Deckcheck: van Paqués studio naar Coachella
‘Via de gitaar, songwriten naar elektronische muziek’

Van Rotterdam naar Coachella: KETTAMA draaide Paqués ‘Everybody’ op het Amerikaanse festival en bracht hem vervolgens bij Steel City. Vorige week verscheen op dit label de EP ‘Turn The Lights Down’ van de Rotterdamse dj en producer. Hierop combineert hij de groove van techno met de euforie van house en samples uit onder andere oude hardcore- en hardhouseplaten. ‘Dat geeft dan heel veel energie ook, als zo’n vocal door je plaat heen schreeuwt.’
Paqué begon zijn muzikale carrière niet achter de draaitafels, maar met een gitaar. Tijdens de coronapandemie begon hij zijn eigen nummers op te nemen en raakte hij steeds meer geïnteresseerd in produceren. Via indie-dance en deep house ontdekte hij elektronische muziek, waarna ook techno zijn aandacht trok. Na zijn eerste elektronische feesten begon hij zelf te draaien. ‘Dus eigenlijk via de gitaar, songwriten naar elektronische muziek.’

Wat begon als experimenteren, groeide uit tot een serieuze ambitie toen grote dj’s zijn producties begonnen op te pikken. Onder hen KETTAMA, die zijn muziek al langer draaide. ‘Ik had hem weer nieuwe platen gestuurd. “Yo, kan ik deze signen?”, vroeg hij toen. Ik dacht holy shit, het vetste label – vind ik nu – in de scene ziet mij staan en vindt mijn platen vet.’
Zo werd Paqué de eerste Nederlandse artiest op Steel City. ‘Het is ook echt onwerkelijk’, vertelt hij. ‘Er zijn zoveel goede artiesten. En zoveel goede muziek. En ja, ik snap het niet. Maar ook weer wel. Ik weet het niet.’ Wanneer we hem plagerig op zijn bescheidenheid wijzen, lacht hij: ‘Ja, altijd bescheiden blijven. Maar het is wel vet.’
Op zijn nieuwe EP komen verschillende invloeden samen. ‘Turn Down The Lights’ heeft garage-invloeden, ‘You’re On’ put uit Afrikaanse ritmes, ‘Everybody’ draait om peak-time euforie en ‘Numbers Game’ combineert rollende grooves met energieke vocals. Die haalt hij vaak uit oude platen, waaronder hardcore uit de jaren negentig. ‘Die harde, hardcore kicks. Dat is niet mijn ding. Maar ze hebben wel vette elementen erin. Dat kan je eruit trekken en in een heel andere context plaatsen.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
De set
Paqué begint zijn sets het liefst met een zelfgemaakte intro. Vaak combineert hij een sfeervolle soundscape met vocals uit een andere plaat, waarna hij langzaam de kick opbouwt. Zo maakte hij ook een extended versie van zijn eigen track ‘Everybody’. ‘Ik begin met een reese bass en een atmospheertje. Dan doe ik de drop heel erg vervormd, zodat het heel langzaam begint. Die vocal begint heel langzaam en dan gaat hij steeds sneller, sneller, sneller. En dan heb je die drop, dat alles bij elkaar komt.’
Als crowd pleaser kiest hij voor ‘Da Fonk’ van Mochakk. Hoewel het een echte housetrack is, geeft Paqué er graag zijn eigen draai aan. ‘Dat is een plaat met een hele sicke vocal. Die mix ik dan vaak met de drums van een wat meer groovy, hardere plaat. En dat werkt samen echt facking goed.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Ook zijn guilty pleasure draait om een opvallende vocal: ‘Sexy Bitch’ van David Guetta. Hoewel hij het nummer niet snel zelf zou draaien, kan hij de euforische vocal in de break wel waarderen. ‘Misschien moet ik daar nog een keer een remix of iets van maken, wie weet.’
Voor de afsluiting grijpt hij graag weer terug op zijn eigen producties. ‘Are You Ready’ is volgens hem een ideale energieke closer, al vindt hij het vanwege de titel eigenlijk logischer om ermee te openen. Ook ‘Turn The Lights Down’ is een optie. Wil hij juist wat melancholischer eindigen, dan kiest hij voor ‘Dream Night’ van Jamie xx. Het hangt af van het publiek: soms vraagt een set om een rustig einde, terwijl hij de andere keer liever met een knal afsluit.

