Een van de charmantste elementen van de Kleine Zaal in de Nobel is dat je een beetje familie wordt als je er regelmatig komt. Welke band er ook speelt, er zijn altijd wel tien mensen die je er vaker ziet. Je groet elkaar, wat besmuikt. Maar het voelt toch als een geheime handdruk. Het publiek loopt uiteen van een braaf uitziend meisje van net twintig tot mensen met meer obscure bandnamen op hun verwassen t-shirts, veelal met baard. Mensen die Joy Division nog live hebben gezien, zogezegd. Vandaag is de line-up: Badtime en Dorpsstraat 3. Totaal eerlijk: wij zijn Dorpsstraat 3-fan vanaf het eerste moment. Als je dat terugleest, het spijt ons, want zoals altijd stonden we er met ons kritische 3voor12-jasje aan. Maar nu eerst: Badtime.
Badtime
Zeiden we Joy Division? Badtime heeft het ook niet makkelijk. Het leven dat bezongen wordt is er niet een uit een Disney-film. We hopen voor Badtime dat zijn inspiratie niet autobiografisch is. Meer eerst even kort: Badtime is een eenmansband die live gitaar speelt op basis van een vette backtrack die net zo somber is als Joy Division, maar dan iets sneller. Daarover heen dus die gitaar: galmend, snerende en soms welhaast schmierend. Vaker wel dan niet komt de sound, basaal, in de buurt van Dorpsstraat 3, zonder dat Badtime er echt op lijkt. Zie het zo: Badtime staat op Dorpsstraat 3-radio op Spotify.
Fijne vondst vinden wij de lamp die Badtime van onder beschijnt, per nummer een andere kleur. Painting by numbers, zogezegd. Badtime ziet er zo telkens uit als de hopman die een spookverhaal vertelt aan het kampvuur met de zaklamp onder de kin. En spookverhalen zijn het dus: een verleden, een leed wat Badtime niet los lijkt te laten. Nomen est omen.
Er zit ontegenzeggelijk veel kwaliteit in de nummers van Badtime, luister vooral online. Als optreden stelt hij echter wat teleur. Tuurlijk, een voorprogramma doen tussen de instrumenten van de band na jou is altijd een opgave. Houden we rekening mee. En ja, eigenlijk kom je voor de hoofdact. Verdisconteren we. En dan komt ons stokpaardje: optreden is theater. Er staan mensen en die neem je wel of niet mee. Badtime geeft vooral de indruk zoveel mogelijk nummers te willen spelen in de tijd die hem gegeven is. Ergens houdt dat de druk op de ketel. Zeker. Maar tussen de nummers een “thank you” uitspreken in één seconde, wat draaien aan wat knopjes, dan weer los? Dat is gewoon te schraal. Zeker als ook tijdens het zingen geen contact gemaakt wordt met de zaal. Pas op het eind, als hij wijst op zijn merch, spreekt hij langer, een volle dertig seconden. En weer zo snel en gehaast alsof hij hierna nog ergens een show heeft.
Fucking jammer
De muziek van Badtime is intens. Tijdens de set wordt het enkel meer intens, sneller. Teksten blijven onverminderd donker, maar meer galmeffect en op de draaimolen van beats vliegen onze paardjes bijna los van de paal. De paar mensen die dansen in plaats van hoofdknikken, staan dan ook zeer divers te dansen. De ene groep danst vanaf het begin en heeft die typische diep doorvoelde depressieve dans die Cure-fans in de vroege jaren tachtig tot de standaard verklaarden. De andere groep pakt het dansen pas op als de beat boven de 140 komt.
Het laatste nummer is gewoon heel goed. Zoals The Weeknd een pastiche is van jaren-tachtig synthpop, zo is dit nummer een minstens zo goede pastiche van Engelse en Duitse new wave uit diezelfde periode. Denk ‘Der Kommissar’ van Falco in combinatie met ‘This Corrosion’ van Sisters of Mercy, met een loeiende sirene en ‘Polizei’ erdoorheen geschreeuwd. En dat op een hedendaags beatsbedje. Net wat sneller en eigentijdse pop-haakjes zoals Sisters of Mercy dat destijds ook goed deed. Dus is het gewoon fucking jammer dat de act van Badtime de kwaliteit van de zijn muziek nog niet evenaart. Als je nu Dream Wave maakt en met de muziek een blijvende spanningsboog opbouwt, dan snappen we dat interactie met het publiek een mood killer kan zijn. Maar dit is hard en uptempo. Schreeuw ons mee in je waanzin. Dat is heel wat anders dan na elk nummer in één seconde “Thank You” zeggen, even naar rechts wijken om wat je track klaar te zetten en dan gelijk een nieuw lied in te zetten. Geen grapje, geen overdrijving: niet één keer heeft Badtime ons verteld hoe ook maar een van de nummers heet. Laat staan een backstory: “Ik was al naar de klote en toen ik thuis kwam zag ik nog net de koffers van mijn vriendin, nu dus mijn ex, in de achterbak gezet worden door de taxichauffeur.” Zoiets of zo. Iets!
