De keuze voor een Indonesische titel is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Met Akar Manis (of in het Engels 'sweet roots' maakt Martin Saja een uitstapje naar zijn oosterse afkomst. Met de EP reizen we voor even terug naar de Gordel van Smaragd, het huidige Indonesië. Aan de hand van vier in een Indonesisch jasje gegoten rocknummers neemt Martin ons mee in een chronologisch verhaal van verlies, flashbacks, een pijnlijke realisatie en acceptatie. Zo vertelt hij ons een persoonlijk verhaal in de liefde.
We worden onthaald door het geluid van vallende regendruppels en een melancholische mannenstem, wat gelijk een emotionele indruk achterlaat. Het nummer ‘Tanpamu’ (‘Zonder jou’) gaat over een recentelijk stukgelopen relatie waarbij de pijn nog diep voelbaar is. Die intensiteit komt tot uiting vanaf de pre-chorus, waarin het nummer langzaam openbreekt in een drumbeat en een gitaarlijn die prominenter aanwezig worden. Zo vormt het geheel een soort krachtbron die de pijn van verlies zou moeten verlichten, al blijkt uit de steeds terugkerende passage “ku mencintaimu (ik hou van jou)” dat de wond nog niet geheel gedicht is.
In ‘Tersisa’ (‘Overblijfselen’) maken we kennis met de situatie vóór de breuk. Een catchy, upbeat track met een lekker warm gitaargeluid benadrukt deze vrolijke setting. Het stel wordt niet alleen verliefd, maar vormt ook een obsessie voor elkaar. Het nummer straalt dan ook de nodige zorgen uit, met een weerbericht naar de bewolkte toekomst. Dat blijkt uit een passage als “Bawaku, denganmu (neem me mee)” / Ke tempat yang baru, yang tidak bisa disentuh (naar een onbereikbare plek)”. Verlangens lijken plots onhaalbaar te zijn.

Het tempo wordt verzacht en een relatief slepende beat bepaalt samen met dezelfde warme gitaarakkoorden de stemming van het nummer ‘Menghantuiku’ (‘Achtervolgt me’). Hier wordt de pijnlijke realisatie zichtbaar die benadrukt dat de relatie écht over is. Martin brengt zijn teksten met een ruwer stemgeluid om de emotie te versterken, zoals in de passage “Ku mencoba melupakan semua (ik probeerde alles te vergeten)” / “Tapiku tak mampu (maar ik kan het niet)”. Het nummer eindigt in een melancholisch slot waarin het verdriet wordt onderstreept.
Het slotnummer ‘Takdir’ (‘Bestemming’) zou zomaar afgespeeld kunnen worden aan het einde van een feelgood film. De track is net als zijn voorganger relatief rustig opgebouwd, maar draagt tegelijkertijd de sfeer uit van een triomfantelijke aangelegenheid. Martin reflecteert op de pijn van het verlies en komt tot de conclusie deze uiteindelijk te accepteren. De zang wordt hierbij logischerwijs vol overgave gebracht, maar deze komt met vlagen iets te dramatisch over. Hij draagt de situatie over aan het lot, zoals zichtbaar wordt in de passage “Jika kita memang ditakdirkan bersama (als het inderdaad zo moet zijn dat we bij elkaar horen)” / “Maka kita akan bertemu lagi (dan zullen we elkaar weer zien)”. Zo lijkt het hoofdstuk toch niet geheel afgesloten en blijven we achter in wat lijkt op een open einde.
Met de EP Akar Manis laat Martin zien dat muziek taalbarrières kan doorbreken en een universeel uitdrukkingsmiddel is. Daarmee neemt hij een gewaagde sprong in het diepe. Zelfs iemand die het Indonesisch niet rijk is, zal de verschillende emoties aan de hand van de melodieën in de nummers tot zich kunnen nemen. Of het liefdesverhaal daarmee nou écht naar het Indonesisch moest worden vertaald, is niet heel duidelijk, maar als Spaanse popnummers en Franse chansons ook omarmd worden door het Nederlandse publiek, is het wellicht een kwestie van tijd tot ook de Indonesische rock weer als een verleidelijk genre gezien zal worden.