Zweten, juichen en dansen bij openingsdag Spoorpark Live 2026
Krasse knarren Duran Duran mooi contrast met Orange Skyline en Son Mieux

De borden naast het podium maken het duidelijk: pas goed op jezelf en anderen want het is nog steeds dertig graden Celsius. Drink genoeg water, smeer je genoeg in en waag genoeg dansjes. Ondanks de hitte die lijkt meegenomen van Pinkpop en Graspop Metal Meeting doet Spoorpark Live deze maandag niet onder zo op de eerste dag. Met Duran Duran als grote publiekstrekker krijgen Son Mieux en Orange Skyline ook nog een paar leuke, nieuwe fans erbij.
Wat krijg je als je Cage The Elephant mengt met Black Box Revelation en een scheutje Oasis/Blur-manie erbij gooit? Juist, Orange Skyline. Niet gek ook, als je weet dat de Groningse band is opgericht na het laatste concert van Oasis in Nederland. In 2021 maakten ze al een EP met hitjes als 'Shine On' dat al op aardig wat airplay kon rekenen bij 3FM. Daarna raakten ze bekend van hun eigen getitelde album uit 2023 en inmiddels krijgt de band steeds meer vorm met hun nieuwste album 'Dreams To Keep' uit 2026 dat een veel meer funky geluid laat horen, mede ondersteund door synthesizers.
Het is warm. En niet alleen omdat Orange Skyline op het podium staat. Frontzanger Stefan van der Wielen heeft verdorie een driedelig pak aan. Dat is een rolberoerte in wording. Gelukkig vindt hij zelf dat het ook te warm is voor een jasje. Hij rent van hot naar her en heeft iedereen op de eerste rij zowat persoonlijk gegroet.

Na 'Keep It Together' gaat het los vooraan. Dat het nieuwe album in goede aarde is gevallen, bewijst single 'Feel' dat hier luidkeels wordt meegezongen en bij het funky 'I Don't Dance' danst Orange Skyline misschien niet zelf, Spoorpark gaat met de voetjes van de houten vloeronderdelen. De broers Van der Wielen (want Niels is ook van de partij natuurlijk) hebben zichtbaar plezier op het podium en kunnen van - naar eigen zeggen - 'zwetendebillenmuziek' moeiteloos naar rustigere nummers schakelen zoals 'Meet Me In The Middle'. Een mooie start van de avond. (MT)
"Goeienavond, Tilburg!" Een witte tanktop en zwarte pantalon vliegen over het podium met daarin zanger Camiel Meiresonne, frontman van Son Mieux. In 2015 nog als soloact begonnen, maar inmiddels uitgegroeid tot de bekende zevenkoppige band die bijna íeder festival heeft aangedaan, sterker nog; drie jaar geleden stonden ze hier ook al voor Spoorpark Live.

In de tussentijd is er een nieuw album uitgekomen: 24 Hours met daarop openingstrack 'When Tomorrow Comes (11:12)' en de band daarmee ook begint. Aan Meiresonne is niets af te lezen dat hij de afgelopen jaren te kampen had met mentale problemen en in therapie is geweest; hij staat vanaf minuut één elegant te dansen en met een hernieuwd soort energie gaat het zingen en dansen hem erg gemakkelijk af. Toch knaagt het al vrij snel en voelt het geheel na het openingsnummer zelfs wat robotisch. Alsof de band plichtmatig de dansnummers van zich af moet gooien en het gebrek aan interactie en levendigheid in de drukkende hitte gecombineerd met gebrek aan respons (hallo Dutch disease, wat doe jij hier?) zorgt voor een valse start.

Maar dan gaat de zonnebril af en wordt oude single 'Can't Get Enough' een vroeg hoogtepunt waarbij alles weer even op zijn plek valt, al helemaal de viool van Maud Akkermans die nu echt de hoofdrol opeist. En als daarna weer een paar nummers op elkaar beginnen te lijken, wordt het folky 'Have A Little Faith' ingezet, en met teksten als 'take a little time to breath' op het juiste moment voor een rustmoment gezorgd. Mooie, tokkelende gitaartjes, een loepzuivere Meiresonne en glimlachende bandleden die vervolgens hun multi-instrumentaliteit laten zien. Saxofonen, trompetten, violen en zelfs conga's; big band Son Mieux is nu écht op dreef, al helemaal met een prachtig zangduet met Akkermans en de frontman.

Dan wordt de hitte hem toch iets te veel:“Nijmegen, let's go!” roept Meiresonne tegen het Spoorpark in Tilburg, om zich daarna snel weer te corrigeren. De energie van Son Mieux is behoorlijke gelijkmatig verdeeld over de set, maar met de ondergaande zon en iets lagere temperaturen, past dat zoetige, optimistische geluid van de Hagenezen nu echt perfect bij deze zomeravond. En als zelfs al die Duran Duran-fans dan eindelijk zijn genezen van de Dutch disease om bij afsluiter 'Multicolor' uit volle borst mee te zingen, is het feest compleet. (LE)
Vooropgesteld: Duran Duran is een goede band, zeker in de hoogtijdagen van de jaren ’80. Inmiddels is iedereen ouder geworden – de bandleden, het publiek, de kinderen van het publiek. Het is dan ook niet verrassend dat de danspasjes net iets houteriger verlopen of de hoge noten net wel net niet gehaald worden. Toch blijf je kijken. Zeker als frontzanger Simon Le Bon met een geleend tenue van de Toppers het oeuvre komt brengen. Compleet met gouden jasje, witte broek en doorschijnend panterprintblousje.

De hitjesregen van ‘Tell Me Now’, ‘Wild Boys’ en ‘A View To A Kill’ zorgt ervoor dat het hele Spoorpark meteen tekstvast aan het meezingen en -zwaaien is. Visueel worden de liedjes ondersteund door allerlei (AI-)beelden van hen als jonge adonissen, een soort Uruk-Hai uit ‘Lord of the Rings’ en sexy dansende Bond-girls. Dat zou je toch niet verwachten van een band die met ‘Hungry Like The Wolf’ een van de duurste videoclips uit de jaren ’80 had. Gelukkig krijgen we wel een bloeddorstige AI-wolf als ondersteuning bij deze eindeloze oorwurm.

Simon Le Bon is niet meer de bink die hij vroeger was, maar als je de fans vooraan moet geloven, dan zéééker nog wel. Alles wat hij zegt of doet, wordt nagedaan. Of het nu huilen naar de maan is, eens leuk heen en weer zwaaien of het lampje aan bij ‘Ordinary World’ (waar hij de hoge noot haalt!), iedereen doet het. Toch zie je dat Roger en John Taylor, Nick Rhodes en dus Simon Le Bon een dagje ouder is geworden. Na die hoge noten of snelle riffjes, is toch een trager liedje of een duet nodig (zoals ‘Come Undone’) om weer even op adem te komen, ook al lukt dat niet helemaal. Een enkele valse noot is ook galmend te horen in het park.


Wanneer de laatste klanken van ‘Save A Prayer’ overgaan in ‘Rio’ weet men dat het einde van de set nadert. De zon is onder, de temperatuur is gezakt en Simon Le Bon heeft een tamboerijn vast en is oppermachtig. De visual is ook weer passend: een auto rijdend naar een oneindig punt aan de horizon. Men gaat weer naar huis, terug naar de ordinaire wereld. (MT)








