Bospop dag 2: Holy Moby
Het wonderbaarlijke exorcisme van de Vlaamse kitsch en de Texaanse woestijn

Na een door testosteron getekende vrijdag manoeuvreren we ons op de zaterdag in aanzienlijk drukker, maar vooral angstaanjagend heet vaarwater. Waar het gisteren nog zwart zag van de metalshirts, heeft het merendeel vandaag gekozen voor teenslippers, openhangende overhemden en bloemenjurken. Vooralsnog geen diepere vragen, wel een zinderend hete weide vol gelukzalige passiviteit die snakt naar totale voorspelbaarheid. Heerlijk, vinden we dat.
Razorlight
© Artbyfenna
We trappen af met Razorlight. Comfortabele zeroes-nostalgie, compleet met retro lampenkappen en een drumstel vol plantjes. Hoewel er vooraan nog flink wat gaten in het publiek vallen, is de band muzikaal en fysiek topfit. Dat is duidelijk als 'Golden Touch' ingezet wordt en de gesmolten menigte opkijkt. "Huh, waar kennen we dit ook alweer van?"
Frontman Johnny Borrell is uitstekend bij stem en hoewel hij met zijn skinny witte broek de plank modieus gezien flink misslaat, staat de band muzikaal als een huis. Afsluiter ‘America’, hun ultieme hit waarin ze kritisch uithalen naar de holle Amerikaanse consumptiemaatschappij, fungeert als de perfecte soundtrack voor het moment. Een verlangen naar een ander dystopisch continent? No thank you, we blijven liever hier. Maar dan mét Razorlight.
© Artbyfenna
Clouseau
© Artbyfenna
Van de Britpop van Razorlight schakelen we moeiteloos over naar de gebroeders Wauters van Clouseau. Laten we eerlijk zijn: dit is onversneden, mierzoete Vlaamse kitsch. Koen verwacht al halverwege het eerste nummer een uitzinnige weide, maar de helft van het veld kampt met een acute zonnesteek en blijft liggen. Pas als de band er bij 'Anne' eindelijk wat pit in gooit kantelt de sfeer definitief.
Tijdens 'Daar Gaat Ze' stijgt het zachte G-gehalte tot gevaarlijke proporties en vreet het publiek massaal uit hun hand. We kunnen er heel cynisch over doen, maar het werkt. Zelfs helemaal achteraan in de tent vliegen de handjes de lucht in, terwijl de mannen nota bene op de Mainstage staan. Dan rest er maar één conclusie: als dit een guilty pleasure is, bekennen we vandaag allemaal schuld.
© Artbyfenna
Triggerfinger
© Artbyfenna
Na een haast eindeloze, tergende reeks tributebands (waarom krijgen die kopieën hier in vredesnaam zulke koninklijke tijdssloten toebedeeld?) is het gelukkig tijd voor het echte werk. Wat Triggerfinger ons voorschotelt is een masterclass in vakmanschap. Geen ingewikkelde concepten; gewoon drie Belgische cowboys die koppig weigeren te smelten in de Limburgse hitte.
Gehuld in een rookwolk betreden ze het podium. De koele, bijna (maar net niet!) arrogante nonchalance is natuurlijk een strak geregisseerde illusie, want dit is topsport op het allerhoogste niveau. Wanneer hun destijds mainstream-cover van Lykke Li’s ‘I Follow Rivers’ de revue passeert, smelt de laatste kritische grens op de weide. Zelfs de toeschouwers die puur voor het eerdere ongecompliceerde Vlaamse sentiment kwamen (als die er zijn…?) krijgen het er warm van. Zwoel warm. En het meest jaloersmakende? We kunnen nergens op heel Triggerfinger een druppeltje zweet bekennen.
© Artbyfenna
Kaiser Chiefs
© Artbyfenna
Dan Kaiser Chiefs. Wat een onwaarschijnlijke, broodnodige verademing. Achter de band flitsen graphics voorbij. We zitten met z’n allen in NMAB (Nevermissabus), of was het toch de Ruby-Liner?
Frontman Ricky Wilson heeft er angstaanjagend veel zin in. Hij ontpopt zich tot een hyperactieve entertainer die een constante, neurotische bottle flip uitvoert met zijn microfoonstandaard en aan het veld vraagt: “How are we doing, public participation?” Er wordt gelachen, gesprongen, meegezongen en bier gegooid. Wilson springt van de ene camera op de andere, breekt de boel af en bouwt het met Britse bravoure en een gezonde dosis zelfkennis weer op. Na een ultra korte, van knipoog voorziene, “hydration break” opeens hun absolute magnum opus ‘Ruby’. Tactisch in het midden van de set, waardoor Bospop meteen transformeert in een uitzinnig meezingkoor.
