De wereld van Thy Catafalque: grillig, gelaagd en onvoorspelbaar

Met The Answer Lies in the Black Void en Bong-Ra als opmaat ontvouwt zich een avond vol contrasten

-
  • Alicia Walkowiak

Wie denkt dat metal zich netjes binnen de lijntjes laat houden, komt bedrogen uit tijdens deze avond waarop drie eigenzinnige acts elk op hun manier de grenzen van het genre oprekken. Met Thy Catafalque, Bong-Ra en The Answer Lies in the Black Void staat er een affiche dat laveert tussen avant-garde experiment, elektronische ontregeling en verstilde zwaarte. Wat de drie acts verbindt, is niet zozeer een eenduidig geluid, maar eerder een gedeelde drang om conventies los te laten en het begrip ‘heavy’ opnieuw te definiëren.

De avond opent met The Answer Lies in the Black Void, het project van Jason Köhnen en zangeres Martina Horváth (die we ook kennen van Thy Catafalque), waarin sfeer en gelaagdheid centraal staan. De band beweegt zich binnen de contouren van doom metal, maar verrijkt dat geluid met invloeden uit ambient en folk. Het resultaat is traag en zwaar, maar tegelijk dromerig en introspectief.

Aanvankelijk is het nog wat zoeken naar de juiste geluidsafstelling: de drums staan erg hard en de gitaren vloeien samen tot een wat ongedefinieerde brei. Gelukkig verbetert dit al snel. Opvallend zijn de sterke visuals van de band, die mooi aansluiten bij de donkere sfeer van het optreden. Halverwege de set wordt een nummer gespeeld waarbij een celliste het podium betreedt (opnieuw iemand die we later ook bij Thy Catafalque zullen zien), wat de dreigende ondertoon verder versterkt.

De sound van de band doet soms denken aan Messa, al ontbreekt het hier aan dezelfde afwisseling in de nummers. Daardoor voelt het geheel af en toe net wat te traag en eentonig om echt onder de huid te kruipen. Afgesloten wordt met ‘Sine Morbo’, een van de sterkere momenten van de set.

-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen

Vervolgens is het even omschakelen voor Bong-Ra. We zien drie van dezelfde muzikanten als bij de eerste band, maar dit keer met een totaal ander geluid. Dit project van Jason Köhnen vindt zijn oorsprong in de rauwe wereld van breakcore, maar heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een veel zwaarder en donkerder beest. De elektronische chaos van weleer is niet verdwenen, maar wordt nu aangevuld met invloeden uit doom en metal, wat resulteert in een intens en confronterend geluid.

Live is Bong-Ra haast een overweldigende ervaring, waarin ritme en noise elkaar voortdurend op de proef stellen. Het is geen makkelijke kost, en het publiek heeft zichtbaar moeite met het scherpe contrast tussen deze eerste twee bands. Het is noise, het is industrial en vooral heel hard, intens en licht chaotisch. Toch blijft de experimentele sound de hele set lang boeien.

-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen

Dan is het tijd voor de hoofdact van vanavond. Thy Catafalque is het geesteskind van de Hongaarse multi-instrumentalist Tamás Kátai en laat zich moeilijk in één genre vangen. Wat ooit begon als een avant-garde blackmetalproject, is uitgegroeid tot een breed muzikaal universum waarin metal, folk, elektronica en zelfs neoklassieke invloeden naadloos in elkaar overlopen. Die grilligheid is geen zwakte, maar juist de kracht van het project: nummers nemen onverwachte wendingen zonder hun samenhang te verliezen. Live vertaalt zich dat naar een ervaring die even onvoorspelbaar als meeslepend is, waarin sferen en stijlen elkaar in hoog tempo afwisselen.

Er wordt geopend met ‘Szíriusz’ en ‘Néma vermek’, waarbij de twee mannelijke vocalisten Gábor Dudás en Bálint Bokodi op het podium verschijnen. Zij nemen vooral de stevigere nummers voor hun rekening, waarin de blackmetalinvloeden duidelijk naar voren komen. In de nummers die sterker leunen op folk, zoals bijvoorbeeld ‘Napút’, worden ze vergezeld door de vrouwelijke vocalisten Ivett Dudás en Martina Horváth. Daarnaast zien we opnieuw dezelfde gitaristen als eerder op de avond, en uiteraard Tamás Kátai zelf, het brein achter de band.

-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen

De variatie van de avond weerspiegelt zich ook in deze set. Heel eerlijk: de band komt het sterkst uit de verf in de meer typische blackmetalnummers. De folknummers met de zangeressen zijn muzikaal dik in orde, maar halen soms de vaart uit het optreden doordat ze te sterk afwijken. Ook voelen de bewegingen en interactie van beide zangeressen wat ingestudeerd en daardoor minder natuurlijk. Ze zingen loepzuiver en Ivett Dudás laat bovendien geregeld horen over een overtuigende grunt te beschikken, maar de choreografie tussendoor oogt niet altijd even authentiek.

Desondanks staat hier een sterk optreden, waarbij op een gegeven moment ook de celliste weer aansluit en zorgt voor extra gelaagdheid in het geluid. Een van de hoogtepunten is ‘Csillagkohó’, waarin black metal en folk elkaar perfect aanvullen. Al met al een overtuigende set, al is het geheel misschien net iets te grillig om echt volledig te beklijven.

-
© Roel Janssen
-
© Roel Janssen