Breda Barst viert de femalefronted-bands op de vrijdag
Met onder andere pet., Biddy Early en MEROL

Een klein plensbuitje rond vier uur: dat is misschien nog het enige dat roet in het eten dreigde te gooien op alweer de 29e editie van Breda Barst. Voor de rest hebben we het goed getroffen met niet alleen een fijn nazomermiddag, en -avond, muzikaal was er weer veel te ontdekken in het Valkenberg. Opvallend: de bands met alleen mannen op het podium zijn deze vrijdag zwaar in de minderheid waren. Een uitstekende ontwikkeling met ook nog eens een breed palet aan diverse stijlen; van bubblegumgrunge tot softrock en van folkpop tot feministische queerelectro.
Openen met een (soort van) thuiswedstrijd? Laat dat maar aan de Spaanse Kraag over. Daar staat de Bredase Anne Nederhoed, omringd met de leden van het Arnhemse The Awkward. Anne heeft haar singersongwriter-hoed afgedaan en haar poppunkpet opgezet, en onder de noemer pet. speelt de formatie pas haar tweede show ooit. Het is pretpunk waarbij de spaarzame rustige nummers alsnog met standje twaalf worden gebracht. De ongemakkelijkheid die nog voelbaar was bij hun eerste optreden bij Totaalfestival in Bladel is verdwenen, in de plaats daarvoor is het nu nummer klaar, tik, tik, tik met de drumstokken en weer door. Dat ze over hun vooraf afgesproken settijd heen gaan, boeit niemand iets. Bij een thuiswedstrijd wil je dat je ploeg in blessuretijd scoort en met een debuutsingle als ‘Neptune’ heeft pet. ook een poeier in huis, met een moshend publiek als resultaat. (MD)

Een mannetje of 250 staat voor de Amstel Stage wanneer Bony Macaroni uit Arnhem, Ermelo, Amsterdam én Breda het podium op stapt. De emopoppunkband bracht vorig jaar met Death Drive alweer zijn tweede album uit, maar wie vooral dat werk kent, krijgt halverwege een mooi inkijkje in waar het allemaal begon. Na ‘Non, je ne regrette rien’ van bandje klinkt (natuurlijk) ‘France’, een oudje van de debuut-EP uit 2019, waarna ook debuutsingle ‘Piece of Shit’ uit 2018 voorbij komt. Die laatste is typisch Bony Macaroni: geestig en zelfspottend, maar ondertussen pijnlijk raak. Wat opvalt is vooral hoe strak dat allemaal staat: ze spelen met lichtheid en aanstekelijke onderlinge lol. Zanger/gitarist Stefan Bonestroo en bassist/zanger Rinus van der Weerd spelen daarnaast ook in hardcoreband State Power, en dat extra rauwe randje hoor je vooral terug in de vocalen. Met ‘Death Drive’ wordt vervolgens duidelijk dat de band inderdaad een tikkeltje harder is geworden: meer pit, meer rafelranden, maar nog altijd die weemoed en zwarte humor. (RZ)


Bassist Rinus van der Weerd heeft amper tijd om adem te halen, na een sprintje staat hij nog geen minuut na de laatste noot bij Bony aan de overkant bij de Future Stage, nu met Biddy Early. De fuzzy folkpopband rondom zangeres en gitarist Hannah Versteegen schuurt live behoorlijk. De noisy gitaren zijn ontwapenend, maar kunnen niet verbloemen dat Versteegen simpelweg te vaak naast de noten zingt. Dat is het meest voelbaar bij de gewaagde cover van Alvvays’ ‘Marry Me, Archie’, dat zonder pardon om zeep wordt geholpen. Juist wanneer tegen het einde drummer Steven van Marle en Van der Weerd van het podium verdwijnen, en Versteegen en gitarist overblijven, valt op dat haar stem zo beter tot haar recht komt. Twee jaar geleden stond Biddy Early hier ook al in een kleinere bezetting en dat is een richting die de band beter kan aanhouden, want met minder leden krijg je minder ruis, meer ruimte voor de liedjes, meer ruimte voor gevoelige folk. Onder de rammelende laag hier zitten mooie liedjes, gespeeld door een goede band, die het zichzelf live nog te moeilijk maakt. (RZ)