Maar het zou de band tekortdoen om hen te reduceren tot die ene hit, en dat vindt de rest van de bezoekers ook. Niemand geeft zijn plekje op en de show dendert in een heerlijk chaotische rotvaart door: van een 'Blitzkrieg Bop' cover tot Jurassic Park-visuals op de schermen, compleet met spontane gezellige mini-moshpits over de hele wei. Tijdens ‘Oh My God’ horen we Wilson zingen: “Never been this far away from home.” Vreemd genoeg voelt het voor ons op dit moment juist als ultiem thuiskomen. Stiekem steken die bangers als ‘I Predict a Riot’ en ‘Everyday I Love You Less And Less’ toch een stuk beter in elkaar dan we vooraf wilden toegeven.
© Artbyfenna
ZZ Top
© Artbyfenna
Na de wervelwind van de Kaiser Chiefs is het tijd voor het meest grijsgedraaide muziekweetje ter wereld: de mannen van ZZ Top hebben allemaal een meterlange baard, behalve de drummer. De vaste drummer van ZZ Top, Frank Beard, is er niet wegens gezondheidsredenen, dus drummer Michael Monahan valt voor hem in. Laten we pijnlijk eerlijk blijven: de tent is weliswaar afgeladen vol, maar wat we hier aanschouwen is de totale artistieke armoede van routine. Hadden ze de reusachtige schermen aan weerszijden van het podium maar gebruikt om een potje Subway Surfers op af te spelen.
Sinds het overlijden van bassist Dusty Hill is diens plek ingenomen door Elwood Francis. Een strategisch onberispelijke keuze van het management, want de man heeft inmiddels een gezichtsbegroeiing ontwikkeld die naadloos aansluit bij de strikte corporate huisstijl van de multinational die ZZ Top heet. Wat we vervolgens voorgeschoteld krijgen? Nul verrassingen. Nul experimenten. Nul moderne invloeden. Dit is een invuloefening die al tientallen jaren ongewijzigd op de automatische piloot worden gereproduceerd. Het grenst aan het vermoeiende. Als een van de heren mechanisch door zijn baard bromt of we een 'good time' hebben, brult de meerderheid ja. Och, je kunt niet alles hebben. Het poppetje is gezien en het kastje kan weer dicht.
© Artbyfenna
Moby
Lees de hele recensie© Artbyfenna
Op papier is dit zonder twijfel de meest absurde boeking van het gehele weekend. Tussen alle gitaren, classic rock-veteranen en nostalgische meezingacts staat daar ineens Moby. Het voelt alsof een verdwaalde boeker per ongeluk een Lowlands-headliner uit de vroege jaren nul in het Bospop-programma heeft laten staan. En dat werkt. letterlijk de héle weide geeft zich in volle overgave over aan de elektronische hypnose.
Wanneer ‘Why Does My Heart Feel So Bad?’ wordt ingezet tegen een achtergronddecor van visuals vol grazende koeien, varkentjes en lieve babydieren breekt er iets in Weert. Bospop is in één klap collectief bekeerd tot het veganisme. Niemand durft vanavond nog een hamburger (of jawel, een frikandel) te eten. Ofja, binnen nu en het komende uur.
© Artbyfenna
Waar de vrijdag nog zocht naar betekenis, voelde de zaterdag als een festivaldag die precies begreep wat hij moest zijn. Van de nostalgische opwarming van Razorlight tot de onweerstaanbare Vlaamse volksverbroedering van Clouseau, via het vakmanschap van Triggerfinger en de onuitputtelijke energie van Kaiser Chiefs: alles viel op zijn plaats. Zelfs een routineus ZZ Top kon niet verhinderen dat de dag in een stijgende lijn richting ontlading bewoog. Die ontlading kwam in de gedaante van Moby.
Juist daarin schuilt de kracht van Bospop. Het festival hoeft niet de nieuwste trends te volgen of zichzelf opnieuw uit te vinden. Zolang het artiesten programmeert die een veld vol mensen volledig kunnen meenemen, is de missie geslaagd. En dankzij een fenomenale Moby sloten we deze verzengend hete zaterdag af zoals een festivaldag hoort te eindigen: uitgeput, euforisch en met het gevoel dat we iets bijzonders hebben meegemaakt.
Alle onderstaande foto's zijn gemaakt door Fenna Dijkstra (artbyfenna)