De dj
Voor inspiratie kijkt Paqué onder andere naar Clouds en X CLUB., maar vooral Faster Horses spreekt hem aan vanwege zijn veelzijdigheid. ‘Ik vind het leuk om mensen te verrassen. En wat hij ook heel vet doet, hij is ook heel breed en dan draait hij opeens een techno plaat in.’ Die afwisseling zoekt Paqué ook in zijn eigen sets. ‘Ik zou het saai vinden om alleen maar hard house te draaien. En alleen maar zo banger naar banger te draaien. Ik wil ook mensen een beetje meenemen. Een beetje die curveballs gooien ofzo.’
Ook buiten de dj-booth houdt hij van afwisseling. Zo bezoekt hij graag PIP in Den Haag en RADION en Skatecafé in Amsterdam. ‘Ik vind het altijd wel leuk dat je een beetje op verkenning kan gaan in zo'n club.’ Vooral de verschillende ruimtes en sounds spreken hem aan. Dat daagt volgens hem ook de dj’s uit om een set neer te zetten waarvoor bezoekers blijven hangen, in plaats van naar een andere zaal te vertrekken. ‘Ga maar je best doen om mij te overtuigen om helemaal in deze set te zitten en niet te kunnen stoppen met dansen.’
Zelf droomt hij ervan om op festivals als Into the Woods en Wildeburg te draaien, of bij Audio Obscura in Rotterdam. Ook voor een droom-b2b heeft hij meerdere kandidaten, waaronder Alarico, Carista en Shanti Celeste. Het liefst draait hij met iemand die een andere sound heeft dan hijzelf, om te ontdekken hoe die stijlen samenkomen. ‘Ja, ik kijk altijd van wat kan je dan toevoegen, weet je wel.’

De scene
Hoewel Paqués muziek internationaal steeds meer aandacht krijgt, blijven de boekingen in Nederland nog wat achter. Zo draaide hij al in Bosnië, London en staan er in november optredens in Parijs en Dublin op de planning. Waarom het in eigen land minder snel gaat, weet hij niet precies. ‘Misschien resoneert het hier wat minder. Of Nederland boekt met wat meer zekerheid. Dus dat ze geen risico willen nemen. Ze boeken vooral wat meer standaardnamen. Maar ik weet het niet.’
Paqué groeide op in Bergschenhoek, een dorp in de buurt van Rotterdam, en verhuisde op zijn achttiende naar de stad. De rauwe en experimentele muziekcultuur heeft hem naar eigen zeggen beïnvloed, al zoekt hij zelf graag de balans tussen experiment en toegankelijkheid. ‘Het is een beetje een push-pull.’ Toch vindt hij het lastig om binnen de Rotterdamse clubscene zijn plek te vinden. Volgens hem is er ruimte voor experimentele muziek, house en de hardere stijlen zoals hardcore en hard techno, maar ontbreekt er een duidelijke plek voor de sound daartussen. In Amsterdam is de scene waarin hij zich beweegt volgens hem een stuk groter.

Tijdens ADE zoekt hij daarom ook de verbinding met andere artiesten en professionals. Met zijn Rotterdamse collectief Utilized organiseert hij in samenwerking met SENSUS een pre-party en showcase. Daar draait hij onder andere met Sebastian Wibe, met wie hij ‘Everybody’ produceerde.
Toch ziet hij ook in Rotterdam initiatieven die aansluiten bij zijn muzikale voorkeuren. Zo tipt hij Zoëzo (Zoë de Wit) en Steve Riddm, die samen achter de DE KOFFIERAVE zitten en regelmatig b2b draaien. Hoewel hun sounds van elkaar verschillen, weten ze die volgens Paqué goed samen te brengen. Bovendien proberen ze met hun evenementen ruimte te creëren voor andere geluiden binnen de Rotterdamse scene. ‘Dus dat support ik ook heel erg. En dat vind ik super tof.’

Na de release van Turn The Lights Down kijkt Paqué alweer vooruit. Er staan nieuwe samenwerkingen en releases op de planning, waarbij timing volgens hem belangrijk is. ‘Je moet tijd hebben om hype een beetje te kunnen creëren. Maar het moet niet weer te lang duren, zodat die hype dan weer weg is.’ Ondertussen hoopt hij dat het succes van zijn producties ook tot meer boekingen leidt. Niet alleen om zijn eigen tracks te kunnen draaien, maar vooral om het publiek mee te nemen in zijn eigen visie op een dj-set. ‘Ja ik wil mezelf op dat vlak ook bewijzen.’