Into The Mud: cowboyhoeden, modder en een flinke dosis roots!

Een muziekfestival voor liefhebbers van outlaw country, Americana, bluegrass, garage, surf en blues! [Tekst: Sophia Renting, Beeld: Ingrid de Vlaming]

Blote voeten, cowboylaarzen en regenlaarzen bewegen over het landgoed van Buitenpost, waar dit weekend muziekliefhebbers zich verzamelen voor rootsfestival Into The Mud. Waar bezoekers normaal door de wijngaard wandelen of het blotevoetenpad volgen, klinkt dit weekend bluegrass, americana en country. Veel modder is er op zaterdagmiddag nog niet te zien, al ligt de grond er door de regen behoorlijk nat bij. Na drie jaar keert Into The Mud terug naar Buitenpost. Het festival is een samenwerking tussen poppodium Burgerweeshuis, bierbrouwerij DAVO en landgoed Buitenpost, die samen het terrein veranderen in een plek voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.

Salland Sound Collective.

We bevinden ons bij de mainstage. Uit de boxen horen we krekelgeluiden komen. Een hond die blaft. Nog een hond die blaft. Tien mannen betreden het podium. We zien leden van o.a. Money & The Man, Paceshifters, The Grand East, Baba Pen and the Bim Bam Band en Magnetic Spacemen, hier samengekomen om voor ons zowel intieme countrynummers als wilde rock-'n-rollnummers te spelen. In maart verscheen hun album Down To East, Vol. 1, opgenomen in een hut waar de vriendengroep een week lang samen muziek maakte. Op de plaat proberen ze de sfeer van het bos mee te nemen naar de luisteraar. Op Into The Mud staat die omgeving al om hen heen. De zon schijnt (nu nog) over het publiek en laat het laatste weekend van de vakantie, samen met het warme gitaargeluid, toch nog als echte zomer voelen. De instrumenten lijken elkaar verrassend goed te vinden. De muziek beweegt voortdurend tussen dromerige, akoestische nummers en energieke, rauwe rock-'n-roll.

Het is nog rustig, de bezoekers staan wat verlegen rondom het podium. Tot de hemel besluit mee te spelen en zware regendruppels naar beneden laat vallen. Iedereen zoekt de beschutting van het podium op, waar het publiek steeds dichter op de band komt te staan en begint te dansen. Verderop springt een klein kindje in een grote plas water, met modder tot over de regenlaarsjes. De natuur is hier niet alleen het decor, maar wordt onderdeel van de show.

‘Een leuk zooitje, hier op het podium’, zegt Sam Polsman. Het is misschien wel de beste omschrijving van Salland Sound Collective: chaotisch, maar vol plezier. Dat plezier zit zowel in de muziek als in de manier waarop de tien mannen samen op het podium staan. Ze sluiten af met Sweet Lil Baby. Bij het refrein zingen alle tien de mannen mee, ieder achter zijn eigen microfoon. De verschillende stemmen vullen elkaar aan en maken het nummer groter, terwijl de Sallandse muzikanten zichtbaar genieten.

Jesper Jesper.

Na het optreden van Salland Sound Collective lopen we met de helft van de band mee naar de Cirkelpit, die zoals de naam al verraadt rond is, omgeven met hoge heggen, bomen, en daarin lampjes die het een knusse plek maken. Vijf van de muzikanten nemen hier opnieuw plaats op het podium, dit keer als band van JesperJesper. Achter de artiestennaam schuilt Paceshifters-drummer Jesper Albers, die zijn drumstokken verruilt voor gitaar en zijn eigen, ingetogenere rootsrock laat horen. Begin dit jaar verscheen zijn debuutalbum, Soul For Sale, waarvan een groot deel van de set afkomstig is. De overgang van de uitbundige Salland Sound Collective naar de rustige Cirkelpit is groot. Toch lijkt Jesper zelf nog niet helemaal uit die eerste show te zijn losgekomen. Wanneer hij zich omdraait, zien we het zweet nog op zijn rug staan. De warme rootsrock wordt gedragen door pedal steel en meerstemmige zang, die de nummers een lichte melancholische sfeer geven. Deze show voelt bijna kleinschalig aan.

Leadbeaters.