Ook al is het om zes uur nog licht buiten, de tent die de Spaanse Kraag heet, is duister en vol rook. Een ideale setting voor het Gentse viertal Wijf om het kleinste podium (de secret area bij de entree niet meegerekend) nog donkerder aan te laten voelen met stevige stonerrock. Het was nog eens extra cool geweest met een naam als deze als er Nederlandstalige teksten waren zijn geweest, maar het enige Nederlands dat we horen zijn de bedankjes tussendoor van frontvrouw Marie de Graeve. Die wil met haar vocalen nog wel eens in de mix verdwijnen, maar met een superstrakke, melodieuze versie van stonerrock, maakt Wijf ook met iets minder hoorbare zanglijnen een diepe indruk. (MD)

Vorig jaar stonden ze op Lowlands en sloten ze dat jaar af met hun grootste headlineshow tot dan toe in de grote zaal van Paradiso (!), en met debuutplaat Fading Image uit 2025 heeft Marathon een stevige en goed ontvangen postpunk/shoegazeplaat onder de arm waarmee ze steeds vaker de rest van Europa in trekken. In Breda begint het vijftal nog terwijl het nog licht is buiten, wat eigenlijk nogal haaks staat op hun donkere, gelaagde geluid. ‘Fire’ trekt de volle aandacht naar het podium met zijn hypnotiserende gitaarlijnen, ‘Tired’ sleurt je vervolgens mee met zijn weemoedigheid en galm, waarna het serieuze, explosieve ‘For The Better’ je bij de keel grijpt. Drummer Lennart van Hulst houdt onverstoorbaar de spanning vast, terwijl gitaren en effecten laag voor laag over elkaar heen gelegd worden, terwijl gitarist Sofie Ooteman ook nog af en toe overstuurde geluidjes uit haar synth trekt alsof het niets is.

Halverwege is er even ruimte voor wat melodie en lucht, maar Marathon weet gelukkig beter dan ons daar lang mee lastig te vallen. Het absolute hoogtepunt is een gloednieuw, onuitgebracht nummer. “Gister hadden we ons eerste optredens sinds lange tijd, al helemaal in Nederland. We zijn veel bezig met nieuwe muziek, dit is een voorproefje,” kondigt zanger Kay Koopmans aan. Het nummer opent loom en donker, met meer focus vocalen; de shoegazey gitaren en hypnotiserende sound ontbreken niet, maar de loomte en donkerte worden nog net wat zwaarder aangedikt. Het gaat ten koste van vaste setlisttrack ‘Mosquitos & Flies’, maar begrijpelijk: die sluit minder aan bij de richting waar de band nu heen beweegt. De zon mag dan nog schijnen, in de muziek van Marathon is het allang gaan regenen. En ze bewijzen vandaag wederom dat ze op dit moment gewoon een van de beste gitaarbands van Nederland zijn. (RZ)

In de popjournalistiek zijn er cliché’s waar je ver van weg moet blijven, zoals bijvoorbeeld ‘band X breekt de tent af’, maar na een kleine drie kwartier L.A. Sagne in de Spaanse Kraag, is het toch wel een klein wonder dat de tent nog staat. Want die paal in het midden; die is toch gemaakt om in te klimmen en eromheen te circlepitten, moshen én pogoën? Daar moet de muziek natuurlijk wel bij werken en het helpt dat dit Amsterdamse viertal er alles aan doet om met onstuimige, technisch vernuftige garagerock/noisepunk het gras van het Valkenberg weg te schroeien. Dat het viertal elkaar kent van het conservatorium van Amsterdam, is te horen: drummer Martin Brummelkamp perst gelaagde grooves uit zijn trommels die voor de gemiddelde punkdrummer tien rudiments verder zijn en ook de solo’s van gitarist Lazlo Rogier (op een véél te coole transparante gitaar) suggereren dat er wel eens een paar Frank Zappa-platen in zijn platenkast kunnen staan. Tel daarbij die gruizige basklanken van Joost van Eck bij op en geknepen, bijna surrealistisch gegil van Tara Wilts dat klinkt alsof Minnie Mouse een X-Ray Spex-coverband is begonnen. En geschoold is in dit geval gelukkig ook niet gladgestreken: L.A. Sagne kan virtuoos raggen, en er zijn maar weinig bands die dat kunnen zeggen. (BvD)


De schemering valt over het festivalterrein en de lucht kleurt roze en oranje. Tijd voor een feestje, en daarvoor zit je bij De Nachtwacht goed. Met hun aanstekelijke softrock en gierende gitaarsolo’s zijn ze niet van het podium weg te slaan. En dat bewijst Frontman Jiri Taihuttu ook vanavond weer: “Ik heb een acute keelontsteking en management zei dat ik dit optreden moest afzeggen, Dus ik zei: ‘let op, bitch’.” Dat Taihuttu last heeft van zijn stem is hoorbaar: soms kraakt die, soms neemt hij even een moment rust en tijdens ‘Cowboys’ klinkt zelfs vertwijfeld: “Help me, Breda.” Maar waar zijn stem het af en toe laat afweten, neemt het publiek het moeiteloos over. De nummers worden luidkeels meegezongen en de energie op én voor het podium blijft de hele set hoog.

