High Fade serveert strakke grooves met ploertige snorren

Schots discofunkpunk-trio speelt strakke maar iets te brave show in Hall of Fame

-
  • Tijn van Hoesel

Vanavond staat High Fade in de Hall of Fame. De omschrijving op de site leest: “Energieke mix van funk en disco”. Met dat in het achterhoofd zal een nietsvermoedende discoliefhebber toch even moeten schakelen bij binnenkomst, want een groot deel van het publiek ‘is giving dad rock vibes’, zoals de jeugd zou zeggen. We nemen het de Hall niet kwalijk, want het Schotse trio laat zich niet makkelijk in een hokje plaatsen. Een voorstel voor een alternatieve omschrijving: een dansbare mix van funk en disco, met een rafelrandje indie- en punkrock en hier en daar een vleugje soul.

Niet alleen de omschrijving is verwarrend, ook hun looks bedriegen. We staan oog in oog met een drietal Amerikaans ogende jonge mannen. Door hun matjes en snorren zou je haast denken dat ze het Capitool gaan bestormen, maar niets is minder waar: gitarist en zanger Harry Valentino, bassist Oliver Sentance en drummer Heath Campbell komen gewoon uit Schotland en lijken vooral uit op het bestormen van hitlijsten. Na al die verwarring is het fijn dat de band relatief rustig opent met ‘I Hate This Road’ en ‘Scorpion’. Vooral die laatste leunt zwaar op funk en disco: een springerige baslijn, strakke gitaarlijnen en een heerlijke oldschool groove. Lang blijft het niet ingetogen. Met ‘666 999’ schuift de band op richting een meer opgefokte funkrocksound en wordt het publiek direct aan het werk gezet door driemaal het getal negen mee te scanderen. 

-
© Bunga Noz

Wat volgt is een set die muzikaal strak in elkaar zit, maar qua opbouw soms wat voorspelbaar wordt. Valentino vult de ruimte tussen nummers gretig met clichés als “clap your hands” en “I wanna hear you scream”. Het haalt eerder de vaart uit de show dan dat het iets toevoegt. Wanneer na een (te) lange aankondiging van ‘Gossip’ iemand “SPELUUUH!!” door de zaal roept, voelt dat dan ook minder misplaatst dan normaliter. Zonde, want in het opvolgende ‘The Jam’ laat High Fade horen waar ze goed in zijn: strakke, funky grooves combineren met een punk attitude. Het levert ze zelfs de eerste moshpit van de avond op.

-
© Bunga Noz

Halverwege de set begint echter op te vallen dat veel nummers leunen op vergelijkbare grooves en dezelfde opbouw. Het swingt, het zit technisch goed in elkaar, maar verrast niet per se. Juist daarom komt de gitaarsolo van Valentino als geroepen, al lijkt het kletsgrage publiek dat niet te vinden. Gelukkig is het na wat ge-ssssst en een agressieve “bek houden!” toch stil. Valentino bouwt die solo zorgvuldig op: van zwoele, bijna mediterrane klanken naar steeds snellere en funkier riffs. Hier laat de band horen hoeveel muzikaliteit er eigenlijk achter die ogenschijnlijk simpele grooves schuilgaat. 

-
© Bunga Noz

Met ‘Think About You’ en ‘Sick Of Myself’, door de zanger zelf aangekondigd als “heavy shit”, wordt het geluid weer iets steviger. De funk blijft, maar krijgt een dikkere, meer alternatieve rocksaus. Vooraan wordt opnieuw een moshpit gestart, al blijkt een oproep van bassist Oliver tot een wall of death iets te ambitieus voor het publiek van vanavond. Daarna is het de beurt aan Heath, die met een strakke en dynamische drumsolo laat zien dat hij zijn instrument meer dan meester is. Toch vervalt de set daarna weer in eentonigheid. De grooves blijven dansbaar en het publiek gaat er zichtbaar goed op, maar echt nieuwe verrassingen blijven uit. Bij ‘Bone To Pick’ krijgt Valentino iedereen mee, wat hij doet is simpel maar effectief, want vrijwel iedereen gooit de armen “to the left, to the middle, to the right”. En tijdens het instrumentale ‘Sharpen Up’ verandert de zaal even in een soort Snollebollekes-achtige van-links-naar-rechts situatie wanneer Valentino en Oliver vrolijk heen en weer beginnen te lopen op het podium. 

-
© Bunga Noz

In de slotfase zet High Fade hun meer herkenbare werk in met ‘Chameleon’ en ‘Burnt Toast & Coffee’. Hier valt alles beter op z’n plek: de grooves blijven hangen, de refreinen zijn meezingbaar en de energie in de zaal piekt. Er wordt luid meegezongen en een paar waaghalzen wagen zich zelfs aan een stagedive, tot enthousiasme van de band.  Tijdens de toegift spelen ze een nog niet uitgebracht nummer genaamd ‘The Fly’, dat binnenkort zal verschijnen op hun nieuwe album. Vervolgens wordt er definitief afgesloten met een uitgerekte versie van de titeltrack van hun eerste album: ‘Life’s Too Fast’. Zo vertrekt het publiek nat van het zweet (met name de fans vooraan) en bijgepraat (met name de leunende dad rockers achteraan) huiswaarts.