Het Leids/Haags/Rotterdamse inneruu maakt niet zomaar experimentele elektronische muziek, maar bedacht een eigen wereld daar omheen. Muzikaal kenmerken ze zich door heel veel verschillende, ongebruikelijke instrumenten en visuals om hun inneruu-wereld tot leven te wekken. Vaak vocale polyfonieën spelen weer een belangrijke rol op hun tweede album ‘hïr’. Die gaan van duivengekoer (‘rrrrr’) tot de kerkige koorzang in ‘silvasonance’ en ‘Flowers’.
En wat die ongebruikelijke instrumenten betreft: neem ‘soesa’. We horen een gitaar, multivocalen die langzaam elektronisch uitgerekt worden tot iets spookachtigs, een kopstem op de achtergrond die klinkt als een zingende zaag.
Waar andere nummers harmonie en kalmte zoeken, is ‘druist’ dynamischer en niet toevallig wilder, met een hartslag als ritme. Ook de gescrambelde stemmen als beat aan het einde van ‘silvasonance’ dissoneren met het geheel.
Een ander inneruu-kenmerk is hun taalspeelsheid. Kijk maar naar de albumtitel en de songs ‘tingeletongue’, ‘druist’ (een oud woord voor “wild” – denk aan druistig). Hun nummers zijn sprookjesachtig, maar hun betekenis is zonder uitleg vaak mistig. Dat geeft niet, want ook zonder de betekenis te weten, voelt de luisteraar wat de bedoeling is: sprookjesachtige harmonie.
Momenteel zijn de vier bandleden net terug van een hoogtestage van drie weken in de Zwitserse Alpen. Daar werkten ze aan hun nieuwe show, die ze vanaf 17 oktober 2026 live gaan spelen. Hopelijk vielen de bouwstenen daar net zo mooi op hun plek als een paar jaar daarvoor in de Ardennen.