Jiri bewijst meermaals dat hij precies weet hoe hij zijn instrument moet laten spreken, terwijl de rest van de band strak en ontspannen meespeelt. Bij ‘Vader Please’ verontschuldigt Jiri zich nog voor zijn stem, maar daar trekt niemand zich iets van aan. Telefoonlampjes gaan de lucht in en even later staat hij voor een gitaarsolo zelfs op de barricade. Ook nieuw materiaal krijgt een plek in de set. Fris genoeg om nieuwsgierig te maken, maar tegelijkertijd herkenbaar als De Nachtwacht. Tijdens ‘Illusionist’ ontstaat er zelfs een kleine moshpit. De afsluiter is passend: nog één keer ‘Huis Van Zwart En Rood’, gevolgd door een laatste, vlammende gitaarsolo terwijl de zon definitief achter de horizon verdwijnt. De nacht wacht niet meer. (SvH)

Noorderslag, Popronde, Here’s The Thing, dan is de volgende stap natuurlijk: Breda Barst! Zonder gekheid, de Future Stage is een uitstekend podium voor het Tilburgse viertal Crybabies dat met hun gen-Z-bubblegumgrunge in het Valkenberg een jong publiek weet te bereiken dat de beslommeringen van het zijn van een jonge twintiger goed kent. Sterker nog: de eerste twee rijen staat vol met kleurrijke concertliefhebbers die de woorden van ‘Fake ID’ al kennen of anders hardop gaan meezingen tijdens het ‘I’ve got my Fake ID’-momentje. En bubblegrunge, dat is het zeker, maar vlak ook niet de midwest emo-vibes uit dankzij een grote dosis melancholie en complexe instrumentatie, waar, tegenstrijdig genoeg, toch de lol van afspat. Dan gooit zelfs het lage volume geen roet in het eten en krijgt het nog een emotioneel randje als dit een van de laatste shows, zoniet de laatste, is van gitariste Ezzie. Mocht dat het laatste zijn, wat een waardige manier dan om zo voor haar af te sluiten. (MD)


Rauwer, punkier en compromislozer waarbij taboes, seks, schaamte en vrouw-zijn de boventoon voeren. Nee, de popster die MEROL wás met ‘Hou Je Bek En Bef Me’ en ‘Lekker Met De Meiden’ is al lang de vrolijke electropop voorbij. In de plaats daarvan mag de headliner van de vrijdag op de Amstel Stage de avond afsluiten waarbij volop wordt geput uit haar nieuwste album Leve De Feeks. Ze opent met de hyperpoppy ‘Rode Seks Feeks’ en komt vol energie het podium op, gehuld in een minimalistische outfit die precies bij haar nieuwe feeks-imago past. “Brul voor mij!” roept ze, waarna vooral de voorste rijen losgaan. Achterin blijft het aanvankelijk wat stil. Leeftijds- en genderverschilletje? Misschien moet je simpelweg van MEROL houden om haar te kunnen waarderen, of op z’n minst openstaan voor de boodschap die ze met haar nieuwe muziek uitdraagt.


En dus moet er ook af en toe een MEROL-klassiekertje tussendoor komen zoals ‘Hou Je Bek En Bef Me’, waarna ook achteraan het veld mensen langzaam beginnen los te komen. De zangeres zoekt ondertussen voortdurend contact met het publiek en maakt van nummers als ‘Uitstekende Kut’ en ‘Mannen Met Gevoel’ bijna een collectief ritueel. Bij die laatste roept ze zelfs een moshpit op, waarin mannen, vrouwen en non-binairen enthousiast door elkaar springen. Tegen het einde knikt zelfs het achterste deel van het publiek tevreden mee. Met ‘Rat’ sluit ze af met een shout-out naar de aanwezige queer community. De laatste beats laten een inmiddels dansend publiek achter. MEROL heeft Breda niet alleen laten dansen, maar nog één keer flink wakker geschud. (SvH)

