De rustige klanken van JesperJesper maken plaats voor iets heel anders. Terug bij de Mainstage staat Leadbeaters met z’n vijven op een rijtje op het podium: vier mannen en één vrouw. De Amsterdamse stringband is vandaag in Twello met rauwe Americana, want braaf is deze band niet. Amerikaanse rootsmuziek krijgt bij Leadbeaters een flinke dosis Amsterdamse punkhouding mee. De muziek is opzwepend en dansbaar, met de fiddle die vrolijk door de akoestische gitaren en contrabas heen snijdt.

Het plezier spat van de muzikanten af. Tussen de nummers door maken ze grapjes met elkaar, terwijl ook de menigte inmiddels niet meer stil blijft staan. Om het podium te kunnen zien, moet je over een zee van meebewegende cowboyhoeden heen kijken. Er wordt zelfs voorzichtig begonnen met lijndansen. Alsof het publiek nog niet enthousiast genoeg was, maakt een van de mannen van de Truffle Valley Boys zijn entree met een banjo, om een nummer mee te spelen. Aan het einde zet de band een snel nummer in, waarbij het tempo steeds verder wordt opgevoerd. De festivalgangers stampen mee en proberen het tempo bij te houden. ‘Leukste crowd ever’, horen we tot slot uit de microfoon, voordat de vijf het podium verlaten.

Carson McHone.

Van de dansende cowboyhoeden keren we terug naar de rust van de Cirkelpit, waar folk singer-songwriter Carson McHone haar entree maakt. Haar thuisbasis Austin, Texas, wisselt ze vandaag in voor de bossen in Twello. McHone heeft inmiddels vier albums uitgebracht. Gehuld in een zwarte lange jurk, met daaronder (zoals je al kunt raden) een paar bruine cowboylaarzen, staat ze op het podium. Haar bandleden bevinden zich om haar heen: een drummer, gitarist en bassist. Het optreden voelt intiem. McHone heeft een rustige, bijna ingetogen aanwezigheid, maar zodra ze begint te zingen trekt haar stem alle aandacht naar zich toe. Haar stem klinkt doorleefd en kwetsbaar, maar heeft tegelijkertijd kracht genoeg om boven de band uit te komen.

The Brothers Comatose.

We ruilen de intieme cirkelpit in voor de drukke mainstage. De biertap heeft geen moment stilgestaan en het publiek heeft zijn energie weer teruggevonden. De vijfkoppige band The Brothers Comatose komt op. De kern van de band wordt gevormd door de broers Ben en Alex Morrison, die moderne Americana combineren met bluegrassinvloeden. Mandoline, contrabas en vooral de viool geven de muziek een rauw en energiek randje.

De band begint met een bijzondere versie van Rhiannon van Fleetwood Mac, volledig omgetoverd tot hun eigen bluegrasssound. De outro duurt lang en de laatste tonen blijven door de tent klinken. ‘We just wrote that song ten minutes ago’, grapt zangeres Addie Levyover de klassieker.

Daarna zetten ze Golden Grass in, waarbij ze het publiek vragen om het refrein mee te zingen. Eerst de band, dan de bezoekers. ‘Can you feel it?’, klinkt luidkeels terug vanaf het publiek. En of ze het voelen: de menigte danst vrolijk mee.

Ze sluiten af met The IPA Song, waarin ze uitgebreid vertellen hoe shit onze IPA in Nederland is, een ironische keuze op een terrein van bierbrouwerij DAVO. De band nodigt ondertussen mensen uit het publiek uit het podium op. Samen zingen ze het refrein: ‘We don’t want no IPA.’

The Dad Horse Experience.

Met blikjes IPA in de hand loopt het publiek naar de cirkelpit. Daar staan vier mannen, geheel gekleed in pak en met de stropdas strak om de nek. Hoewel netjes gekleed, is de muziek dat niet. De vier mannen vormen The Dad Horse Experience, het project van de

Duitse Horst-Dieter Hotten. Hotten speelt een mix van garage folk, singer-songwriter, countrygospel en hoempapa, een Duits volksmuziekritme. Bij het eerste nummer wordt meteen duidelijk wat deze artiest zo bijzonder maakt: zijn zware, bijna Tom Waits-achtige stem.

De teksten zijn pessimistisch. ‘Will I be someone before I die?’, klinkt het in een sarcastische, bijna zeurende stem. Het voelt als een vraag waarop Hotten het antwoord eigenlijk al kent. Toch maken juist zijn dikke Duitse accent en norse houding de muziek charmant. De donkere, doorleefde klanken geven de Cirkelpit een dreigende sfeer.

