavy metal van Picture is volgens de hedendaagse standaarden mild en traditioneel, maar was bijna vijftig jaar geleden baanbrekend. De band blijft overtuigen en zet een energieke, aanstekelijke show neer.
Vandenberg komt niet naar Leeuwarden om het wiel opnieuw uit te vinden. De hardrockveteranen spelen de klassiekers en het publiek vindt dat meer dan prima. Veel handen gaan de lucht in bij de bekende nummers. De grootste verrassing komt pas aan het einde, wanneer Vandenberg afscheid neemt met de woorden: “Gratis suikerbrood voor iedereen!”
Waar Vandenberg op nostalgie leunt, kiest Raised By Owls voor humor. De Britse groep behandelt het optreden bijna als een absurdistische spelshow. “Let me see your fucking horns” klinkt regelmatig over het terrein, terwijl een wall of death wordt opgedeeld in Team Jumbo en Team Lidl. Tussen de chaos door verschijnt er ook een man in verschillende ludieke kostuums op het podium, die het publiek telkens opnieuw probeert op te zwepen en de energie verder aanwakkert. Het hoogtepunt volgt wanneer de band een wedstrijd voor beste headbanger organiseert. Muzikaal blijft het stevig, maar de toegevoegde humor maakt indruk.
Bij Lacuna Coil verschuift de sfeer naar melodieuze metal. De Italiaanse band speelt strak en professioneel, met veel aandacht voor refreinen die duidelijk worden meegezongen door een grote groep fans. De balans tussen zware gitaren en toegankelijke zanglijnen zorgt voor een herkenbaar, maar effectief optreden.
Conan sluit het rijtje af met een muur van sludge. De lage stemming en logge riffs zorgen voor een indrukwekkend zwaar geluid. Tegelijkertijd voelt het optreden na verloop van tijd wat eenvormig. De band weet precies wat zij wil neerzetten, maar biedt weinig afwisseling voor bezoekers die niet volledig in het genre zitten. Desondanks een sterke set.
Voor Anthrax lijkt het weer precies op tijd mee te werken. Waar eerder op de avond nog een korte regenbui over het Oldehoofsterkerkhof trekt, blijft het tijdens de Amerikaanse thrash metal legendes droog. Het plein staat afgeladen vol en de band hoeft weinig moeite te doen om het publiek mee te krijgen. Vrijwel ieder nummer wordt woord voor woord meegezongen. Met ‘Madhouse’ bereikt de sfeer een hoogtepunt. Het refrein wordt luid meegezongen en overal op het Oldehoofsterkerkhof gaan de handen de lucht in. Anthrax speelt zonder onnodige poespas een strakke, energieke set vol thrash klassiekers, en sluit hiermee de vrijdag van Into the Grave overtuigend af.