Toch…. we komen volgende keer graag weer, voor de muziek, in de kennis dat elke optreden een artiest beter maakt.
Dorpsstraat 3
Het kenmerkende geluid van Dorpsstraat 3 zijn sfeervolle lange tonen die aan Arabische muziek doen denken. Maar nergens een typisch Arabisch instrument. Toch verwacht je elk moment een mandje waar een cobra uit dwarrelt. De thema’s dood, God en andere vergankelijkheid van mens, dorp en maatschappij komen ook in het recente werk terug. Wat de fans die de band enkel van Spotify kennen zich afvragen: doet de band de verhalende intermezzo’s van het album ook live? En zo niet, blijft die sfeer dan net zo dwingend verstikkend? Zo doen het niet , en volmondig ja, de sfeer is doem.
Kerkers van een oud kasteel
De stem van zanger Merlijn Breedland lijkt je diep de kerkers van een oud kasteel in te trekken. Een kasteel op een rots ergens op een eiland met een nat klimaar. Met kerkers uitgehakd in de rotsen van het fundament. Daar, in de darmen van het kasteel waar het schimmel en de mos op de muren van het leven staat, door het vocht van de dodenrivier die ondergronds stroomt; waar de ondergrondse dolende zielen muziek maken met de ketens die hen aan tragiek verankeren. Die stem van Breedlands, nog zonder naar de teksten te luisteren, met die hypnotiserende klanken… je weet dat je ’m niet moet volgen naar onder. Maar onze oordoppen zijn niet zo goed als de was die Odysseus in zijn oren had om de sirenen te kunnen negeren. We volgen dus wel.
Niet gelijk naar het diepste duister. Zoals een rave in de diepe kelder van een verlaten flat bevrijdend voelt in de afgeslotenheid en de alomvattende muziek, zo neemt Dorpsstraat 3 ons met miniem vrolijke noot op de juiste beat in de maling. De bezwering werkt vooraleerst zalvend. Een zalf op de brandwonden van het leven. Dus gaan we dansen, ogen dicht, sferisch maar met harde, strakke en snelle beat.
Maskers af
Dan komen de nieuwe nummers. Nog niet opgenomen. Is ontsnappen dan toch mogelijk? Breekt deze trance en lonkt het daglicht weer? We vrezen van niet. Het nummer heet met een reden ‘SOS’. We gaan dieper, niet omhoog.
Na drie nummers wordt ‘Een Groot Gevaar’ ingezet, van het eerste album. We zijn reddeloos verloren. De titel geeft het al aan: de maskers gaan af. Het feest is op zijn best een satanisch ritueel. Wat kunnen we doen? De gal op de stem van Merlijn lijkt te resoneren uit galmend dieptes, het hypnotiseert en sleurt ons verder naar waar we niet heen moeten. Op marstempo ramt de percussie ons nu verder, terwijl ook bas en gitaar vooral de beat beuken. Als een wolk van herdershond geesten zwermt de keyboard over de beats en over ons heen. De wolk, joelend en huilend, het drijft ons, hoe hard die beats ons ook teisteren. Onze wil is weg: we zijn overgeleverd. En dan, toch, ja toch, juist nu we alles hebben losgelaten en onszelf overgelaten aan de band, juist nu met zijn allen in volle erkenning van vergankelijkheid: hier ligt de troost die Dorpsstraat 3 biedt.
Vergankelijk als alles is, brengt de band een eigen versie van het traditionele nummer ‘Young Hunting’ waar ook ‘Henry Lee’ van Nick Cave op is gebaseerd. We hebben wat moeite het nummer van Nick Cave erin te herkennen. Vooral is het ruiger qua gitaar dan we gewend zijn van Dorpsstraat 3.
Down to Middle Earth
Wat bijblijft, is dat Dorpsstraat 3 de enige echte originele new wave-band is van Nederland. Ze klinken niet als een andere band ‘van toen’ en proberen dat ook niet. Ze hebben gepakt wat new wave in essentie is en zijn daarmee hun verhaal, hun ervaringen en belevingen, gaan vertellen. In het Nederlands nog wel!
Terecht stond de band al op Into the Great Wide Open. Ons een raadsel waarom deze band niet op Lowlands staat. De band staat als een huis. Je kunt zeggen dat dat wel mag als je een paar jaar bij elkaar bent. Maar vergelijk ze dan met die andere bands met diezelfde Popronde meededen in 2023… als die nog bestaan dan.
Ons vertel je niets, dit is kwaliteit. Dit is hard werk verbonden aan aanwezig talent en een doorzettingsvermogen dat gelijke tred houdt met het verbeeldingsvermogen dat spreekt uit de teksten. Het verklaart ook de down-to-earth-feel die de band heeft. Geen Engels praten terwijl je Nederlands bent en in Leiden staat, geen overdreven “HALLO LEIDEN!!!” Dit zijn jongens waarvan je denkt dat je straks met ze staat te drinken als deze schimmelkerkers ooit weer in de Nobel verandert, is de band zo een natuurlijk onderdeel van de geheime handdruk die de kleine Nobel zo charmant maakt.
Goede avond dus.