Ze sluiten af met Kingdom It Will Come. Hotten haalt zijn volgens hem ‘old crack pipe’ tevoorschijn, die bij nader inzien een kazoo blijkt te zijn. De vreemde klanken nemen de festivalgangers mee: inmiddels wordt er rondom het podium gedanst en gestampt.

Truffle Valley Boys.

Dan komen we aan bij de laatste act van de zaterdag. De Italiaanse Truffle Valley Boys brengen bluegrass terug naar zijn rauwe oorsprong. Met banjo, mandoline, gitaar en contrabas spelen ze snelle, energieke nummers in de stijl van de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren vijftig. We zien de vier mannen rondom één microfoon staan, allemaal met dezelfde rode strik om de nek en dezelfde hoed op het hoofd. Ze zingen afwisselend en wisselen voortdurend van plek. Juist die ene microfoon zorgt ervoor dat de mannen goed op elkaar ingespeeld moeten zijn. Ze bewegen steeds naar voren en naar achteren om hun stem bij de microfoon te krijgen, zonder elkaar in de weg te staan. Tussen de nummers door is er genoeg ruimte voor grapjes, wat de band speels maakt.

Post Modern Clarity.

Zondagmiddag. Bij de Mainstage is het nog rustig. Dan lopen vier jonge mannen het podium op. De bandleden van Postmodern Clarity leerden elkaar kennen op het conservatorium en vonden elkaar in hun liefde voor bluegrass. Afgelopen december brachten ze hun eerste EP uit, waarop ze het genre een frisse draai geven met invloeden uit jazz en folk.

Ook het publiek lijkt nog even te moeten bijkomen van de zaterdagavond. De vele glazen bier hebben hun sporen achtergelaten en dus is het nummer Hangover Blues een toepasselijke keuze. De muziek klinkt vrolijker dan de gemiddelde kater zich voelt. De banjo moet tijdens het optreden regelmatig opnieuw gestemd worden. Bassist Robin Brosboom neemt ondertussen de taak op zich om het concert ‘bij elkaar te lullen’, zoals hij het zelf noemt. Zijn praatjes zorgen regelmatig voor gelach van de bezoekers.

Bij het laatste nummer knielen de vier muzikanten op de grond. Gitarist Frank Homma verliest daarbij zijn evenwicht en valt naar achteren, tot vermaak van het publiek. Niet gepland, maar toch een passende afsluiting.

Blue Grass Boogiemen & Pieternel.

Blue Grass Boogiemen & Pieternel De tweede en helaas ook laatste act van de zondagmiddag is Blue Grass Boogiemen. De heren stonden al eerder op Into The Mud, in 2022, en zijn dit jaar terug om ons opnieuw mee te slepen in hun klassieke bluegrass.

De vier mannen beginnen met het instrumentale Shenandoah Breakdown, oorspronkelijk van Bill Monroe. Ook nummers van onder andere Hank Williams en Grateful Dead komen voorbij. Wanneer de band vraagt of de menigte toevallig ook Johnny Cash kent, volgt vanaf het podium: ‘Dan heb ik slecht nieuws voor u, die is helaas overleden.’ De grap zorgt voor gelach.

Na een half uur komt Pieternel het podium op. De Amsterdamse singer-songwriter maakt Americana waarin klassieke country wordt gecombineerd met moderne pop- en folkelementen. Vandaag zingt ze mee met de Blue Grass Boogiemen. Met haar zilveren jasje, glimmende cowboylaarzen en lange oorbellen trekt ze meteen de aandacht. Samen hebben ze verschillende nummers van Dolly Parton ingestudeerd. Pieternel vertelt dat ze groot fan is en een dikke traan heeft gelaten bij het nieuws van haar overlijden. Vooral Coat of Many Colors werkt goed. De combinatie van Pieternels stem en de warme bluegrassbegeleiding past perfect bij de middag

In de rij bij de friettent vang ik een gesprek op tussen een klein meisje en haar ouders. Ze hebben het over een nieuwe naam voor een patatje oorlog. ‘Patatje wereldvrede’, stelt haar vader voor. ‘Wat is dat, wereldvrede?’, vraagt zijn dochter. Haar ouders lachen. Dan antwoordt haar moeder: ‘Kijk maar om je heen. Iedereen in de modder. Dat is wereldvrede.'!

Tot volgend jaar Into The Mud!

Volg Into The Mud op Instagram

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
INTO THE MUD 2026