Dopelord en Monolord schudden de stoners op in Effenaar

Twee lords die het beste van twee werelden samenbrengen

-
  • Max Schellekens

Zijn ze nu stoner, of zijn ze nu doom? In Effenaar niet een, maar twee ‘lords’ die actief zoeken naar de grens tussen de twee genres, de een het Poolse Dopelord, de ander het Zweedse Monolord. Beide hebben wel een lichte voorkeur voor het een of het ander, maar dat het een feest is in de Kleine Zaal voor liefhebbers van zware, logge metal: daar twijfelt niemand aan.

Als Dopelord het podium betreedt, lijkt het klokje aan de muur net even wat trager te tikken. Het is stonermetal van het soort waarbij gitaarlijntjes langzaam onder je huid kruipen, maar gelijktijdig keihard door de speakers schieten. Die contrasterende balans is wat de Poolse band het meeste siert. Snoeihard en sluipend en met titels als ‘Acid Trippin’ en ‘Pass The Bong’ is in theorie hét bewijsstuk geleverd dat Dopelord een stonerband is, maar daarmee doe je het viertal tekort. Want de grauwe, occulte teksten schallen door het langzame gitaargeweld heen en heeft iets pastoraals, maar dan wel in een satanische kerk. Het publiek zit betoverd in de bankjes, zo tam als een lammetje. Ze zijn bedwelmd door de fijne, groovy riffs en kunnen we niet anders concluderen dat Dopelord een stonerband is, getooid in een doommetal-jasje.

-
© Roy Vereijken
-
© Roy Vereijken
-
© Roy Vereijken

Grappig hoe het dan precies andersom zit bij Monolord. Bij deze Zweden zit de schoonheid meer in de zwaarte en verpletterende aard van hun muziek. Geen hekserij om het publiek te bezweren, eerder atmosferische vernietiging door stoner-elementen subtiel te plaatsen tussen enorme geluidsmuren. Mooi ook hoe Monolord de schoonheid van de natuur laat zien met nummers van 2021’s Your Time To Shine maar vervolgens ook een kuil graaft in het bos en met het dit jaar verschenen Neverending juist de donkere dieptes opzoekt.

-
© Roy Vereijken

De ronkende basklanken van Mika Häkki staan figuurlijk en letterlijk centraal bij Monolord. Midden op het podium, terwijl zanger Thomas Jäger juist in een hoekje weggemoffeld staat. Een wat ongebruikelijke opstelling, eentje die niet per se de show goed doet. Natuurlijk: doommetal bestaat bij de gratie van zwaar gitaarwerk, dat is het kloppend hart van de muziek, maar het moet ook een zanger hebben die je aandacht erbij houdt. Daarnaast valt Häkki uit de toon met overdreven, theatrale bewegingen die afleiden van al dat muzikaal geweld. Bovendien zitten die fratsen zijn ritmegevoel in de weg en haalt dat je keer op keer uit het moment. De kwaliteit van dit drietal zit meer in de songwriting; slopende klanken worden voortreffelijk gecombineerd met rustige passages en die karakteristieke, hoge stem van Jäger maakt Monolord zo sterk en is dat stukje bezwerende stoner tussen al het doomgeweld. Twee genres die broertjes van elkaar zijn en vanavond maar weer eens blijkt dat die heel goed samengaan.

-
© Roy Vereijken
-
© Roy Vereijken